Bedrijfskunde
Bedrijfseconomie
Boekhouding
INLEIDING
● boekhouding = concrete werking van een onderneming op systematische manier
weergegeven, obv. verantwoordingsstukken, uitgedrukt in geld
(= geheel van boeken, fiches, lijsten,...)
- verplicht voor elke onderneming
- volgens specifieke wetten → boekhoudrecht
● ondernemingsnummer = btw-nummer = ID van bedrijven
● soorten boekhouding:
- vereenvoudigde boekhouding → kleine ondernemingen
- dubbele (volledige) boekhouding → kleine & grote vennootschappen
● 3 soorten ondernemingen → obv. grootte & rechtsvorm
1. kleine onderneming:
● natuurlijke personen (“je bent zelf je bedrijf”) → onbeperkte
aansprakelijkheid
● rechtspersonen → beperkte aansprakelijkheid
- vennootschappen onder firma (VOF)
- commanditaire vennootschappen (met stille vennoten)
● omzet < €500.000
2. kleine of grote vennootschap:
● ongeacht rechtsvorm (BV, NV, CV,...) → rechtspersonen
● drempelwaarden (TI)
- aantal personeelsleden: 50 FTE
- jaaromzet excl. btw: €11.250.000
- balanstotaal: €6.000.000
→ Grote vennootschap: 2 of 3 drempelwaarden overschrijden
→ volledig model
→ Kleine vennootschap: max. 1 drempelwaarde overschrijden
→ verkort model
3. Microvennootschap:
● drempelwaarden (TI)
- aantal personeelsleden: 10 FTE
- jaaromzet excl. btw: € 900.000
- balanstotaal: €450.000
→ max 1 drempelwaarde overschrijden → micromodel
, Kleine onderneming Kleine vennootschap Grote vennootschap
boekhouding vereenvoudigd volledig (verkort) volledig (volledig)
rekeningenstelsel niet verplicht verplicht
inventaris verplicht verplicht mbv. waarderingsregels
interne jaarrekening verplicht (geen verplicht volgens vastgelegde waarderingsregels en
verplicht schema) schema’s
externe niet verplicht verplicht (evt. verkorte verplicht (volledig)
jaarrekening vorm)
openbaarmaking niet verplicht verplicht, binnen de 30 dagen na goedkeuring
van externe
jaarrekening
● afkortingen rechtsboven jaarrekening:
- VOL → volledig model
- VKT → verkort model
- MIC → micromodel
VEREENVOUDIGDE BOEKHOUDING
Inleiding
(vereenvoudigde boekhouding houdt in):
● dagelijks bijhouden financiële dagboeken → kas- & bankboek
● regelmatig bijhouden aan- & verkoopboek
● min. 1x/jaar inventarisatieboek opstellen met:
- bezittingen
- voorraden
- openstaande rekeningen
- schulden
- eigen middelen
- kosten & opbrengsten
● verantwoordingsstukken = documenten met aard & omvang van een transactie
- basis van boekhouden
- bewijsstuk voor elke boekhoudkundige inschrijving
- 7 jaar verplicht bewaren
Geheel van boeken
● aankoopfacturenboek (AFB)
● verkoopfacturenboek (VFB)
● kasboek (KB)
, ● bankboek
- debetbericht: er gaat geld v/d rekening
- creditbericht: er komt geld op de rekening
- debetinteresten: als de rekening in het rood of onder nul gaat
- creditinteresten: als de rekening positief staat
● inventarisboek
→ vroeger op papier, nu digitaal (bv. Dexxter) (zie voorbeelden slides & cursus)
Verantwoordingsstukken: vormvereisten
● Factuur:
- wettelijk verplicht (om bv. btw te recupereren)
- bewijs (transacties > €3500)
- wanneer?: in principe altijd
→ levering voor privégebruik kan zonder, tenzij:
- consument er naar vraagt en er geen duidelijke prijsduiding is
- voor vervoersmiddelen, nieuwe gebouwen, werken in onroerende
staat, verkoop op afstand, etc.
→ levering voor beroepsgebruik: altijd
- btw-plichtige klant heeft factuur nodig voor aftrek van btw
- sommige diensten niet onderworpen aan btw bv. bank- &
verzekeringsproducten
- factuur uitreiken uiterlijk de 15de dag v/d maand
- verjaren in principe na 10 jaar
- elektronisch factureren verplicht vanaf januari 2026: voor B2B
- nu al verplicht voor openbare aanbestedingen > €3000
- factuur medecontractant
= werken uitgevoerd in onroerende staat (bouwen, verbouwen, herstellen,...)
→ medecontractant mag geen btw op factuur vermelden
→ btw moet niet worden voorgeschoten (betalen aan leverancier & bij
eerstvolgende aangifte terugvragen)
, ● Creditnota:
= document waarop verbetering aan een vroeger opgemaakte factuur omschreven is
- oorzaak: stuk/beschadigde goederen, kwaliteitsverschil, teruggezonden
goederen
- vermeldingen = analoog aan factuur met EXTRA
→ benaming “creditnota”, aanduiding v/d factuur waarop betrekking heeft,
reden van creditnota, bedrag terug te storten btw (vroeger te veel afgetrokken)
Resultaatbepaling & -beoordeling
● doel van onderneming = winst maken
● voor een goede beoordeling:
→ resultatenrekening = gedetailleerd overzicht, alle kosten & opbrengsten van een
bepaalde periode en met elkaar vergelijken om tot een resultaat te komen (winst of verlies)
bedrijfopbrengsten = omzet (= p x q)
- bedrijfskosten
= bedrijfsresultaat
- financiële opbrengsten (ook niet-recurrente = uitzond)
+ financiële kosten (ook niet-recurrente = uitzond)
= resultaat v/h boekjaar voor belastingen
- belastingen op het resultaat
= resultaat v/h boekjaar na belastingen
DUBBELE BOEKHOUDING
● meest voorkomende boekhoudvorm
● elke transactie wordt vanuit 2 standpunten bekeken en geboekt → “dubbel”
→ registratie op T-rekening (debiteren links; crediteren rechts)
● bij elke transactie: debiteren of crediteren
Debiteren Crediteren
Activum↑ Passivum↑
Passivum↓ Activum↓
Kosten treden op Opbrengsten treden op
Jaarrekening
= samenvatting v/d boekhouding van een boekjaar van een bedrijf
● 3 onderdelen:
- balans
- resultatenrekening
- toelichting
● jaarlijks verplicht voor alle vennootschappen → strenge straffen
Bedrijfseconomie
Boekhouding
INLEIDING
● boekhouding = concrete werking van een onderneming op systematische manier
weergegeven, obv. verantwoordingsstukken, uitgedrukt in geld
(= geheel van boeken, fiches, lijsten,...)
- verplicht voor elke onderneming
- volgens specifieke wetten → boekhoudrecht
● ondernemingsnummer = btw-nummer = ID van bedrijven
● soorten boekhouding:
- vereenvoudigde boekhouding → kleine ondernemingen
- dubbele (volledige) boekhouding → kleine & grote vennootschappen
● 3 soorten ondernemingen → obv. grootte & rechtsvorm
1. kleine onderneming:
● natuurlijke personen (“je bent zelf je bedrijf”) → onbeperkte
aansprakelijkheid
● rechtspersonen → beperkte aansprakelijkheid
- vennootschappen onder firma (VOF)
- commanditaire vennootschappen (met stille vennoten)
● omzet < €500.000
2. kleine of grote vennootschap:
● ongeacht rechtsvorm (BV, NV, CV,...) → rechtspersonen
● drempelwaarden (TI)
- aantal personeelsleden: 50 FTE
- jaaromzet excl. btw: €11.250.000
- balanstotaal: €6.000.000
→ Grote vennootschap: 2 of 3 drempelwaarden overschrijden
→ volledig model
→ Kleine vennootschap: max. 1 drempelwaarde overschrijden
→ verkort model
3. Microvennootschap:
● drempelwaarden (TI)
- aantal personeelsleden: 10 FTE
- jaaromzet excl. btw: € 900.000
- balanstotaal: €450.000
→ max 1 drempelwaarde overschrijden → micromodel
, Kleine onderneming Kleine vennootschap Grote vennootschap
boekhouding vereenvoudigd volledig (verkort) volledig (volledig)
rekeningenstelsel niet verplicht verplicht
inventaris verplicht verplicht mbv. waarderingsregels
interne jaarrekening verplicht (geen verplicht volgens vastgelegde waarderingsregels en
verplicht schema) schema’s
externe niet verplicht verplicht (evt. verkorte verplicht (volledig)
jaarrekening vorm)
openbaarmaking niet verplicht verplicht, binnen de 30 dagen na goedkeuring
van externe
jaarrekening
● afkortingen rechtsboven jaarrekening:
- VOL → volledig model
- VKT → verkort model
- MIC → micromodel
VEREENVOUDIGDE BOEKHOUDING
Inleiding
(vereenvoudigde boekhouding houdt in):
● dagelijks bijhouden financiële dagboeken → kas- & bankboek
● regelmatig bijhouden aan- & verkoopboek
● min. 1x/jaar inventarisatieboek opstellen met:
- bezittingen
- voorraden
- openstaande rekeningen
- schulden
- eigen middelen
- kosten & opbrengsten
● verantwoordingsstukken = documenten met aard & omvang van een transactie
- basis van boekhouden
- bewijsstuk voor elke boekhoudkundige inschrijving
- 7 jaar verplicht bewaren
Geheel van boeken
● aankoopfacturenboek (AFB)
● verkoopfacturenboek (VFB)
● kasboek (KB)
, ● bankboek
- debetbericht: er gaat geld v/d rekening
- creditbericht: er komt geld op de rekening
- debetinteresten: als de rekening in het rood of onder nul gaat
- creditinteresten: als de rekening positief staat
● inventarisboek
→ vroeger op papier, nu digitaal (bv. Dexxter) (zie voorbeelden slides & cursus)
Verantwoordingsstukken: vormvereisten
● Factuur:
- wettelijk verplicht (om bv. btw te recupereren)
- bewijs (transacties > €3500)
- wanneer?: in principe altijd
→ levering voor privégebruik kan zonder, tenzij:
- consument er naar vraagt en er geen duidelijke prijsduiding is
- voor vervoersmiddelen, nieuwe gebouwen, werken in onroerende
staat, verkoop op afstand, etc.
→ levering voor beroepsgebruik: altijd
- btw-plichtige klant heeft factuur nodig voor aftrek van btw
- sommige diensten niet onderworpen aan btw bv. bank- &
verzekeringsproducten
- factuur uitreiken uiterlijk de 15de dag v/d maand
- verjaren in principe na 10 jaar
- elektronisch factureren verplicht vanaf januari 2026: voor B2B
- nu al verplicht voor openbare aanbestedingen > €3000
- factuur medecontractant
= werken uitgevoerd in onroerende staat (bouwen, verbouwen, herstellen,...)
→ medecontractant mag geen btw op factuur vermelden
→ btw moet niet worden voorgeschoten (betalen aan leverancier & bij
eerstvolgende aangifte terugvragen)
, ● Creditnota:
= document waarop verbetering aan een vroeger opgemaakte factuur omschreven is
- oorzaak: stuk/beschadigde goederen, kwaliteitsverschil, teruggezonden
goederen
- vermeldingen = analoog aan factuur met EXTRA
→ benaming “creditnota”, aanduiding v/d factuur waarop betrekking heeft,
reden van creditnota, bedrag terug te storten btw (vroeger te veel afgetrokken)
Resultaatbepaling & -beoordeling
● doel van onderneming = winst maken
● voor een goede beoordeling:
→ resultatenrekening = gedetailleerd overzicht, alle kosten & opbrengsten van een
bepaalde periode en met elkaar vergelijken om tot een resultaat te komen (winst of verlies)
bedrijfopbrengsten = omzet (= p x q)
- bedrijfskosten
= bedrijfsresultaat
- financiële opbrengsten (ook niet-recurrente = uitzond)
+ financiële kosten (ook niet-recurrente = uitzond)
= resultaat v/h boekjaar voor belastingen
- belastingen op het resultaat
= resultaat v/h boekjaar na belastingen
DUBBELE BOEKHOUDING
● meest voorkomende boekhoudvorm
● elke transactie wordt vanuit 2 standpunten bekeken en geboekt → “dubbel”
→ registratie op T-rekening (debiteren links; crediteren rechts)
● bij elke transactie: debiteren of crediteren
Debiteren Crediteren
Activum↑ Passivum↑
Passivum↓ Activum↓
Kosten treden op Opbrengsten treden op
Jaarrekening
= samenvatting v/d boekhouding van een boekjaar van een bedrijf
● 3 onderdelen:
- balans
- resultatenrekening
- toelichting
● jaarlijks verplicht voor alle vennootschappen → strenge straffen