Historische reflectie: H4 Deel 3: dekolonisatie golven
1. Niks
2. Niks
3. Dekolonisatiegolven
a. Frantz Fanon = roept op om de verzetting tegen eeuwenlange
Europese overheersing van de wereld
b. Harold Macmillan (Britse eerste minister)
i. De wind van verandering waait door dit (Afrikaanse)
continent. Of (de Britten) het nu leuk vinden of niet,
deze groei van nationaal bewustzijn is een politiek feit
(Harold Macmillan, 1960)
1. Deze woorden kregen tegenover de
vertegenwoordigers van het apartheidsregime een
bijzondere betekenis proces van dekolonisering
is niet tegen te houden
2. Nieuwe tijdperk
c. Fanon & Macmillan = gevoel vertolkte na WO2 koloniale
verhoudingen in vraag werden gesteld
i. Woord ‘dekolonisatie al gebruikt pas 1960 echt
d. Databank die op een systematische manier gegevens
verzameld over dekolonisatie
i. 15e eeuw tot vandaag
1. 16de eeuw Spanje en Portugal deelden de wereld in
2
2. Nederland erna in gouden eeuw
3. Frankrijk uiteindelijk grote kolonisator
e. 3 redenen om te koloniseren
i. Grondstoffen en afzetmarkten creëren
ii. Prestige
iii. “overtollige bevolking weg krijgen”
1. België enkel in geslaagd om Congo als eigendom
te hebben
f. Dekolonisatie gebeurt in verschillende golven!
i. Eerste golf (1776-Jaren 1820)
, 1. Uitbouw van de Nieuwe Wereld (voor het westen)
2. Verdwijnen van de Britse, Spaanse, Portugese en
Franse kolonies op het Amerikaanse continent en
de Caraïben
a. Amerikaanse revolutie = Britse kolonie
b. Haïtiaanse revolutie = opstand tegen Franse
bewind
i. Slaven nemen wapens tegen
Europeanen
c. Onafhankelijkheid Brazilië
3. De verschillende kolonisatiegolven zijn te
koppelen aan wat er in Europa gebeurt. We zien
spanningen tussen Europese grootmachten.
ii. Tweede golf (1917- Jaren 1920)
1. Ontmanteling van Europese rijken (verliezers van
de oorlog worden ontmanteld)
2. Verliezers?
a. Duitse keizerrijk
b. Hongaars keizerrijk
c. Ottomaanserijk = verkeerde kant gekozen
d. Russische imperium = grote delen grond
afstaan
i. tijdens en na WO1
3. Ontmanteling van wat we hegemonieën noemen
a. Uiteenvallen van grote imperia tot een
conglomeraat van kleinere
iii. Derde golf (1945-Jaren 1970)
1. Onafhankelijkheid van kolonie in Azië en Afrika
a. Onmiddellijk na WOII: Britse, Franse en
Nederlandse kolonies
b. Vroege jaren1950-late jaren 1960: Britse en
Franse kolonies
c. jaren 1970: Portugese kolonies
1. Niks
2. Niks
3. Dekolonisatiegolven
a. Frantz Fanon = roept op om de verzetting tegen eeuwenlange
Europese overheersing van de wereld
b. Harold Macmillan (Britse eerste minister)
i. De wind van verandering waait door dit (Afrikaanse)
continent. Of (de Britten) het nu leuk vinden of niet,
deze groei van nationaal bewustzijn is een politiek feit
(Harold Macmillan, 1960)
1. Deze woorden kregen tegenover de
vertegenwoordigers van het apartheidsregime een
bijzondere betekenis proces van dekolonisering
is niet tegen te houden
2. Nieuwe tijdperk
c. Fanon & Macmillan = gevoel vertolkte na WO2 koloniale
verhoudingen in vraag werden gesteld
i. Woord ‘dekolonisatie al gebruikt pas 1960 echt
d. Databank die op een systematische manier gegevens
verzameld over dekolonisatie
i. 15e eeuw tot vandaag
1. 16de eeuw Spanje en Portugal deelden de wereld in
2
2. Nederland erna in gouden eeuw
3. Frankrijk uiteindelijk grote kolonisator
e. 3 redenen om te koloniseren
i. Grondstoffen en afzetmarkten creëren
ii. Prestige
iii. “overtollige bevolking weg krijgen”
1. België enkel in geslaagd om Congo als eigendom
te hebben
f. Dekolonisatie gebeurt in verschillende golven!
i. Eerste golf (1776-Jaren 1820)
, 1. Uitbouw van de Nieuwe Wereld (voor het westen)
2. Verdwijnen van de Britse, Spaanse, Portugese en
Franse kolonies op het Amerikaanse continent en
de Caraïben
a. Amerikaanse revolutie = Britse kolonie
b. Haïtiaanse revolutie = opstand tegen Franse
bewind
i. Slaven nemen wapens tegen
Europeanen
c. Onafhankelijkheid Brazilië
3. De verschillende kolonisatiegolven zijn te
koppelen aan wat er in Europa gebeurt. We zien
spanningen tussen Europese grootmachten.
ii. Tweede golf (1917- Jaren 1920)
1. Ontmanteling van Europese rijken (verliezers van
de oorlog worden ontmanteld)
2. Verliezers?
a. Duitse keizerrijk
b. Hongaars keizerrijk
c. Ottomaanserijk = verkeerde kant gekozen
d. Russische imperium = grote delen grond
afstaan
i. tijdens en na WO1
3. Ontmanteling van wat we hegemonieën noemen
a. Uiteenvallen van grote imperia tot een
conglomeraat van kleinere
iii. Derde golf (1945-Jaren 1970)
1. Onafhankelijkheid van kolonie in Azië en Afrika
a. Onmiddellijk na WOII: Britse, Franse en
Nederlandse kolonies
b. Vroege jaren1950-late jaren 1960: Britse en
Franse kolonies
c. jaren 1970: Portugese kolonies