100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting Kennistoets 3.1

Rating
-
Sold
-
Pages
40
Uploaded on
23-04-2021
Written in
2020/2021

Samenvatting van: - Verpleegkundige Zorgverlening - Geneeskunde - Onderzoek doen en toepassen - Zorginnovatie en ondernemerschap

Institution
Module

Content preview

Kennistoets 3.1 Verpleegkundige Zorg + Onderzoek
& Innovatie

Verpleegkundige Zorgverlening
3.1 Moe, maar niet kunnen slapen
1. De aspecten rondom de functie, stadia en beïnvloedende factoren van
het slaap-waakritme benoemen
Slaap-waakritme: ook wel biologische klok genoemd. De behoefte aan slaap van een persoon wordt
bepaald door zijn levensritme, dag invulling en voor een deel door zijn leeftijd. Deze factoren hangen
met elkaar samen.

Functies van slaap:
 Ontspanning van het lichaam: lichaamscellen groeien en herstellen tijdens de slaap. Het
lichaam is in rust en bouwt voldoende energie op voor de volgende dag. Een licht gebogen
houding op de zij is de ideale houding bij het slapen  nek, rug en ledematen zijn het meest
ontspannen. Al je spieren krijgen de kans om te ontspannen wanneer je je regelmatig
omdraait van je ene op je andere zij.
 Ontspanning van de geest: je bewust zijn wordt minder tijdens je slaap. Mensen die
onvoldoende slapen worden lusteloos, prikkelbaar en hebben onvoldoende energie voor de
dingen van de dag.
 Dromen: de hersenen rusten nooit helemaal omdat ieder mens droomt. Er wordt onbewust
arbeid verricht die energie kost. Zware dromen en nachtmerries kunnen het gevolg zijn van
slapen met een volle maag of van sterke emoties gedurende de dag.

Stadia van slaap: bij een normale slaap doorloopt iemand 5 slaapstadia.

Slaapstadium Kenmerken
0: ontspanning Iemand begint zich te ontspannen: vitale functies vertragen,
lichaamstemperatuur wordt lager.
1: vertraging van lichaamsfuncties Hartactie, ademhaling en bloeddruk vertragen. Spieren
ontspannen.
2: totale ontspanning Totaal ontspannen. Je kunt vrij gemakkelijk wakker worden
 15 minuten nadat je in slaap gevallen bent.
3: moeilijk te wekken Je bent moeilijk te wekken. Bloeddruk en
lichaamstemperatuur zijn gedaald.
4: lichamelijk herstel Volkomen ontspannen, geen beweging, moeilijk te wekken.
Slaapwandelen en bedplassen komt voor  hormoon dat
groei beïnvloedt en weefselgenezing bevordert komt vrij.
5: remslaap Dromen, activiteit van lichaamsfuncties wisselt en ogen
bewegen snel heen en weer (Rapid Eye Movement  REM).
Spieren ontspanning zich verder (vooral nek en gezicht).
Adrenaline wordt stootsgewijs in de bloedbaan afgegeven.

Factoren die de slaap beïnvloeden:
 Leeftijd: opgroeiende kinderen hebben meer slaap nodig dan volwassenen.
 Slaappatroon: iedereen heeft eigen persoonlijke gewoonten voor het naar bed gaan.
 Lawaai en ongemakken: plotseling gewerkt worden door lawaai kan verwarring veroorzaken.
 Medicijnen: medicijnen maken slaperig of hebben verwarring en onrust als bijwerking.

,2. Verschillende slaapproblemen bij zorgvragers en de gevolgen hiervan
op het dagelijks leven herkennen
Soorten slaapproblemen:
 Slapeloosheid: problemen, gespannenheid of onrust kunnen maken dat iemand moeilijk in
slaap komt. Slapeloosheid kan een symptoom zijn van ziekte of van onrust, nerveuze
spanningen en verkeerde leefgewoonten.
 Overmatig slapen: kan een manier zijn om te ontkomen aan zorgen of frustraties. Komt veel
voor bij depressieve zorgvragers of burn-outs. Zorgvragers kunnen ook onweerstaanbare
slaapaanvallen krijgen.
 Slaapwandelen: komt vaker voor bij mannen dan bij vrouwen. Ze verlaten hun bed zonder
dat ze zich er bewust van zijn (meestal in 3 e of 4e stadium van slaapcyclus).
 Nachtmerries: kunnen het gevolg zijn van niet goed verwerkte situaties. Ook zorgvragers met
een trauma of met angst voor de toekomst kunnen er last van hebben.
 Bedplassen: het is geen slaapprobleem, maar wordt wel een probleem als mensen die in bed
plassen ergens anders slapen. De angst om het bed te bevuilen weerhoudt ze er dan van om
te gaan slapen.
 Ongezond activiteiten-en-rustpatroon: een ongezond patroon kan ontstaan door een
aandoening of stoornis die de zorgvrager heeft. Slaapproblemen kunnen ontstaan door
weinig actief zijn, lang uitslapen en laat naar bed gaan, of juist bezig zijn zonder pauze en
oververmoeid raken.
 Verstoring dag-en-nachtritme: een verstoring van het dag-en-nachtritme treedt pas op als de
zorgvrager afwijkt van wat hij gewend is. Komt vooral voor bij demente ouderen en
psychiatrische zorgvragers.

Klachten die de slaap verstoren:
 Pijn: meestal heeft de zorgvrager meer aan een pijnstiller dan aan een slaapmiddel.
 Honger en dorst: zorg voor een glas vers water binnen handbereik. Lichte voedingsmiddelen
kunnen een hongerig gevoel wegnemen.
 Gedwongen houding: bij sommige aandoeningen is een gedwongen houding niet te
vermijden. Zoek samen met de zorgvrager naar een houding waarbij hij toch zo ontspannen
mogelijk ligt.
 Psychische klachten: wat je als verpleegkundige kunt doen is aandachtig luisteren naar wat
de zorgvrager erover kwijt wil of kan.

Gevolgen van slaaptekort:
 Afwijkend gedrag, nervositeit, geïrriteerdheid of zich angstig of apathisch (onverschillig)
voelen.
 Concentratieverlies en minder opmerkzaam zijn.
 Een gestoorde gedachtegang en vaak niet meer normaal reageren op prikkels.
 Niet meer goed lichamelijk functioneren.

3. Noemen wat de verpleegkundige taken zijn om het slaap-waakritme te
bevorderen
Je kunt denken aan de volgende activiteiten:
 Neem maatregelen om de slaap te bevorderen.
 Bevorder een goed dag-en-nachtritme.
 Dien slaapmiddelen toe.
 Geef voorlichting.
 Vermijdt cafeïne houdende middelen.
 Zorg voor een prettige houding in bed.
 Hanteer regels voor slaaptijden en slaapgewoonten in leefgroepen.

,Maatregelen om de slaap te bevorderen
 Uitgangspunten bij het ondersteunen van de zorgvrager bij slaap en rust
o Houd zoveel mogelijk rekening met wensen en gewoonten van de zorgvrager.
o Probeer zoveel mogelijk factoren die rust en slaap verhinderen, uit te schakelen.
o Zorg voor een goed evenwicht tussen rust en activiteit.
o Zorg voor een goede houding waarin de zorgvrager zich kan ontspannen.
 Zorgvrager met totale bedrust: voor het slapengaan een po, mondverzorging en kleine
wasbeurt geven.
 Tips voor zelfzorg: de zorgvrager kan vaak het een en ander doen om tot een zo goed
mogelijk nachtrust te komen. Adviseer en help hem hierbij.
 Je kunt de zorgvrager een kruik of warmwaterzak geven als hij dat prettig vindt.

Dag-en-nachtritme bewaken
Het dag-en-nachtritme heeft invloed op de nachtrust van een zorgvrager. Er zijn verschillende
maatregelen om een gezond dag-en-nachtritme te bevorderen.
 Geen zware activiteiten plannen.
 Zorgvrager stimuleren een normaal dagritme aanhouden.
 Zorg ervoor dat zorgvrager zijn dag-en-nachtritme niet omkeert.
 Regelmaat bewaken.

Slaapmiddelen
 Inslaap- en doorslaapmiddelen:
o Inslaapmiddel: snelwerkend middel dat ook snel in het lichaam wordt afgebroken.
o Doorslaapmiddel: langzamer werkend middel.
 Werking: de werking van alle slaapmiddelen is in principe hetzelfde
o Ze kalmeren en nemen angst weg
o Ze maken slaperig
o Ze ontspannen de spieren
o Ze remmen epileptische aanvallen
 Verslavend effect: slaap- en kalmeringsmiddelen werken ontspannend op de spieren. Spieren
kunnen zo verslapt zijn dat de zorgvrager uit bed valt. Een groot nadeel van het gebruik van
slaapmiddelen is de snelle verslaving.


3.2 Wat als je vervreemdt van jezelf en je omgeving
1. Opsommen wat de gevolgen zijn bij zorgvragers met angstproblemen
en/of een psychose

Risicofactoren voor een psychose:
 Eerder suïcidaal gedraag
 Psychose/depressie/angst/paniekstoornis
 Middelenmisbruik (alcohol)
 Cluster B persoonlijkheidsstoornis
 Lichamelijke ziekte
 Suïcide in de familiegeschiedenis
 Ontslag uit de kliniek
 Bipolaire stoornis

, Vroege Signalen angst
 Gespannen spieren
 Zweet in uw handen
 Bezorgdheid die steeds meer toeneemt richting angstige gedachten
 Toename van vermoeidheid
 Toename van slaapproblemen
 Slecht tot niet kunnen ontspannen
 Verhoogde alertheid
 Verhoogde schrikreactie
 Ongemakkelijk/onrustig voelen in situaties waarin je dit eerder niet had

2. Benoemen welke verpleegkundige interventies worden toegepast bij
zorgvragers met angst
De behandeling en begeleiding van mensen met een angststoornis en/of obsessief-compulsieve
stoornis, vragen om een specifieke kennis en vaardigheden.

Verpleegkundige interventies:
 Psycho-educatie: het geven van uitleg. Dit is de eerste stap bij de behandeling van patiënten
met angststoornissen.
 Cognitieve gedragstherapie: een vorm van psychotherapie en een samenvoeging van twee
psychotherapeutische methoden.
o Cognitieve gedragstherapie: richt zich op het onderzoeken van het gedachtepatroon
en de invloed op deze gedachten.
o Gedragstherapie: richt zich op het veranderen van probleemgedrag.
 Gedragstherapeutische relatie: samenwerking staat centraal. Patiënt en verpleegkundige
gaan een verbond aan gericht op een probleem van de patiënt  probleemgerichte aanpak.
 Exposure en responspreventie
 Gedragsexperiment: een combinatie van cognitieve therapie en exposure.
 Taakconcentratie: de patiënt wordt geleerd om de naar binnen gerichte aandacht naar
buiten te richten. De patiënt moet zijn aandacht op zijn taak richten en niet op de eigen
lichamelijke sensaties en gedachten.
 Ontspanningsoefeningen: kunnen worden aangeleerd tijdens de behandeling en hebben als
doel het spanningsniveau te verlagen.
 Gedachteschema (G-schema): het schema helpt de patiënt om gedachten en gevoelens naar
aanleiding van een gebeurtenis uit elkaar te halen. 5 G’s:
o Gebeurtenis: waar, met wie, wat gebeurde er?
o Gedachte: wat dacht ik of zei ik tegen mezelf?
o Gevoel: wat voelde ik, welke emotie had ik?
o Gedrag: wat deed ik, wat was mijn reactie?
o Gevolg: wat was het gevolg van hetgeen ik deed of van mijn reactie?
 Huisbezoek: past bij de behandeling van patiënten met een dwangstoornis.
 Betrekken van de omgeving: de omgeving is overbelast geraakt en soms ten einde raad,
daarom is het belangrijk om de omgeving bij de behandeling te betrekken.
 Behandeling thuis: wanneer de problematiek zo groot is kan ervoor worden gekozen om
gespecialiseerde thuisbegeleiding in te schakelen.
 Terugvalpreventieplan: dit plan mag in de laatste fase van de behandeling bij patiënten met
een angststoornis niet ontbreken. In dit plan staan 3 belangrijke punten:
1. De risicofactoren
2. De eerste signalen van een terugval
3. Wat de doen bij terugval

Written for

Institution
Study
Module

Document information

Uploaded on
April 23, 2021
Number of pages
40
Written in
2020/2021
Type
SUMMARY

Subjects

$7.63
Get access to the full document:

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached

Get to know the seller
Seller avatar
marijecvc
4.0
(1)

Also available in package deal

Get to know the seller

Seller avatar
marijecvc Saxion Hogeschool
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
5
Member since
5 year
Number of followers
5
Documents
6
Last sold
3 year ago

4.0

1 reviews

5
0
4
1
3
0
2
0
1
0

Trending documents

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their exams and reviewed by others who've used these revision notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No problem! You can straightaway pick a different document that better suits what you're after.

Pay as you like, start learning straight away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and smashed it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions