Hannah Vrambout
Welzijn en criminologie
Welzijnszorg = antwoord v/d omgeving op de noodsituatie v/e individu
- Noodsituatie: een breuk tussen iemands noden en hun capaciteiten / vermogen
- Omgeving: gezin en familie, lokale netwerk, private voorziening of overheid
- Breuk: variabel doorheen de tijd, volgens sociale klasse, cultuur,… met andere
woorden bestaan er meerdere en veranderlijke definities v/ noden en welzijn (bv.
kinderopvang)
à Alle diensten en voorzieningen die mensen met noden/problemen hulp aanbieden om een
optimaal welzijn v/h individu te bekomen
à Welzijnswerk: correctieve functie in samenleving
Criminologische relevantie aandacht voor welzijn:
1. Criminaliteit als sociaal probleem
- Schade aan personen en gemeenschappen (sociale cohesie, ontwikkeling,
ontwrichting)
- Veiligheid en welzijn v/d samenleving
- Economische kosten
- Maatschappelijke ongelijkheid (als criminogeen en als sociaal schadelijk)
- Maatschappelijke reactie en stigmatisering: overmatige nadruk op strafrechtelijke
oplossingen en gebrek aan rehabilitatiemogelijkheden kunnen bijdragen aan een
vicieuze cirkel van criminaliteit
2. Sociale criminaliteitspreventie
- Aanpakken kernoorzaken criminaliteit door bv:
• Investering in individuen, gezinnen, buurt, samenleven
• Aanpakken armoede, werkloosheid, slechte huisvesting, gebrek
sociale/opleidings- en ontspanningskansen
- Relatie preventie- en veiligheidsdenken en welzijnsdenken
3. Forensisch welzijnswerk
- Forensisch: “in het kader van het strafrecht”
- Doelgroep: specifiek vr (potentiële) daders en/of slachtoffers + mensen in contact met
justitie
- Door: algemene maatschappelijke hulp- en dienstverlening + categoriaal (= specifiek
vr daders/slachtoffers)
1) De verzorgingsstaat
Welvaartsstaat: legt de nadruk op het bevorderen v/d economische groei (welvaart)
à Stimuleren v/ werkgelegenheid, eco groei en lonen
Verzorgingsstaat: staat gaat actief proberen het welzijn v/d bevolking dmv een sociaal
vangnet, om zo de sociaal eco ongelijkheid te proberen verlagen (legt de nadruk op het bieden
v/ zorg).
à Sociale voorzieningen
à De staat wordt actief betrokken
Verzorgingsstaat = maatschappijvorm waarbij overheidszorg zich garant stelt vr het
collectieve sociale welzijn v/ burgers.
1
,à Overheid niet enkel beschermer v/ burgerlijke en politieke rechten (= l’Etat Gendarme), mr
ook actief vormgever v/ maatschappelijk leven (= l’Etat Protecteur)
Verzorgingsstaat:
- Overheidstussenkomst gericht op vermindering v/d marktafh (decommodificatie)
- Compromis tussen vrije markt en collectivistisch stelsel
- Vrije markt en collectivistisch stelsel zijn uitersten v/ elkaar.
à De verzorgingsstaat is een compromis en ligt hier tussen
- Correctie v/d verdeling v/ maatschappelijke goederen via sociaal beleid
- Steunt op solidariteitsprincipe
- Ordehandhaving en arbeidsmarktregulering
Decommodificatie: proces waarbij bep goederen/diensten buiten markteco worden geplaatst,
waardoor ze minder afh worden v/ winst maken en meer toegankelijk vr iedereen.
Vrije markt: het idee dat er geen overheidsbemoeiers zijn + dat bedrijven en consumenten hun
eigen beslissingen maken over wat ze kopen en verkopen (vraag en aanbod).
Solidariteitsprincipe: het idee v/ onderlinge steun en verbondenheid binnen een samenleving.
De origines v/d verzorgingsstaat
Van verticale zorgarrangementen:
- Feodale periode (patroon-cliënt relatie)
- Caritas (kerkelijke liefdadigheid, uitdrukking liefde voor god)
= Middeleeuwse origines van de Europese verzorgingsstaat
Naar meer horizontale zorg, onder hoede overheid:
- Zorgarrangementen voor bredere lagen v/d bevolking
à Bv: armensteun dr stedelijke overheden vanaf 16de eeuw (enkel vr inwoners)
- Naar sociale zekerheid via solidariteit voor hele bevolking
Verandering wordt veroorzaakt dr de industriële revolutie (ubanisatie, nieuwe organisatie v/d
samenleving)!
Solidariteit (19de eeuw, Frankrijk)
Solidariteit: verwijst nr wederzijdse verplichting ’in solidum’ (Romeinse juridische notie)
à Wordt sociaal en politiek concept
à In solidum: contractuele term (snel v/ juridische nr sociale context)
Solidariteit = wederkerige relatie en wordt geassocieerd met de sociale cohesie die ons bij
elkaar houdt in de maatschappij (tot een geheel behoren).
• Reactie op de bezorgdheid over de individualiserende krachten v/d commerciële en
industriële samenleving + de verzwakking v/ oude sociale banden
Van mechanische nr organische solidariteit (Emile Durkheim):
- Mechanische solidariteit: bestaat in de feodale agrarische samenleving (pre modern).
à Heel sterk collectief bewustzijn (bv: dezelfde jobs)
- Organische solidariteit: ontstaat dr industrialisering in de moderne samenleving.
à Aparte individuen en niet als geheel functioneren (onderlinge onafhankelijkheid)
2
,Veronderstelt:
- Wederkerige relatie tussen mensen/groepen
- Samenhorigheid en steun
- Verantwoordelijkheid voor anderen
- Op basis van lidmaatschap (lid zijn v/d samenleving)
Variaties:
- Omvattend (=helpen v/ mensen ongeacht de oorzaak) of
specifiek (=veel voorwaarden op helpen v/ mensen)
- Macro (=verantwoordelijkheid over mensen/groep) of micro
- Diachroon (=solidariteit op versch momenten in tijd) of synchronon
- Persoonlijk of onpersoonlijk
- Spontaan of gedwongen (bv: belastingen)
Netwerken van solidariteit:
- Familiaal
- Tussen lotgenoten
- Groepsverbondenheid (subjectief belangengemeenschap)
- Gemeenschap (gemeenschapp geschiedenis als premisse)
- Collectief, socio-politiek verband
- Humanistische solidariteit
Solidariteit en sociale zekerheid
• Pechnotie: iedereen kan pech hebben of iets maken à garantie
• (On)verantwoordelijkheid: politiek-ideologisch continuüm
à Bv: is armoede een persoonlijke of maatschappelijke verantwoordelijkheid?
• Versch onderliggende gedachten: eco denken, risicobeheersing, wederkerigheid,
samenhorigheid, menswaardigheid, …
• Rechten, plichten, verantwoordelijkheden, voorwaardelijkheid
• Voorwaardelijkheid komt vaak nr voren als het aankomt op discussies over solidariteit
met mensen die strafbare feiten plegen (
à Symbolische positionering buiten de maatschappij
Industriële revolutie (start 1760)
Verzorgingsstaat ontstaat als correctief mechanisme: beschermen tegen de willekeur v/d
markt, de middelen die er zijn herverdelen, antwoord op noden v/d bevolking.
à Staat begint een prominente rol te spelen in het waarborgen v/ welzijn
à Gebouwd op het principe van solidariteit
IR: Overgang v/ handmatig nr machinaal (heel productieproces verandert de norm)
à Industrialisering, stoommachine, schepen, locomotieven, kolen en staal, wegen, …
Verandering op vlak v/ arbeidsdeling: meer machines, dus minder functies waardoor mensen
nr de steden trekken op zoek naar werk (ook vrouwen en kinderen gaan aan het werk).
= urbanisatie
Arbeidsomstandigheden worden zwaarder en gevaarlijker
à Gezondheidszorg krijgt meer aandacht
Welzijn: van gunst nr recht
3
, Welzijnszorg evolueert van gunst naar recht vr mensen onder invloed v/ maatschapp
veranderingen filosofische ideeën.
18de eeuw: franse verlichtingsfilosofen
- Sociaal contract (Rousseau): bescherming individuele rechten en vrijheden
- Stilzwijgende overeenkomst door bevolking, zodat de belangen v/ individuen op een
redelijke wijze worden gewaarborgd dr de regeerders
- Mensen geven aantal vrijheden af in ruil voor bescherming en veiligheid
- Sociale cohesie tussen regering en bevolking
- De regering is gebaseerd op de algemene wil v/d bevoling en is niet langer alleen dr
macht gelegitimeerd
- Onderliggend idee: armoede ligt aan het feit dat de maatschappij niet goed
georganiseerd is
19de eeuw: opkomst burgerlijk denken
- Sociale kwestie: vanaf 1890 eerste vormen v/ sociale bescherming via de wet
à Bv. ziekenfondsen, pensioenen, arbeids-, ongevallen- en werkloosheidstoelagen
- Kwestbare mensen vallen zo uit de boot en hebben geen ondersteuning
- Rol v/ burgerlijk denken: het idee dat iedereen kan meedraaien, als men hard genoeg
werkt, kan men alles bereiken
- Kritiek v/ sociale hervormers: gaan zich vragen stellen over die sociale ongelijkheid
- Kritiek v/ rijkere klassen: groepvorming v/d arbeiders zou een bedreiging kunnen zijn
- Eerste vormen in wetteksten (1980): pensioen, werkloosheid, ziektekostenverzekering
Na WOI: luidere roep om sociale voorzieningen + uitbreiding arbeidsrechten
- Wet openbare onderstand (1925): recht op bijstand vr het eerst verankerd
à Regelde organisatie v/d openbare armenzorg en voorziet de basisbehoeften vr
mensen die zonder middelen vallen
1930: materiële grondslagen verzorgingsstaat
- Politiek-eco v/ John Keynes (Keynesiaanse eco): grote depressie op eco vlak jaren ‘30
- Idee Keynes: overheid moet geld investeren in economie om die erboven te krijgen
à NIET sparen, maar uitgeven
- Economie zou verbeteren als werklozen een inkomstengarantie
- Staat moet de taak op zich nemen zodat de goederen eerlijk verdeeld worden
- Verzorginsstaat: sociale rechtvaardigheid, rechtvaardige inkomensverdeling en de
verdeling v/ andere sociale goederen
Sociale rechtvaardigheid: de verdeling v/ inkomen en daarvan afgeleide schaarse goederen
mag niet door willekeur tot stand komen
4
Welzijn en criminologie
Welzijnszorg = antwoord v/d omgeving op de noodsituatie v/e individu
- Noodsituatie: een breuk tussen iemands noden en hun capaciteiten / vermogen
- Omgeving: gezin en familie, lokale netwerk, private voorziening of overheid
- Breuk: variabel doorheen de tijd, volgens sociale klasse, cultuur,… met andere
woorden bestaan er meerdere en veranderlijke definities v/ noden en welzijn (bv.
kinderopvang)
à Alle diensten en voorzieningen die mensen met noden/problemen hulp aanbieden om een
optimaal welzijn v/h individu te bekomen
à Welzijnswerk: correctieve functie in samenleving
Criminologische relevantie aandacht voor welzijn:
1. Criminaliteit als sociaal probleem
- Schade aan personen en gemeenschappen (sociale cohesie, ontwikkeling,
ontwrichting)
- Veiligheid en welzijn v/d samenleving
- Economische kosten
- Maatschappelijke ongelijkheid (als criminogeen en als sociaal schadelijk)
- Maatschappelijke reactie en stigmatisering: overmatige nadruk op strafrechtelijke
oplossingen en gebrek aan rehabilitatiemogelijkheden kunnen bijdragen aan een
vicieuze cirkel van criminaliteit
2. Sociale criminaliteitspreventie
- Aanpakken kernoorzaken criminaliteit door bv:
• Investering in individuen, gezinnen, buurt, samenleven
• Aanpakken armoede, werkloosheid, slechte huisvesting, gebrek
sociale/opleidings- en ontspanningskansen
- Relatie preventie- en veiligheidsdenken en welzijnsdenken
3. Forensisch welzijnswerk
- Forensisch: “in het kader van het strafrecht”
- Doelgroep: specifiek vr (potentiële) daders en/of slachtoffers + mensen in contact met
justitie
- Door: algemene maatschappelijke hulp- en dienstverlening + categoriaal (= specifiek
vr daders/slachtoffers)
1) De verzorgingsstaat
Welvaartsstaat: legt de nadruk op het bevorderen v/d economische groei (welvaart)
à Stimuleren v/ werkgelegenheid, eco groei en lonen
Verzorgingsstaat: staat gaat actief proberen het welzijn v/d bevolking dmv een sociaal
vangnet, om zo de sociaal eco ongelijkheid te proberen verlagen (legt de nadruk op het bieden
v/ zorg).
à Sociale voorzieningen
à De staat wordt actief betrokken
Verzorgingsstaat = maatschappijvorm waarbij overheidszorg zich garant stelt vr het
collectieve sociale welzijn v/ burgers.
1
,à Overheid niet enkel beschermer v/ burgerlijke en politieke rechten (= l’Etat Gendarme), mr
ook actief vormgever v/ maatschappelijk leven (= l’Etat Protecteur)
Verzorgingsstaat:
- Overheidstussenkomst gericht op vermindering v/d marktafh (decommodificatie)
- Compromis tussen vrije markt en collectivistisch stelsel
- Vrije markt en collectivistisch stelsel zijn uitersten v/ elkaar.
à De verzorgingsstaat is een compromis en ligt hier tussen
- Correctie v/d verdeling v/ maatschappelijke goederen via sociaal beleid
- Steunt op solidariteitsprincipe
- Ordehandhaving en arbeidsmarktregulering
Decommodificatie: proces waarbij bep goederen/diensten buiten markteco worden geplaatst,
waardoor ze minder afh worden v/ winst maken en meer toegankelijk vr iedereen.
Vrije markt: het idee dat er geen overheidsbemoeiers zijn + dat bedrijven en consumenten hun
eigen beslissingen maken over wat ze kopen en verkopen (vraag en aanbod).
Solidariteitsprincipe: het idee v/ onderlinge steun en verbondenheid binnen een samenleving.
De origines v/d verzorgingsstaat
Van verticale zorgarrangementen:
- Feodale periode (patroon-cliënt relatie)
- Caritas (kerkelijke liefdadigheid, uitdrukking liefde voor god)
= Middeleeuwse origines van de Europese verzorgingsstaat
Naar meer horizontale zorg, onder hoede overheid:
- Zorgarrangementen voor bredere lagen v/d bevolking
à Bv: armensteun dr stedelijke overheden vanaf 16de eeuw (enkel vr inwoners)
- Naar sociale zekerheid via solidariteit voor hele bevolking
Verandering wordt veroorzaakt dr de industriële revolutie (ubanisatie, nieuwe organisatie v/d
samenleving)!
Solidariteit (19de eeuw, Frankrijk)
Solidariteit: verwijst nr wederzijdse verplichting ’in solidum’ (Romeinse juridische notie)
à Wordt sociaal en politiek concept
à In solidum: contractuele term (snel v/ juridische nr sociale context)
Solidariteit = wederkerige relatie en wordt geassocieerd met de sociale cohesie die ons bij
elkaar houdt in de maatschappij (tot een geheel behoren).
• Reactie op de bezorgdheid over de individualiserende krachten v/d commerciële en
industriële samenleving + de verzwakking v/ oude sociale banden
Van mechanische nr organische solidariteit (Emile Durkheim):
- Mechanische solidariteit: bestaat in de feodale agrarische samenleving (pre modern).
à Heel sterk collectief bewustzijn (bv: dezelfde jobs)
- Organische solidariteit: ontstaat dr industrialisering in de moderne samenleving.
à Aparte individuen en niet als geheel functioneren (onderlinge onafhankelijkheid)
2
,Veronderstelt:
- Wederkerige relatie tussen mensen/groepen
- Samenhorigheid en steun
- Verantwoordelijkheid voor anderen
- Op basis van lidmaatschap (lid zijn v/d samenleving)
Variaties:
- Omvattend (=helpen v/ mensen ongeacht de oorzaak) of
specifiek (=veel voorwaarden op helpen v/ mensen)
- Macro (=verantwoordelijkheid over mensen/groep) of micro
- Diachroon (=solidariteit op versch momenten in tijd) of synchronon
- Persoonlijk of onpersoonlijk
- Spontaan of gedwongen (bv: belastingen)
Netwerken van solidariteit:
- Familiaal
- Tussen lotgenoten
- Groepsverbondenheid (subjectief belangengemeenschap)
- Gemeenschap (gemeenschapp geschiedenis als premisse)
- Collectief, socio-politiek verband
- Humanistische solidariteit
Solidariteit en sociale zekerheid
• Pechnotie: iedereen kan pech hebben of iets maken à garantie
• (On)verantwoordelijkheid: politiek-ideologisch continuüm
à Bv: is armoede een persoonlijke of maatschappelijke verantwoordelijkheid?
• Versch onderliggende gedachten: eco denken, risicobeheersing, wederkerigheid,
samenhorigheid, menswaardigheid, …
• Rechten, plichten, verantwoordelijkheden, voorwaardelijkheid
• Voorwaardelijkheid komt vaak nr voren als het aankomt op discussies over solidariteit
met mensen die strafbare feiten plegen (
à Symbolische positionering buiten de maatschappij
Industriële revolutie (start 1760)
Verzorgingsstaat ontstaat als correctief mechanisme: beschermen tegen de willekeur v/d
markt, de middelen die er zijn herverdelen, antwoord op noden v/d bevolking.
à Staat begint een prominente rol te spelen in het waarborgen v/ welzijn
à Gebouwd op het principe van solidariteit
IR: Overgang v/ handmatig nr machinaal (heel productieproces verandert de norm)
à Industrialisering, stoommachine, schepen, locomotieven, kolen en staal, wegen, …
Verandering op vlak v/ arbeidsdeling: meer machines, dus minder functies waardoor mensen
nr de steden trekken op zoek naar werk (ook vrouwen en kinderen gaan aan het werk).
= urbanisatie
Arbeidsomstandigheden worden zwaarder en gevaarlijker
à Gezondheidszorg krijgt meer aandacht
Welzijn: van gunst nr recht
3
, Welzijnszorg evolueert van gunst naar recht vr mensen onder invloed v/ maatschapp
veranderingen filosofische ideeën.
18de eeuw: franse verlichtingsfilosofen
- Sociaal contract (Rousseau): bescherming individuele rechten en vrijheden
- Stilzwijgende overeenkomst door bevolking, zodat de belangen v/ individuen op een
redelijke wijze worden gewaarborgd dr de regeerders
- Mensen geven aantal vrijheden af in ruil voor bescherming en veiligheid
- Sociale cohesie tussen regering en bevolking
- De regering is gebaseerd op de algemene wil v/d bevoling en is niet langer alleen dr
macht gelegitimeerd
- Onderliggend idee: armoede ligt aan het feit dat de maatschappij niet goed
georganiseerd is
19de eeuw: opkomst burgerlijk denken
- Sociale kwestie: vanaf 1890 eerste vormen v/ sociale bescherming via de wet
à Bv. ziekenfondsen, pensioenen, arbeids-, ongevallen- en werkloosheidstoelagen
- Kwestbare mensen vallen zo uit de boot en hebben geen ondersteuning
- Rol v/ burgerlijk denken: het idee dat iedereen kan meedraaien, als men hard genoeg
werkt, kan men alles bereiken
- Kritiek v/ sociale hervormers: gaan zich vragen stellen over die sociale ongelijkheid
- Kritiek v/ rijkere klassen: groepvorming v/d arbeiders zou een bedreiging kunnen zijn
- Eerste vormen in wetteksten (1980): pensioen, werkloosheid, ziektekostenverzekering
Na WOI: luidere roep om sociale voorzieningen + uitbreiding arbeidsrechten
- Wet openbare onderstand (1925): recht op bijstand vr het eerst verankerd
à Regelde organisatie v/d openbare armenzorg en voorziet de basisbehoeften vr
mensen die zonder middelen vallen
1930: materiële grondslagen verzorgingsstaat
- Politiek-eco v/ John Keynes (Keynesiaanse eco): grote depressie op eco vlak jaren ‘30
- Idee Keynes: overheid moet geld investeren in economie om die erboven te krijgen
à NIET sparen, maar uitgeven
- Economie zou verbeteren als werklozen een inkomstengarantie
- Staat moet de taak op zich nemen zodat de goederen eerlijk verdeeld worden
- Verzorginsstaat: sociale rechtvaardigheid, rechtvaardige inkomensverdeling en de
verdeling v/ andere sociale goederen
Sociale rechtvaardigheid: de verdeling v/ inkomen en daarvan afgeleide schaarse goederen
mag niet door willekeur tot stand komen
4