Hoofdstuk 9: Ondernemingen op
factormarkten
Arbeidsmarkt en kapitaalmarkt (geen input markten)
1Productie
1.1De productiefunctie
Output autofabrikant hangt af van productiefactoren
o Aantal arbeiders: L
o Aantal machines: K
Productiefunctie beschrijft maximale output die technisch mogelijk
is als een functie van de gebruikte inputs of productiefactoren
o De totale productie: TP(L, K )
Technologie kan totale productie bij gegeven inputs wijzigen
o Met dezelfde hoeveelheid arbeid en kapitaal kan meer output
geproduceerd worden
Tabel 9.1: dagelijkse productie van auto’s bij enkele combinaties van
arbeid en kapitaal
TP(10,30) = 100
De totale productie bij gegeven inputs kan over de tijd heen wijzigen: door
bv: technologische veranderingen.
Van A naar D: stijging v/d output door meer kapitaal in te zetten (30 naar
50)
Van A naar F: stijging v/d productie meer arbeid inzetten
, Grafische weergaven van de productiefunctie:
Productie-isokwanten
o Isokwanten: beschrijven alle combinaties van arbeid en
kapitaal die, bij optimaal gebruik, tot dezelfde hoeveelheid
output leiden
o Daling van ene input vergt stijging andere input (substitutie)
om evenveel te blijven produceren. (Een dalend verloop)
Figuur 9.1: productie-isokwanten
Hoe meer naar rechtsboven hoe
hoger de productie
A en B liggen op dezelfde
isokwant: toont aan dat een
daling van de ene input een
stijging v/d andere input
noodzakelijk maakt om
eenzelfde totale hoeveelheid
output te blijven produceren.
Een hogere isokwant: combinaties van inputs die leiden tot een hogere
productie (125)
1.2Het gemiddelde en marginale product
Veronderstel: kapitaal is constant
Hoe evolueert de totale productie 𝑇𝑃 als we arbeid 𝐿 laten toe- of
afnemen
o L is variabele en K is vast.
Voorbeeld: distributiecentrum met q het aantal verzonden pakjes
o Aantal q: het aantal verzonden pakjes.
factormarkten
Arbeidsmarkt en kapitaalmarkt (geen input markten)
1Productie
1.1De productiefunctie
Output autofabrikant hangt af van productiefactoren
o Aantal arbeiders: L
o Aantal machines: K
Productiefunctie beschrijft maximale output die technisch mogelijk
is als een functie van de gebruikte inputs of productiefactoren
o De totale productie: TP(L, K )
Technologie kan totale productie bij gegeven inputs wijzigen
o Met dezelfde hoeveelheid arbeid en kapitaal kan meer output
geproduceerd worden
Tabel 9.1: dagelijkse productie van auto’s bij enkele combinaties van
arbeid en kapitaal
TP(10,30) = 100
De totale productie bij gegeven inputs kan over de tijd heen wijzigen: door
bv: technologische veranderingen.
Van A naar D: stijging v/d output door meer kapitaal in te zetten (30 naar
50)
Van A naar F: stijging v/d productie meer arbeid inzetten
, Grafische weergaven van de productiefunctie:
Productie-isokwanten
o Isokwanten: beschrijven alle combinaties van arbeid en
kapitaal die, bij optimaal gebruik, tot dezelfde hoeveelheid
output leiden
o Daling van ene input vergt stijging andere input (substitutie)
om evenveel te blijven produceren. (Een dalend verloop)
Figuur 9.1: productie-isokwanten
Hoe meer naar rechtsboven hoe
hoger de productie
A en B liggen op dezelfde
isokwant: toont aan dat een
daling van de ene input een
stijging v/d andere input
noodzakelijk maakt om
eenzelfde totale hoeveelheid
output te blijven produceren.
Een hogere isokwant: combinaties van inputs die leiden tot een hogere
productie (125)
1.2Het gemiddelde en marginale product
Veronderstel: kapitaal is constant
Hoe evolueert de totale productie 𝑇𝑃 als we arbeid 𝐿 laten toe- of
afnemen
o L is variabele en K is vast.
Voorbeeld: distributiecentrum met q het aantal verzonden pakjes
o Aantal q: het aantal verzonden pakjes.