ORTHOPEDAGOGIEK:
THEORIEËN EN
WERKVELDEN
LISELOTTE URKENS
SCHAKELPROGRAMMA PEDAGOGISCHE
WETENSCHAPPEN
2025-2026
,Hoofdstuk 1: Praktische en inhoudelijke inleiding
1. Individu-context denken
1.1 Medisch model
Functiebeperkingen werden lange tijd vanuit biomedisch model bekeken.
« Neurobiologische oorzaken: sommatisch & genetisch
« Gevolg: Connotatie van permanentie1
« Diagnostiek gericht op het individu
« Behandeling = individuele therapie
" Stoornisgericht denken; een sterke focus op wat mensen niet meer kunnen.
" Reductionistische denken; het individu verengen tot beperking
MAAR…
Het medisch model vertoont enkele kwetsbaarheden waar kritische bedenkingen bij kunnen worden
geplaatst. Zo blijkt dat individuen met dezelfde genetische afwijking vaak grote verschillen
vertonen in hun cognitief en sociaal functioneren. Bovendien is de mate van functioneren niet
betrouwbaar te voorspellen op basis van medische problemen alleen.
Een duidelijk voorbeeld hiervan is het syndroom van Down: hoewel personen met dit syndroom
dezelfde genetische achtergrond delen, bestaan er aanzienlijke verschillen in cognitieve, sociale en
adaptieve vaardigheden.
Dit wijst erop dat het medisch model aangevuld moet worden met een breder perspectief dat niet
uitsluitend focust op biomedische oorzaken.
Handicap kan dan niet louter worden gezien als een individu-gebonden eigenschap, maar moet
worden begrepen in relatie tot de context waarin het individu leeft en functioneert.
1.2 De opkomst van sociale modellen (alternatieve kaders)
Burgerschapsparadigma
« Mensen met een beperking zijn gewone burgers
« Die dankzij ondersteuning kunnen deelnemen aan alle aspecten van de samenleving
« Geen reden tot afzonderlijk woon-, vrije tijd, werk-of relatieomgeving
« Inclusief denken = iedereen heeft recht op participeren op alle aspecten van maatschappi
« Uitgangspunt = handicap ontstaat pas met interactie met de omgeving. Er zijn dus geen
gehandicapte personen, alleen maar personen in een gehandicapte situatie.
1
Impliceert dat een handicap/beperking strikt persoonlijk, individueel kenmerk "individu moet zich aanpassen om ‘in de
maatschappij te passen’
2
,Handicapcreatiemodel
Beperking is geen persoonsgebonden zaak, maar
een sociaal construct: gevolg van een interactie
tussen persoonskenmerken en omgeving =
mismatch
« Persoonskenmerken & situatiekenmerken
niet optimaal op elkaar afgestemd, leidt tot
functiebeperking
« Situatie moet zich afstemmen op noden van
individu
Biopsychosociaal model (integratief model)2
Het biopsychosociaal model is geen lineair of louter causaal
verklaringsmodel, maar vertrekt vanuit de wisselwerking
tussen verschillende factoren. Zowel biologische,
psychologische als sociale invloeden spelen een rol en
beïnvloeden elkaar op het niveau van het individu én de context
waarin het individu leeft.
Dit model kan daarom worden beschouwd als een ecologisch
perspectief, waarbij de omgeving expliciet wordt meegenomen
en belangrijk is voor het begrijpen van de kans op het ontwikkelen van mentale
gezondheidsproblemen. Het benadrukt bovendien dat het geheel meer is dan de som van de
afzonderlijke delen: functioneren en gezondheid ontstaan uit de interactie tussen al deze factoren
samen.
Ecologisch model (integratief model)
Het ecologisch model van
Bronfenbrenner beschrijft hoe de
ontwikkeling van een individu wordt
beïnvloed door verschillende lagen van
context.
Rond het individu bevinden zich
concentrische cirkels die telkens een
bredere context voorstellen. Deze niveaus
omvatten onder andere de directe leefomgeving, de relaties tussen verschillende omgevingen,
bredere maatschappelijke structuren en culturele invloeden. Door deze samenhang te bekijken,
maakt het model duidelijk dat ontwikkeling en functioneren niet losstaan van de omgeving, maar
voortdurend worden gevormd door de interactie tussen individu en context.
2
Het combineren van individuele en sociale modellen in meer overkoepelende modellen met aandacht voor biologische,
pyschologische, sociale en bredere omgevingsfactoren.
3
, International Classification of Functioning, Disability and Health (ICF; WHO, 2001)
Het ICF-model is een classificerend kader waarin
contextdenken een belangrijke rol speelt. Het werd
ontwikkeld door de Wereldgezondheidsorganisatie
(WHO) met als doel de communicatie over gezondheid
en de domeinen die daarmee samenhangen te
vergemakkelijken. Binnen dit model wordt op een
neutrale manier gekeken naar het menselijk
functioneren.
Mensenrechten model
Het mensenrechtenmodel vertrekt vanuit het idee dat we niet alleen mechanismen van uitsluiting
en discriminatie moeten beschrijven of verklaren, zoals in sociale modellen gebeurt, maar ook
een normatief denkkader moeten formuleren dat richting geeft aan gelijkwaardigheid,
participatie en inclusie.
Binnen dit model wordt een beperking gezien als een natuurlijke vorm van menselijke diversiteit
die gerespecteerd en ondersteund moet worden. Mensen met een beperking hebben dezelfde rechten
als ieder ander lid van de samenleving, en een beperking mag nooit worden gebruikt als
rechtvaardiging om rechten te ontzeggen of te beperken. Het model benadrukt daarom waarden en
richtlijnen die erop gericht zijn volwaardige maatschappelijke deelname te waarborgen.
1.3 Orthopedagogiek als wetenschap
" Zelfde evolutie in denken op te merken: van individu naar individu context denken.
*Vroeger; Heilpädagogik
= de leer van het onderwijs, de opvoeding, en zorg aan kinderen met
ontwikkelingsbelemmeringen
« Door afwijkingen in het kind ontstaan ontwikkelingsbelemmeringen
« Functiebeperking wordt gedefinieert op niveau van individu
*Nu; Orthopedagogiek
= ‘Het uitoefenen van de klinische orthopedagogiek is het vanuit een wetenschappelijk
onderbouwd referentiekader verrichten van handelingen gericht op de preventie, de
diagnostiek, de begeleiding en behandeling van opvoedings-, ontwikkelings-, leer-,
gedrags- en emotionele problemen en de psychosociale gevolgen ervan bij kinderen,
jongeren of volwassenen en hun context. De orthopedagogiek is de discipline die de theorieën,
modellen, methoden en technieken ontwikkelt voor het bedoelde wetenschappelijke
referentiekader.”
4
THEORIEËN EN
WERKVELDEN
LISELOTTE URKENS
SCHAKELPROGRAMMA PEDAGOGISCHE
WETENSCHAPPEN
2025-2026
,Hoofdstuk 1: Praktische en inhoudelijke inleiding
1. Individu-context denken
1.1 Medisch model
Functiebeperkingen werden lange tijd vanuit biomedisch model bekeken.
« Neurobiologische oorzaken: sommatisch & genetisch
« Gevolg: Connotatie van permanentie1
« Diagnostiek gericht op het individu
« Behandeling = individuele therapie
" Stoornisgericht denken; een sterke focus op wat mensen niet meer kunnen.
" Reductionistische denken; het individu verengen tot beperking
MAAR…
Het medisch model vertoont enkele kwetsbaarheden waar kritische bedenkingen bij kunnen worden
geplaatst. Zo blijkt dat individuen met dezelfde genetische afwijking vaak grote verschillen
vertonen in hun cognitief en sociaal functioneren. Bovendien is de mate van functioneren niet
betrouwbaar te voorspellen op basis van medische problemen alleen.
Een duidelijk voorbeeld hiervan is het syndroom van Down: hoewel personen met dit syndroom
dezelfde genetische achtergrond delen, bestaan er aanzienlijke verschillen in cognitieve, sociale en
adaptieve vaardigheden.
Dit wijst erop dat het medisch model aangevuld moet worden met een breder perspectief dat niet
uitsluitend focust op biomedische oorzaken.
Handicap kan dan niet louter worden gezien als een individu-gebonden eigenschap, maar moet
worden begrepen in relatie tot de context waarin het individu leeft en functioneert.
1.2 De opkomst van sociale modellen (alternatieve kaders)
Burgerschapsparadigma
« Mensen met een beperking zijn gewone burgers
« Die dankzij ondersteuning kunnen deelnemen aan alle aspecten van de samenleving
« Geen reden tot afzonderlijk woon-, vrije tijd, werk-of relatieomgeving
« Inclusief denken = iedereen heeft recht op participeren op alle aspecten van maatschappi
« Uitgangspunt = handicap ontstaat pas met interactie met de omgeving. Er zijn dus geen
gehandicapte personen, alleen maar personen in een gehandicapte situatie.
1
Impliceert dat een handicap/beperking strikt persoonlijk, individueel kenmerk "individu moet zich aanpassen om ‘in de
maatschappij te passen’
2
,Handicapcreatiemodel
Beperking is geen persoonsgebonden zaak, maar
een sociaal construct: gevolg van een interactie
tussen persoonskenmerken en omgeving =
mismatch
« Persoonskenmerken & situatiekenmerken
niet optimaal op elkaar afgestemd, leidt tot
functiebeperking
« Situatie moet zich afstemmen op noden van
individu
Biopsychosociaal model (integratief model)2
Het biopsychosociaal model is geen lineair of louter causaal
verklaringsmodel, maar vertrekt vanuit de wisselwerking
tussen verschillende factoren. Zowel biologische,
psychologische als sociale invloeden spelen een rol en
beïnvloeden elkaar op het niveau van het individu én de context
waarin het individu leeft.
Dit model kan daarom worden beschouwd als een ecologisch
perspectief, waarbij de omgeving expliciet wordt meegenomen
en belangrijk is voor het begrijpen van de kans op het ontwikkelen van mentale
gezondheidsproblemen. Het benadrukt bovendien dat het geheel meer is dan de som van de
afzonderlijke delen: functioneren en gezondheid ontstaan uit de interactie tussen al deze factoren
samen.
Ecologisch model (integratief model)
Het ecologisch model van
Bronfenbrenner beschrijft hoe de
ontwikkeling van een individu wordt
beïnvloed door verschillende lagen van
context.
Rond het individu bevinden zich
concentrische cirkels die telkens een
bredere context voorstellen. Deze niveaus
omvatten onder andere de directe leefomgeving, de relaties tussen verschillende omgevingen,
bredere maatschappelijke structuren en culturele invloeden. Door deze samenhang te bekijken,
maakt het model duidelijk dat ontwikkeling en functioneren niet losstaan van de omgeving, maar
voortdurend worden gevormd door de interactie tussen individu en context.
2
Het combineren van individuele en sociale modellen in meer overkoepelende modellen met aandacht voor biologische,
pyschologische, sociale en bredere omgevingsfactoren.
3
, International Classification of Functioning, Disability and Health (ICF; WHO, 2001)
Het ICF-model is een classificerend kader waarin
contextdenken een belangrijke rol speelt. Het werd
ontwikkeld door de Wereldgezondheidsorganisatie
(WHO) met als doel de communicatie over gezondheid
en de domeinen die daarmee samenhangen te
vergemakkelijken. Binnen dit model wordt op een
neutrale manier gekeken naar het menselijk
functioneren.
Mensenrechten model
Het mensenrechtenmodel vertrekt vanuit het idee dat we niet alleen mechanismen van uitsluiting
en discriminatie moeten beschrijven of verklaren, zoals in sociale modellen gebeurt, maar ook
een normatief denkkader moeten formuleren dat richting geeft aan gelijkwaardigheid,
participatie en inclusie.
Binnen dit model wordt een beperking gezien als een natuurlijke vorm van menselijke diversiteit
die gerespecteerd en ondersteund moet worden. Mensen met een beperking hebben dezelfde rechten
als ieder ander lid van de samenleving, en een beperking mag nooit worden gebruikt als
rechtvaardiging om rechten te ontzeggen of te beperken. Het model benadrukt daarom waarden en
richtlijnen die erop gericht zijn volwaardige maatschappelijke deelname te waarborgen.
1.3 Orthopedagogiek als wetenschap
" Zelfde evolutie in denken op te merken: van individu naar individu context denken.
*Vroeger; Heilpädagogik
= de leer van het onderwijs, de opvoeding, en zorg aan kinderen met
ontwikkelingsbelemmeringen
« Door afwijkingen in het kind ontstaan ontwikkelingsbelemmeringen
« Functiebeperking wordt gedefinieert op niveau van individu
*Nu; Orthopedagogiek
= ‘Het uitoefenen van de klinische orthopedagogiek is het vanuit een wetenschappelijk
onderbouwd referentiekader verrichten van handelingen gericht op de preventie, de
diagnostiek, de begeleiding en behandeling van opvoedings-, ontwikkelings-, leer-,
gedrags- en emotionele problemen en de psychosociale gevolgen ervan bij kinderen,
jongeren of volwassenen en hun context. De orthopedagogiek is de discipline die de theorieën,
modellen, methoden en technieken ontwikkelt voor het bedoelde wetenschappelijke
referentiekader.”
4