Inleiding
Emancipatie: vrijheid, ontvoogding, gelijkheid in de samenleving
Menselijke neiging een volwaardige plaats in de samenleving te bemachtigen
o Vaak groepen van mensen in dezelfde situatie proberen samen hun situatie te verbeteren,
te emanciperen
Bv. politieke partijen
Discussie: welke vorm van gelijkheid streven we naar bij emancipatie?
Vrijheid voor de wet of ook vrijheid in de werkelijkheid?
o Geen consensus over definitie emancipatie
Ideologie: wetenschap van het denken
Zet aan tot maatschappelijke veranderingen en aspiraties
Weerspiegeling bepaalde tijdsgeest, normen en waarden, visies op de maatschappij
o Descriptief: hoe iets is
o Normatief: hoe iets hoort te zijn
Basis politieke actie om macht te behouden, verwerpen of aanpassen
Geen wetenschap (kan wetenschappelijke elementen bevatten)
o Hoeft niet objectief te zijn
Geschiedenis
Van WOII – 1980 was de Amerikaanse bevolking enorm gestegen in welvaart en welzijn
Zowel de onderkant, middenklasse en bovenkant
1987: nieuw liberalisme Reagan en Thatcher de
laagste klassen nemen af, de hoogste blijven stijgen
Ongelijkheid neemt opnieuw toe in westerse
maatschappij
Ongelijkheid in ontwikkelingslanden neemt af
o Emancipatie en wegbreken van kolonialisme
o Einde eeuwen van geforceerde ongelijkheid
o Wel nog steeds grotere ongelijkheid als hier
Vandaag
De top 1 rijksten bezit ongeveer de helft van de rijkdom in
de wereld
De top 10 rijksten bezitten ongeveer 88% van de
wereldwijde rijkdom
Ongelijkheid in verdeling van rijkdom
o Klassenongelijkheid!
, = mensen willen ongelijkheid beëindigen of in stand houden politiek
Door verbeterde levensomstandigheden ontstaat een optimismekloof: idee dat alles goed gaat met mij maar
niet met ons
Ontstaan door ons drama-instinct: neiging om van een muis een olifant te maken
Ideologische strijd
Sociale klassen met andere opvattingen tegen elkaar
Strijd naar emancipatie vs strijd om emancipatie tegen te gaan
Machtsconflicten
Ideologieën met elkaar in relatie
Conflictueuze relatie of in democratie Sociale wetenschap: kennis naar
Verschillende focussen of betekenissen van begrippen verborgen aard van maatschappij
Bv. verschillende betekenissen van iets binnen verschillende ideologieën (het niet observeerbare)
o Karl Marx: motor van de geschiedenis is de klassenstrijd
Mocht alles zijn zoals het lijkt zou er voor elk probleem een duidelijke oplossing
zijn, maar dat is niet zo dus hebben we een studie nodig over de maatschappij
zodat we correct tewerk kunnen gaan => sociologie!!
o Vilfredo Pareto: motor van geschiedenis is de ‘elite’
(gaan adhv debat zichzelf juist en anderen fout proberen te bewijzen)
Bv. verschillende betekenissen van iets binnen dezelfde ideologie doorheen de tijd
Betekenis begrip vrijheid liberalisme en neoliberalisme
,Na ontdekking van Amerika: feodalisme kapitalisme
Uitbuiting en slavernij
Westerse, eurocentrische, patriarchale overtuigingen
o Weinig aandacht arme, niet westerse, en vrouwelijke denkers
o Weerspiegeling van tijd en ruimte
Moderne politieke en sociale overtuigingen zitten vol van imperialisme, seksisme, racisme,…
Onze westerse landen zouden niet zijn wat ze zijn zonder onze welvaart door kolonialisme
Oude ideeën nog steeds verworven in hedendaagse systemen en overtuigingen
Theorieën niet volledig verwerpen maar bekijken met een kritische blik!
Bv. liberalisme: rechtvaardiging imperialisme
Paradox van het liberalisme
Strijden om vrijheid en onderdrukking anderen rechtvaardigen
Einde van ideologieën
1. Na WOII: extremisme => veel negatieve gevolgen => mensen willen dit toch niet? => einde
ideologieën => centrale, gematigde maatschappij
Overtuiging dat mensen die het fascisme, nazisme, stalinisme,… meemaakten zich niet meer
zouden willen engageren voor extremistische politieke ideologieën
o Vanaf nu zou het draaien rond compromis en wetenschappelijke objectiviteit
2. Na val van de Berlijnse muur en Koude Oorlog: opnieuw voorspelling einde ideologieën EN
geschiedenis
enige mogelijkheid leek liberale democratie, vrijemarktkapitalisme en bestuur via parlement
politiek => bestuur en beheer
o als er een verandering wordt gemaakt is het voor een goede werking van de vrije markt
postpolitieke situatie: ideologieën vervangen door consensus rond kapitalisme en vrije markt
o economie wordt neutraal, politiek wordt administratief en technisch
3. Vandaag: ideologieën eigenlijk niet meer weg te denken
Verschillende opstanden en massamobilisaties wereldwijd
Wereldwijde hernieuwde belangstelling voor politiek
Bv. klimaatprotesten, terrorisme, financiële crisissen, BLM, …
,HOOFDSTUK 1: DE ONTRAFELING VAN DE MIDDELEEUWSE ORDE (1450-1650)
Europese Renaissance: verschillende veranderingen in de politiek, economie, plaats christendom en denken
over de mens en maatschappij
vroeger Europese Renaissance
Volgen van Kerk Oudheid gebaseerde bloei en
toekomstgericht
Donkere middeleeuwen Fase van wedergeboorte
Feodale systemen Nieuwe economische verhoudingen
Blindelings Kerk en oude orde volgen Kerk en oude orde in vraag stellen
God centraal Mens centraal
Humanisme: nieuwe
levensopvatting met mens centraal
+
West-Europese maatschappijen → rest van wereld
Verovering nieuwe landen → nieuwe inzichten en kennis van andere werelddelen
Basis latere Verlichting
Ontstaan kapitalisme
Wetenschappelijke vooruitgang en de geleidelijke emancipatie van de politiek (15 e eeuw)
Het einde van de katholieke hegemonie: reformatie en contrareformatie
o Opkomst protestantisme
Koloniale ontmoetingen: het dispuut van Valladolid
o Spanje steelt rijkdom
De Engelse burgeroorlog(en)
o Koningshuis nieuwe functie gegeven
!!! zeer geleidelijk aan, niet in 1 keer begin 21e eeuw: wereldwijde kapitalistisch systeem
1. WETENSCHAP EN EMANCIPATIE VAN DE POLITIEK
Teruggreep naar de oudheid, Grieken en romeinen
o Denkers en tradities
,Bv. Leonardo Da Vinci (1452-1519)
Kwam uit traditionele stad Firenze → Leo werd toekomstgerichter
Het logische en experimentele (empirisch)
o Interesse in de natuur en omgeving: realisatie dat je met observatie natuur kon gaan
begrijpen
o Kritisch tegenover God als schepper
God heeft ons niet geschept maar wij God
o Het wiskundige is het correcte (=logisch)
o Bestuderen hoe het ene het andere beïnvloed (=empirisch)
Veranderende economische verhoudingen in een verdeeld Italië – Mercantilisme
o Handel als drijvende factor
o Mercantilisme: taak van vorst om handel te ondersteunen voor rijkdom
Eenwording van Italië: goedkoper handel doen binnen steden
o Interest en rente ondanks katholiek verbod
Ontvoogding en secularisering (=verwereldlijking)
o Ontvoogding: langzaamaan separatie van kerk en staat
o Secularisering: buitenlandse handel en plundering van rijkdom
NICOLLO MACHIAVELLI (1469-1527)
Il Principe: brak met traditionele boeken
o Vorstenspiegel: hoe een vorst de maatschappij moet leiden (ideaalbeeld)
o Il Principe: hoe de maatschappij werd geleid en hoe mensen zich gedroegen
Verwerpen moraal als basis → (slechte) menselijke natuur als basis
o Altijd en overal hetzelfde
o Elke mens zowel goed als slecht
Politiek er van uitgaan dat de mens slecht is
Emancipatie politiek van kerk
Secularisering ≠ antireligieus
o Kritiek kerk
1. christelijke overtuigingen ondermijnt door slecht gedrag
+ hoe op deze manier mensen bekeren en Kerk wou politieke macht
2. verhinderen eenwording Italië
o nuttigheid kerk
1. sociaal cement: verbind mensen
2. staatsrede (La raison d’Etat): eenmaking en afbaken tolmuren voor handel
La raison d’Etat: het doel heiligt de middelen
Staat moet privaat bezit beschermen
o Niet enkel materieel: vrouw en kinderen als bezit van man beschermen
o Zelfs een dictatuur is acceptabel zolang privébezit veilig is
Populair Machiavellisme: koning moet gevreesd worden
,THOMAS MORE (1478-1535)
Utopia: verhaal avonturier op een eiland
o Deel 1: Beschrijving van de sociale en economische veranderingen in Engeland
(°kapitalisme)
Representatie van alles wat misloopt in Engelse samenleving
Privébezit als begin van armoede en kapitalisme
o Deel 2: Beschrijving van de ideale maatschappij
Utopisme: afwijzen van de bestaande, onrechtvaardige orde op basis van religieuze en/of morele
gronden, projectie van een ideaal in een andere, denkbeeldige wereld
Geen plan om het in werkelijkheid in te zetten, enkel dromen
2. EINDE VAN DE KATHOLIEKE HEGEMONIE: REFORMATIE EN CONTRAREFORMATIE
LUTHER (1483-1546)
Conflict aan universiteit humanisten en Scholastici: intellectuele stroming vs dogma’s
Eiste eerlijke prijs zonder behoefte aan winst
Protonationalisme van Duitse adel
o Onttrok Duitse Staten aan gezag Rome
o Streefde naar grotere Duitse eenheid
In shock van leiderschap in de kerk na reis naar Rome
o Aflaten: mensen betaalden om hun zonden te laten vergeven
o Vraag: hebben we de kerk nodig? → christendom op zich volstaat
1517: 95 stellingen van de toegeeflijkheid op poort van kerk gehangen
Religieuze bevrijding van de mens
o = sterke overheid: enigste weg naar stabiliteit
o ≠ vrijheid: vrijheid pas in het hiernamaals → nu onderdanig zijn
Thomas Munzer: inspo van Lutter → boerenopstand tegen hebzucht edelen → vr Luther ketterij
CALVIJN (1509-1564)
Menselijke voorbestemming: wat je ook doet, God had al besloten of je in de hemel of hel zou komen
o Nieuwe visie: mensen zochten naar tekens van God over hun hiernamaals
Leider protestantse hervorming
Werd gevraagd Genève (handelsstad) te besturen
o Nieuwe visie: het probleem is niet het geld dat je krijgt maar wat je er mee doet
De kwestie van winst: geld herinvesteren in economie → vroegkapitalistische economische orde
Theocratie: consistorie + ministerie
o Ministerie: gedisciplineerde religieuzen die leer van Calvijn verspreiden in stad
o Consistorie: soort rechtbank die naleven van leer verzekert en straffen uitsprak
Maatschappelijke ongelijkheid maar gelijkheid voor de wet
o Kritiek dat mensen gelijk zijn voor de wet voor ze een systeem accepteren
Kerk van Calvijn: verering van God + mensheid volmaken om God te aanbidden
Plaats individu nu afhankelijk van arbeid, niet van geboorte
, Reformatie → versterking territoriale staat + groei middenklasse
3.KOLONIALE ONTMOETINGEN: DISPUUT VAN VALLADOLID
1550-1555
Dispuut: Hoe moet Spanje oorlog voeren op Amerikaanse continent en het katholicisme verspreiden?
→ discussie over moraal
→ Is eigenlijk de vraag naar de menselijkheid van de inheemse volkeren
Eerste moreel en theologisch debat, verankerd in de economische uitbuiting van de kolonies
o Moreel: welke behandeling verdiende inheemse volkeren
o Theologisch: christelijke waarden overbrengen
Juan Ginés de Sepulveda
Brutale onderwerping en kerstening toegestaan
Inheemse volkeren zijn ‘afgodendienaren’, van nature uit slaaf, deden aan mensenoffers,
kannibalisme en sodomie
o Er moesten oorlogen worden gevoerd om deze ‘misdaden tegen de natuur’ uit te roeien
“Natuurlijke slavernij” (Aristoteles): sommige mensen geboren om slaaf te worden
Bartolomé de las Casas
Tegen gebruik geweld om christendom te brengen
Ontkende “natuurlijke slavernij” niet maar inheemse volkeren waren niet de barbaren van Aristoteles
o geen gedwongen kerstening door oorlog
Oorlog tegen ketters en ongelovigen was gerechtvaardigd maar niet tegen de inheemse volkeren
omdat zij geen ketters waren die gestraft moesten worden
o Geen ketters want nog nooit eerder kans gehad voor bekering
o Pas na kans en afkering christendom vervolgen
Humane behandeling inheemse volkeren
De ‘ontmoeting’ met de Ander: ontmoeting Europa met inheemse bevolking
Mogelijks bekeerd worden: zo menselijkheid bepaald
Zonder inspraak inheemse bevolking beslissingen gemaakt over einde bezetting
Conquistadores: Spaanse veroveraars
Goud: goud verzamelen voor economische belangen
Evangelie: christendom verspreiden voor religieuze belangen
= Encomienda-systeem
Slavernij wettelijk verboden
Arbeid in ruil voor katholicisme en Spaanse taal
+ als dankbaarheid: vlees, metalen, maïs, tarwe, …
Lokale bevolking kreeg politiek van dwangarbeid
en strenge straffen
o Christendom = geen vrijheid
Rijk gebied: metalen in grond +landbouw
,!! verhaal van kapitalisme niet los te zien van kolonisatie, imperialisme en slavernij !!
4.DE GLORIEUZE REVOLUTIE
conflict parlement vs koningshuis
Ontstaan privébezit
Begin productie voor winst ipv consumptie
Kritiek gilden die tegen vrije markt gingen
Koning Karel I: goddelijk recht
o Ontbond parlement
o Bracht parlement opnieuw samen door geldnood
1629-1660
Koning – Puriteinen – Parlement
o Koning: Karel I
o Puriteinen: groep protestanten die kerk willen ruiveren van Rooms-katholieke invloed
o Parlement: verzameling afgevaardigden 3 klassen → the long parliament
Grand Remonstrance: klachtenbrief Puriteinen (opsomming bezwaren)
o Willen meer inspraak voor hen en minder voor koning
o Koning wil een protestants land zonder Rooms-katholieke invloeden maar blijft
alleenheerser
Oliver Cromwell: militaire leider leger parlement tijdens 1e en 2e burgeroorlog
o Puritein, tegen vrije belastingen stellen van koning, voor geloofsvrijheid
o New Models Army: geen beroepssoldaten maar soldaten die vechten voor de zaak
meer radicalen aanwezig: ontstaan ‘the levellers’
cruel necessity: gewelddadig optreden indien nodig
The Levellers
keerden tegen koningshuis: anti-normandisme (koningshuis), tegen geïnstitutionaliseerde kerk
Agreement of the people: krachtenbrief
o Inhoud: soevereiniteit ligt bij het volk via verkiezingen
Uitbreiden kiesrecht en 2 jaar regeerperiode
Council of State: uitvoerende macht
Godsdienstvrijheid
Gerechtelijke procedures in taal van burgers
Maatschappelijke breuklijn rijk vs arm
Wie is ‘het volk’?: de armen, boeren en ambachtslieden
o Arbeiders in fabrieken en werklozen niet! = geen stemrecht (ook geen vrouwen)
Vraag: waarom werken als het resultaat ervan niet voor jou is?
Cromwell ondertekend doodvonnis Karel I en ontbond the Long Parliament→ Rompparlement → derde
burgeroorlog: supporters Karel II vs parlement → parlement won → Cromwell als Lord Protector → Engelse
Republiek → dood Cromwell → royalisten grijpen macht → opnieuw monarchie ingesteld
,Diggers
Primitief communisme in plattelandsgemeenschappen
Emancipatie van de vrouw
Mary Astell (1666-1731): God heeft man en vrouw
geschapen met zelfde intelligentie
o Niet God maar de man maakt vrouw
minderwaardig
o Door vrouw afhankelijk te maken ging men in
tegen Gods wil
Wetenschappelijke ontwikkelingen en nieuwe inzichten:
F. Bacon: kennis obv ervaring, experiment en waarneming
o Loskomen vooroordelen en foute opvattingen
T. Hobbes: Dynamisch mensbeeld (mens is van nature slecht)
R. Descartes: de rede als mogelijkheid tot kennis → cogito ergo sum → methodische twijfel
B. Spinoza: God door rede bepaald
Thomas Hobbes (1588-1679)
Autoritair staatsgezag
Natuurstaat: menselijke natuur is slecht men streeft (egoïstisch) naar zelfrealisatie via macht
Homo-homini-lupus samenleving: iedereen strijdvaardig + angst voor macht van een ander en de
dood
Vrijheid opgeven aan Leviathan (= onbetwiste leider) voor zekerheid
Onvoorwaardelijk sociaal contract: vrijheid om te doen wat je wilt weg → zekerheid dat anderen
het niet bij jou doen
Leviathan: leider zegt waar we in geloven zonder tegenspraak
o Één staatsgodsdienst: politiek bepaald nu religie → politiek enthousiast over Hobbes
o Einddoel: vermijden anarchie als gevolg van slechte menselijke natuur
Taak staat: Commonwealth, armenzorg, law & order
Baruch de Spinoza (1632-1677)
Enkel liefde voor God kan egoïsme overwinnen (niet sociaal contract)
Niet macht in handen van 1 iemand → democratie
Rationalist
Breuk met de middeleeuwse filosofie
o Bijbel geen wetenschappelijk werk maar verzameling historische gebeurtenissen
o Godsbeeld naar redelijk inzicht
Ontwikkeling levensleer (ethica): menselijke egoïsme, autonomie en macht centraal
HOOFDSTUK 2: EUROPESE VERLICHTING EN HET TIJDPERK VAN REVOLUTIES
, 1 DE POLITIEKE OORSPRONG VAN DE BURGERLIJKE SAMENLEVING
John Locke (1632-1704)
Grondlegger burgerlijke vrijheden
Ontkracht mythe dat koning rechtstreeks afstamt van Adam (geen goddelijk recht)
All men are born free and equally alike: wist dat mensen niet gelijk geboren zijn in werkelijkheid
maar het was een ideaalbeeld van hoe het zou moeten zijn
o Geboren zijn: recht op leven → voedsel, onderdak en kleren
o Mens was eigenaar van arbeid → eigenaar gemaakte producten
o Nieuw: geld → arbeid verkopen → gemaakte producten van koper
Opdeling arbeider – ondernemer: logisch gevolg van het natuurrecht
o Zou zorgen voor ongelijkheid tussen werkers en zij die hen betalen
o Ongelijkheid → conflicten → politiek voor oplossing
Civil society: contractuele machtsoverdracht tussen volk en koning
o Beperkt en voorwaardelijk
o Geen volk: vrouwen, kinderen, werklozen, landlopers, zieken, gehandicapten…
onderdanen, passief element gemeenschap
o freemen : burgers, beperkte groep mensen die zich moesten bezighouden met politiek
Rol van godsdienst
religie samengevat worden in lijstje van dingen die je wel/ niet mag doen (hemel en hel)
o Bepaalde code hoe men moet functioneren in maatschappij
o Politiek systeem mag deze christelijke code gebruiken voor bestuur
Rol van politiek
Scheiding der machten: wetgevende macht (superieur) + rechterlijke macht als aanhangsel +
uitvoerende macht (inferieur)
Godlike Prince: een goede monarch
o Mag wet negeren in voordeel van volk
Voorwaardelijk contract: wanneer de koning de voorwaarden van het contract schendt mag het volk
in opstand komen
o Bevolking beslist zelf wanneer koning te ver is gegaan
o Koning moet privaat bezit van bevolking beschermen en mag dit niet afnemen
Inspiratiebron
Inspiratiebron Franse Revolutie en Amerikaanse onafhankelijkheidsstrijd
Liberalen: bescherming privaat bezit
Libertaire anarchisten: pleiten voor samenleving zonder hiërarchie
Houding t.a.v. slavernij: slaven zijn burgers wanneer hun koning hun geen inspraak of stemrecht
geeft
o Hypocriet: niet tegen slavernij Afrikaanse mensen
2 VERLICHTING
verlichtingsfilosofie: radicale politieke ideologie die de hele mensheid moest bevrijden