Linde Rozemuller 12-4-2021
Les 1
Herhaling van de eerste klas:
- Maatsoort= soort maat van de muziek; aantal tellen per maat (bij een mars is het
bijvoorbeeld EEN, twee, enz)
- Melodie= herkenbare opeenvolging van tonen; deuntje.
- Akkoord= samenklank van drie of meer tonen, die samensmelten tot een gestalte.
Les 2 en 3
Een melodie wordt gevormd door een opeenvolging van allerlei verschillende toonafstanden.
Veel melodieën zijn gebaseerd op toonreeksen. Een voorbeeld van een toonreeks is een
majeurtoonladder.
Als je kijkt naar het toetsenbord van een piano zie je dat er soms wel en soms niet een
zwarte toets tussen twee witte toetsen zit. Als er wel een zwarte toets tussen de witte zit, is
de afstand een hele toonafstand, of een grote secunde.
Als er geen zwarte toets tussen de witte zit, is het een halve toonafstand, of een kleine
secunde.
EF en BC zijn de kleine secundes van een piano.
De majeurtoonladder wordt gevormd door de opeenvolging van witte toetsen vanaf C. De
combinatie van hele+halve toonafstanden wordt altijd gebruikt als je een majeurtoonladder
wilt maken. Als je een noot wilt verhogen zet je een kruis(#) voor de noot, als je de noot wilt
verlagen zet je een mol (b) voor de noot.
In ons moderne notensysteem gebruiken wij voor de notennamen de volgende letters van
het alfabet: C D E F G A B C. Deze letters noemen wij: stamtonen. Wordt een toon
verhoogd of verlaagd dan noemen wij dit een ‘afgeleide’ toon.
Er bestaan majeur- en mineurtoonladders, maar er zijn ook toonladders die worden
opgebouwd uit 5 tonen, zoals bijvoorbeeld de pentatonische toonladder. Een toonladder die
alle 12 bestaande tonen gebruikt is de chromatische toonladder: (C Cis D Dis E F Fis)
Een interval is de benaming van de afstand tussen twee tonen. Van het oude middeleeuwse
notensysteem hebben wij overgenomen dat tussen E en F en tussen B en C altijd een halve
toonafstand zit. Dit heeft verregaande consequenties voor de muziektheorie.
Een drieklank ontstaat door twee tertsen op elkaar te stapelen. Omdat er verschillenden
soorten tertsen bestaan, zijn er ook verschillende soorten drieklanken.
Een grote drieklank bestaat uit een grote terts (onder) en een kleine terts (boven).
Een kleine drieklank bestaat uit een kleine terts (onder) en een grote terts (boven).
Les 5
Les 1
Herhaling van de eerste klas:
- Maatsoort= soort maat van de muziek; aantal tellen per maat (bij een mars is het
bijvoorbeeld EEN, twee, enz)
- Melodie= herkenbare opeenvolging van tonen; deuntje.
- Akkoord= samenklank van drie of meer tonen, die samensmelten tot een gestalte.
Les 2 en 3
Een melodie wordt gevormd door een opeenvolging van allerlei verschillende toonafstanden.
Veel melodieën zijn gebaseerd op toonreeksen. Een voorbeeld van een toonreeks is een
majeurtoonladder.
Als je kijkt naar het toetsenbord van een piano zie je dat er soms wel en soms niet een
zwarte toets tussen twee witte toetsen zit. Als er wel een zwarte toets tussen de witte zit, is
de afstand een hele toonafstand, of een grote secunde.
Als er geen zwarte toets tussen de witte zit, is het een halve toonafstand, of een kleine
secunde.
EF en BC zijn de kleine secundes van een piano.
De majeurtoonladder wordt gevormd door de opeenvolging van witte toetsen vanaf C. De
combinatie van hele+halve toonafstanden wordt altijd gebruikt als je een majeurtoonladder
wilt maken. Als je een noot wilt verhogen zet je een kruis(#) voor de noot, als je de noot wilt
verlagen zet je een mol (b) voor de noot.
In ons moderne notensysteem gebruiken wij voor de notennamen de volgende letters van
het alfabet: C D E F G A B C. Deze letters noemen wij: stamtonen. Wordt een toon
verhoogd of verlaagd dan noemen wij dit een ‘afgeleide’ toon.
Er bestaan majeur- en mineurtoonladders, maar er zijn ook toonladders die worden
opgebouwd uit 5 tonen, zoals bijvoorbeeld de pentatonische toonladder. Een toonladder die
alle 12 bestaande tonen gebruikt is de chromatische toonladder: (C Cis D Dis E F Fis)
Een interval is de benaming van de afstand tussen twee tonen. Van het oude middeleeuwse
notensysteem hebben wij overgenomen dat tussen E en F en tussen B en C altijd een halve
toonafstand zit. Dit heeft verregaande consequenties voor de muziektheorie.
Een drieklank ontstaat door twee tertsen op elkaar te stapelen. Omdat er verschillenden
soorten tertsen bestaan, zijn er ook verschillende soorten drieklanken.
Een grote drieklank bestaat uit een grote terts (onder) en een kleine terts (boven).
Een kleine drieklank bestaat uit een kleine terts (onder) en een grote terts (boven).
Les 5