Politiek en beleid: H9: Participatie
1. Politieke vervreemding
1.1. Twee dimensies van politieke vervreemding: wantrouwen en
onmacht
De twee dimensies van politieke vervreemding zijn
wantrouwen en
onmacht.
o Wantrouwen kan zich richten op
politieke instellingen(partijen en regering),
politiek personeel,
politiek regime (democratie)
o Politieke onmacht kan gaan
over interne onmacht (mensen “als wij” hebben
geen invloed op de politiek)
en externe onmacht (politici houden geen rekening
met “onze” wensen)
o Vertrouwen wordt regelmatig gemeten.(zie volgende
slides)
o Enkele vaststellingen:
Vertrouwen in politiek regime (democratie) blijft.
Wantrouwen in politiek personeel en de
instellingen stijgt.
Hoe hoger het bestuursniveau, hoe minder
vertrouwen
1.2. Verklaring bij politieke vervreemding: politiek individualisme en
subjectieve desinformatie
Er zijn twee verklaringen om de politieke vervreemding bij de
bevolking te verklaren:
o Politiek Individualisme (defensief en offensief)
o Subjectieve desinformatie
POLITIEK INDIVIDUALISME
o Groeiend individualisme wordt ook omgezet in politiek
individualisme.
o Er zijn twee vormen van politiek individualisme:
Defensief individualisme bij zwakkere groepen:
Vooral defensief omwille van gevoelens van
onmacht en wantrouwen tegenover het
egoïsme van anderen. Zwakkere groepen
voelen zich hiervan het slachtoffer. Wat leidt
tot afkeer en onverschilligheid.
Offensief individualisme bij bevoorrechte groepen:
, Sterke individuen zijn veeleisend tegenover
de overheid.
Versterking politiek individualisme
SUBJECTIEVE DESINFORMATIE
o Is te verklaren door
Complex wordende en onoverzichtelijke
samenleving zowel voor de burger als voor de
overheid.
De houding van de burger en zijn onvermogen om
informatie over complexe beleidsvoering te
verwerken.
o Vervreemding is het grootst bij twee verschillende
groepen:
Radicale actiegroepen met overspannen
verwachtingen op korte termijn ten aanzien van de
politiek/overheid. Dit botst op de complexe
realiteit.
Laaggeschoolde groepen voelen zich
machteloosheid ten aanzien van de complexiteit.
Wantrouwen overheerst omdat ze denken geen
invloed te hebben op de politiek/overheid.
2. Burgerparticipatie
2.1. Burgerschap en democratie
Burgerschap en democratie
o Hoe hebben burgers controle op de macht ?
Indirecte democratie
= burgers delegeren beslissingsmacht aan
de vertegenwoordigers-representatieve
democratie
Directe democratie
= burgers beslissen zelf over concrete
beleidsvoorstellen
‘hybride’ democratie = mengvorm tussen directe
en indirecte democratie
Burgerschap tussen rechten en verantwoordelijkheid
o Burgerschap is het recht hebben om macht uit te
oefenen door wettelijk contract tussen staat en individu.
o Burgerschap als verantwoordelijkheid opnemen door
actief in de gemeenschap te staan.
Dit kan door als burger in verenigingen, vakbonden, partijen,
adviesraden, op sociale media, in publieke debatten,...actief te
zijn.
2.2. Burgerparticipatie en verdieping van de democratie
1. Politieke vervreemding
1.1. Twee dimensies van politieke vervreemding: wantrouwen en
onmacht
De twee dimensies van politieke vervreemding zijn
wantrouwen en
onmacht.
o Wantrouwen kan zich richten op
politieke instellingen(partijen en regering),
politiek personeel,
politiek regime (democratie)
o Politieke onmacht kan gaan
over interne onmacht (mensen “als wij” hebben
geen invloed op de politiek)
en externe onmacht (politici houden geen rekening
met “onze” wensen)
o Vertrouwen wordt regelmatig gemeten.(zie volgende
slides)
o Enkele vaststellingen:
Vertrouwen in politiek regime (democratie) blijft.
Wantrouwen in politiek personeel en de
instellingen stijgt.
Hoe hoger het bestuursniveau, hoe minder
vertrouwen
1.2. Verklaring bij politieke vervreemding: politiek individualisme en
subjectieve desinformatie
Er zijn twee verklaringen om de politieke vervreemding bij de
bevolking te verklaren:
o Politiek Individualisme (defensief en offensief)
o Subjectieve desinformatie
POLITIEK INDIVIDUALISME
o Groeiend individualisme wordt ook omgezet in politiek
individualisme.
o Er zijn twee vormen van politiek individualisme:
Defensief individualisme bij zwakkere groepen:
Vooral defensief omwille van gevoelens van
onmacht en wantrouwen tegenover het
egoïsme van anderen. Zwakkere groepen
voelen zich hiervan het slachtoffer. Wat leidt
tot afkeer en onverschilligheid.
Offensief individualisme bij bevoorrechte groepen:
, Sterke individuen zijn veeleisend tegenover
de overheid.
Versterking politiek individualisme
SUBJECTIEVE DESINFORMATIE
o Is te verklaren door
Complex wordende en onoverzichtelijke
samenleving zowel voor de burger als voor de
overheid.
De houding van de burger en zijn onvermogen om
informatie over complexe beleidsvoering te
verwerken.
o Vervreemding is het grootst bij twee verschillende
groepen:
Radicale actiegroepen met overspannen
verwachtingen op korte termijn ten aanzien van de
politiek/overheid. Dit botst op de complexe
realiteit.
Laaggeschoolde groepen voelen zich
machteloosheid ten aanzien van de complexiteit.
Wantrouwen overheerst omdat ze denken geen
invloed te hebben op de politiek/overheid.
2. Burgerparticipatie
2.1. Burgerschap en democratie
Burgerschap en democratie
o Hoe hebben burgers controle op de macht ?
Indirecte democratie
= burgers delegeren beslissingsmacht aan
de vertegenwoordigers-representatieve
democratie
Directe democratie
= burgers beslissen zelf over concrete
beleidsvoorstellen
‘hybride’ democratie = mengvorm tussen directe
en indirecte democratie
Burgerschap tussen rechten en verantwoordelijkheid
o Burgerschap is het recht hebben om macht uit te
oefenen door wettelijk contract tussen staat en individu.
o Burgerschap als verantwoordelijkheid opnemen door
actief in de gemeenschap te staan.
Dit kan door als burger in verenigingen, vakbonden, partijen,
adviesraden, op sociale media, in publieke debatten,...actief te
zijn.
2.2. Burgerparticipatie en verdieping van de democratie