Politiek en beleid H5
1. Breuklijnen en politieke stromingen
Transformaties en breuklijnen in de westerse wereld
Breuklijnen en politieke stromingen in België
Breuklijnen vervagen
1.1. Transformaties en breuklijnen in de westerse wereld
Langdurige, geïnstitutionaliseerde vormen van conflict
Uiteinde breuklijn = partijen
Revoluties Breuklijnen Breuklijnen in
Belgische context
Politieke revolutie Scheiding kerk & staat 1 levensbeschouwelijk
-> periferie vs centrum 2 communautair
Economische revolutie Arbeid vs Kapitaal 3 sociaaleconomisch
-> Primaire vs (niet van toepassing)
secundaire economie
Onderwijs revolutie Nieuw links vs nieuw- 4 sociaal-culturele
rechts breuklijn
Politieke
o Vorming nationale staten = eenmaking territorium & vestiging
centraal gezag
o Oorsprong = twee breuklijnen
Kerk versus staat
Moderne staten niet langer gelegitimeerd vanuit
religieuze argumenten -> wel soevereiniteit van het
volk en op een grondwet
Kerk verliest politieke en culturele macht
Periferie versus centrum
Conflict nationale en regionale belangen -> behoud
eigen taal en cultuur + tegen macht centrale staat
Economisch = industriële
o Arbeiders versus kapitaal (= mensen die dingen realiseren)
Toenemende verzet georganiseerde arbeidersklasse
Ontstaan vakbonden en coöperaties + ontwikkeling sociaal
overleg
o Primaire versus secundaire economie
Verschuiving economische productie en macht primaire
economie naar secundaire economie
Landbouw raakt in verval = minder inkomen voor
mensen
Bevolking trekt naar industriële centra waar
arbeidersklasse snel aangroeit
o België = minder
Onderwijs
o Jaren 1960 ‘stille’ omwenteling
o Meer meisjes, jongeren, allochtonen = langer naar school
= nieuw soort middenklasse die gestudeerd had
Mentaliteit verandert
, Verzet tegen lager opgeleide en oudere ouders
= leerplicht tot 18 jaar -> opleidingen hoger onderwijs
groeien
o Nieuwe sociaal-culturele breuklijn
= waarden, normen en ethiek
Nieuw-links versus nieuw-rechts
Nieuw-links = vertrouwensvol mensbeeld,
postmaterialistische waarden, democratische, open
opvatting over samenleving
Nieuw-rechts = negatief mensbeeld,
materialistische waarden en een autoritaire
opvatting over de samenleving
1.2. Breuklijnen en politieke stromingen in België
Partijen ontstaan op uiteinden breuklijnen -> 3 klassieke
breuklijnen
o Levensbeschouwelijk -> gelovigen versus vrijzinnigen
o Communautair -> tussen taalgemeenschappen
o Sociaaleconomisch -> werkgever versus werknemers
o Later: Sociaal-cultureel -> nieuw-links versus nieuw-rechts
1.2.1. Levensbeschouwelijke breuklijn
Unionisme 1830 = na onafhankelijkheidsverklaring
o België ontstaan uit monsterverbond van kerk en liberale
burgerij tegen NL
o Na periode van samenwerking = uiteenvallen unionisme
Conflicten katholieken-vrijzinnige liberalen
o = over relaties tussen kerk en staat
o ‘Vrijheid van onderwijs’ = eerste spanningen katholieken
en liberalen
Schoolstrijd
Liberalen = gemeenten moeten officiële
scholen kunnen oprichten en godsdienst moet
buiten de muren van de school
Katholieken = vrijheid van onderwijs ->
godsdienst moet gegeven worden
Schoolpact
= gezamenlijk pact voor scholen = oplossing
o Invloed religie in politiek
Vrijzinnigen = tegen aanwezigheid religieuze
symbolen in openbare gebouwen
Liberale vs katholieke partij
o Na dioxinecrisis in 1997
= socialistische & liberale (vrijzinnige) partij aan de
macht
Terugdringen religie naar privésfeer
Toch blijvende spanningen op ethische thema’s
o Vb: euthanasie voor dementerende mensen
, Invloed van nieuwkomers die vanuit (andere) religies ook ethisch
conservatief denken
o Voorbeeld vandaag: Abortuswet
Uitbreiding abortuswet?
o Nu: abortus tot 12 weken zwangerschap +
verplicht 6 dagen bedenktijd.
o Europa: van verboden (Malta) tot 24 weken
(Nederland)
o Voorstel experten: 18 weken en geen
bedenktijd
o Standpunten <>:
CD&V: max 14 weken en 48u bedenktijd
Open VLD: 18 weken, geen bedenktijd,
recht op abortus in de grondwet
1.2.2. Sociaal-economische breuklijn
Industriële revolutie > uitbuiting en sociale ellende
Socialistische organisaties > Belgische Werklieden
Partij
o Organiseerde zich in de industriële centra om belangen
arbeiders te verdedigen
Vakbonden, mutualiteiten, coöperatieve organisaties
Vb: vooruit -> goedkoop eten, dansen, toneel
Vb: vrijdagsmarkt -> grootwarenhuis socialisten met
bonnetjes
Reactie Kerk
o Eerst defensief en krampachtig
ze mochten zelf geen vakbonden oprichten (centrale
macht in Vaticaan)
o Later met toelating Rerum Novarum: Christelijke
Arbeidersbeweging
= sociale bewegingen
Algemeen stemrecht na WO I: doorbraak BWP
o Samenwerking katholieke en liberale vakbonden voor
algemeen stemrecht
Na WO II:
o Opbouw welvaartstaat + sociaaleconomisch overlegmodel
Door samenwerking katholieken en liberalen
Belgische socialistische partij &
christendemocraten
o Temmen van het conflict in het sociaal overleg tussen
werkgevers en werknemers
Maar door moeilijke economische toestand
o Sociaal overleg loopt steeds moeizamer: minder
compromis
Langer duren traditionele sociaaleconomische links-
rechts tegenstelling
o Mondialisering + druk op arbeid
1. Breuklijnen en politieke stromingen
Transformaties en breuklijnen in de westerse wereld
Breuklijnen en politieke stromingen in België
Breuklijnen vervagen
1.1. Transformaties en breuklijnen in de westerse wereld
Langdurige, geïnstitutionaliseerde vormen van conflict
Uiteinde breuklijn = partijen
Revoluties Breuklijnen Breuklijnen in
Belgische context
Politieke revolutie Scheiding kerk & staat 1 levensbeschouwelijk
-> periferie vs centrum 2 communautair
Economische revolutie Arbeid vs Kapitaal 3 sociaaleconomisch
-> Primaire vs (niet van toepassing)
secundaire economie
Onderwijs revolutie Nieuw links vs nieuw- 4 sociaal-culturele
rechts breuklijn
Politieke
o Vorming nationale staten = eenmaking territorium & vestiging
centraal gezag
o Oorsprong = twee breuklijnen
Kerk versus staat
Moderne staten niet langer gelegitimeerd vanuit
religieuze argumenten -> wel soevereiniteit van het
volk en op een grondwet
Kerk verliest politieke en culturele macht
Periferie versus centrum
Conflict nationale en regionale belangen -> behoud
eigen taal en cultuur + tegen macht centrale staat
Economisch = industriële
o Arbeiders versus kapitaal (= mensen die dingen realiseren)
Toenemende verzet georganiseerde arbeidersklasse
Ontstaan vakbonden en coöperaties + ontwikkeling sociaal
overleg
o Primaire versus secundaire economie
Verschuiving economische productie en macht primaire
economie naar secundaire economie
Landbouw raakt in verval = minder inkomen voor
mensen
Bevolking trekt naar industriële centra waar
arbeidersklasse snel aangroeit
o België = minder
Onderwijs
o Jaren 1960 ‘stille’ omwenteling
o Meer meisjes, jongeren, allochtonen = langer naar school
= nieuw soort middenklasse die gestudeerd had
Mentaliteit verandert
, Verzet tegen lager opgeleide en oudere ouders
= leerplicht tot 18 jaar -> opleidingen hoger onderwijs
groeien
o Nieuwe sociaal-culturele breuklijn
= waarden, normen en ethiek
Nieuw-links versus nieuw-rechts
Nieuw-links = vertrouwensvol mensbeeld,
postmaterialistische waarden, democratische, open
opvatting over samenleving
Nieuw-rechts = negatief mensbeeld,
materialistische waarden en een autoritaire
opvatting over de samenleving
1.2. Breuklijnen en politieke stromingen in België
Partijen ontstaan op uiteinden breuklijnen -> 3 klassieke
breuklijnen
o Levensbeschouwelijk -> gelovigen versus vrijzinnigen
o Communautair -> tussen taalgemeenschappen
o Sociaaleconomisch -> werkgever versus werknemers
o Later: Sociaal-cultureel -> nieuw-links versus nieuw-rechts
1.2.1. Levensbeschouwelijke breuklijn
Unionisme 1830 = na onafhankelijkheidsverklaring
o België ontstaan uit monsterverbond van kerk en liberale
burgerij tegen NL
o Na periode van samenwerking = uiteenvallen unionisme
Conflicten katholieken-vrijzinnige liberalen
o = over relaties tussen kerk en staat
o ‘Vrijheid van onderwijs’ = eerste spanningen katholieken
en liberalen
Schoolstrijd
Liberalen = gemeenten moeten officiële
scholen kunnen oprichten en godsdienst moet
buiten de muren van de school
Katholieken = vrijheid van onderwijs ->
godsdienst moet gegeven worden
Schoolpact
= gezamenlijk pact voor scholen = oplossing
o Invloed religie in politiek
Vrijzinnigen = tegen aanwezigheid religieuze
symbolen in openbare gebouwen
Liberale vs katholieke partij
o Na dioxinecrisis in 1997
= socialistische & liberale (vrijzinnige) partij aan de
macht
Terugdringen religie naar privésfeer
Toch blijvende spanningen op ethische thema’s
o Vb: euthanasie voor dementerende mensen
, Invloed van nieuwkomers die vanuit (andere) religies ook ethisch
conservatief denken
o Voorbeeld vandaag: Abortuswet
Uitbreiding abortuswet?
o Nu: abortus tot 12 weken zwangerschap +
verplicht 6 dagen bedenktijd.
o Europa: van verboden (Malta) tot 24 weken
(Nederland)
o Voorstel experten: 18 weken en geen
bedenktijd
o Standpunten <>:
CD&V: max 14 weken en 48u bedenktijd
Open VLD: 18 weken, geen bedenktijd,
recht op abortus in de grondwet
1.2.2. Sociaal-economische breuklijn
Industriële revolutie > uitbuiting en sociale ellende
Socialistische organisaties > Belgische Werklieden
Partij
o Organiseerde zich in de industriële centra om belangen
arbeiders te verdedigen
Vakbonden, mutualiteiten, coöperatieve organisaties
Vb: vooruit -> goedkoop eten, dansen, toneel
Vb: vrijdagsmarkt -> grootwarenhuis socialisten met
bonnetjes
Reactie Kerk
o Eerst defensief en krampachtig
ze mochten zelf geen vakbonden oprichten (centrale
macht in Vaticaan)
o Later met toelating Rerum Novarum: Christelijke
Arbeidersbeweging
= sociale bewegingen
Algemeen stemrecht na WO I: doorbraak BWP
o Samenwerking katholieke en liberale vakbonden voor
algemeen stemrecht
Na WO II:
o Opbouw welvaartstaat + sociaaleconomisch overlegmodel
Door samenwerking katholieken en liberalen
Belgische socialistische partij &
christendemocraten
o Temmen van het conflict in het sociaal overleg tussen
werkgevers en werknemers
Maar door moeilijke economische toestand
o Sociaal overleg loopt steeds moeizamer: minder
compromis
Langer duren traditionele sociaaleconomische links-
rechts tegenstelling
o Mondialisering + druk op arbeid