OVERZICHT VAN DE WIJSBEGEERTE – Wim De Temmerman
Filosoferen is een onbegrensd zoeken na een breuk met de alledaagse evidenties, dat met correcte
en duidelijke redeneringen helderheid probeert te creëren over de realiteit als geheel en over wat
een zinvol menselijk leven kan zijn.
1.1. UIT JE ALLEDAAGSHEID TUIMELEN
Grondig nadenken is eerder alledaags, filosoferen is een breuk in dat alledaags denken. Die breuk
zorgt dat filosoferen op gang komt. Hoe grondig er ook wordt gedacht over welke belangrijke
kwesties dan ook, het wordt pas filosoferen indien men twijfel toelaat over wat tot dan evident leek.
‘Klopt dat wel?’, ‘Is dit de juiste keuze in het leven?’ -> denken in twijfel
- Plato: Filosoferen begint met verwondering, dingen niet meer evident vinden.
- Augustinus: filosoferen begint met het schuldbesef in het dagelijks leven
- Kierkegaard: filosoferen begint met gevoelens van angst
- Marx: filosoferen begint bij ergernis, kritiek
- …
1.2. FILOSOFEREN EN GODSDIENST
Voor Kierkegaard en Augustinus leidden de breukmomenten in de alledaagsheid naar het christelijk
geloof.
Ook godsdienst heeft een breuk = bekering. Daarbij moet je vaak een kleine symbolische handeling
doen -> Kerken zijn een breuk van het alledaagse leven, In de filosofie wordt deze overgang uit de
alledaagse beleving minder letterlijk vormgegeven. -> je kan overal filosoferen
Godsdienst stelt grenzen aan het zoeken, in tegenstelling tot de filosofie:
- Één heilig boek
- Dogma's: grenspunten waar je niet voorbij mag zoeken -> dan ben je buiten de godsdienst
,1.3. FILOSOFIE EN WETENSCHAPPEN
Wetenschappers zullen een tijd lang werken met de theorie die op dat moment het beste
beantwoordt aan hun criteria van wetenschappelijkheid. Men noemt zo’n theorie paradigmatisch.
The Structure of Scientific Revolutions - Thomas Kuhn gaat over hoe wetenschappelijke vooruitgang
verloopt. Paradigma's werken soms stabiel maar sneuvelen tijdens wetenschappelijke revoluties. =
nieuwe paradigma's. Ze stellen dus geen grenzen aan het onderzoek.
Vroeger was wetenschap en filosofie hetzelfde -> bv Aristoteles, Descartes… stelden zowel
wetenschappelijke als filosofische vragen.
Newton (18e eeuw) veranderde dit echter met zijn boek ‘principia mathematica philosophiae
naturalis’ = begin van fysica, hij ziet het nog als natuurfilosofie
De een na de andere wetenschap maakt zich los van de filosofie (bv. biologie, sociologie,
scheikunde...) werd ook populairder (succesvol)
Filosofie wordt de baarmoeder van de wetenschap en wordt gezien als louter overbodig.
Wittgenstein: Vergeleken met de wetenschap is filosofie verwarrend en onduidelijk spreken. Hij
stelde voor om ermee te stoppen, voegde zelf de daad bij het woord en ging tuinieren en lesgeven in
het lager onderwijs
Filosofie beantwoordt vragen die de wetenschap links laat liggen.
Dus waarom is wetenschap geen filosofie meer?
WETENSCHAP FILOSOFIE
Beperkt zich tot feiten: het brengt de wereld Filosofen brachten eeuwenlang in één en
objectief in kaart. Menselijke emoties opinies, dezelfde beweging zowel feiten als
waarden... mogen geen rol spelen in het waardengeladen visies op die feiten naar voor.
onderzoek.
Om die menselijke, subjectieve inbreng
uit te schakelen, bouwen
wetenschappers machines (bv.
Microscopen) om de feiten objectief te
capteren
Specialisatie: Moderne wetenschappers Filosofen spraken zich eeuwenlang nogal
beperken zich tot een fragment in een megalomaan uit over alle mogelijke thema’s en
deeldomein van de werkelijkheid. Een klein vragen.
stukje realiteit wordt geïsoleerd en bestudeerd Vb. Aristoteles was-in onze terminologie-zowel bioloog,
met de meest geschikte methodes om het in kosmoloog, politiek wetenschapper, ethicus, logicus,
taalkundige, kunstfilosoof, geograaf, en nog zoveel meer.
kaart te brengen.
Om een globale kijk te hebben op de wereld, kan je je niet alleen bezighouden met de wetenschap.
Bv. Wetenschap zorgt voor technologie maar zegt niet of die technologie zinvol is, dat doet
filosofie wel.
Filosoferen kan je een wereldbeeld geven en een kijk op wat een zinvol leven is.
,1.4. FILOSOFEREN EN DE KUNSTPRAKTIJK
KUNST FILOSOFIE
Breuk in de alledaagse evidenties - geen grenzen - uitspraak over zinvol leven
Medium = zintuiglijk: beelden, klanken, Medium = taal: gesproken en geschreven
objecten, beweging. woord
Ondanks dat kunsten zich ook bedienen met woorden (films, gedicht, teksten) is er een onderscheid
tussen woorden in de filosofie en woorden in de kunsten:
In kunst creëer je een narratieve of Filosofie maakt gebruik van
vertelstructuur; er zijn personages en redeneerstructuren:
tijdsverloop Als a en b, dan c, en aangezien c en d,
'Hij kwam de kamer binnen, ze zag hem dus e...
en schoot hem neer.’ De gereedschapskist van de filosofie is
= vertelling met taal de logica, het geheel van regels voor
het correct en duidelijk redeneren.
Mengvorm= Filosoferende schrijvers: Schrijvende filosofen: Plato, Augustinus, Tufayl,
Shakespeare, Dostojewski, Kafka, Borges, Pessoa, Musil, Abélard, Montaigne, Descartes, Pascal, Kierkegaard,
Woolf, Rilke, Hesse. Schopenhauer, Nietzsche, Russell, Alain...
= Filosofen verduidelijken hun theorieën ook
aan de hand van verhalen, toneelstukken of
gedichten.
1.5. PROFESSIONERING VAN DE FILOSOFIE
Filosofie bestaat niet alleen als een activiteit van specialisten -> iedereen filosofeert. Voor sommigen
werd het een specialisatie, ja zelfs hun beroep, maar eigenlijk is filosoferen een menselijk fenomeen
bij iedereen die niet wegloopt van een breukmoment in de alledaagse evidenties, maar erop
reageert met logisch redeneren.
De professorisering van de filosofie is vooral sinds de achttiende eeuw schering en inslag.
Deze academische professionalisering in de context van universiteiten en hogescholen, versterkte de
vervreemding tussen het alledaagse leven en de filosofiepraktijk.
Beroepsmatig filosoferen belemmert het filosoferen.
Nietzsche: 'filosoferen werd een nevenactiviteit naast mijn beroep.'
Kierkegaard en Schopenhauer dachten er ook zo over
, 1.6. FILOSOFEREN IN DE MODERNE MAATSCHAPPIJ
Een breuk met de alledaagse evidenties geeft onwennigheid, men verliest vaste grond, Tolstoj
vergelijkt het met een gevoel van zeeziekte. Filosoferen is de poging om daarvan te herstellen door
een nieuwe, meer doordachte zingeving te zoeken en een beter beeld van de realiteit.
Tönnies beschrijft dit als de overgang van een gemeenschap -> gezelschap.
GEMEENSCHAP GEZELSCHAP = DE MODERNE MAATSCHAPPIJ
Ontstaat vanuit De contacten in deze samenleving zijn eerder functioneel. Eigen aan die
organisch moderne maatschappij, die ontstond in de periode van het handels-en
gegroeide industrieel kapitalisme, is dat het ik of het subject zoals men dat in de
verbanden tussen filosofie noemt, zich steeds minder als een eenheid kan beleven en
mensen, die zich in engageren.
hun totaliteit
engageren ten = opgroeien en opgevoed worden om rollen te spelen
aanzien van elkaar. We gedragen ons anders op school dan bij onze vrienden en anders
bij onze familie enzovoorts. Er is bijna geen enkele plek waar we
volledig onszelf kunnen zijn.
Typisch aan deze samenleving is dat die zich organiseert in deeldomeinen
die meer en meer los van elkaar gaan. Bv. het medisch systeem, het
juridisch systeem, de politiek, de media....
Fernando Pessoa: identiteitscrisis.
Filosoferen in de moderne maatschappij
- Subversief: moedigt individuelen aan om de waarden en normen die door de maatschappij
worden opgelegd in vraag te stellen en uit te dagen.
- Overstijgt rollen
1.7. ACTUALITEIT VAN FILOSOFIE UIT HET VERLEDEN
Filosofistiek = de kennis van de wijsbegeerte, die geen wijsbegeerte is.
Wetenschappen laten hun verleden achter zich (nieuwste theorieën zijn het belangrijkst). In de
filosofie gaan we telkens terug naar het verleden. We lezen bv. boeken van Plato, Socrates... terwijl
wetenschappers enkel de nieuwste boeken lezen over een bepaald onderwerp.
Filosofie heeft echter een andere verhouding tot vooruitgang dan de wetenschap: Antwoorden van
mensen in een ver verleden blijven interessant om ons te inspireren voor de antwoorden van
vandaag.
Onze wetenschappelijke kennis blijft te beperkt om bij de constructie van een wereldbeeld 1
definitief en conclusief model te poneren.
Men zal nooit beschikken over een waardensysteem dat voor eens en altijd en voor iedereen
geldt. In elke maatschappelijke en persoonlijke situatie moeten dit soort vragen opnieuw
worden gesteld en beantwoord. Het doel is niet om tot één conclusie te komen over het
wereldbeeld, moralen, logica... maar vanuit meerdere standpunten te kijken.
(Zie 'de geschiedenis van de filosofiegeschiedenis'- Lucien Braun)
De filosofiegeschiedenis blijft altijd relevant maar benaderden/interpreteren het anders (in de tijd
van kant keek men anders naar Plato dan de tijd van Spinoza)
Filosoferen is een onbegrensd zoeken na een breuk met de alledaagse evidenties, dat met correcte
en duidelijke redeneringen helderheid probeert te creëren over de realiteit als geheel en over wat
een zinvol menselijk leven kan zijn.
1.1. UIT JE ALLEDAAGSHEID TUIMELEN
Grondig nadenken is eerder alledaags, filosoferen is een breuk in dat alledaags denken. Die breuk
zorgt dat filosoferen op gang komt. Hoe grondig er ook wordt gedacht over welke belangrijke
kwesties dan ook, het wordt pas filosoferen indien men twijfel toelaat over wat tot dan evident leek.
‘Klopt dat wel?’, ‘Is dit de juiste keuze in het leven?’ -> denken in twijfel
- Plato: Filosoferen begint met verwondering, dingen niet meer evident vinden.
- Augustinus: filosoferen begint met het schuldbesef in het dagelijks leven
- Kierkegaard: filosoferen begint met gevoelens van angst
- Marx: filosoferen begint bij ergernis, kritiek
- …
1.2. FILOSOFEREN EN GODSDIENST
Voor Kierkegaard en Augustinus leidden de breukmomenten in de alledaagsheid naar het christelijk
geloof.
Ook godsdienst heeft een breuk = bekering. Daarbij moet je vaak een kleine symbolische handeling
doen -> Kerken zijn een breuk van het alledaagse leven, In de filosofie wordt deze overgang uit de
alledaagse beleving minder letterlijk vormgegeven. -> je kan overal filosoferen
Godsdienst stelt grenzen aan het zoeken, in tegenstelling tot de filosofie:
- Één heilig boek
- Dogma's: grenspunten waar je niet voorbij mag zoeken -> dan ben je buiten de godsdienst
,1.3. FILOSOFIE EN WETENSCHAPPEN
Wetenschappers zullen een tijd lang werken met de theorie die op dat moment het beste
beantwoordt aan hun criteria van wetenschappelijkheid. Men noemt zo’n theorie paradigmatisch.
The Structure of Scientific Revolutions - Thomas Kuhn gaat over hoe wetenschappelijke vooruitgang
verloopt. Paradigma's werken soms stabiel maar sneuvelen tijdens wetenschappelijke revoluties. =
nieuwe paradigma's. Ze stellen dus geen grenzen aan het onderzoek.
Vroeger was wetenschap en filosofie hetzelfde -> bv Aristoteles, Descartes… stelden zowel
wetenschappelijke als filosofische vragen.
Newton (18e eeuw) veranderde dit echter met zijn boek ‘principia mathematica philosophiae
naturalis’ = begin van fysica, hij ziet het nog als natuurfilosofie
De een na de andere wetenschap maakt zich los van de filosofie (bv. biologie, sociologie,
scheikunde...) werd ook populairder (succesvol)
Filosofie wordt de baarmoeder van de wetenschap en wordt gezien als louter overbodig.
Wittgenstein: Vergeleken met de wetenschap is filosofie verwarrend en onduidelijk spreken. Hij
stelde voor om ermee te stoppen, voegde zelf de daad bij het woord en ging tuinieren en lesgeven in
het lager onderwijs
Filosofie beantwoordt vragen die de wetenschap links laat liggen.
Dus waarom is wetenschap geen filosofie meer?
WETENSCHAP FILOSOFIE
Beperkt zich tot feiten: het brengt de wereld Filosofen brachten eeuwenlang in één en
objectief in kaart. Menselijke emoties opinies, dezelfde beweging zowel feiten als
waarden... mogen geen rol spelen in het waardengeladen visies op die feiten naar voor.
onderzoek.
Om die menselijke, subjectieve inbreng
uit te schakelen, bouwen
wetenschappers machines (bv.
Microscopen) om de feiten objectief te
capteren
Specialisatie: Moderne wetenschappers Filosofen spraken zich eeuwenlang nogal
beperken zich tot een fragment in een megalomaan uit over alle mogelijke thema’s en
deeldomein van de werkelijkheid. Een klein vragen.
stukje realiteit wordt geïsoleerd en bestudeerd Vb. Aristoteles was-in onze terminologie-zowel bioloog,
met de meest geschikte methodes om het in kosmoloog, politiek wetenschapper, ethicus, logicus,
taalkundige, kunstfilosoof, geograaf, en nog zoveel meer.
kaart te brengen.
Om een globale kijk te hebben op de wereld, kan je je niet alleen bezighouden met de wetenschap.
Bv. Wetenschap zorgt voor technologie maar zegt niet of die technologie zinvol is, dat doet
filosofie wel.
Filosoferen kan je een wereldbeeld geven en een kijk op wat een zinvol leven is.
,1.4. FILOSOFEREN EN DE KUNSTPRAKTIJK
KUNST FILOSOFIE
Breuk in de alledaagse evidenties - geen grenzen - uitspraak over zinvol leven
Medium = zintuiglijk: beelden, klanken, Medium = taal: gesproken en geschreven
objecten, beweging. woord
Ondanks dat kunsten zich ook bedienen met woorden (films, gedicht, teksten) is er een onderscheid
tussen woorden in de filosofie en woorden in de kunsten:
In kunst creëer je een narratieve of Filosofie maakt gebruik van
vertelstructuur; er zijn personages en redeneerstructuren:
tijdsverloop Als a en b, dan c, en aangezien c en d,
'Hij kwam de kamer binnen, ze zag hem dus e...
en schoot hem neer.’ De gereedschapskist van de filosofie is
= vertelling met taal de logica, het geheel van regels voor
het correct en duidelijk redeneren.
Mengvorm= Filosoferende schrijvers: Schrijvende filosofen: Plato, Augustinus, Tufayl,
Shakespeare, Dostojewski, Kafka, Borges, Pessoa, Musil, Abélard, Montaigne, Descartes, Pascal, Kierkegaard,
Woolf, Rilke, Hesse. Schopenhauer, Nietzsche, Russell, Alain...
= Filosofen verduidelijken hun theorieën ook
aan de hand van verhalen, toneelstukken of
gedichten.
1.5. PROFESSIONERING VAN DE FILOSOFIE
Filosofie bestaat niet alleen als een activiteit van specialisten -> iedereen filosofeert. Voor sommigen
werd het een specialisatie, ja zelfs hun beroep, maar eigenlijk is filosoferen een menselijk fenomeen
bij iedereen die niet wegloopt van een breukmoment in de alledaagse evidenties, maar erop
reageert met logisch redeneren.
De professorisering van de filosofie is vooral sinds de achttiende eeuw schering en inslag.
Deze academische professionalisering in de context van universiteiten en hogescholen, versterkte de
vervreemding tussen het alledaagse leven en de filosofiepraktijk.
Beroepsmatig filosoferen belemmert het filosoferen.
Nietzsche: 'filosoferen werd een nevenactiviteit naast mijn beroep.'
Kierkegaard en Schopenhauer dachten er ook zo over
, 1.6. FILOSOFEREN IN DE MODERNE MAATSCHAPPIJ
Een breuk met de alledaagse evidenties geeft onwennigheid, men verliest vaste grond, Tolstoj
vergelijkt het met een gevoel van zeeziekte. Filosoferen is de poging om daarvan te herstellen door
een nieuwe, meer doordachte zingeving te zoeken en een beter beeld van de realiteit.
Tönnies beschrijft dit als de overgang van een gemeenschap -> gezelschap.
GEMEENSCHAP GEZELSCHAP = DE MODERNE MAATSCHAPPIJ
Ontstaat vanuit De contacten in deze samenleving zijn eerder functioneel. Eigen aan die
organisch moderne maatschappij, die ontstond in de periode van het handels-en
gegroeide industrieel kapitalisme, is dat het ik of het subject zoals men dat in de
verbanden tussen filosofie noemt, zich steeds minder als een eenheid kan beleven en
mensen, die zich in engageren.
hun totaliteit
engageren ten = opgroeien en opgevoed worden om rollen te spelen
aanzien van elkaar. We gedragen ons anders op school dan bij onze vrienden en anders
bij onze familie enzovoorts. Er is bijna geen enkele plek waar we
volledig onszelf kunnen zijn.
Typisch aan deze samenleving is dat die zich organiseert in deeldomeinen
die meer en meer los van elkaar gaan. Bv. het medisch systeem, het
juridisch systeem, de politiek, de media....
Fernando Pessoa: identiteitscrisis.
Filosoferen in de moderne maatschappij
- Subversief: moedigt individuelen aan om de waarden en normen die door de maatschappij
worden opgelegd in vraag te stellen en uit te dagen.
- Overstijgt rollen
1.7. ACTUALITEIT VAN FILOSOFIE UIT HET VERLEDEN
Filosofistiek = de kennis van de wijsbegeerte, die geen wijsbegeerte is.
Wetenschappen laten hun verleden achter zich (nieuwste theorieën zijn het belangrijkst). In de
filosofie gaan we telkens terug naar het verleden. We lezen bv. boeken van Plato, Socrates... terwijl
wetenschappers enkel de nieuwste boeken lezen over een bepaald onderwerp.
Filosofie heeft echter een andere verhouding tot vooruitgang dan de wetenschap: Antwoorden van
mensen in een ver verleden blijven interessant om ons te inspireren voor de antwoorden van
vandaag.
Onze wetenschappelijke kennis blijft te beperkt om bij de constructie van een wereldbeeld 1
definitief en conclusief model te poneren.
Men zal nooit beschikken over een waardensysteem dat voor eens en altijd en voor iedereen
geldt. In elke maatschappelijke en persoonlijke situatie moeten dit soort vragen opnieuw
worden gesteld en beantwoord. Het doel is niet om tot één conclusie te komen over het
wereldbeeld, moralen, logica... maar vanuit meerdere standpunten te kijken.
(Zie 'de geschiedenis van de filosofiegeschiedenis'- Lucien Braun)
De filosofiegeschiedenis blijft altijd relevant maar benaderden/interpreteren het anders (in de tijd
van kant keek men anders naar Plato dan de tijd van Spinoza)