Arresten: Haahr-Petroleum, Outukumpu
1. Wat is vrij verkeer van goederen en interne markt?
Art. 26 VWEU interne markt
Art. 34 t/m 37 + 45 t/m 66 VWEU bepalingen die beperkingen van het vrije
verkeer verbieden. Deze beschermen
de vier fundamentele vrijheden:
Vrij verkeer van goederen
Vrij verkeer van (natuurlijke en rechts)personen
Vrij verkeer van diensten
Vrij verkeer van kapitaal
Verbod van discriminatie op grond van nationaliteit:
Centraal in deze verdragsbepalingen staat het verbod van discriminatie op grond
van nationaliteit. Er is een onderscheid tussen twee soorten discriminatie:
Directe/openlijke discriminatie maatregel maakt uitdrukkelijk
verschil tussen bijv. binnenlandse producten en ingevoerde producten.
Zo’n maatregel druist in tegen het wezen van de interne markt en is
daarom vrijwel altijd verboden.
Indirecte/verkapte discriminatie maatregel die niet uitdrukkelijk en
met zoveel woorden een onderscheid maakt tussen bijv. binnenlandse en
ingevoerde producten, maar toch ingevoerde producten benadeeld.
Voorbeeld: taaleis. Zo’n maatregel die meer of andere effecten heeft voor
buitenlandse producten dan voor binnenlandse zonder dat er sprake is
van openlijke discriminatie, kan leiden tot belemmering van het vrije
verkeer. Zulke belemmeringen zijn verboden, tenzij ze objectief kunnen
worden gerechtvaardigd.
Het vrije verkeer van goederen wordt beschermd tegen tarifaire (art. 30 en 110
VWEU) en non-tarifaire maatregelen (art. 34 t/m 36 VWEU).
Definitie “goed”:
Goederen in ieder geval alle stoffelijke voorwerpen.
Arrest Commissie/Italië goed in geld waardeerbare zaken die het
voorwerp kunnen vormen van handelstransacties.
Onder het goederenverkeer vallen producten in elk stadium van het
economische proces (grondstof tot eindfabrikaat), zowel industrieproducten als
landbouwproducten (art. 38). Ook producten met negatieve waarde (bijv.
gevaarlijke afvalstoffen) vallen onder het begrip ‘goed’. Hetzelfde geldt voor de
illegale handel in drugs en vals geld zij zijn krachtens internationale
verdragen een absoluut verhandelingsverbod zodat het vrije goederenverkeer
daarop niet van toepassing is.
,‘Immateriële’ producten (bijv. een ‘verzekeringsproduct’ of een ‘financieel’
product) zijn diensten. Ook documenten die een bepaalde waarde
vertegenwoordigen en contracten zijn GEEN goederen (bijv. geld,
waardepapieren en vergunningen), maar diensten of kapitaal.
De rechtspraak over afbakening van een goed t.o.v. dienst is niet altijd logisch:
Goed:
Elektriciteit
Tijdschrift
Filmdrager
Geen goed:
Telefoongesprek
Andere vorm van elektronische communicatie
NB: Unie is ook een douane-unie dus goederen uit derde landen vallen onder
de hierna beschreven bepalingen, zodra aan alle eisen voor invoer in de Unie is
voldaan.
(875) Maatregelen met en zonder onderscheid. Bij de categorie van financiële
handelsbelemmeringen moet een verschil worden gemaakt tussen douanerech- ten en
heffingen van gelijke werking als douanerechten enerzijds en binnen- landse
belastingen anderzijds. Douanerechten en heffingen van gelijke werking zijn
financiële lasten die alleen op ingevoerde of op uitgevoerde goederen wor- den
gelegd. Omdat die financiële lasten discrimineren, zijn zij zonder meer ver- boden
(art. 30). Binnenlandse belastingen zijn heffingen die zowel op ingevoerde als op
binnenlandse goederen worden geheven (omzetbelastingen en accijnzen). Dit betreft
dus een financiële maatregel zonder onderscheid. Die belastingen zijn toegestaan,
tenzij het ingevoerde goed hoger belast wordt dan het nationale product. Die
discriminerende fiscale behandeling is verboden (art. 110).
Tarifaire maatregelen:
1. Heffingen van gelijke werking
Art. 30 VWEU alle douanerechten en heffingen van gelijke werking (als
douanerecht) zijn verboden. Aangezien douanerechten niet meer voorkomen
tussen de lidstaten, is op dit moment het begrip ‘heffingen van gelijke werking’
(HGW) het belangrijkst.
Arrest Haahr-Petroleum op grond van dit arrest dient onder het begrip
‘heffing van gelijke werking’ te worden verstaan (r.o. 20):
‘elke eenzijdig opgelegde geldelijke last, ongeacht de benaming of de
structuur ervan, die wegens grensoverschrijding over goederen wordt geheven
en geen douanerecht stricto sensu is’.
Zo’n last valt echter niet onder ‘heffing van gelijke werking’ als hij behoort tot
, een algemeen stelsel van binnenlandse belastingen waardoor categorieën
producten stelselmatig worden getroffen volgens objectieve, onafhankelijk van
de oorsprong van de producten toegepaste criteria:
Het begrip ‘heffing van gelijke werking’ dient tevens te worden afgebakend t.o.v.
het begrip ‘binnenlandse belasting’ i.d.z.v. art. 110 VWEU een heffing (al vindt
deze plaats aan de grens of ter gelegenheid van een grensoverschrijding) valt
niet langer onder art. 30 VWEU als deze deel uitmaakt van een algemeen stelsel
van binnenlandse belastingen. Dat heeft belangrijke gevolgen heffing van
gelijke werking is namelijk altijd verboden en kan niet worden
gerechtvaardigd, terwijl voor binnenlandse belastingen alleen geldt dat zij
niet mogen discrimineren.
Arrest Outokumpu (r.o. 19 + 20) een Finse ecotax werd geheven over
elektriciteit. De onderneming Outokumpu importeerde Zweedse elektriciteit in
Finland en moest bij grensoverschrijding een ecotax betalen, hetgeen volgens
Outokumpu een heffing van gelijke werking zou opleveren. Via een prejudiciële
vraag komt de zaak voor het Hof, die aangeeft dat art. 30 en 110 VWEU elkaars
uitsluitende bepalingen zijn zodra een heffing deel uitmaakt van een stelsel
van binnenlandse belastingen, maakt het enkele feit dat de belasting wordt
opgelegd ter gelegenheid van de grensoverschrijding, niet dat deze een heffing
van gelijke werking oplevert. Om vast te stellen of het om een heffing van gelijke
werking of om een binnenlandse belasting gaat, onderzoekt het Hof of de
maatregel ‘behoort tot een algemeen stelsel van binnenlandse belastingen
waardoor categorieën producten stelselmatig worden getroffen volgens
objectieve, onafhankelijk van de oorsprong producten toegepaste criteria’.
2. Binnenlandse belastingen
Als de belasting daadwerkelijk over zowel ingevoerde als binnenlandse
producten wordt geheven, onderwerpt het Hof de maatregel aan een nader
onderzoek op grond van art. 110 VWEU. Art. 110 VWEU bevat in essentie een
discriminatieverbod.
Art. 110 VWEU bestaat uit twee volzinnen:
1) Eerste volzin: er is een binnenlandse productie van producten die
gelijksoortig zijn aan de ingevoerde producten uit de andere lidstaten. De
toets die art. 100 VWEU bevat of er over de ingevoerde producten geen
hogere belasting wordt geheven dan over de binnenlandse producten.
2) Tweede volzin: gaat er niet van uit dat er een gelijksoortige binnenlandse
productie is en geeft alleen aan dat lidstaten andere producties niet
zijdelings mogen beschermen.
Ad eerste volzin: Uit de jurisprudentie van het Hof kan worden afgeleid eerste
volzin bevat een discriminatieverbod t.a.v. de situatie waarin er een binnenlandse
productie die vanuit gebruikersoogpunt soortgelijke eigenschappen vertoont en
aan dezelfde behoeften voldoet als het ingevoerde product.