GESCHIEDENIS VAN DE STAAT IN BELGIË:
VOLLEDIGE SAMENVATTING (LES 1-12)
LES 1: DE FRANSE REVOLUTIE
FASE I
HET ANCIEN REGIME: DE STANDENMAATSCHAPPIJ
Sociale ordening AR standenmaatschappij
o Er waren verschillende standen in de samenleving (clerus, adel, derde stand)
o Geboorte bepaalde tot welke stand je hoorde
In die standenmaatschappij werd je gedwongen in een bepaald ambt: stel dat je vader boer was, dan werd je ook
boer. Of stel dat je vader smid was, dan werd je ook smid enz…
Vele maatschappelijke domeinen waren privaat gereguleerd, waarbij de staat afwezig was
o Reizen op basis van aanbevelingsbrieven
o Werken binnen stedelijke corporaties: corporaties bepalen toegang tot beroep en aan welke voorwaarden
er wordt gewerkt
Die stedelijke corporaties = ambachten
Die legden de prijzen vast van bepaalde goederen en ook wie er de jobs mag uitoefenen
VORST WAS DE STAAT
Een staat met onderdanen zonder rechten:
o De Franse koning bepaalde welk geloof er was: als hij rooms-katholiek was, dan moest je dit dus ook zijn!
Staatsgodsdienst: geen vrijheid van geloof
De wet was arbitrair; niet voor iedereen gelijk
o Er waren dus verschillende wetten per stand
o Die wetten waren dus niet voor iedereen gelijk
Voorbeeld: de uitvoering van een straf werd bepaald door de sociale klasse
Bij doodstraf was er een verschil in edellieden en de anderen:
o Huishoudhelp: diefstal was al een reden tot doodstraf
o Edellieden: alleen zware misdrijven
Bij de uitvoering ervan was het ook anders:
o Bij de lagere standen: opgehangen (langdurig en pijnlijk)
o Bij de edellieden: onthoofd (korte dood)
De vorst benoemt zijn ambtenaren: niet zoals nu met een examen maar de koning koos ze ZELF
DE STAAT BESTEEDT OVERHEIDSTAKEN UIT AAN DE KERK
Kerk en staat waren verstrengeld
o De kerk verschaft de overheid legitimatie
o De kerk vervulde maatschappelijke functies
De kerk had het onderwijs in handen
Ook andere maatschappelijke functies: ziekenzorg, armenzorg, burgerlijke stand,...
De kerk had een monopolie gekregen van de staat op zingeving
De kerk speelde een cruciale rol: de tuin rond de kerk = kerkhof
o Dit was een gewijde plaats waar de katholieke doden begraven konden worden
1
, Stuvia - Koop en Verkoop de Beste
Samenvattingen
o De Rooms-katholieke kerk sloot uit: de “verdoemden” werden niet in die gewijde grond begraven MAAR
in “hondenkuil“
Wie zijn die verdoemden?
Degene die NIET gedoopt zijn
De boorlingen die sterven in het kraambed
Mensen die als onwaardig werden beschouwd om begraven te worden in gewijde grond
(vb door zelfdoding)
de koning liet soms toe dat er andersgelovigen zoals joden of protestanten in aparte gemeenschappen mochten
leven in Frankrijk hun aanwezigheid was aan een aantal beperkingen onderhevig
o andersgelovigen moesten een belasting betalen om er te blijven
o de joden moesten zich ook anders kleden
o ze waren eigenlijk gedwongen om in apartheid te leven: ze hadden eigen wetten, kerken,
begraafplaatsen
o er was een verbod op gemengd huwen: je mocht niet huwen met een huwelijkspartner buiten de eigen
religieuze groep drm moesten ze zich ook anders kleden om zo’n gemengde huwelijken te vermijden
HET ANCIEN REGIME: EEN GEFRAGMENTEERD TERRITORIUM
In het ancien régime zag Frankrijk er zo uit: het was een lappendeken van wat de
Franse koning bijeen had gebracht
de vorst was in het Ancien Régime een verpersoonlijking van de staat l’état c’est
moi
o MAAR hij had weinig fiscale macht: hij kon geen eenvormig beleid opleggen
zijn belangrijkste inkomsten waren belastingen
De adel en geestelijkheid moesten geen belastingen betalen: de koning en adel hadden een
compromis:
De koning zou regeren als zij geen belastingen moeten betalen
Zijn belangrijkste inkomen de zoutbelasting (indirecte belasting)
o Wat houdt die zoutbelasting in?
Afhankelijk van je regio
Voorbeeld: in Parijs had de koning de meeste macht dus de mensen moesten daar meer
betalen
Afhankelijk van je stand
belastingspachters innen de belastingen
FASE II
NEERGANG VAN HET ANCIEN REGIME
Engels-Frans zevenjarige oorlog (1756-1763)
de franse revolutie is gestart door dat de franse koning failliet was: hij had heel veel schulden gemaakt om de
oorlog tussen Engeland en Frankrijk te knn financieren
Louis XVI wil schuldenberg afbouwen via nieuwe belastingen MAAR: de adel weigert deze te betalen
Koning moest goedkeuring krijgen van het parlement van de drie standen (états généreux) om nieuwe belasting
te heffen
o Dit nieuwe parlement van de drie standen: organiseren verkiezingen
Franse revolutie (1789)
États Genereux wordt de nationale vergadering die de koning aanstuurt
2
, o Er komt een soort van grondwet (constitutionele monarchie)
De koning verliest een beetje zijn macht en die macht komt in de handen van de nationale
vergadering terecht
o Louis XVI wil contrarevolutie leiden maar vluchtte naar het buitenland en werd daar onthoofd
1793: de franse republiek ontstaat, met sociale rechten en verruimde inspraak
o MAAR: de republiek w bedreigd door de reactionaire krachten (adel en geestelijken) + buitenlandse
legers
Hierdoor gaat de republiek burgers oproepen om te vechten:
levée en masse de dienstplicht
De R.Kerk verzet zich, maar haar goederen worden genationaliseer
IEDEREEN GELIJK VOOR DE WET!
Voor de Franse revolutie = verschillende wetten voor verschillende standen
Na de Franse revolutie = er is maar 1 wet die voor iedereen gelijk is
o La Déclaration des Droits de l’Homme et du Citoyen (1789) Wet = uitdrukking van algemeen
belang
= iedereen mag die meevormen
= gelijk voor iedereen
GELIJK VOOR DE WET, MAAR POLITIEKE RECHTEN ZIJN ENKEL VOOR DE ONAFHANKELIJKE MANNEN
Dus iedereen is voor de wet gelijk maar niet iedereen krijgt gelijke politieke rechten
Erfenisrecht:
o Gedeeld erfrecht in plaats van alles voor de oudste zoon
o Geen staatsgodsdienst maar religieus pluralisme met Verklaring van de rechten van de mens
Art. 10: « Nul ne doit être inquiété pour ses opinions, même religieuses, pourvu que leur
manifestation ne trouble pas l’ordre public établi par la loi »
In 1791 : gelijkberechtiging ook expliciet voor israëlistische Fransen
DE STAAT EN ZIJN AMBTENAREN
Ambtenaren werden niet meer benoemd, maar verkozen door het volk.
DE STAAT EN HET GELD
Geen (indirecte) verbruiksbelastingen die niet voor iedereen even zwaar wegen, maar (revolutionaire) directe
belastingen
o Grondbelasting: men begon te kijken naar inkomen en gronden die men had en op basis daarvan ging
men dan belastingen heffen (als je meer gronden hebt dan moet je meer betalen)
MAAR daarvoor moet de oh wel weten hoeveel gronden je hebt: oplossing daarvoor = KADASTER
KADASTAR: was een officieel register dat door de overheid werd ingevoerd om alle
gronden en eigendommen nauwkeurig in kaart te brengen.
o Doel: een eerlijke en objectieve basis te hebben voor de nieuwe grondbelasting
Vóór de Revolutie: belastingen vaak ongelijk verdeeld en gebaseerd op privileges.
o Met de invoering van directe belastingen wilde de overheid een gelijke en
rechtvaardige belasting invoeren op basis van de werkelijke waarde van iemands
eigendom
o Personele belasting
3
, Stuvia - Koop en Verkoop de Beste
Samenvattingen
o Patentbelasting: elk van de beroepen moest een bepaald patent betalen om het beroep te kunnen
uitoefenen
Vb: notarissen
Probleem: de directe belasting brengt te weinig op en er is een nood om het tekort aan inkomsten op te lossen
o Daarom brengt de staat zelf bankbiljetten uit: Bankbiljetten niet enkel uitgebracht door private banken,
maar ‘tijdelijk’ door de overheid (1789-1796) zelf om de nood aan inkomsten te leningen
Dit werkte niet zo goed want de staat had uiteindelijk te veel bankbiljetten gedrukt waardoor het
zijn waarde verloor
Onderpand: kerkelijke goederen
Staat drukt te veel bankbiljetten waardoor inflatie
STAAT EN MAATSCHAPPIJ IN FRANKRIJK
Frankrijk ging van een ongelijk verdeeld lappendeken in het Ancien Régime naar 83 departementen van uniforme
grootte en centrum
DE STAAT MAAKT DE VRIJE MARKT MOGELIJK
DE STAAT DRUKT DE VRIJE MACHT DOOR ALS OVERLEGRUIMTE VOOR INDIVIDUELE ECONOMISCHE FACTOREN
Het breken van de macht van de corporaties (ambachten)
o Er komt een verbod op beroepsorganisaties die vrije concurrentie in gevaar zouden brengen
o Er moet vrije concurrentie zijn !!!! iedereen mag eender welk beroep uitoefenen
Wet d’Allarde (1791): afschaffing corporaties
Wet Le Chapelier (1791): verbod op beroepsorganisaties die vrije concurrentie in gevaar zouden
brengen.
Arbeidsmarkt georganiseerd op basis van individuele en privaatrechtelijke contracten: ZONDER
OVERHEIDSREGULERING
DE STAAT EN HAAR BURGERS
DIRECTE JURIDISCHE RELATIE TUSSEN INDIVIDU EN STAAT!!!
De revolutionaire staat vervangt de rang of stand als maatschappelijk organisatiebeginsel door de gemeenschap
van gelijke staatsburgers, de natie.
o Weg met de standenmaatschappij NU een gemeenschap van gelijke burgers
o Oprichting burgerlijke stand
Formeel burgerschap of de nationaliteit vertaalt deze nationale vorm van sociale organisatie
o Ius-sanguinis-principe of het (mannelijk!) bloedprincipe
= de wet van het bloed: die bepaalt of je burger bent van frankrijk hier: de vader geeft de
nationaliteit door aan zijn kinderen
4
VOLLEDIGE SAMENVATTING (LES 1-12)
LES 1: DE FRANSE REVOLUTIE
FASE I
HET ANCIEN REGIME: DE STANDENMAATSCHAPPIJ
Sociale ordening AR standenmaatschappij
o Er waren verschillende standen in de samenleving (clerus, adel, derde stand)
o Geboorte bepaalde tot welke stand je hoorde
In die standenmaatschappij werd je gedwongen in een bepaald ambt: stel dat je vader boer was, dan werd je ook
boer. Of stel dat je vader smid was, dan werd je ook smid enz…
Vele maatschappelijke domeinen waren privaat gereguleerd, waarbij de staat afwezig was
o Reizen op basis van aanbevelingsbrieven
o Werken binnen stedelijke corporaties: corporaties bepalen toegang tot beroep en aan welke voorwaarden
er wordt gewerkt
Die stedelijke corporaties = ambachten
Die legden de prijzen vast van bepaalde goederen en ook wie er de jobs mag uitoefenen
VORST WAS DE STAAT
Een staat met onderdanen zonder rechten:
o De Franse koning bepaalde welk geloof er was: als hij rooms-katholiek was, dan moest je dit dus ook zijn!
Staatsgodsdienst: geen vrijheid van geloof
De wet was arbitrair; niet voor iedereen gelijk
o Er waren dus verschillende wetten per stand
o Die wetten waren dus niet voor iedereen gelijk
Voorbeeld: de uitvoering van een straf werd bepaald door de sociale klasse
Bij doodstraf was er een verschil in edellieden en de anderen:
o Huishoudhelp: diefstal was al een reden tot doodstraf
o Edellieden: alleen zware misdrijven
Bij de uitvoering ervan was het ook anders:
o Bij de lagere standen: opgehangen (langdurig en pijnlijk)
o Bij de edellieden: onthoofd (korte dood)
De vorst benoemt zijn ambtenaren: niet zoals nu met een examen maar de koning koos ze ZELF
DE STAAT BESTEEDT OVERHEIDSTAKEN UIT AAN DE KERK
Kerk en staat waren verstrengeld
o De kerk verschaft de overheid legitimatie
o De kerk vervulde maatschappelijke functies
De kerk had het onderwijs in handen
Ook andere maatschappelijke functies: ziekenzorg, armenzorg, burgerlijke stand,...
De kerk had een monopolie gekregen van de staat op zingeving
De kerk speelde een cruciale rol: de tuin rond de kerk = kerkhof
o Dit was een gewijde plaats waar de katholieke doden begraven konden worden
1
, Stuvia - Koop en Verkoop de Beste
Samenvattingen
o De Rooms-katholieke kerk sloot uit: de “verdoemden” werden niet in die gewijde grond begraven MAAR
in “hondenkuil“
Wie zijn die verdoemden?
Degene die NIET gedoopt zijn
De boorlingen die sterven in het kraambed
Mensen die als onwaardig werden beschouwd om begraven te worden in gewijde grond
(vb door zelfdoding)
de koning liet soms toe dat er andersgelovigen zoals joden of protestanten in aparte gemeenschappen mochten
leven in Frankrijk hun aanwezigheid was aan een aantal beperkingen onderhevig
o andersgelovigen moesten een belasting betalen om er te blijven
o de joden moesten zich ook anders kleden
o ze waren eigenlijk gedwongen om in apartheid te leven: ze hadden eigen wetten, kerken,
begraafplaatsen
o er was een verbod op gemengd huwen: je mocht niet huwen met een huwelijkspartner buiten de eigen
religieuze groep drm moesten ze zich ook anders kleden om zo’n gemengde huwelijken te vermijden
HET ANCIEN REGIME: EEN GEFRAGMENTEERD TERRITORIUM
In het ancien régime zag Frankrijk er zo uit: het was een lappendeken van wat de
Franse koning bijeen had gebracht
de vorst was in het Ancien Régime een verpersoonlijking van de staat l’état c’est
moi
o MAAR hij had weinig fiscale macht: hij kon geen eenvormig beleid opleggen
zijn belangrijkste inkomsten waren belastingen
De adel en geestelijkheid moesten geen belastingen betalen: de koning en adel hadden een
compromis:
De koning zou regeren als zij geen belastingen moeten betalen
Zijn belangrijkste inkomen de zoutbelasting (indirecte belasting)
o Wat houdt die zoutbelasting in?
Afhankelijk van je regio
Voorbeeld: in Parijs had de koning de meeste macht dus de mensen moesten daar meer
betalen
Afhankelijk van je stand
belastingspachters innen de belastingen
FASE II
NEERGANG VAN HET ANCIEN REGIME
Engels-Frans zevenjarige oorlog (1756-1763)
de franse revolutie is gestart door dat de franse koning failliet was: hij had heel veel schulden gemaakt om de
oorlog tussen Engeland en Frankrijk te knn financieren
Louis XVI wil schuldenberg afbouwen via nieuwe belastingen MAAR: de adel weigert deze te betalen
Koning moest goedkeuring krijgen van het parlement van de drie standen (états généreux) om nieuwe belasting
te heffen
o Dit nieuwe parlement van de drie standen: organiseren verkiezingen
Franse revolutie (1789)
États Genereux wordt de nationale vergadering die de koning aanstuurt
2
, o Er komt een soort van grondwet (constitutionele monarchie)
De koning verliest een beetje zijn macht en die macht komt in de handen van de nationale
vergadering terecht
o Louis XVI wil contrarevolutie leiden maar vluchtte naar het buitenland en werd daar onthoofd
1793: de franse republiek ontstaat, met sociale rechten en verruimde inspraak
o MAAR: de republiek w bedreigd door de reactionaire krachten (adel en geestelijken) + buitenlandse
legers
Hierdoor gaat de republiek burgers oproepen om te vechten:
levée en masse de dienstplicht
De R.Kerk verzet zich, maar haar goederen worden genationaliseer
IEDEREEN GELIJK VOOR DE WET!
Voor de Franse revolutie = verschillende wetten voor verschillende standen
Na de Franse revolutie = er is maar 1 wet die voor iedereen gelijk is
o La Déclaration des Droits de l’Homme et du Citoyen (1789) Wet = uitdrukking van algemeen
belang
= iedereen mag die meevormen
= gelijk voor iedereen
GELIJK VOOR DE WET, MAAR POLITIEKE RECHTEN ZIJN ENKEL VOOR DE ONAFHANKELIJKE MANNEN
Dus iedereen is voor de wet gelijk maar niet iedereen krijgt gelijke politieke rechten
Erfenisrecht:
o Gedeeld erfrecht in plaats van alles voor de oudste zoon
o Geen staatsgodsdienst maar religieus pluralisme met Verklaring van de rechten van de mens
Art. 10: « Nul ne doit être inquiété pour ses opinions, même religieuses, pourvu que leur
manifestation ne trouble pas l’ordre public établi par la loi »
In 1791 : gelijkberechtiging ook expliciet voor israëlistische Fransen
DE STAAT EN ZIJN AMBTENAREN
Ambtenaren werden niet meer benoemd, maar verkozen door het volk.
DE STAAT EN HET GELD
Geen (indirecte) verbruiksbelastingen die niet voor iedereen even zwaar wegen, maar (revolutionaire) directe
belastingen
o Grondbelasting: men begon te kijken naar inkomen en gronden die men had en op basis daarvan ging
men dan belastingen heffen (als je meer gronden hebt dan moet je meer betalen)
MAAR daarvoor moet de oh wel weten hoeveel gronden je hebt: oplossing daarvoor = KADASTER
KADASTAR: was een officieel register dat door de overheid werd ingevoerd om alle
gronden en eigendommen nauwkeurig in kaart te brengen.
o Doel: een eerlijke en objectieve basis te hebben voor de nieuwe grondbelasting
Vóór de Revolutie: belastingen vaak ongelijk verdeeld en gebaseerd op privileges.
o Met de invoering van directe belastingen wilde de overheid een gelijke en
rechtvaardige belasting invoeren op basis van de werkelijke waarde van iemands
eigendom
o Personele belasting
3
, Stuvia - Koop en Verkoop de Beste
Samenvattingen
o Patentbelasting: elk van de beroepen moest een bepaald patent betalen om het beroep te kunnen
uitoefenen
Vb: notarissen
Probleem: de directe belasting brengt te weinig op en er is een nood om het tekort aan inkomsten op te lossen
o Daarom brengt de staat zelf bankbiljetten uit: Bankbiljetten niet enkel uitgebracht door private banken,
maar ‘tijdelijk’ door de overheid (1789-1796) zelf om de nood aan inkomsten te leningen
Dit werkte niet zo goed want de staat had uiteindelijk te veel bankbiljetten gedrukt waardoor het
zijn waarde verloor
Onderpand: kerkelijke goederen
Staat drukt te veel bankbiljetten waardoor inflatie
STAAT EN MAATSCHAPPIJ IN FRANKRIJK
Frankrijk ging van een ongelijk verdeeld lappendeken in het Ancien Régime naar 83 departementen van uniforme
grootte en centrum
DE STAAT MAAKT DE VRIJE MARKT MOGELIJK
DE STAAT DRUKT DE VRIJE MACHT DOOR ALS OVERLEGRUIMTE VOOR INDIVIDUELE ECONOMISCHE FACTOREN
Het breken van de macht van de corporaties (ambachten)
o Er komt een verbod op beroepsorganisaties die vrije concurrentie in gevaar zouden brengen
o Er moet vrije concurrentie zijn !!!! iedereen mag eender welk beroep uitoefenen
Wet d’Allarde (1791): afschaffing corporaties
Wet Le Chapelier (1791): verbod op beroepsorganisaties die vrije concurrentie in gevaar zouden
brengen.
Arbeidsmarkt georganiseerd op basis van individuele en privaatrechtelijke contracten: ZONDER
OVERHEIDSREGULERING
DE STAAT EN HAAR BURGERS
DIRECTE JURIDISCHE RELATIE TUSSEN INDIVIDU EN STAAT!!!
De revolutionaire staat vervangt de rang of stand als maatschappelijk organisatiebeginsel door de gemeenschap
van gelijke staatsburgers, de natie.
o Weg met de standenmaatschappij NU een gemeenschap van gelijke burgers
o Oprichting burgerlijke stand
Formeel burgerschap of de nationaliteit vertaalt deze nationale vorm van sociale organisatie
o Ius-sanguinis-principe of het (mannelijk!) bloedprincipe
= de wet van het bloed: die bepaalt of je burger bent van frankrijk hier: de vader geeft de
nationaliteit door aan zijn kinderen
4