Scheikunde hoofdstuk 2 samenvatting Chemie Overal
Macroniveau: alles wat je kunt waarnemen
Microniveau: op moleculair niveau
Rutherford experiment: hij schoot een stroom heel kleine positief geladen deeltjes op een
dun stukje goudfolie. Het grootste deel van deze deeltjes bleek dwars door het goudfolie
heen te gaan zonder dat het folie veranderde. Uit de resultaten van het experiment
concludeerde hij dat atomen geen massieve bolletjes konden zijn. Maar dat ze bestaan uit
nog kleinere deeltjes en een grote lege ruimte.
Bouw van een atoom:
-een positief geladen atoomkern
-met daaromheen bewegende negatief geladen elektronen
-de elektronen vormen een elektronenwolk rond de kern
De atoomkern bestaat uit nog kleinere deeltjes, pro en neutronen. Protonen zijn positief
geladen en neutronen zijn neutraal.
Protonen: p;
Elektronen: e-
Neutronen: n
Atoommodel van Rutherford
Het aantal protonen bepaalt welke atoomsoort het is en dit aantal protonen wordt gegeven
door het atoomnummer.
De som van het aantal pro en neutronen in de atoomkern is het massagetal.
Een atoom is elektrisch neutraal, dat betekent dat in een atoom de negatieve lading van de
elektronenwolk precies even groot moet zijn als de positieve lading van de kern.
Elektrische lading pro en elektron kun je uitdrukken in coulomb, de lading van een proton is
1,6 x 10-19 coulomb (C). maar meestal gebruik je de elementaire ladingseenheid of
elementair ladingskwantum e. een elementair ladingskwantum komt overeen met 1,6 x 10 -19
coulomb. Het proton heeft dan een lading van +1e en het elektron een lading van -1e.
In elke atoom is het aantal protonen gelijk aan elektronen.
Macroniveau: alles wat je kunt waarnemen
Microniveau: op moleculair niveau
Rutherford experiment: hij schoot een stroom heel kleine positief geladen deeltjes op een
dun stukje goudfolie. Het grootste deel van deze deeltjes bleek dwars door het goudfolie
heen te gaan zonder dat het folie veranderde. Uit de resultaten van het experiment
concludeerde hij dat atomen geen massieve bolletjes konden zijn. Maar dat ze bestaan uit
nog kleinere deeltjes en een grote lege ruimte.
Bouw van een atoom:
-een positief geladen atoomkern
-met daaromheen bewegende negatief geladen elektronen
-de elektronen vormen een elektronenwolk rond de kern
De atoomkern bestaat uit nog kleinere deeltjes, pro en neutronen. Protonen zijn positief
geladen en neutronen zijn neutraal.
Protonen: p;
Elektronen: e-
Neutronen: n
Atoommodel van Rutherford
Het aantal protonen bepaalt welke atoomsoort het is en dit aantal protonen wordt gegeven
door het atoomnummer.
De som van het aantal pro en neutronen in de atoomkern is het massagetal.
Een atoom is elektrisch neutraal, dat betekent dat in een atoom de negatieve lading van de
elektronenwolk precies even groot moet zijn als de positieve lading van de kern.
Elektrische lading pro en elektron kun je uitdrukken in coulomb, de lading van een proton is
1,6 x 10-19 coulomb (C). maar meestal gebruik je de elementaire ladingseenheid of
elementair ladingskwantum e. een elementair ladingskwantum komt overeen met 1,6 x 10 -19
coulomb. Het proton heeft dan een lading van +1e en het elektron een lading van -1e.
In elke atoom is het aantal protonen gelijk aan elektronen.