Beginselen van recht
-Inleiding:
in bepaalde situaties kan je niet aansprakelijk worden gesteld voor lichte fouten die je begaat
dit is voor stagairs en hierbij gaat de stagemeester aansprakelijk worden gesteld enkel
bij grote of opzettelijke fouten kan je zelf als stagiaire aansprakelijk worden gesteld
wanneer de dokter een foute diagnose stelt en jij als kinesitherapeut ontdekt iets anders dan
mag je zelf geen andere diagnose stellen en de aanbevolen behandeling aanpassen je
moet de patiënt dan terugsturen naar de dokter zodat die een andere diagnose kan stellen en
er een nieuwe behandeling van start kan gaan
-Hoofdstuk 1: het recht
Natuurstaat VS rechtstaat staan tegenover elkaar
natuurstaat is een omgeving waar geldt waar iedereen vecht voor het bestaan van hun leven
waarbij de sterkste overeind blijven en de zwakste onderuit gaan waarbij je sowieso
conflicten gaat krijgen omdat er schaarse middelen bestaan waarover mensen gaan vechten
Het ligt in de menselijke aard om het niet te aanvaarden: van zodra mensen samen gaan
leven gaan ze afspraken maken over de manier waarop ze bepaalde zaken moeten doen =
rechtstaat: iedereen in de samenleving mag meedoen als individu met eigen persoonlijkheid
en individuele vrijheid, dus ook de zwakste horen erbij
De samenleving gaat ruimte geven aan individuen als er afspraken worden gemaakt: er is
ergens een macht die wordt aangeduid die regels gaat uitvaardigen = dat is het recht
Objectief recht VS subjectief recht
-objectief recht:
1. algemene gedragsregels: een regel die oplegt hoe je je moet gedragen en die op een
onbepaald aantal gevallen van toepassing zijn dit kan een welbepaald gedrag zijn als het
een bevel of toelating is (vb. onderhoudsverplichting voor ouders die de studies van hun
kinderen moeten betalen) het kan ook onbepaald gedrag zijn zoals dat elk ieder mens het
recht heeft om een menswaardig leven te leiden
2. bevoegde overheid: in een democratie ligt vast wie bevoegd is om bepaalde regels op te
leggen (parlement, regering)
3. ordening van het maatschappelijk leven beogen: Recht heeft als doel de samenleving te
ordenen waarbij rechtvaardig samenleven kan plaatsvinden en we dus afstappen van een
natuurstaat
4. waarvan de naleving afdwingbaar is: Objectief recht is afdwingbaar: als de regel niet wordt
nageleefd kan je naar de rechtbank stappen = monopolie van de overheid: enkel de overheid
kan iemand verplichten om de regels na te leven = verbod op eigen richting met als
uitzondering wettelijke zelfverdediging waarbij je het recht in eigen handen neemt uit angst
voor je eigen leven
opgelet: rechtsverhouding kan niet toegepast worden of beschouwd worden als elke
menselijke verhouding/relatie
Vrouwe Justitia of Themis:
-blinddoek, zwaard en de weegschaal = staan symbool voor de rechterlijke taken binnen justitie
blinddoek: je moet altijd onpartijdig zijn als rechter in je oordeel
, Zwaard: de rechter moet de knoop doorhakken om tot een oplossing te komen
Weegschaal: het evenwicht waarbij de rechter de rechten en argumenten van beide partijen
evenwichtig gaat afwegen
Subjectief recht:
-subjectief recht = de individualisering van het objectief recht of de rechtsregel je gaat als individu
aanspraak maken op het recht dat je hebt
Dit kan verschillende oorsprongen/bronnen hebben:
1) feit: alles wat werkelijk is of heeft plaatsgehad maar niet alle feiten zijn relevant voor het
recht en geven niet aanleiding tot aanspraak en rechten
2) Rechtsfeit: het feit heeft juridische gevolgen en is relevant voor het recht
3) Rechtshandeling: wanneer de rechtgevolgen gewild zijn = als je een handeling doet met als
doel rechtsgevolgen te hebben
vb. het bliksemt (=feit) en die bliksem slaat in op een huis (rechtsfeit) maar de eigenaar kan zijn
brandverzekering aanspreken (rechtshandeling)
De pedagogische opdeling van het recht:
Alles moet 1 samenhangend geheel zijn zonder tegenstrijdigheden het recht regelt zoveel facetten
van onze samenleving dat we ergens nood hebben aan een opdeling van alle regels = we delen het
recht op in deelgebieden:
nationaal recht verwijst naar een natie geldt binnen 1 land bijvoorbeeld België wij
hebben ons oorspronkelijke wetboek te danken aan Napoleon = sommige zaken zullen dus
hier anders geregeld zijn als in andere landen zoals bijvoorbeeld homohuwelijk
internationaal recht: recht tussen naties/landen , verschillende landen gaan samen verdragen
opstellen zoals het klimaatakkoord van Parijs
supranationaal: recht dat boven de nationale staten hangt zoals de Europese unie
publiekrecht: de regels die betrekking hebben op de organisatie en werking van de staat, alles
wat de Belgische staat aangaat en alles regelt tussen de overheid en haar burgers denk
aan de grondwet waar iedereen gelijk behandelt moet worden volgens de wet en er geen
discriminatie mag zijn
privaatrecht: rechtsverhoudingen tussen burgers onderling burgerlijk wetboek waar onder
andere huurcontracten instaan: men heeft sinds 2007 antidiscriminatie wetten ingesteld
onder voorwaarde dat het zich in de publieke sfeer bevindt zoals het verhuren van koten, je
mag niet mensen afwijzen omwille van geslacht of huidskleur maar dan moet het dus
officieel op de markt staan maar wanneer je gewoon in jou omgeving iemand zoekt zonder
dit officieel bekend te maken dan mag je kiezen wie jou kot gaat huren
consumentenrecht: alle regels ter bescherming van een consument een consument =
iemand die niet voor zijn beroep handelt maar alleen voor privé doeleinden en een
ondernemer is iemand die beroepsmatig gaat handelen Consumentenrecht is een
combinatie van publiek en privérecht
Het rechtssubject en het rechtsobject:
1) het rechtssubject:
= een drager of titularis van subjectieve rechten en plichten
= de uiteindelijke bestemmeling van het recht
Er zijn 2 soorten:
, 1. Natuurlijke persoon
dit is de gewone mens, vanaf de geboorte tot aan het overlijden vanaf het
overlijden verander je van een rechtssubject naar een rechtsobject maar
opgelet een ongeboren kindje heeft wel rechten en wordt als rechtssubject
beschouwd als het in het voordeel van het kindje is zoals het krijgen van de
erfenis als een van de ouders komt te overlijden of schadevergoeding als de
mama in een accident komt terwijl ze zwanger is (dan schuift het op van
ongeboren naar het moment van verwekking om de baby als rechtssubject te
beschouwen)
altijd drager van rechten en plichten:
o als je iemand een slaaf maakt dan maak je van iemand een rechtsobject je
neemt alle rechten en plichten af van die persoon dit is nu verboden in het
recht
o afschaffing burgerlijke dood: burgerlijke dood = het verliezen van al je rechten
door een uitspraak van de rechter maar dat kan nu niet meer in België
o los van nationaliteit: dus niet alleen mensen met een Belgische nationaliteit zijn
rechtssubjecten maar ook immigranten, illegalen personen,… zijn
rechtssubjecten
o dieren zijn geen rechtssubjecten maar rechtsobjecten er is veel aandacht
voor dierenwelzijn en dierenbescherming maar dit is onrechtstreeks in het
nieuwe wetboek is een tussencategorie gemaakt voor dieren
2. Rechtspersoon
= juridische structuur of constructie gecreëerd door een wet of verdrag + het
is een abstract, onlichamelijk wezen dat drager is van rechten en plichten
zijn er niet altijd geweest in tegenstelling tot natuurlijke personen
2 basisprincipes:
o Wettelijkeidsbeginsel: je hebt altijd een wettelijke basis nodig om
een rechtspersoon op te richten
o Doelbeperking: een rechtspersoon wordt altijd met een bepaald doel
opgericht
2 soorten:
o Privaatrechtelijk: handelsvennootschappen met rechtspersoonlijkheid, vzw,
private stichting dit zijn de vennootschappen die wij zelf als personen kunnen
oprichten
o Publiekrechtelijk: overheidsinstellingen zoals de NMBS, de politie =
opgericht door de staat
Resultaat: rechtspersonen kunnen zich in het rechtsverkeer begeven
een feitelijke vereniging = iets wat spontaan groeit, een groep mensen die samen
beslissen om een activiteit op te zetten = dit is geen rechtspersoon!
Als je een rechtspersoon creëert: deze gaat verantwoordelijkheid opzich
nemen bij het organiseren van de activiteit
Zonder rechtspersoon kan elke persoon individueel aansprakelijk worden
gesteld als er iets mis gaat en daarom richt je beter een vzw op om te
vermijden dat iedereen apart moet opdraaien voor bijvoorbeeld een
schadevergoeding
2) Het rechtsobject
Voorwerpen die voor het recht een belang hebben zoals een huis, een stuk grond, een auto, een
dier, een lijk, een ingevroren embryo
Bekwaamheid:
, 1) feitelijke bekwaamheid: wanneer je iets kan = materieel instaat zijn om iets te doen zoals bijvoorbeeld een
kleuter kan niet met de auto rijden of iemand die niet kan schrijven is niet feitelijk bekwaam om zijn
handtekening onder een document te zetten
2) juridische bekwaamheid: het mogen doen van een handeling je kan misschien in staat zijn om auto te
rijden maar als je geen rijbewijs hebt dan mag je dat niet en ben je niet juridisch bekwaam
handelingsbekwaamheid: het mogen uitoefenen van bepaalde rechten die je hebt maar dit kan
soms ingetrokken worden door gezondheidsredenen bijvoorbeeld alle minderjarigen zijn
handelingsonbekwaam omdat je voor alles je ouders nodig hebt (behalve dagdagelijkse
handelingen zoals een festivalticket kopen)
rechtsbekwaamheid: het vermogen van een persoon om rechten en plichten te hebben
minderjarigen zijn dus wel rechtsbekwaam maar niet handelingsbekwaam
je kan iemand niet volledig rechtsonbekwaam maken maar wel gedeeltelijk voor 1 of 2
wetten zoals iemand die een zware verkeersovertreding gemaakt heeft kan tijdelijk zijn
rijbewijs verliezen
Hoofdstuk 2: de bronnen van het recht
Onderscheid tussen materiële en formele bronnen
-materiële bronnen van het recht: verklaart de inhoud van het recht waarom hebben we bepaalde rechten en
waarom zijn ze niet anders? deze zijn verbonden met de legitimiteit = soms zijn er wetenschappelijke inzichten
of politieke opvattingen die anders zijn dan in andere landen waardoor we een andere inhoud hebben
formele bronnen van het recht: verklaart de vindplaats van het recht en is verbonden met de legaliteit = de
overheid en burgers moeten zich houden aan de wet en sancties mogen alleen gegeven worden als de overtreding
vooraf in de wet als strafbaar is opgelegd
in formele bronnen heb je ook nog bindende formele bronnen:
de belangrijkste bron is de wet: deze is schriftelijk vastgelegd door een bevoegd orgaan
Wetgeving is de belangrijkste vorm van recht waarvan de meeste wetten zijn gebundeld tot
een wetboek
Je hebt ook afzonderlijke wetten die niet gebonden zijn in een wetboek zoals bijvoorbeeld
de wet voor patiëntenrechten
En je hebt ook gezaghebbende formele bronnen naast bindende formele bronnen:
Rechtspraak:
o Uitspraken van rechters maar deze zijn niet bindend maar wel gezaghebbend = het
is niet verplicht om te volgend want ze zijn niet bindend
o uitspraken van rechters zijn niet bindend in de zin van dat een rechter niet verplicht
is om gelijkaardige situaties op dezelfde manier te behandelen
o Hoe hoger het recht hoe groter het gezag (er zijn verschillende niveaus van recht)
o rechters passen het recht toe op casussen maar ze gaan ook bij onduidelijkheden of
dubbelzinnigheden de wet gaan interpreteren en bij problemen die niet opgelost
kunnen worden met bestaande wetten kunnen rechters een nieuwe oplossing
bedenken
o rule of precedent: de rechter is wel gebonden aan eerdere uitspraken in andere
gelijkaardige zaken en is dus bindend voor volgende zaken over dat onderwerp
(komt alleen voor in Engeland en Amerika)
rechtsleer of doctrine:
o = wetenschappelijke niet bindende publicaties van rechtsgeleerden zoals boeken,
artikels in tijdschriften
In bindende formele bronnen maken we verder onderscheid:
-Inleiding:
in bepaalde situaties kan je niet aansprakelijk worden gesteld voor lichte fouten die je begaat
dit is voor stagairs en hierbij gaat de stagemeester aansprakelijk worden gesteld enkel
bij grote of opzettelijke fouten kan je zelf als stagiaire aansprakelijk worden gesteld
wanneer de dokter een foute diagnose stelt en jij als kinesitherapeut ontdekt iets anders dan
mag je zelf geen andere diagnose stellen en de aanbevolen behandeling aanpassen je
moet de patiënt dan terugsturen naar de dokter zodat die een andere diagnose kan stellen en
er een nieuwe behandeling van start kan gaan
-Hoofdstuk 1: het recht
Natuurstaat VS rechtstaat staan tegenover elkaar
natuurstaat is een omgeving waar geldt waar iedereen vecht voor het bestaan van hun leven
waarbij de sterkste overeind blijven en de zwakste onderuit gaan waarbij je sowieso
conflicten gaat krijgen omdat er schaarse middelen bestaan waarover mensen gaan vechten
Het ligt in de menselijke aard om het niet te aanvaarden: van zodra mensen samen gaan
leven gaan ze afspraken maken over de manier waarop ze bepaalde zaken moeten doen =
rechtstaat: iedereen in de samenleving mag meedoen als individu met eigen persoonlijkheid
en individuele vrijheid, dus ook de zwakste horen erbij
De samenleving gaat ruimte geven aan individuen als er afspraken worden gemaakt: er is
ergens een macht die wordt aangeduid die regels gaat uitvaardigen = dat is het recht
Objectief recht VS subjectief recht
-objectief recht:
1. algemene gedragsregels: een regel die oplegt hoe je je moet gedragen en die op een
onbepaald aantal gevallen van toepassing zijn dit kan een welbepaald gedrag zijn als het
een bevel of toelating is (vb. onderhoudsverplichting voor ouders die de studies van hun
kinderen moeten betalen) het kan ook onbepaald gedrag zijn zoals dat elk ieder mens het
recht heeft om een menswaardig leven te leiden
2. bevoegde overheid: in een democratie ligt vast wie bevoegd is om bepaalde regels op te
leggen (parlement, regering)
3. ordening van het maatschappelijk leven beogen: Recht heeft als doel de samenleving te
ordenen waarbij rechtvaardig samenleven kan plaatsvinden en we dus afstappen van een
natuurstaat
4. waarvan de naleving afdwingbaar is: Objectief recht is afdwingbaar: als de regel niet wordt
nageleefd kan je naar de rechtbank stappen = monopolie van de overheid: enkel de overheid
kan iemand verplichten om de regels na te leven = verbod op eigen richting met als
uitzondering wettelijke zelfverdediging waarbij je het recht in eigen handen neemt uit angst
voor je eigen leven
opgelet: rechtsverhouding kan niet toegepast worden of beschouwd worden als elke
menselijke verhouding/relatie
Vrouwe Justitia of Themis:
-blinddoek, zwaard en de weegschaal = staan symbool voor de rechterlijke taken binnen justitie
blinddoek: je moet altijd onpartijdig zijn als rechter in je oordeel
, Zwaard: de rechter moet de knoop doorhakken om tot een oplossing te komen
Weegschaal: het evenwicht waarbij de rechter de rechten en argumenten van beide partijen
evenwichtig gaat afwegen
Subjectief recht:
-subjectief recht = de individualisering van het objectief recht of de rechtsregel je gaat als individu
aanspraak maken op het recht dat je hebt
Dit kan verschillende oorsprongen/bronnen hebben:
1) feit: alles wat werkelijk is of heeft plaatsgehad maar niet alle feiten zijn relevant voor het
recht en geven niet aanleiding tot aanspraak en rechten
2) Rechtsfeit: het feit heeft juridische gevolgen en is relevant voor het recht
3) Rechtshandeling: wanneer de rechtgevolgen gewild zijn = als je een handeling doet met als
doel rechtsgevolgen te hebben
vb. het bliksemt (=feit) en die bliksem slaat in op een huis (rechtsfeit) maar de eigenaar kan zijn
brandverzekering aanspreken (rechtshandeling)
De pedagogische opdeling van het recht:
Alles moet 1 samenhangend geheel zijn zonder tegenstrijdigheden het recht regelt zoveel facetten
van onze samenleving dat we ergens nood hebben aan een opdeling van alle regels = we delen het
recht op in deelgebieden:
nationaal recht verwijst naar een natie geldt binnen 1 land bijvoorbeeld België wij
hebben ons oorspronkelijke wetboek te danken aan Napoleon = sommige zaken zullen dus
hier anders geregeld zijn als in andere landen zoals bijvoorbeeld homohuwelijk
internationaal recht: recht tussen naties/landen , verschillende landen gaan samen verdragen
opstellen zoals het klimaatakkoord van Parijs
supranationaal: recht dat boven de nationale staten hangt zoals de Europese unie
publiekrecht: de regels die betrekking hebben op de organisatie en werking van de staat, alles
wat de Belgische staat aangaat en alles regelt tussen de overheid en haar burgers denk
aan de grondwet waar iedereen gelijk behandelt moet worden volgens de wet en er geen
discriminatie mag zijn
privaatrecht: rechtsverhoudingen tussen burgers onderling burgerlijk wetboek waar onder
andere huurcontracten instaan: men heeft sinds 2007 antidiscriminatie wetten ingesteld
onder voorwaarde dat het zich in de publieke sfeer bevindt zoals het verhuren van koten, je
mag niet mensen afwijzen omwille van geslacht of huidskleur maar dan moet het dus
officieel op de markt staan maar wanneer je gewoon in jou omgeving iemand zoekt zonder
dit officieel bekend te maken dan mag je kiezen wie jou kot gaat huren
consumentenrecht: alle regels ter bescherming van een consument een consument =
iemand die niet voor zijn beroep handelt maar alleen voor privé doeleinden en een
ondernemer is iemand die beroepsmatig gaat handelen Consumentenrecht is een
combinatie van publiek en privérecht
Het rechtssubject en het rechtsobject:
1) het rechtssubject:
= een drager of titularis van subjectieve rechten en plichten
= de uiteindelijke bestemmeling van het recht
Er zijn 2 soorten:
, 1. Natuurlijke persoon
dit is de gewone mens, vanaf de geboorte tot aan het overlijden vanaf het
overlijden verander je van een rechtssubject naar een rechtsobject maar
opgelet een ongeboren kindje heeft wel rechten en wordt als rechtssubject
beschouwd als het in het voordeel van het kindje is zoals het krijgen van de
erfenis als een van de ouders komt te overlijden of schadevergoeding als de
mama in een accident komt terwijl ze zwanger is (dan schuift het op van
ongeboren naar het moment van verwekking om de baby als rechtssubject te
beschouwen)
altijd drager van rechten en plichten:
o als je iemand een slaaf maakt dan maak je van iemand een rechtsobject je
neemt alle rechten en plichten af van die persoon dit is nu verboden in het
recht
o afschaffing burgerlijke dood: burgerlijke dood = het verliezen van al je rechten
door een uitspraak van de rechter maar dat kan nu niet meer in België
o los van nationaliteit: dus niet alleen mensen met een Belgische nationaliteit zijn
rechtssubjecten maar ook immigranten, illegalen personen,… zijn
rechtssubjecten
o dieren zijn geen rechtssubjecten maar rechtsobjecten er is veel aandacht
voor dierenwelzijn en dierenbescherming maar dit is onrechtstreeks in het
nieuwe wetboek is een tussencategorie gemaakt voor dieren
2. Rechtspersoon
= juridische structuur of constructie gecreëerd door een wet of verdrag + het
is een abstract, onlichamelijk wezen dat drager is van rechten en plichten
zijn er niet altijd geweest in tegenstelling tot natuurlijke personen
2 basisprincipes:
o Wettelijkeidsbeginsel: je hebt altijd een wettelijke basis nodig om
een rechtspersoon op te richten
o Doelbeperking: een rechtspersoon wordt altijd met een bepaald doel
opgericht
2 soorten:
o Privaatrechtelijk: handelsvennootschappen met rechtspersoonlijkheid, vzw,
private stichting dit zijn de vennootschappen die wij zelf als personen kunnen
oprichten
o Publiekrechtelijk: overheidsinstellingen zoals de NMBS, de politie =
opgericht door de staat
Resultaat: rechtspersonen kunnen zich in het rechtsverkeer begeven
een feitelijke vereniging = iets wat spontaan groeit, een groep mensen die samen
beslissen om een activiteit op te zetten = dit is geen rechtspersoon!
Als je een rechtspersoon creëert: deze gaat verantwoordelijkheid opzich
nemen bij het organiseren van de activiteit
Zonder rechtspersoon kan elke persoon individueel aansprakelijk worden
gesteld als er iets mis gaat en daarom richt je beter een vzw op om te
vermijden dat iedereen apart moet opdraaien voor bijvoorbeeld een
schadevergoeding
2) Het rechtsobject
Voorwerpen die voor het recht een belang hebben zoals een huis, een stuk grond, een auto, een
dier, een lijk, een ingevroren embryo
Bekwaamheid:
, 1) feitelijke bekwaamheid: wanneer je iets kan = materieel instaat zijn om iets te doen zoals bijvoorbeeld een
kleuter kan niet met de auto rijden of iemand die niet kan schrijven is niet feitelijk bekwaam om zijn
handtekening onder een document te zetten
2) juridische bekwaamheid: het mogen doen van een handeling je kan misschien in staat zijn om auto te
rijden maar als je geen rijbewijs hebt dan mag je dat niet en ben je niet juridisch bekwaam
handelingsbekwaamheid: het mogen uitoefenen van bepaalde rechten die je hebt maar dit kan
soms ingetrokken worden door gezondheidsredenen bijvoorbeeld alle minderjarigen zijn
handelingsonbekwaam omdat je voor alles je ouders nodig hebt (behalve dagdagelijkse
handelingen zoals een festivalticket kopen)
rechtsbekwaamheid: het vermogen van een persoon om rechten en plichten te hebben
minderjarigen zijn dus wel rechtsbekwaam maar niet handelingsbekwaam
je kan iemand niet volledig rechtsonbekwaam maken maar wel gedeeltelijk voor 1 of 2
wetten zoals iemand die een zware verkeersovertreding gemaakt heeft kan tijdelijk zijn
rijbewijs verliezen
Hoofdstuk 2: de bronnen van het recht
Onderscheid tussen materiële en formele bronnen
-materiële bronnen van het recht: verklaart de inhoud van het recht waarom hebben we bepaalde rechten en
waarom zijn ze niet anders? deze zijn verbonden met de legitimiteit = soms zijn er wetenschappelijke inzichten
of politieke opvattingen die anders zijn dan in andere landen waardoor we een andere inhoud hebben
formele bronnen van het recht: verklaart de vindplaats van het recht en is verbonden met de legaliteit = de
overheid en burgers moeten zich houden aan de wet en sancties mogen alleen gegeven worden als de overtreding
vooraf in de wet als strafbaar is opgelegd
in formele bronnen heb je ook nog bindende formele bronnen:
de belangrijkste bron is de wet: deze is schriftelijk vastgelegd door een bevoegd orgaan
Wetgeving is de belangrijkste vorm van recht waarvan de meeste wetten zijn gebundeld tot
een wetboek
Je hebt ook afzonderlijke wetten die niet gebonden zijn in een wetboek zoals bijvoorbeeld
de wet voor patiëntenrechten
En je hebt ook gezaghebbende formele bronnen naast bindende formele bronnen:
Rechtspraak:
o Uitspraken van rechters maar deze zijn niet bindend maar wel gezaghebbend = het
is niet verplicht om te volgend want ze zijn niet bindend
o uitspraken van rechters zijn niet bindend in de zin van dat een rechter niet verplicht
is om gelijkaardige situaties op dezelfde manier te behandelen
o Hoe hoger het recht hoe groter het gezag (er zijn verschillende niveaus van recht)
o rechters passen het recht toe op casussen maar ze gaan ook bij onduidelijkheden of
dubbelzinnigheden de wet gaan interpreteren en bij problemen die niet opgelost
kunnen worden met bestaande wetten kunnen rechters een nieuwe oplossing
bedenken
o rule of precedent: de rechter is wel gebonden aan eerdere uitspraken in andere
gelijkaardige zaken en is dus bindend voor volgende zaken over dat onderwerp
(komt alleen voor in Engeland en Amerika)
rechtsleer of doctrine:
o = wetenschappelijke niet bindende publicaties van rechtsgeleerden zoals boeken,
artikels in tijdschriften
In bindende formele bronnen maken we verder onderscheid: