Sociale grondrechten: samenvatting cursus
1. Inleiding sociale grondrechten
1.1. De tweede generatie grondrechten
- Grondrechten = geheel universele rechten die tot doel hebben de
voorwaarden te creëren en te blijven garanderen opdat personen op
een ‘vrije’ maar ook ‘menswaardige’ manier zouden kunnen
functioneren.
o ‘vrije’ = burgerlijke & politieke rechten gewoonlijk
onmiddellijk toepasbaar eerste generatie
Burgerlijke = burger beschermen tegen
onrechtmatigheid overheid
Politieke = burgers laten deelnemen aan staatsgezag
o ‘menswaardig’ = sociale grondrechten economische,
sociale, culturele rechten tweede generatie
- Eerste generatie = onthoudingsplicht van overheid
- Tweede generatie = positieve handelingsplicht van overheid
o = geven invulling of betekenis aan wat een menswaardig
leven zoal kan inhouden
- Art. 23: “ieder heeft het recht een menswaardig leven te leiden”
o Daartoe waarborgen de wet, het decreet of de in artikel 134
bedoelde regel, rekening houdend met de overeenkomstige
plichten, de economische, sociale en culturele rechten,
waarvan ze de voorwaarden voor de uitoefening bepalen. Die
rechten bevatten inzonderheid.
1 recht op arbeid
2 recht op sociale zekerheid
3 recht op huisvesting
4 recht op gezond leefmilieu
5 recht op culturele en maatschappelijke ontplooiing
6 recht op gezinsbijlagen
- Art. 24: recht op onderwijs
- Elementen uit Art 23:
o Daartoe waarborgen de wet, het decreet of de in artikel 134
bedoelde regel diverse wetgevers binnen hun bevoegdheid
die rechten moeten waarborgen
o rekening houdend met de overeenkomstige plichten plicht
tot medewerking van het individu in het verkrijgen van die
sciale grondrechten
o inzonderheid gaat dus om een NIET – uitputtende lijst van
sociale rechten
- Sociale grondrechten = niet zomaar voor de rechter kunnen
afgedwongen worden
, o je kan niet naar de rechter stappen omdat je leven niet
‘menswaardig’ genoeg zou zijn
- Standstillverplichting (van Art 23) = verbiedt dat de bevoegde
wetgever het door de toepasselijke wetgeving geboden
beschermingsniveau aanzienlijk vermindert zonder dat daartoe
redenen van algemeen belang bestaan (= voor de regelgevers
verboden om iets te doen dat tegen de verdere realisatie van de
grondrechten zou ingaan)
o Raad van State = advies uitbrengen over naleving van het
standstillprincipe bij de voorbereiding van wet- en regelgeving
= mogelijke achteruitgang zou betekenen ten opzichte
van eerder vastgestelde sociale rechten
o Wetten gestemd zijn = RVS & Grondwettelijk Hof nog een
belangrijke rol spelen in bewaken van Art 23 en
standstillprincipe
GH = bepalingen uit nieuwe wetten vernietigen die deze
niet respecteren
RVS = bepalingen uit bestuurlijke handelingen
vernietigen die deze niet respecteren
1.2. Internationale mensenrechtenverdragen
- Voor WO2 grondrechtenbescherming = nationaal na WO2
(totalitaire regimes) = niet voldoende
- Universele verklaring van de rechten ven de mens (UVRM): 10 dec
1948
o Algemene vergadering van de verenigde naties = eerbieding
van mensenrechten + vree, veiligheid, ontwikkeling wereldwijd
o 30 fundamentele rechten en vrijheden = geen directe werking
(= burgers niet rechtstreeks kunnen op beroepen voor
de nationale rechter)
o Bindend aan UVRM
Internationaal verdrag inzake burgerrechten en politieke
rechten
Internationale verdrag inzake economische, sociale,
culturele rechten
- Focussen op kwetsbare personen
o Verdrag betreffende de status van vluchtelingen =
vluchtelingen na erkenning een aantal basisrechten
garanderen
o Antiracismeverdrag (1965)
o Vrouwenrechtenverdrag (1979)
o Kinderrechtenverdrag (1989)
o Verdrag inzake rechten van personen met een handicap (2006)
- Regionaal niveau
, o Europees verdrag van de rechten van de mens = beschermt
eerste generatie mensenrechten
= directe werking en kan voor de nationale rechten
afgedwongen worden
- Handvest van de grondrechten van de Europese Unie
o = alle burgerlijke, politieke, economische, sociale rechten van
de Europese burger en alle andere personen die op het
grondgebied van de Unie verblijven
= wel juridisch bindend instrument
1.3. Betekenis voor het sociaal werk
- Globale definitie sociaal werk = handhaven van mensenrechten en
sociale rechtvaardigheid
o Principes verder uitgewerkt in: verklaring van ethische
principes (9 principes)
= “sociaal werkers ondersteunen in hun aspiraties de
hoogste mogelijke standaarden van ethische praktijken
te bereiken, door een proces van voortdurend debat,
zelfreflectie, bereidheid om met ambiguïteiten om te
gaan en zich te engageren in ethisch verantwoorde
besluitvormingsprocessen om zo tot ethische resultaten
te komen”
o Principe 2: mensenrechten bevorderen sociaal werker:
Staat achter fundamentele en onvervreemdbare
mensenrechten
Informeren over hun rechten
Ondersteunen in toegang krijgen tot rechten
Overheid erkennen als sleutelfiguur in verdediging,
bevordering, vervulling van mensenrechten
o Principe 3: bevorderen van sociale rechtvaardigheid
Aanvechting discriminatie & institutionele onderdrukking
Streven naar rechtvaardige toegang tot voorzieningen
en bronnen
Bestrijden onrechtvaardige beleidsmaatregelen
1.4. Situering binnen de welvaartsstaat
- Context onze samenlevingsvorm = welvaarts- of verzorgingsstaat
o Westerse samenlevingsvorm = GEEN definitie/consensus
o = geen statisch gegeven aanpassen aan veranderende
tijdsgeest
o = elke definitie politiek ideologisch onderbouwd
Vb: België, Zweden, Frankrijk = zelfde
samenlevingsmodel
= basis is fundamenteel gelijk MAAR onderlinge
verschillen in concrete organisatie
, = politieke keuzes verantwoordelijk voor
verschillen
o Welvaartstaat = noodzakelijke aanwezigheid van aantal
essentiële kenmerken
= onlosmakelijk verbonden met (sociale)grondrechten
1 rijke, geïndustrialiseerde landen + sterke
ontwikkeling tertiaire economie
2 (sociale)grondrechten binnen wettelijk kader
gewaarborgd
o Geïnstitutionaliseerde rechten =
afdwingbaar
3 alle inwoners minimale vorm van welvaart en
welzijn menswaardig leven
o Materieel = welvaartsaspect
o Immaterieel = welbevinden
4 zorgen voor inwoners = van wieg tot graf
o Samenspel publieke, privé en gesubsidieerde
sector
5 takenpakket overheid: 2 categorieën
o Klassieke = infrastructuur, rechtsprak
o Sociale bescherming
6 “equal but not the same” genieten van gelijke
kansen
7 bijzondere inspanning voor diegenen die het
moeilijker hebben
8 parlementaire democratie goed
functionerende rechtstaat
o Scheiding der machten
9 directe en indirecte vormen van democratie
10 aantrekkelijk economisch (investering)klimaat
o Via belastingen, sociale zekerheidsbijdragen
o Vrijemarkteconomie = duurzame
economische groei
o Streven volledige werkgelegenheid
Hoe groter de werkgelegenheid, hoe
groter de inkomsten en hoe lager de
uitgaven voor de overheid
11 herverdelingsfunctie = sociale correctie
vrijemarkteconomie
o = kerntaak overheid in deze
samenlevingsvorm
o Via:
1. Inleiding sociale grondrechten
1.1. De tweede generatie grondrechten
- Grondrechten = geheel universele rechten die tot doel hebben de
voorwaarden te creëren en te blijven garanderen opdat personen op
een ‘vrije’ maar ook ‘menswaardige’ manier zouden kunnen
functioneren.
o ‘vrije’ = burgerlijke & politieke rechten gewoonlijk
onmiddellijk toepasbaar eerste generatie
Burgerlijke = burger beschermen tegen
onrechtmatigheid overheid
Politieke = burgers laten deelnemen aan staatsgezag
o ‘menswaardig’ = sociale grondrechten economische,
sociale, culturele rechten tweede generatie
- Eerste generatie = onthoudingsplicht van overheid
- Tweede generatie = positieve handelingsplicht van overheid
o = geven invulling of betekenis aan wat een menswaardig
leven zoal kan inhouden
- Art. 23: “ieder heeft het recht een menswaardig leven te leiden”
o Daartoe waarborgen de wet, het decreet of de in artikel 134
bedoelde regel, rekening houdend met de overeenkomstige
plichten, de economische, sociale en culturele rechten,
waarvan ze de voorwaarden voor de uitoefening bepalen. Die
rechten bevatten inzonderheid.
1 recht op arbeid
2 recht op sociale zekerheid
3 recht op huisvesting
4 recht op gezond leefmilieu
5 recht op culturele en maatschappelijke ontplooiing
6 recht op gezinsbijlagen
- Art. 24: recht op onderwijs
- Elementen uit Art 23:
o Daartoe waarborgen de wet, het decreet of de in artikel 134
bedoelde regel diverse wetgevers binnen hun bevoegdheid
die rechten moeten waarborgen
o rekening houdend met de overeenkomstige plichten plicht
tot medewerking van het individu in het verkrijgen van die
sciale grondrechten
o inzonderheid gaat dus om een NIET – uitputtende lijst van
sociale rechten
- Sociale grondrechten = niet zomaar voor de rechter kunnen
afgedwongen worden
, o je kan niet naar de rechter stappen omdat je leven niet
‘menswaardig’ genoeg zou zijn
- Standstillverplichting (van Art 23) = verbiedt dat de bevoegde
wetgever het door de toepasselijke wetgeving geboden
beschermingsniveau aanzienlijk vermindert zonder dat daartoe
redenen van algemeen belang bestaan (= voor de regelgevers
verboden om iets te doen dat tegen de verdere realisatie van de
grondrechten zou ingaan)
o Raad van State = advies uitbrengen over naleving van het
standstillprincipe bij de voorbereiding van wet- en regelgeving
= mogelijke achteruitgang zou betekenen ten opzichte
van eerder vastgestelde sociale rechten
o Wetten gestemd zijn = RVS & Grondwettelijk Hof nog een
belangrijke rol spelen in bewaken van Art 23 en
standstillprincipe
GH = bepalingen uit nieuwe wetten vernietigen die deze
niet respecteren
RVS = bepalingen uit bestuurlijke handelingen
vernietigen die deze niet respecteren
1.2. Internationale mensenrechtenverdragen
- Voor WO2 grondrechtenbescherming = nationaal na WO2
(totalitaire regimes) = niet voldoende
- Universele verklaring van de rechten ven de mens (UVRM): 10 dec
1948
o Algemene vergadering van de verenigde naties = eerbieding
van mensenrechten + vree, veiligheid, ontwikkeling wereldwijd
o 30 fundamentele rechten en vrijheden = geen directe werking
(= burgers niet rechtstreeks kunnen op beroepen voor
de nationale rechter)
o Bindend aan UVRM
Internationaal verdrag inzake burgerrechten en politieke
rechten
Internationale verdrag inzake economische, sociale,
culturele rechten
- Focussen op kwetsbare personen
o Verdrag betreffende de status van vluchtelingen =
vluchtelingen na erkenning een aantal basisrechten
garanderen
o Antiracismeverdrag (1965)
o Vrouwenrechtenverdrag (1979)
o Kinderrechtenverdrag (1989)
o Verdrag inzake rechten van personen met een handicap (2006)
- Regionaal niveau
, o Europees verdrag van de rechten van de mens = beschermt
eerste generatie mensenrechten
= directe werking en kan voor de nationale rechten
afgedwongen worden
- Handvest van de grondrechten van de Europese Unie
o = alle burgerlijke, politieke, economische, sociale rechten van
de Europese burger en alle andere personen die op het
grondgebied van de Unie verblijven
= wel juridisch bindend instrument
1.3. Betekenis voor het sociaal werk
- Globale definitie sociaal werk = handhaven van mensenrechten en
sociale rechtvaardigheid
o Principes verder uitgewerkt in: verklaring van ethische
principes (9 principes)
= “sociaal werkers ondersteunen in hun aspiraties de
hoogste mogelijke standaarden van ethische praktijken
te bereiken, door een proces van voortdurend debat,
zelfreflectie, bereidheid om met ambiguïteiten om te
gaan en zich te engageren in ethisch verantwoorde
besluitvormingsprocessen om zo tot ethische resultaten
te komen”
o Principe 2: mensenrechten bevorderen sociaal werker:
Staat achter fundamentele en onvervreemdbare
mensenrechten
Informeren over hun rechten
Ondersteunen in toegang krijgen tot rechten
Overheid erkennen als sleutelfiguur in verdediging,
bevordering, vervulling van mensenrechten
o Principe 3: bevorderen van sociale rechtvaardigheid
Aanvechting discriminatie & institutionele onderdrukking
Streven naar rechtvaardige toegang tot voorzieningen
en bronnen
Bestrijden onrechtvaardige beleidsmaatregelen
1.4. Situering binnen de welvaartsstaat
- Context onze samenlevingsvorm = welvaarts- of verzorgingsstaat
o Westerse samenlevingsvorm = GEEN definitie/consensus
o = geen statisch gegeven aanpassen aan veranderende
tijdsgeest
o = elke definitie politiek ideologisch onderbouwd
Vb: België, Zweden, Frankrijk = zelfde
samenlevingsmodel
= basis is fundamenteel gelijk MAAR onderlinge
verschillen in concrete organisatie
, = politieke keuzes verantwoordelijk voor
verschillen
o Welvaartstaat = noodzakelijke aanwezigheid van aantal
essentiële kenmerken
= onlosmakelijk verbonden met (sociale)grondrechten
1 rijke, geïndustrialiseerde landen + sterke
ontwikkeling tertiaire economie
2 (sociale)grondrechten binnen wettelijk kader
gewaarborgd
o Geïnstitutionaliseerde rechten =
afdwingbaar
3 alle inwoners minimale vorm van welvaart en
welzijn menswaardig leven
o Materieel = welvaartsaspect
o Immaterieel = welbevinden
4 zorgen voor inwoners = van wieg tot graf
o Samenspel publieke, privé en gesubsidieerde
sector
5 takenpakket overheid: 2 categorieën
o Klassieke = infrastructuur, rechtsprak
o Sociale bescherming
6 “equal but not the same” genieten van gelijke
kansen
7 bijzondere inspanning voor diegenen die het
moeilijker hebben
8 parlementaire democratie goed
functionerende rechtstaat
o Scheiding der machten
9 directe en indirecte vormen van democratie
10 aantrekkelijk economisch (investering)klimaat
o Via belastingen, sociale zekerheidsbijdragen
o Vrijemarkteconomie = duurzame
economische groei
o Streven volledige werkgelegenheid
Hoe groter de werkgelegenheid, hoe
groter de inkomsten en hoe lager de
uitgaven voor de overheid
11 herverdelingsfunctie = sociale correctie
vrijemarkteconomie
o = kerntaak overheid in deze
samenlevingsvorm
o Via: