, Casus:
Dhr. O is een 76-jarige Turkse man met recent gediagnosticeerd gemetastaseerd
levercarcinoom en nu opgenomen wegens dyspnoe bij COVID-19 infectie, daarbij is meneer
onrustig en verward door een delier. Tevens is sprake van een taalbarrière. Gezien de kans
op spoedig overlijden is een 2-sporen beleid van kracht; meneer wordt behandeld en
wensen worden besproken in combinatie met symptoommanagement.
Meneer woont samen met zijn chronisch zieke echtgenote, zorg geschiedt door thuiszorg en
kinderen (vijf kinderen en achttien kleinkinderen). Het gezin is hecht en men heeft frequent
contact met elkaar. Familie wil meneer graag bezoeken tijdens opname; de beveiliger van
de afdeling heeft zo twintig emotionele familieleden moeten wegsturen. De regels worden
echter gehandhaafd; één bezoeker per 24 uur. In verband met een delier is er rooming-in
van één dochter + één ander persoon.
Dilemma’s die spelen zijn het feit dat één dochter haar broers en zussen niet wil inlichten
over het mogelijk aanstaand overlijden van vader. Daarnaast roept meneer voortdurend om
zijn echtgenote. Dochters willen echter niet dat moeder hem bezoekt uit zelfbescherming;
zij zou volgens dochters hem beter kunnen bezoeken na palliatieve sedatie. De palliatieve
arts en een Islamitisch geestelijk verzorger zijn in consult en hebben de familie en patiënt
begeleid en rituelen uitgevoerd.