Copywriting
Je moet teksttypes die aan bod komen in de cursus kunnen beoordelen en
opstellen.
De evaluatie van een tekst moet je kunnen ondersteunen en motiveren vanuit de
theoretische ricthtlijnen. Je gebruikt daarbij de correcte vakterminologie (zie bijlage I
bij cursus).
Bij de schrijfopdrachten moet je de theoretische criteria toepassen en een correcte
taal hanteren.
Leerstof: de cursus Copywriting - de oefeningen en PowerPoints (allemaal beschikbaar op
Toledo)
De schrijf- en beoordelingsopdrachten zullen gebaseerd zijn op volgende hoofdstukken:
Hoofdstuk 1: Doel- en doelgroepgericht schrijven
Hoofdstuk 2: Wervende en zakelijke teksten
Hoofdstuk 3: De advertentie
Hoofdstuk 4: Direct mail: de verkoopbrief en antwoordmogelijkheid
Hoofdstuk 5: Online communicatie
Hoofdstuk 6: Andere teksttypes
1
, Hoofdstuk 1: Doel- en doelgroepgericht schrijven
1 Doel
Instructies geven
Informeren
Motiveren
Overtuigen
Emotioneel beïnvloeden
In de meeste teksten zijn er meerdere doelen.
Vanaf je het doel weet, moet je inhoudelijke informatie verzamelen waarmee je het doel
bereikt. Research in artikels, argumenten, voorbeelden,…
2 Doelgroep
= Potentiële lezers
Je moet weten wat de doelgroep interesseert en motiveert zodat je daar handig kan op
inspelen, zowel inhoudelijk als vormelijk en stilistisch.
2.1 Fase 1: Doelgroepafbakening
Segmentatiemethodes: Doelgroep indelen
2.1.1 Soci demografische kenmerken:
Leeftijd
Geslacht
Woonplaats
Regio
Klasse
Opleidingsniveau
Beroep
Functie
Vrijetijdsbesteding
Aankoopgedrag
Verbruiksgedrag
2.2 Fase 2: Doelgroepanalyse
Behoeften en interesses achterhalen.
2
, 2.2.1 Behoefte Pyramide van Maslow:
2.2.2 Doelgroepscategorieën (persoonlijkheid)
Traditionele burgerij: de plichtsgetrouwe en op status-quo gerichte burger die
vasthoudt aan tradities en materiële bezittingen.
Gemaksgeoriënteerden: de impulsieve en passieve consument die in de eerste
plaats streeft naar een onbezorgd, plezierig en comfortabel leven.
Moderne burgerij: de conformistische, statusgevoelige burger die het evenwicht
zoekt tussen traditie en moderne waarden als consumeren en genieten.
Nieuwe conservatieven: de liberaal-conservatieve maatschappelijke bovenlaag
die alle ruimte wil geven aan technologische ontwikkeling, maar zich verzet tegen
sociale en culturele vernieuwing.
Kosmopolieten: de open en kritische wereldburgers die postmoderne waarden als
ontplooien en beleven integreren met moderne waarden als maatschappelijk
succes, materialisme en genieten.
Opwaarts mobielen: de carrièregerichte individualisten met een uitgesproken
fascinatie voor sociale status, nieuwe technologie, risico en spanning.
Postmaterialisten: de maatschappijkritische idealisten die zichzelf willen
ontplooien, stelling nemen tegen sociaal onrecht en opkomen voor het milieu.
Postmoderne hedonisten: de pioniers van de beleveniscultuur, waarin experiment
en het breken met morele en sociale conventies doelen op zichzelf zijn geworden.
2.3 Fase 3: Doelgroepbeschrijving
Visualiseer een lid of enkele leden van de doelgroep. Probeer ze in beeld te brengen of zo
concreet mogelijk te beschrijven.
3
Je moet teksttypes die aan bod komen in de cursus kunnen beoordelen en
opstellen.
De evaluatie van een tekst moet je kunnen ondersteunen en motiveren vanuit de
theoretische ricthtlijnen. Je gebruikt daarbij de correcte vakterminologie (zie bijlage I
bij cursus).
Bij de schrijfopdrachten moet je de theoretische criteria toepassen en een correcte
taal hanteren.
Leerstof: de cursus Copywriting - de oefeningen en PowerPoints (allemaal beschikbaar op
Toledo)
De schrijf- en beoordelingsopdrachten zullen gebaseerd zijn op volgende hoofdstukken:
Hoofdstuk 1: Doel- en doelgroepgericht schrijven
Hoofdstuk 2: Wervende en zakelijke teksten
Hoofdstuk 3: De advertentie
Hoofdstuk 4: Direct mail: de verkoopbrief en antwoordmogelijkheid
Hoofdstuk 5: Online communicatie
Hoofdstuk 6: Andere teksttypes
1
, Hoofdstuk 1: Doel- en doelgroepgericht schrijven
1 Doel
Instructies geven
Informeren
Motiveren
Overtuigen
Emotioneel beïnvloeden
In de meeste teksten zijn er meerdere doelen.
Vanaf je het doel weet, moet je inhoudelijke informatie verzamelen waarmee je het doel
bereikt. Research in artikels, argumenten, voorbeelden,…
2 Doelgroep
= Potentiële lezers
Je moet weten wat de doelgroep interesseert en motiveert zodat je daar handig kan op
inspelen, zowel inhoudelijk als vormelijk en stilistisch.
2.1 Fase 1: Doelgroepafbakening
Segmentatiemethodes: Doelgroep indelen
2.1.1 Soci demografische kenmerken:
Leeftijd
Geslacht
Woonplaats
Regio
Klasse
Opleidingsniveau
Beroep
Functie
Vrijetijdsbesteding
Aankoopgedrag
Verbruiksgedrag
2.2 Fase 2: Doelgroepanalyse
Behoeften en interesses achterhalen.
2
, 2.2.1 Behoefte Pyramide van Maslow:
2.2.2 Doelgroepscategorieën (persoonlijkheid)
Traditionele burgerij: de plichtsgetrouwe en op status-quo gerichte burger die
vasthoudt aan tradities en materiële bezittingen.
Gemaksgeoriënteerden: de impulsieve en passieve consument die in de eerste
plaats streeft naar een onbezorgd, plezierig en comfortabel leven.
Moderne burgerij: de conformistische, statusgevoelige burger die het evenwicht
zoekt tussen traditie en moderne waarden als consumeren en genieten.
Nieuwe conservatieven: de liberaal-conservatieve maatschappelijke bovenlaag
die alle ruimte wil geven aan technologische ontwikkeling, maar zich verzet tegen
sociale en culturele vernieuwing.
Kosmopolieten: de open en kritische wereldburgers die postmoderne waarden als
ontplooien en beleven integreren met moderne waarden als maatschappelijk
succes, materialisme en genieten.
Opwaarts mobielen: de carrièregerichte individualisten met een uitgesproken
fascinatie voor sociale status, nieuwe technologie, risico en spanning.
Postmaterialisten: de maatschappijkritische idealisten die zichzelf willen
ontplooien, stelling nemen tegen sociaal onrecht en opkomen voor het milieu.
Postmoderne hedonisten: de pioniers van de beleveniscultuur, waarin experiment
en het breken met morele en sociale conventies doelen op zichzelf zijn geworden.
2.3 Fase 3: Doelgroepbeschrijving
Visualiseer een lid of enkele leden van de doelgroep. Probeer ze in beeld te brengen of zo
concreet mogelijk te beschrijven.
3