Historische reflectie samenvatting H5
- Einde 18e eeuw = vragen bij terugkerende karakter crisissen
- 19e eeuw = aandacht theorievorming ritme, regelmaat en cycli
- 20e eeuw = mathematische benadering lange golven
o Invloedrijke modellen = Nikolaj Kondratieff
o Meta-analyse = 71 sociaaleconomische Cyclusmodellen
verdeelt over clusters
Korte termijn (8 jaar)
Middellang termijn (21 of 32 jaar)
Lange termijn (55 jaar)
belangstelling lange golfbewegingen in tijden
van crisis, aandacht weg wanneer economisch
goed
- Goldstein: einde 1970 kreeg het golvenmodel vooral in de
voormalige SU een hernieuwde belangstelling
1. Een monster van loch ness?
a. Tapia: kanttekeningen bij berekeningen van cyclische modellen
i. Wees op de veel inconsistenties
ii. Beschouwde de lange golven als ‘de theepot van Russel’
1. Redenering om religies te ontmaskeren als een
stelling bevestigt noch weerlegd kan worden, maar
wel voortdurend wordt herhaald en erkend, gaan
mensen er geloof aan hechten
a. ‘wie iets beweert, moet daar ook de bewijzen
voor kunnen aandragen’
b. Louca: ‘statistische breinbreker’
, i. Elke golf beïnvloed door een specifieke sociale, politieke
en economische context
1. Eigen karakter toch bleven oorzaken van
structurele verandering wel degelijk terugkeren
c. Kondratieff: door het bestaan van lange golven te poneren en
te ontkennen dat ze ontstaan door willekeurige oorzaken, we
ook van mening zijn dat de lange golven ontstaan door
oorzaken die inherent zijn aan het wezen van de
kapitalistische economie
2. K-Golven
a. Kondratieff: fluctuaties in de wijze waarop economie zich op
lange termijn ontwikkelde
i. Lange golf = eerst een opwaartse en dan een
neerwaartse beweging
b. Schumpeter: verdere uitwerking
i. A-fase: groei (= lente) & bloei (= zomer)
ii. B-fase: recessie(= herfst) & depressie (=winter)
c. seizoenen = eigenschappen van elke fase te accentueren
i. Winter: moeilijkste periode MAAR creativiteit en ontstaan
nieuwe ideeën
1. Overleven: alternatieve denkpistes & risico’s
genomen
ii. Lente: alleen de sterksten overleven na de winter
opleving
1. Enthousiasme en hoopvolle vooruitzichten, hard
werken + investeren in toepassen en verbeteren
van innovaties
iii. Zomer: hoogconjunctuur
1. Vruchten geplukt van alle voorbereidingen zeker
loomheid
2. Zonder prikkels zakt creativiteit naar een
dieptepunt
iv. Herfst: wet van verminderde meeropbrengsten
1. Rationaliseren + focus verschuift naar efficiëntie
2. Onzekerheid en spanning nemen toe
- Einde 18e eeuw = vragen bij terugkerende karakter crisissen
- 19e eeuw = aandacht theorievorming ritme, regelmaat en cycli
- 20e eeuw = mathematische benadering lange golven
o Invloedrijke modellen = Nikolaj Kondratieff
o Meta-analyse = 71 sociaaleconomische Cyclusmodellen
verdeelt over clusters
Korte termijn (8 jaar)
Middellang termijn (21 of 32 jaar)
Lange termijn (55 jaar)
belangstelling lange golfbewegingen in tijden
van crisis, aandacht weg wanneer economisch
goed
- Goldstein: einde 1970 kreeg het golvenmodel vooral in de
voormalige SU een hernieuwde belangstelling
1. Een monster van loch ness?
a. Tapia: kanttekeningen bij berekeningen van cyclische modellen
i. Wees op de veel inconsistenties
ii. Beschouwde de lange golven als ‘de theepot van Russel’
1. Redenering om religies te ontmaskeren als een
stelling bevestigt noch weerlegd kan worden, maar
wel voortdurend wordt herhaald en erkend, gaan
mensen er geloof aan hechten
a. ‘wie iets beweert, moet daar ook de bewijzen
voor kunnen aandragen’
b. Louca: ‘statistische breinbreker’
, i. Elke golf beïnvloed door een specifieke sociale, politieke
en economische context
1. Eigen karakter toch bleven oorzaken van
structurele verandering wel degelijk terugkeren
c. Kondratieff: door het bestaan van lange golven te poneren en
te ontkennen dat ze ontstaan door willekeurige oorzaken, we
ook van mening zijn dat de lange golven ontstaan door
oorzaken die inherent zijn aan het wezen van de
kapitalistische economie
2. K-Golven
a. Kondratieff: fluctuaties in de wijze waarop economie zich op
lange termijn ontwikkelde
i. Lange golf = eerst een opwaartse en dan een
neerwaartse beweging
b. Schumpeter: verdere uitwerking
i. A-fase: groei (= lente) & bloei (= zomer)
ii. B-fase: recessie(= herfst) & depressie (=winter)
c. seizoenen = eigenschappen van elke fase te accentueren
i. Winter: moeilijkste periode MAAR creativiteit en ontstaan
nieuwe ideeën
1. Overleven: alternatieve denkpistes & risico’s
genomen
ii. Lente: alleen de sterksten overleven na de winter
opleving
1. Enthousiasme en hoopvolle vooruitzichten, hard
werken + investeren in toepassen en verbeteren
van innovaties
iii. Zomer: hoogconjunctuur
1. Vruchten geplukt van alle voorbereidingen zeker
loomheid
2. Zonder prikkels zakt creativiteit naar een
dieptepunt
iv. Herfst: wet van verminderde meeropbrengsten
1. Rationaliseren + focus verschuift naar efficiëntie
2. Onzekerheid en spanning nemen toe