Spraak- taalstoornissen blok 5
Inleiding spraaktaalstoornissen
04-09
Opvangmogelijkheden
VVE/ voorschoolse begeleiding (bv: taaltrein)
Regulier basisonderwijs
Passend onderwijs/ extra begeleiding
Speciaal basisonderwijs (SBO)
Speciaal onderwijs (basis/ voortgezet)
o Cluster 1 visueel gehandicapte kinderen
o Cluster 2 slechthorend/ doof/ spraaktaal
o Cluster 3 ZMLK, lichamelijk of verstandelijk gehandicapt, langdurig ziek
o Cluster 4 ZMOK, kinderen met gedragsproblemen
Passend Onderwijs
Sinds augustus 2014 zorgplicht voor scholen
Doelen passend onderwijs
Alle kinderen krijgen een passende plek in het onderwijs
Als het kan gaat het kind naar een reguliere school. Als dat niet kan, in het speciaal onderwijs
Scholen krijgen meer mogelijkheden voor ondersteuning op maat
De mogelijkheden en de onderwijsbehoefte va het kind zijn bepalend, niet de beperkingen
Kinderen komen niet meer langdurig thuis te zitten
Geen leerlinggebonden financiering meer. Geld gaat nu naar het samenwerkingsverband
waarin de scholen samenwerken
Wet Passend Onderwijs: de Commissie van Onderzoek (CvO) van de instelling bepaalt of de
leerling recht heeft op ondersteuning
Passend onderwijs is geen schooltype: kinderen zitten niet ‘op’ passend onderwijs
Taken van de logopedist in het Speciaal Onderwijs
Observeren, onderzoeken en diagnosticeren
Directe en indirecte behandeling
Ouderbegeleiding
Groepslogopedie/ samenwerking leerkracht
Verwijzende en adviserende rol
Multidisciplinaire aanpak
Kritisch denken, Evidence-based handelen en beargumenteren
Multidisciplinair handelen is een centraal thema binnen het speciaal onderwijs.
Je plaatst de spraaktaalontwikkeling van een kind altijd in het licht van de algemene ontwikkeling,
om de aard, mate en ernst van de problematiek (=diagnose) te kunnen bepalen. Hiervoor heb je
nagenoeg altijd de informatie van andere disciplines nodig.
Integratie kennis en vaardigheden
Waarom een spraaktaalstoornis opsporen?
, Totale ontwikkeling
Kritische leeftijd
Communicatieve ontwikkeling
Opvoeding
Lees- en leerontwikkeling
Spraakstoornissen
Probleem/ vertraging/ stoornis
Fonetische articulatieproblemen
Fonologische problemen
Verbale dyspraxie
Dysartrie
Definitie TOS (Gerrits en van Niel, 2012)
Een neurobiologische ontwikkelingsstoornis van genetische oorsprong die gekenmerkt wordt
door een taalontwikkeling die beduidend achterblijft bij die van lijftijdgenoten
Kan voorkomen in zowel het taalbegrip als de taalproductie en in alle aspecten (fonologie,
semantiek, (morfo)syntaxis, pragmatiek) en modaliteiten (gesproken taal, geschreven taal,
gebarentaal)
Definiëring
Uitingsvorm
o Vertraagd
o Gestoord
Aard
o Stoornis
o Blootstellingsachterstand
o Combinatie
Oorzaak
o Specifiek/ primair
o Niet-specifiek/ secundair
Internationaal
SLI= Specific Language Impairment
DLD= Developmental Language Disorder
Vertraagde spraaktaalontwikkeling
Er is sprake van een langzamere ontwikkeling; het taalgebruik van een kind vertoont kenmerken van
het taalgebruik van een jonger kind
Bijvoorbeeld: een kind van vier jaar met een taalbegrip en taalproductie van twee jaar
Meestal een harmonisch profiel
Gestoorde taalontwikkeling
Andersoortige of gestoorde ontwikkeling; het taalgebruik van een kind vertoont kenmerken die niet
in een bepaalde fase van het normale taalverwervingsproces thuishoren. De taalkenmerken vertonen
geen samenhangend beeld
, Bijvoorbeeld: een kind van vijf jaar met een voldoende taalbegrip. Productief: zinsbouw kort
(maximaal drie woorduitingen) met weinig grammaticale structuren
Vaak dysharmonisch profiel
Blootstellingsachterstand
Onvoldoende taalaanbod omgeving
Taalverwerving= robuust proces: meeste kinderen leren praten, zelfs wanneer ze een ‘arm’
taalaanbod krijgen
Secundair/ niet-specifiek
Aan het taalprobleem ligt een ‘ander’ probleem ten grondslag, namelijk:
Slechthorendheid/ doofheid (gehoor)
Mentale retardatie (cognitie)
Emotionele ontwikkelingsstoornis (sociaal emotioneel)
Neurologische stoornis
Afwijking in spraakorganen of spraakmotoriek
Ziekte
Primair/ specifiek
Opzichzelfstaande taalstoornis; zonder duidelijk aanwijsbare oorzaak
Specific Language Impairment (SLI) of Specifieke Taalontwikkelingsstoornis (S-TOS)
Stoornis in de spraak-taalproductie (soms ook begrip)
Uitsluitingshypothese
Differentiaaldiagnose
Primair/ secundair
Stoornis/ vertraging
Stotteren
(verworven) afasie
Articulatie- / fonologische stoornis (dyslalie, dyspraxie, dysglossie, verworven dysartie)
Vervolg Inleiding Spraaktaalstoornissen
08-09
Risicofactoren hardnekkige TOS
Leeftijd >4 jaar
Mannelijk geslacht
Familiegeschiedenis met TOS en/of dyslexie
Zwakke nonsenswoordenrepetitie van ouder
Zwak taalbegrip (naast zwakke taalproductie)
Achterstand in verschillende taalaspecten
Ernstige taalachterstand
Testleer
Inleiding spraaktaalstoornissen
04-09
Opvangmogelijkheden
VVE/ voorschoolse begeleiding (bv: taaltrein)
Regulier basisonderwijs
Passend onderwijs/ extra begeleiding
Speciaal basisonderwijs (SBO)
Speciaal onderwijs (basis/ voortgezet)
o Cluster 1 visueel gehandicapte kinderen
o Cluster 2 slechthorend/ doof/ spraaktaal
o Cluster 3 ZMLK, lichamelijk of verstandelijk gehandicapt, langdurig ziek
o Cluster 4 ZMOK, kinderen met gedragsproblemen
Passend Onderwijs
Sinds augustus 2014 zorgplicht voor scholen
Doelen passend onderwijs
Alle kinderen krijgen een passende plek in het onderwijs
Als het kan gaat het kind naar een reguliere school. Als dat niet kan, in het speciaal onderwijs
Scholen krijgen meer mogelijkheden voor ondersteuning op maat
De mogelijkheden en de onderwijsbehoefte va het kind zijn bepalend, niet de beperkingen
Kinderen komen niet meer langdurig thuis te zitten
Geen leerlinggebonden financiering meer. Geld gaat nu naar het samenwerkingsverband
waarin de scholen samenwerken
Wet Passend Onderwijs: de Commissie van Onderzoek (CvO) van de instelling bepaalt of de
leerling recht heeft op ondersteuning
Passend onderwijs is geen schooltype: kinderen zitten niet ‘op’ passend onderwijs
Taken van de logopedist in het Speciaal Onderwijs
Observeren, onderzoeken en diagnosticeren
Directe en indirecte behandeling
Ouderbegeleiding
Groepslogopedie/ samenwerking leerkracht
Verwijzende en adviserende rol
Multidisciplinaire aanpak
Kritisch denken, Evidence-based handelen en beargumenteren
Multidisciplinair handelen is een centraal thema binnen het speciaal onderwijs.
Je plaatst de spraaktaalontwikkeling van een kind altijd in het licht van de algemene ontwikkeling,
om de aard, mate en ernst van de problematiek (=diagnose) te kunnen bepalen. Hiervoor heb je
nagenoeg altijd de informatie van andere disciplines nodig.
Integratie kennis en vaardigheden
Waarom een spraaktaalstoornis opsporen?
, Totale ontwikkeling
Kritische leeftijd
Communicatieve ontwikkeling
Opvoeding
Lees- en leerontwikkeling
Spraakstoornissen
Probleem/ vertraging/ stoornis
Fonetische articulatieproblemen
Fonologische problemen
Verbale dyspraxie
Dysartrie
Definitie TOS (Gerrits en van Niel, 2012)
Een neurobiologische ontwikkelingsstoornis van genetische oorsprong die gekenmerkt wordt
door een taalontwikkeling die beduidend achterblijft bij die van lijftijdgenoten
Kan voorkomen in zowel het taalbegrip als de taalproductie en in alle aspecten (fonologie,
semantiek, (morfo)syntaxis, pragmatiek) en modaliteiten (gesproken taal, geschreven taal,
gebarentaal)
Definiëring
Uitingsvorm
o Vertraagd
o Gestoord
Aard
o Stoornis
o Blootstellingsachterstand
o Combinatie
Oorzaak
o Specifiek/ primair
o Niet-specifiek/ secundair
Internationaal
SLI= Specific Language Impairment
DLD= Developmental Language Disorder
Vertraagde spraaktaalontwikkeling
Er is sprake van een langzamere ontwikkeling; het taalgebruik van een kind vertoont kenmerken van
het taalgebruik van een jonger kind
Bijvoorbeeld: een kind van vier jaar met een taalbegrip en taalproductie van twee jaar
Meestal een harmonisch profiel
Gestoorde taalontwikkeling
Andersoortige of gestoorde ontwikkeling; het taalgebruik van een kind vertoont kenmerken die niet
in een bepaalde fase van het normale taalverwervingsproces thuishoren. De taalkenmerken vertonen
geen samenhangend beeld
, Bijvoorbeeld: een kind van vijf jaar met een voldoende taalbegrip. Productief: zinsbouw kort
(maximaal drie woorduitingen) met weinig grammaticale structuren
Vaak dysharmonisch profiel
Blootstellingsachterstand
Onvoldoende taalaanbod omgeving
Taalverwerving= robuust proces: meeste kinderen leren praten, zelfs wanneer ze een ‘arm’
taalaanbod krijgen
Secundair/ niet-specifiek
Aan het taalprobleem ligt een ‘ander’ probleem ten grondslag, namelijk:
Slechthorendheid/ doofheid (gehoor)
Mentale retardatie (cognitie)
Emotionele ontwikkelingsstoornis (sociaal emotioneel)
Neurologische stoornis
Afwijking in spraakorganen of spraakmotoriek
Ziekte
Primair/ specifiek
Opzichzelfstaande taalstoornis; zonder duidelijk aanwijsbare oorzaak
Specific Language Impairment (SLI) of Specifieke Taalontwikkelingsstoornis (S-TOS)
Stoornis in de spraak-taalproductie (soms ook begrip)
Uitsluitingshypothese
Differentiaaldiagnose
Primair/ secundair
Stoornis/ vertraging
Stotteren
(verworven) afasie
Articulatie- / fonologische stoornis (dyslalie, dyspraxie, dysglossie, verworven dysartie)
Vervolg Inleiding Spraaktaalstoornissen
08-09
Risicofactoren hardnekkige TOS
Leeftijd >4 jaar
Mannelijk geslacht
Familiegeschiedenis met TOS en/of dyslexie
Zwakke nonsenswoordenrepetitie van ouder
Zwak taalbegrip (naast zwakke taalproductie)
Achterstand in verschillende taalaspecten
Ernstige taalachterstand
Testleer