Hoofdstuk 4: De teleologie van Aristoteles
Situering
De ‘Atheense school’
Enkele citaten:
- ‘De natuur doet niets zonder doel’
- ‘De mens is een politiek/sociaal dier’
Aristoteles (rechts):
- voeten stevig op de grond en handpalm naar beneden
- houdt de ‘Ethica’ vast, een praktisch werk
Achtergrond
- Geboren in 384 v.C. in Stageiro. Vader was arts en wou in zijn voetsporen treden, maar
kreeg van het orakel te horen dat hij filosofie moest gaan studeren.
- Trok naar Athene en werd leerling in de Academie van Plato. Hij verbleef er 20 jaar en
kreeg als bijnaam ‘de lezer’.
- Hij ontwikkelde zijn eigen ideeën en modellen (verschillend van Plato).
- Na de dood van Plato verhuisde hij naar een kolonie van Athene om leermeester te
worden van Alexander (keizer van Macedonische rijk)
- Terug in Athene, stichtte hij een eigen schol op, het Lyceum
- Aan het einde van zijn leven beschuldigde men hem van collaboratie en godslasering. Hij
stierf in ballingschap in 323 v.C.
- Hij onderzocht planten en dieren, bestudeerde sterrenbeelden, politieke systemen,
dichtkunst en retoriek (beeldspraak). Bedacht nieuwe termen: energie, substantie,
inductie, essentie en informele logica. Zijn belangrijkste studieobject was de mens.
Holimorfisme: de vorm zit ‘in’ dingen
De vorm in de dingen
Hij maakt onderscheid tussen 2 componenten de werkelijkheid, materie en vorm. De vorm
bevindt zich in de dingen zelf.
De vorm van een paard is volgens Aristoteles geen afspiegeling van een ‘ideaal paard’ dat
bestaat in de Vormenwereld, de vorm van een paard bevindt zich in elk afzonderlijk paard.
De teleologische visie: entelechie
Centraal in zijn visie op mens en wereld staan oorzaak en doel. De vorm is datgene wat het
ding ‘wil’ realiseren of bereiken. Alle dingen en processen zijn terug te voeren tot 4
‘oorzaken’ waaronder iets niet kan bestaan:
1. De doeloorzaak (eindoorzaak): het eigenlijke doel waarvoor iets is gemaakt.
Correspondeert met term ‘bedoeling’. Vb: onderdak, bescherming van een huis
2. De formele oorzaak: het plan of ontwerp. Vb: plan van een huis
3. De materiële oorzaak: het materiaal waaruit iets is gemaakt. Vb: een huis is opgebouwd
uit bakstenen.
4. De bewegende oorzaak: diegene die het maakt, in gang houdt of het aandrijft. Vb: de
bouwvakkers aan een huis
-> Alles is terug te brengen tot een eerste oorzaak = ‘onbewogen beweger’ of God
Situering
De ‘Atheense school’
Enkele citaten:
- ‘De natuur doet niets zonder doel’
- ‘De mens is een politiek/sociaal dier’
Aristoteles (rechts):
- voeten stevig op de grond en handpalm naar beneden
- houdt de ‘Ethica’ vast, een praktisch werk
Achtergrond
- Geboren in 384 v.C. in Stageiro. Vader was arts en wou in zijn voetsporen treden, maar
kreeg van het orakel te horen dat hij filosofie moest gaan studeren.
- Trok naar Athene en werd leerling in de Academie van Plato. Hij verbleef er 20 jaar en
kreeg als bijnaam ‘de lezer’.
- Hij ontwikkelde zijn eigen ideeën en modellen (verschillend van Plato).
- Na de dood van Plato verhuisde hij naar een kolonie van Athene om leermeester te
worden van Alexander (keizer van Macedonische rijk)
- Terug in Athene, stichtte hij een eigen schol op, het Lyceum
- Aan het einde van zijn leven beschuldigde men hem van collaboratie en godslasering. Hij
stierf in ballingschap in 323 v.C.
- Hij onderzocht planten en dieren, bestudeerde sterrenbeelden, politieke systemen,
dichtkunst en retoriek (beeldspraak). Bedacht nieuwe termen: energie, substantie,
inductie, essentie en informele logica. Zijn belangrijkste studieobject was de mens.
Holimorfisme: de vorm zit ‘in’ dingen
De vorm in de dingen
Hij maakt onderscheid tussen 2 componenten de werkelijkheid, materie en vorm. De vorm
bevindt zich in de dingen zelf.
De vorm van een paard is volgens Aristoteles geen afspiegeling van een ‘ideaal paard’ dat
bestaat in de Vormenwereld, de vorm van een paard bevindt zich in elk afzonderlijk paard.
De teleologische visie: entelechie
Centraal in zijn visie op mens en wereld staan oorzaak en doel. De vorm is datgene wat het
ding ‘wil’ realiseren of bereiken. Alle dingen en processen zijn terug te voeren tot 4
‘oorzaken’ waaronder iets niet kan bestaan:
1. De doeloorzaak (eindoorzaak): het eigenlijke doel waarvoor iets is gemaakt.
Correspondeert met term ‘bedoeling’. Vb: onderdak, bescherming van een huis
2. De formele oorzaak: het plan of ontwerp. Vb: plan van een huis
3. De materiële oorzaak: het materiaal waaruit iets is gemaakt. Vb: een huis is opgebouwd
uit bakstenen.
4. De bewegende oorzaak: diegene die het maakt, in gang houdt of het aandrijft. Vb: de
bouwvakkers aan een huis
-> Alles is terug te brengen tot een eerste oorzaak = ‘onbewogen beweger’ of God