Geschiedenis 6.2
Kenmerkende aspecten 6.2:
1. Het streven van vorsten naar absolute macht
2. De bijzondere plaats in staatskundig opzicht en de bloei in economisch en cultureel opzicht van de
Nederlandse republiek
De Republiek werd bestuurd door regenten. In de Republiek was de macht verdeeld tussen de
Gewestelijke Staten en de Staten-Generaal. De Staten-Generaal bepaalden het buitenlandbeleid en
de verdediging van het land.
Zij bestuurden ook Drenthe en de Generaliteitslanden, gebieden die in het zuiden die na 1588 waren
veroverd door de succesrijke stadhouders Maurits en Frederik Hendrik.
Regenten:
Rijke burgers met bestuursfuncties
Stadhouder:
Voorheen plaatsvervanger van de landsheer, in de 17 de eeuw de bevelhebber van het Staatse leger
In de Republiek hadden twee functionarissen veel macht: de stadhouder en de raadspensionaris.
Raadspensionaris:
Hoge ambtenaar in het gewest Holland die grote invloed had in de Staten-Generaal
In de Republiek waren 2 groepen:
1. De Oranjegezinden onder leiding van Maurits, hun wilden de oorlog voortzetten met Spanje.
2. De staatsgezinden onder leiding van Oldenbarnevelt wilden juist vrede met Spanje omdat dat
beter zou zijn voor de handel.
Oranjegezinden:
Voorstanders van een sterke machtspositie voor de stathouder
Staatsgezinden:
Voorstanders van een sterke machtspositie voor de Staten-Generaal en de Gewestelijke Staten.
Uiteindelijk kwam er een wapenstilstand tussen Spanje en de Republiek in 1609: het Twaalfjarig
bestand.
1609:
Twaalfjarig bestand
Er waren godsdienstige meningsverschillen tussen 2 groepen calvinisten: de orthodoxen en de
gematigden. Uiteindelijk kozen Maurits en Oldenbarnevelt beide een partij, Maurits koos voor de
Orthodoxen en Oldenbarnevelt voor de gematigden.
Van Oldenbarnevelt gaf steden het recht om soldaten in te huren om zich te beschermen tegen de
oproerige Oranjegezinden en orthodoxen. Maurits zag dit als een ondermijning van zijn gezag als
legerbevelhebber. Hij liet van Oldenbarnevelt oppakken en werd schuldig verklaard aan landverraad.
Aan het einde van het Twaalfjarig bestand hervatten de Republiek en Spanje de oorlog. Het lukte
Spanje niet de Republiek te veroveren. In 1646 begonnen beide partijen vredesbesprekingen. En in
1648 was er vrede gesloten.
Kenmerkende aspecten 6.2:
1. Het streven van vorsten naar absolute macht
2. De bijzondere plaats in staatskundig opzicht en de bloei in economisch en cultureel opzicht van de
Nederlandse republiek
De Republiek werd bestuurd door regenten. In de Republiek was de macht verdeeld tussen de
Gewestelijke Staten en de Staten-Generaal. De Staten-Generaal bepaalden het buitenlandbeleid en
de verdediging van het land.
Zij bestuurden ook Drenthe en de Generaliteitslanden, gebieden die in het zuiden die na 1588 waren
veroverd door de succesrijke stadhouders Maurits en Frederik Hendrik.
Regenten:
Rijke burgers met bestuursfuncties
Stadhouder:
Voorheen plaatsvervanger van de landsheer, in de 17 de eeuw de bevelhebber van het Staatse leger
In de Republiek hadden twee functionarissen veel macht: de stadhouder en de raadspensionaris.
Raadspensionaris:
Hoge ambtenaar in het gewest Holland die grote invloed had in de Staten-Generaal
In de Republiek waren 2 groepen:
1. De Oranjegezinden onder leiding van Maurits, hun wilden de oorlog voortzetten met Spanje.
2. De staatsgezinden onder leiding van Oldenbarnevelt wilden juist vrede met Spanje omdat dat
beter zou zijn voor de handel.
Oranjegezinden:
Voorstanders van een sterke machtspositie voor de stathouder
Staatsgezinden:
Voorstanders van een sterke machtspositie voor de Staten-Generaal en de Gewestelijke Staten.
Uiteindelijk kwam er een wapenstilstand tussen Spanje en de Republiek in 1609: het Twaalfjarig
bestand.
1609:
Twaalfjarig bestand
Er waren godsdienstige meningsverschillen tussen 2 groepen calvinisten: de orthodoxen en de
gematigden. Uiteindelijk kozen Maurits en Oldenbarnevelt beide een partij, Maurits koos voor de
Orthodoxen en Oldenbarnevelt voor de gematigden.
Van Oldenbarnevelt gaf steden het recht om soldaten in te huren om zich te beschermen tegen de
oproerige Oranjegezinden en orthodoxen. Maurits zag dit als een ondermijning van zijn gezag als
legerbevelhebber. Hij liet van Oldenbarnevelt oppakken en werd schuldig verklaard aan landverraad.
Aan het einde van het Twaalfjarig bestand hervatten de Republiek en Spanje de oorlog. Het lukte
Spanje niet de Republiek te veroveren. In 1646 begonnen beide partijen vredesbesprekingen. En in
1648 was er vrede gesloten.