Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Financial Markets and Institutions (FMI) Samenvatting - 15/20!

Beoordeling
-
Verkocht
1
Pagina's
63
Geüpload op
31-03-2026
Geschreven in
2025/2026

Complete summary of the course Financial Markets and Institutions, taught in Business Engineering and TEW in 2025 by Prof. Gielens. This summary is based on the book and slides, supplemented with personal lecture notes and answers to all the lecture questions. Good luck!

Meer zien Lees minder
Instelling
Vak

Voorbeeld van de inhoud

1



Financial Markets and institutions
Samenvatting
Hoofdstuk 1 : Money & Creation Of Money

1.1 Origin and Characteristics

Geld is een product dat algemeen wordt geaccepteerd in ruil voor goederen en diensten, d.w.z. het is een
ruilmiddel. Geld is gebaseerd op conventie/vertrouwen, men accepteert een gegeven goed als geld omdat
anderen dat ook doen, daarom vertegenwoordigd geld algemene koopkracht.

Of iets al dan niet geld is, is een expliciete of impliciete overeenkomst :

-> Expliciet : De wet kan het gebruik van een bepaald goed als geld verplichten. Maar als het
publiek geen vertrouwen heeft in de feitelijke geldigheid van dat geld bij ruiltransacties, dan kan
zelfs een wettelijke verplichting niet afdwingen dat het ook echt wordt gebruikt buiten
overheidsinstellingen of staatsbedrijven om, en worden andere middelen als geld gebruikt.

-> Impliciet : Wat de economische componenten overeenkomen om te gebruiken als ruilmiddel.



Gresham’s law : ‘Bad money drives out good money’. De wet van Gesham houdt in dat wanneer er twee
vormen van geld in omloop zijn die wettelijk dezelfde waarde hebben, maar waarvan de één feitelijk
minder waard is, mensen geneigd zijn het slechte geld te gebruiken voor betalingen en het goede geld op
te sporen of uit de circulatie halen. Zolang er nog enig vertrouwen is in de koopkracht van het slechte geld
en er duidelijk sprake is van een waardeverschil, zullen mensen geneigd zijn om vast te houden aan de
meer waardevolle ruilmiddelen.

-> Als het vertrouwen in de koopkracht van het slechte geld verdwijnt, dan zullen mensen het niet
langer accepteren en zullen ze zich richten op het behouden van het goede geld. De theorie is
afhankelijk van vertrouwen en waardeverschil tussen de opties.



Functies van geld :

1. Ruimiddel : Geld is een essentieel ruilmiddel in economische transacties. In ontwikkelde
economieën is een algemeen aanvaarde valuta noodzakelijk voor welvaart. Men aanvaard geld
om later iets anders hiermee te kunnen kopen, waardoor geld de soepele uitwisseling van
goederen faciliteert.
2. Investering : Als het vertrouwen in het gebruik van een goed zoals geld toeneemt, wordt het ook
beschouw als een middel om waarde vast te leggen en koopkracht op te slaan. Geld fungeert dan
als een spaarinstrument, naast anderen vormen van waarde opslag.
3. Rekeneenheid : Geld vervult de rol van rekeneenheid voor koopkracht. De relatieve waarde van
goederen wordt niet direct bepaald, maar wordt weergegeven in geldtermen.
Waardevergelijkingen vinden plaats in geld.
4. Standaard voor toekomstige betalingen : De rekeneenheidsfunctie beperkt zich niet tot enkel het
nu, maar wordt ook toegepast op transacties die in de tijd zijn verspreid. Dit leidt tot de
tijdswaarde van geld en rechtvaardigt het bestaan van rentevoeten.

,2




Karakteristieken van geld :

Geld was geen ontdekking, maar een ontwikkeling, gradueel op basis van ‘survival of the fittest’. Doorheen
de tijd ontwikkelde geld de karakteristieken die een ideale betalingsmethode moet bezitten.

1. Waarde in vergelijking met het gewicht : Geld heeft lage productiekosten. Het is waardevol, maar
het kost niet veel om te laten maken. Geld heeft waarde, maar is licht van gewicht en is makkelijk
mee te nemen.
2. Duurzaamheid : Geld moet lang kunnen meegaan zonder verlies en wordt niet gemakkelijk
vernietigd. Zelfs als een bankbiljet gescheurd is kan het nog steeds gebruikt worden of worden
ingewisseld.
3. Deelbaarheid : Geld kan worden gesplitst of samengevoegd zonder waardeverlies. Je kunt geld
gebruiken om elke prijs te betalen en het is gemakkelijk op te splitsen in kleine hoeveelheden.
4. Gestandaardiseerde kwaliteit : Elke vorm van geld moet dezelfde waarde hebben. Elk biljet van 20
euro heeft dezelfde waarde. In tegenstelling tot bijvoorbeeld diamanten, die niet
gestandaardiseerd zijn en waarvan de waarde afhangt van zuiverheid.
5. Makkelijk herkenbaar : Dankzij watermerken en veiligheidsinstrumenten kun je meteen zien of het
geld echt of nep is. In tegenstelling tot diamanten, waarbij je meer expertise nodig hebt om het te
kunnen onderscheiden van glas.
6. Stabiele koopkracht : Geld moet een stabiele of voorspelbare koopkracht hebben. Je kunt de
waarde van één euro in een haar tijd voorspellen, ondanks inflatie, wat het voorspelbaar maakt.
De federale bank streeft naar stabiele inflatie om het vertrouwen in het geld te behouden.



Evolutie van geld :

-> Ruilhandel (Barter trade) : Vroeger vond alle handel plaats via ruil. Deze vorm van handel komt
nog steeds voor, als wederdienst echter niet in de professionele wereld.

-> Goederen als ‘geld’ : Vroeger werden middelen als zeldzamere grondstoffen of vee gebruikt als
ruilmiddel.

-> Edelmetalen : Metalen zoals goud, ijzer en zilver werden gebruikt en konden worden
ingewisseld voor goederen.

-> Betalingsmiddelen : Munten of papiergeld : Brieven bezaten een bewijs voor het ontvangen van
waarden, voor deze brieven ontving je dan geld, een vroege vorm van briefgeld.

-> Wettig betaalmiddel (Fiat money) : Fiatgeld, de overheid verklaart dat alle mensen en bedrijven
in het land iets moeten aanzien als wettig betaalmiddel. Echter betekent dit niet dat een
handelaar verplicht is het fiat-geld te accepteren. Een handelaar kan nog steeds vragen achter
bijvoorbeeld elektronische betaling.

-> Fiducair geld : Fiducair geld verkrijgt waarde dankzij het vertrouwen van het publiek dat het
algemeen geaccepteerd zal worden als ruilmiddel en dat het koopkracht heeft. De uitgever van
fiducair geld belooft het terug te wissel voor fiat geld indien de houder hierom vraagt. De
intrinsieke waarde van de geldtoken is dan groter dan de fysieke waarde van de geldtoken (Bv.
Bitcoin).

-> Elektronisch geld (E-money) – Cryptocurrencies : Elektronisch geld is digitaal opgeslagen geld
dat je kunt gebruiken om te betalen zonder munten of bankbiljetten. Het is een vorm van vooraf
betaald geld dat op een technisch apparaat wordt bewaard en gebruikt kan worden om betalingen
te doen aan anderen dan de uitgever van dit elektronisch geld. Er bestaan 2 soorten E-geld.

- Hardware-gebaseerd : De waarde staat op een fysiek apparaat zoals een chipkaart.

,3


- Software-gebaseerd : Het geld is opgeslagen in een programma of app zoals Paypal.

Evolutie van banken :

-> Geldwissel (money exchange) : Elk land had zijn eigen munteenheid. Om geld te wisselen
werden munten gesmolten en nieuwe munten geslagen, wat duur was en belastingsgevoelig door
heffingen bij omwisselen. Handelaren specialiseerden zich hierin, een functie die tegenwoordig
nog steeds door banken wordt uitgevoerd, weliswaar zonder smelten.

-> Depositobanken : Vanaf Middeleeuwen boden handelaren met vestigingen in heel Europa
financiële diensten aan. Geld kon worden gedeponeerd in een vestiging en in ruil ontving men een
certificaat van storting. Dit certificaat kan worden ingewisseld voor geld in andere vestigingen.

-> Commerciële – Centrale banken : Centrale bankgeld is geld dat rechtstreeks afkomstig is van
de centrale bank, zoals munten en bankbiljetten. Dit is het officiële geld dat iedereen kan
gebruiken. Commercieel bankgeld is het geld dat op je bankrekening staat bij een gewone bank.
Dat geld is eigenlijk een belofte van de bank dat jij het kunt gebruiken om te betalen of omzetten in
‘echt’, centraal bankgeld.



Vormen van geld :

1. Papiergeld en munten (Centrale Bank geld) : Het officiële geld, zoals bepaald door de overheid,
bestaat uit munten en bankbiljetten, uitgegeven door de Centrale Bank.
2. Zichtrekeningen (Commerciële Bank geld) : Betalingen via debetkaarten, creditcards,
overschrijvingen, etc. Contant geld opnames worden geleidelijk minder populair door ‘electronic
funds transfer at points sale’ en fintech evoluties. Denk aan betalingen via mobiele telefoons en
draagbare apparaten.
3. Elektronisch geld (E-money) : Devices met een chip waarop geld is gestort. Dit geld circuleert
vrijelijk zonder tussenkomst van de Central bank of particuliere banken.
4. Alternatieve vromen van geld (cyptocurrencies en stablecoins) : Alternatieve vormen van geld
omvatten alles wat gebruikt kan worden voor betalingen en over het algemeen wordt vertrouwd
als een algemeen betaalmiddel.

‘Bitcoin is a means of payment but not an alternative form of money.’ -> Bitcoin is ontworpen of kan
gebruikt worden als betaalmiddel, maar wordt mogelijk niet universeel geaccepteerd als een alternatieve
vorm van geld, geniet misschien niet van algemeen vertrouwen.

, 4


1.2 Money Supply

-> Geld in circulatie (Currency) : Munten en biljetten die door de overheid geslagen worden en
uitgegeven worden door de Centrale bank. Het aandeel van contant geld in de totale
geldhoeveelheid (M3) bedraagt 9,5%.

-> Giraal geld (cashless money) : Het geldbedrag op spaardeposito’s, termijnrekeningen en
financiële activa met een langere looptijd.

Er bestaat geen eenduidige definitie voor de hoeveelheid geld in een gegeven economie, omdat wat als
geld wordt beschouwd een conventie s die door de deelnemers in de economie wordt geaccepteerd. Er
zijn verschillende concepten van geldhoeveelheid, waaronder M1, M2 en M3.

M1 : Geld in omloop + M2 : M1 + deposito’s met een M3 : M2 + repo’s +
‘overnight’-deposito’s bij de looptijd tot 2 jaar, waarbij geldmarktfonds +
belangrijkste financiële aanbetalingen met een geldmarktpapier + effecten met
instellingen van het eurogebied. opzegtermijn van 3 maanden een looptijd tot 2 jaar.
worden terugbetaald.
M1 bevat zowel valuta in omloop M3 is de ruimste definitie van
als girale deposito’s. M2 houdt rekening met geld en omvat verschillende
financiële activa die niet financiële activa die buiten het
M1 representeert +/- 64% van onmiddellijk aflosbaar zijn maar banksysteem worden gehouden.
M3. als beschikbare koopkracht
worden beschouwd omdat ze -> Repo’s : Korte-termijnlening
snel kunnen worden omgezet in met onderpand
‘transactiegeld’. Dit staat
bekend als bijna geld. ∆M3 representeert +/- 7% van
M3.
∆M2 representeert +/- 29% van
M3.


M3 is een maatstaf voor de geldhoeveelheid, inclusief contant geld en bepaalde deposito’s. Eigen
vermogen vertegenwoordigt de waarde van een actief na aftrek van verplichtingen. Eigen vermogen wordt
niet beschouwd als geld, omdat het niet dezelfde directe liquiditeit biedt voor transacties. Geld wordt
gebruikt als ruilmiddel, terwijl eigen vermogen eigendom in een actief vertegenwoordigt. Daarom wordt
eigen vermogen niet meegenomen in de M3-berekeningen.

Taxonomy of monetary system :

Valuta wordt uitgegeven door de overheid, maar dit hoeft niet altijd het geval te zijn. Men maakt een
opdeling op basis van de mate van centralisatie.

1. Full money system : Al het geld dat je hebt, wordt gedekt door reserves bij de Centrale bank. Als je
$100 bij de bank hebt staan, dan is het er echt. Het berust niet op vertrouwen, het is een garantie.
2. Full reserve banking : Al het geld dat je hebt wordt niet aangehouden door de Centrale bank, maar
door commerciële banken. Er is nog steeds een één-op-één relatie, maar met een tussen
persoon. De commerciële banken worden ondersteunt door de Centrale bank.
3. Narrow banking : Ondersteund door zowel commerciële banken als de overheid. De overheid
geeft obligaties uit en eist een reserveratio. Hoewel narrow banking veel veiliger is dan traditionele
banken, bieden ze niet altijd een 100% garantie zoals bij volledig door de overheid gesteunde
instellingen.

Geschreven voor

Instelling
Studie
Vak

Documentinformatie

Geüpload op
31 maart 2026
Aantal pagina's
63
Geschreven in
2025/2026
Type
SAMENVATTING

Onderwerpen

$9.39
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kan je een ander document kiezen. Je kan het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Maak kennis met de verkoper
Seller avatar
aikovano

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
aikovano Vrije Universiteit Brussel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
2
Lid sinds
3 maanden
Aantal volgers
0
Documenten
5
Laatst verkocht
6 dagen geleden

0.0

0 beoordelingen

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen