1. Historisch,
institutionele
positionering
- ‘Academische’ = universitair ?! - Universiteiten zijn
academisch
- maar ook (sommige) hogescholen, instellingen &
genootschappen
1.1 Historiek Europa
1.1.1 Klassieke Oudheid
- hogere opleidingen
- seculier (niet religieus)
- privé (vb: redenaar: beoefenaar vd kunst vd welsprekendheid = opleiding door filosoof) -
elite
- niet ‘unief’ maar ‘instituten’ of ‘scholen’
- accent op filosofie & letterkunde (filologie)
- Vb: Filosofen School Athene, Filosofenschool Carthago, …
1.1.2 middeleeuwen (val Romeinse Rijk) met hoogtepunt 13e eeuw
- Uniefs maakten opgang in 13e eeuw - Val Romeinse Rijk
- W-R
- O-Romeinse Rijk = Byzantium + Moors Europa
- seculier, privé, elite, ‘scholen’/‘universiteit’, accent op filosofie, letterkunde
- EN natuurwetenschappen (wiskunde, astronomie); theologie (de studie v God)
- Rest Europa
- civiel (burgerlijk) & kerkelijk, privé, elite, ‘praktische studie scholen’ in steden
(rechten, geneeskunde) of ‘universiteit’, accent op filosofie, letterkunde en theologie
- Oudste unief in W-Eu = Universiteit Bologna (1088)
- Universiteit Montpellier (1222) … vanaf 13e eeuw -> snelle toename!
- Doel van zo’n unief
- = behoud & overdracht bestaande kennis + doctrines (om geloof & elite macht te bewaren)
- = gevestigde orde
- ‘elite macht bewaren’ -> drm nr unief gaan
- kritisch denken was er niet bij
,doctrine = leerstelling/systeem v meningen + verklaringen dat aanspraak maakt op algemene geldigheid
- Practische studie scholen: rechten -> advocaten
1.1.3 verlichting (18e eeuw)
- Nieuwe visie op unief = privé, elite MAAR OOK
- nieuwe kennis (overdragen => vernieuwing) via universele moderne wetenschappelijke
methodiek (naar nieuwe mensen):
- deductie logica = via argumenten, redeneren
- bal omhoog gooit -> valt naar beneden
- inductie empirie = kennis door zintuiglijke acties, werkelijkheid= inspiratiebron
- Proefondervindelijk te werk gaan
- bildungsideaal Von humboldt (ontplooiing, vrijheid, humaan)
- Rijk of arm? -> ied recht op kennis
- focus op veel richtingen (incl. geschiedenis & cultuur)
- Gesch = pas sinds verlichting “belangrijk” geworden
1.1.4 nieuwe tijden & industrialisatie (19e eeuw)
- Nieuwe visie op unief = privé, elite MAAR OOK
- Toepassen (praktijk gericht) v kennis & prestatiegericht (= prestatiegerishce unief)
- Bv: focus op rechten. Wrm? -> ook toepassing
- economie, ingenieur… architectuur
- Vanaf dan -> architectuur vaker ook op unief ipv alleen op hogescholen
1.1.5 20e eeuw
- Nieuwe visie op unief = ook seculier, democratisch (‘50-’60) MAAR OOK
- kennis i.f.v. toekomstige uitdagingen
- focus op multidisciplinaire richtingen (vb: duurzaamheid, klimaatverandering, armoede)
- De Bologna akkoorden: 1e x in 1988, in 2020 = werd het herziend - Geldt dit wel nu?
1) Intellectuele en morele onafhankelijkheid (t.o.v. politieke & econ invloeden), private
universiteiten, neoliberale saneringen?!
- Onafh. = invloeden spelen geen rol => onafhankelijkheid moet aanwezig zijn
- Neolib. = 'nieuw liberalisme' = een stroming binnen h liberalisme, waarin de overheid de rol
heeft v schepper & handhaver v markten & concurrentie, met nadruk op h maximaliseren van
individuele vrijheid
2) Vrij, tolerant, respectvol en open debat onderzoek
fundamentalistische, mercantiele (handel betreffend) en nationalistische trends?!
- Doctrines in vraag durven stellen = open debat -> anders nt academisch bezig
, - Fundamentalistisch = teruggrijpen op normen & waarden zoals deze
oorspronkelijk h meest bekend & vaak ook algemeen gebruikelijk waren
- Nationalistisch = ideologie gebaseerd op h idee dat mensen trouw zijn aan eigen
staat of natie of h eigen volk
3) Ethisch integer, betrouwbaar. Druk prestatie en concurrentie?!
- = eerlijk en integer (geen verborgen agenda's)
- Moet vertrouwbaar zijn
- Prestatiedruk => soms oneerlijk gaan handelen = NIET ethisch
4) Toegang Onderwijs is een mensenrecht voor ied?!
- Academisch betekent kennis is toegankelijk voor ied = NIET waar
2. Algemene conceptuele
positionering
2.1 ‘academische’ betekenis?!
- Verschilt in tijd EN cultuur
- Meest voorkomende invullingen
- NU en ‘Westerse’ en gemondialiseerde wereld 1) Gevestigde waarde kennis:
- Algemeen, universeel aanvaard door meerderheid
Beschouwd in erkende instituten universiteiten als ‘bewezen’ -
Dit stellen we niet meer in vraag. “Dit weten we toch al”
2) Erudiete, geleerde kennis:
- Staat tegenover praktisch toepasbaar, operationeel en dagdagelijks nodig
- => is NIET praktisch toepasbaar
3) Kennis verkregen via moderne wetenschappelijke methode (proces):
- Academisch = wetenschappelijk?! Ja of nee - Oorspronkelijk was wetenschap
- (natuur)wetenschap (= systematisch, geordend denkproces)
- fysica, biologie, chemie, aardr
VS
- letteren & kunsten (persoonlijk, vrij, scheppende creatie proces)
- Hoorde dus eerst niet bij wetenschap omdat het persoonlijk en vrij is
-
- Wetenschap = niet enkel ‘natuur’ en laboratoria waarheid MAAR OOK
- Mens en beleefde waarheid (gedragswetenschappen & menswetenschappen) -
Menswetenschappen = letterkunde, rechten, architectuur en ontwerp
- => Het bestaat niet maar we maken het
- objectief én subjectief = even belangrijk en wetenschappelijk
- Objectief = materiaal, afmetingen, kosten
, - Subjectief = hoe ervaar ik dit lokaal
- complex (bewijsvoering)
-
- Wetenschap systematiek en orde is kwestie van handelingen EN gedragscodes (zie
Bologna)
-
3. Wat doet een
academicus = Schema
- = systematisch geordend proces van handelingen ifv vraag
1) Verzamelen -> (op)zoeken
- Prim onderzoek = zelf data zoeken
- Meten = bloeddruk, hlng ze stil zitten
- Interviewen = “hoe ervaar je de ruimte” -> je gaat naar innerlijke mens
- Experiment = aula namaken -> af & toe plafond lager, kleur anders => zien hoe ze reageren
- Sec onderzoek = experten/bron
- Infomeren = bevragen v bevoorrechte getuigen, gaan je op weg zetten -> “hoe doe je dat?”
- Lezen = leesstrategie uitdokteren
- Refereren = als sec moet je zeggen vanwaar je de info gehaald hebt
2) Verwerken -> antwoord(en)
- Analyseren = moeilijkst traject en besluiten
- Analyse moet leiden tot een antw, kan ook ‘weet nog niet helemaal’ zijn - Wat is de vraag
vanwaar we vertrekken?
- Centrale probleemstelling
- Berekenen = gemiddelde ofzo
- Coderen = “wat heb ik gemeten?”
- Interpreteren = “is dat wel juist?”
- Onderbouwen & logisch redeneren = logica fouten vermijden
- Veralgemening = algemene fout => mus is een vogel EN vogel is een mus