H11 Overheidsinterventie
1Niet-marktconforme interventies: prijs- en
hoeveelheidsregulering
Onderscheid marktconforme en niet-marktconforme overheidsingrijpen in
het marktgebeuren:
Marktconform ingrijpen = de vrije prijsvorming blijft gehandhaafd en er
komt nog steeds een marktevenwicht tot stand.
De overheid zorgt ervoor dat het evenwicht verschuift in de door
haar gewenste richting.
Niet-marktconform ingrijpen = de vrije prijsvormig wordt geblokkeerd.
De markt blijft dan hangen in een onevenwichtige situatie waarbij de
vraag- of aanbodoverschotten ontstaan.
1.1Maximumprijs
Soms oordeelt de overheid dat p* sociaal niet verantwoord is
- Overheid kan een maximumprijs opleggen (bv. maximale
huurprijs). Slechts zinvol als 𝑝𝑚𝑎𝑥 < 𝑝∗ (bindende maximumprijs)
o Vb: de huurmarkt
als de maximumprijs boven de oorspronkelijke evenwichtsprijs ligt, dan is
de maximumprijs niet bindend en verandert er niets aan het
marktevenwicht.
Figuur 11.1: instelling van een maximale huurprijs voor appartementen in
Brussel
In het evenwicht komt een
huurprijs tot stand.
Je mag als verhuurder niet
boven de maximumprijs van
de overheid gaan. Ligt
onder het evenwicht
, De gevraagde hoeveelheid als de prijs 1500 euro is zal stijgen. (N)
Het aanbod zal verminderen (q max).
Ontstaan een spanning van M tot N (vraagoverschot)
- Voor die appartementen is er vraag maar geen aanbod.
De korte zijde van de markt domineert aanbodscurve van 0 tot M
Verhuurders hebben het voor het zeggen.
Aanbod neemt af op lange termijn (beweging op de aanbodcurve), het
aanbod (‘korte zijde’) bepaalt de markt
- Bij 𝑝𝑚𝑎𝑥 is de vraag groter dan het aanbod, prikkels ontstaan voor:
o Zwarte markt
o Discriminatie bij keuze van huurders
1.2Minimumprijs
Soms oordeelt de overheid dat 𝑝∗ te laag is
- bijv. sommige lonen op de arbeidsmarkt
Overheid kan dan een minimumprijs (bijv. minimumuurloon) instellen.
Slechts bindend als 𝑝𝑚𝑖𝑛 > 𝑝∗
Figuur 11.2: instelling van een minimumloon op de arbeidsmarkt
W* kunnen de mensen amper
rondkomen.
Minimumloon: boven de
armoedegrens
Aanbod stijgt naar punt N
Een lagere vraag naar arbeid
(M).
Er zijn te weinig vacatures voor
het aantal sollicitanten.
De korte zijde zijn de vragers: dominante positie (meer te zeggen).
- Gevolgen van een minimumuurloon:
o Werkgevers willen aanwerven tot punt M
o Werknemers willen aanbieden tot punt N
o De ‘korte zijde’ (nu de vraagzijde) bepaalt de tewerkstelling
Daalt van L* tot Lmin
1Niet-marktconforme interventies: prijs- en
hoeveelheidsregulering
Onderscheid marktconforme en niet-marktconforme overheidsingrijpen in
het marktgebeuren:
Marktconform ingrijpen = de vrije prijsvorming blijft gehandhaafd en er
komt nog steeds een marktevenwicht tot stand.
De overheid zorgt ervoor dat het evenwicht verschuift in de door
haar gewenste richting.
Niet-marktconform ingrijpen = de vrije prijsvormig wordt geblokkeerd.
De markt blijft dan hangen in een onevenwichtige situatie waarbij de
vraag- of aanbodoverschotten ontstaan.
1.1Maximumprijs
Soms oordeelt de overheid dat p* sociaal niet verantwoord is
- Overheid kan een maximumprijs opleggen (bv. maximale
huurprijs). Slechts zinvol als 𝑝𝑚𝑎𝑥 < 𝑝∗ (bindende maximumprijs)
o Vb: de huurmarkt
als de maximumprijs boven de oorspronkelijke evenwichtsprijs ligt, dan is
de maximumprijs niet bindend en verandert er niets aan het
marktevenwicht.
Figuur 11.1: instelling van een maximale huurprijs voor appartementen in
Brussel
In het evenwicht komt een
huurprijs tot stand.
Je mag als verhuurder niet
boven de maximumprijs van
de overheid gaan. Ligt
onder het evenwicht
, De gevraagde hoeveelheid als de prijs 1500 euro is zal stijgen. (N)
Het aanbod zal verminderen (q max).
Ontstaan een spanning van M tot N (vraagoverschot)
- Voor die appartementen is er vraag maar geen aanbod.
De korte zijde van de markt domineert aanbodscurve van 0 tot M
Verhuurders hebben het voor het zeggen.
Aanbod neemt af op lange termijn (beweging op de aanbodcurve), het
aanbod (‘korte zijde’) bepaalt de markt
- Bij 𝑝𝑚𝑎𝑥 is de vraag groter dan het aanbod, prikkels ontstaan voor:
o Zwarte markt
o Discriminatie bij keuze van huurders
1.2Minimumprijs
Soms oordeelt de overheid dat 𝑝∗ te laag is
- bijv. sommige lonen op de arbeidsmarkt
Overheid kan dan een minimumprijs (bijv. minimumuurloon) instellen.
Slechts bindend als 𝑝𝑚𝑖𝑛 > 𝑝∗
Figuur 11.2: instelling van een minimumloon op de arbeidsmarkt
W* kunnen de mensen amper
rondkomen.
Minimumloon: boven de
armoedegrens
Aanbod stijgt naar punt N
Een lagere vraag naar arbeid
(M).
Er zijn te weinig vacatures voor
het aantal sollicitanten.
De korte zijde zijn de vragers: dominante positie (meer te zeggen).
- Gevolgen van een minimumuurloon:
o Werkgevers willen aanwerven tot punt M
o Werknemers willen aanbieden tot punt N
o De ‘korte zijde’ (nu de vraagzijde) bepaalt de tewerkstelling
Daalt van L* tot Lmin