SAMENVATTING PENOLOGIE 2025 – 2026
Altijd linken leggen tussen de lessen!! Plus nog naar de dia’s kijken voor foto’s en beleidsteksten!!
HOOFDSTUK 1: WAAROM STRAFFEN?
STRAFFEN EEN ALOUDE EN ALLEDAAGSE PRAKTIJK
Hoe kan je het best straffen?
- Consequent, onmiddellijk, aangepast, evenredig,…
- De algemene regels die gelden in de samenleving over straffen zouden eigenlijk moeten
gelijklopen op het strafrecht. In de realiteit is dit niet zo
- Gelijkenissen, maar ook zeker grote verschillen:
o Wettelijk apparaat
o Gebruik van dwang
o Bureaucratisch proces
o Gespecialiseerd personeel
Definitie straf:
“…een leed door de wet bepaald en door de rechterlijke macht opgelegd als een sanctie wegens een
gepleegd misdrijf” (Hof van Cassatie, 1924)
“punishment is ... the legal process whereby violators of the criminal law are condemned and
sanctioned in accordance with specified legal categories and procedures” (Garland, 1990, p. 17)
“punishment ... is punishment for crime, imposed by the judiciary in accordance with penal law, and
administered by penal institutions such as prisons and the probation service” (Hudson, 2002, p. 234)
> Verschillen van elkaar, maar ook een gemeenschappelijk component. Je gaat iets toedienen die
ongewenst is door het strafrechtelijk apparaat die vasthangt aan bepaalde procedures.
Walker (1991): zeven kenmerken van straf
1. Er wordt ‘iets’ toegebracht aan een ander persoon, waarvan verondersteld wordt dat het
onaangenaam is
2. Het toebrengen van de straf is intentioneel en gebeurt om een bepaalde reden
3. Degenen die de straf opleggen, hebben daartoe het recht
4. De straf wordt opgelegd ter gelegenheid van een daad of een omissie, die een overtreding van
een wet, een regel of een gewoonte inhoudt
5. Degene die gestraft wordt heeft de inbreuk vrijwillig gepleegd
6. De redenen om te straffen moeten te rechtvaardigen zijn
7. Of de bestraffing werkelijk als straf wordt beschouwd, is afhankelijk van wat de bestraffer
verstaat onder bestraffing en niet van de opvatting van de gestrafte
Hoe bestraffing gaan bestuderen?
- Wat doet ‘de penologie’?
- Traditioneel een beladen term (Lewis). Wie heeft recht van spreken? Wie bepaalt wat een
‘goede’ straf is?
“He is not entitled to an opinion even if, in addition to being a man, he should happen also to be a
jurist, a Christian, and a moral theologian. For they are not question about principle but about matter of
fact; and for such cuiquam in sua arte credendum. Only the expert ‘penologist’ (let barbarous things
have barbarous names), in the light of previous experiment, can tell us what is likely to deter: only the
psychotherapist can tell us what is likely to cure. (…) The Humanitarian theory, then, removes
sentences from the hands of jurists whom the public conscience is entitled to criticize and places them
in the hands of technical experts whose special sciences do not even employ such categories as rights
or justice.”
, - Penologie is de wetenschappelijke studie van de bestraffing van normovertredend gedrag
- Echter, ‘de’ penologie bestaat niet
- Hoe wordt dan naar penologie en straffen gekeken? Twee stromingen
1. “Wat is penologie? Het woord roept bij mensen de vreemdste associaties op. Penologie is
de sociaal-wetenschappelijke bestudering van de oplegging en tenuitvoerlegging van
strafrechtelijke sancties. […] In de penologie komen vragen aan de orde als: wat houden
de diverse sancties in; welke rechtstheoretische en filosofische ideeën liggen er aan ten
grondslag; welke doelen wil men ermee bereiken en lukt het om die doelen te realiseren:
zijn ze effectief?” (Moerings, 2003, p. 5)
2. “… that body of thought which explores the relations between punishment and society,
its purpose being to understand punishment as a social phenomenon and thus trace its
role in social life” (Garland, 1990, p. 10)
- Effectiviteit is niet hetzelfde als legitimiteit
o Legitiem: rechtvaardiging van de straf
Waarom mag overheid/ samenleving straffen?
Gegrond in morele beginselen – normatief kader
o Effectief: werkt de straf ook echt?
Penologisch empirisch onderzoek
Toepassing en werking straf
Wat is het gestelde (staf)doel?
Mag een overheid straffen opleggen waarvan we weten dat ze eigenlijk niet
effectief zijn? Vb. gevangenis niet effectief voor daling recidive, kunnen we ze
rechtvaardigen omwille van andere redenen (symbolische functie)?
Eerst kijken naar het doel om te kijken of iets werkt
Vb. doodstraf; heel effectief als je wil voorkomen dat de dader nogmaals
feiten pleegt, weinig tot niet legitiem binnen België -> toont dat legitiem
en effectief tegenstrijdig kan werken tegenover elkaar
STRAFTHEORIEËN
Types doelstellingen straffen:
Denkers (1976) onderscheidt drie types doelstellingen
1. Instrumenteel
- Realiseren van normconform gedrag bij de burger
- Bestraffing is een instrument
- Policing society
- Doelstellingen straf:
• Retributivistische of absolute theorieën
• Utilitaristische of relatieve theorieën
• Abolitionisme
• Herstel
• Hybride theorieën
2. Intrinsiek
- Burgers beschermen tegen macht(smisbruik) overheid
- Rechtsbeschermende functie van SR
- Policing the police
3. Organisatorisch
- Bestraffing vindt plaats binnen het strafrechtelijk apparaat
- Organisatorische context bepaalt wat mogelijk is (eg, budget, personeel)
,INSTRUMENENTELE DOELSTELLINGEN
RETRIBUTIVISME
- Immanuel Kant
- 18e eeuw
- Straf(doel) is gericht op het verleden
- Absolute plicht om de (morele) wet te gehoorzamen
- Misdrijf = schending van universele morele principes
- Morele balans verstoord door het misdrijf
- Waarom straffen?
• Straffen is een morele plicht
• Herstellen van verstoorde balans
- Klassieke leer, reactie tegen rechtsonzekerheid Ancien Régime
- Achterliggend rationeel mensbeeld: het individu is vrij en dus verantwoordelijk
- Vergelding van schuld vormt grondslag en rechtvaardiging van de straf
• Effectiviteit is hier niet van belang/ het doel! Straffen is het doel
- Weinig discretionaire ruimte
- Doel = betalen schuld – metafysische vergelding
- Gevolg: altijd straffen, ongeacht de consequentie (plicht)
- Elk misdrijf vereist vergelding en de straf moet leed inhouden
- Geen enkel nut naar de toekomst verwacht (enkel straffen om te straffen)
effectiviteit van straf niet belangrijk (zie les 3)
- Geen individualisering: gelijke straffen voor gelijke misdrijven. En ook altijd straffen.
- Wel proportionaliteit: zwaarte straf ~ ernst misdrijf
- Daad en schuld staat centraal
- Just Deserts (Von Hirsch)
• Moderne variant (retributivisme 2.0)
• Vanaf jaren ‘70 – reactie tegen excessen ‘behandelingsideologie’
(optimistisch geloof in behandelbaarheid van de mens)
• Terug naar ‘de daad’
• Rechtvaardigheid – de ‘verdiende straf’
• Proportionaliteit centraal: straf/leed in verhouding met
Ernst van misdrijf
Mate van verwijtbaarheid (schuld)
• Afkeuring uitdrukken – communicatief element
• Genoegdoening – aan slachtoffers en samenleving
• Weinig nut naar de toekomst, belangrijkste is dat we proportioneel gaan bestraffen.
UTILITARISME
̶ Jeremy Bentham
̶ 18–19e eeuw
̶ Gericht op de toekomst
̶ Hedonistisch mensbeeld
• Menselijke natuur gericht op nastreven plezier en vermijden leed
• Leed moet groter zijn dan voordeel
• Mens zal daarom straf vermijden (kosten-batenanalyse)
, ̶ Waarom straffen?
• In functie van betere samenleving en algemeen belang
• Niet iets abstract metafysisch
• Het leed (de straf) wordt gerechtvaardigd door het nut (utiliteit) voor de toekomst
̶ Dader en gevaar staat centraal
̶ Doel (nut) = preventie van criminaliteit
• Algemene (of generale) preventie bevolking (‘potentiële criminelen’)
= algemene afschrikking (via strafbaarstelling) en normbevestiging
• Individuele (of speciale) preventie dader zelf (~ recidive)
= individuele afschrikking, incapacitatie (onschadelijkmaking), resocialisatie
̶ Individualisering
̶ Strafmaat wordt bepaald door preventieve overwegingen (niet door ernst van misdrijf)
̶ Focus op toekomstig crimineel gedrag + gevaarlijkheid dader
̶ Proportionaliteit ~ mate van onheil (dader)
̶ Klein feit + gevaarlijke dader = zware straf
̶ Niet straffen indien: ongegrond (geen onheil), niet effectief (geen preventieve werking),
grotere nadelen (te duur), nodeloos (andere middelen voorhanden), …
ABOLITIONISME
- Jaren ‘70
- Louk Hulsman
- Radicaal: er is geen rechtvaardiging voor straf
- In alle gevallen zijn straffen onnodig
(vgl. utilitarisme: niet straffen als straf niet gegrond, niet effectief, te duur, nodeloos is)
- Strafrecht als een ‘sociaal probleem’
- Het strafrecht ‘steelt’ het conflict van haar rechtmatige ‘eigenaars’
- Conflicten worden bij direct betrokkenen (slachtoffer, dader) weggehaald conflict verandert en
vervreemdt van de ervaring
- Afschaffen:
• Begrippen misdaad en criminaliteit
• Leedtoevoeging als graadmeter voor hiërarchie waarden in samenleving
• ‘Projectie’ waarbij leed en schade aan concrete mensen wordt voorgesteld als leed en schade
aan ‘de samenleving’
• Tijdsdimensie straffen (dagen)
- Behouden:
• Politie en rechterlijk apparaat, maar met alternatieve invulling
HERSTEL
- Vanaf jaren ’80–90
- Vooral academisch discours (niet courant in penale praktijk)
- Gaat in tegen eenzijdige dadergerichte strafrechtelijke oriëntatie
Altijd linken leggen tussen de lessen!! Plus nog naar de dia’s kijken voor foto’s en beleidsteksten!!
HOOFDSTUK 1: WAAROM STRAFFEN?
STRAFFEN EEN ALOUDE EN ALLEDAAGSE PRAKTIJK
Hoe kan je het best straffen?
- Consequent, onmiddellijk, aangepast, evenredig,…
- De algemene regels die gelden in de samenleving over straffen zouden eigenlijk moeten
gelijklopen op het strafrecht. In de realiteit is dit niet zo
- Gelijkenissen, maar ook zeker grote verschillen:
o Wettelijk apparaat
o Gebruik van dwang
o Bureaucratisch proces
o Gespecialiseerd personeel
Definitie straf:
“…een leed door de wet bepaald en door de rechterlijke macht opgelegd als een sanctie wegens een
gepleegd misdrijf” (Hof van Cassatie, 1924)
“punishment is ... the legal process whereby violators of the criminal law are condemned and
sanctioned in accordance with specified legal categories and procedures” (Garland, 1990, p. 17)
“punishment ... is punishment for crime, imposed by the judiciary in accordance with penal law, and
administered by penal institutions such as prisons and the probation service” (Hudson, 2002, p. 234)
> Verschillen van elkaar, maar ook een gemeenschappelijk component. Je gaat iets toedienen die
ongewenst is door het strafrechtelijk apparaat die vasthangt aan bepaalde procedures.
Walker (1991): zeven kenmerken van straf
1. Er wordt ‘iets’ toegebracht aan een ander persoon, waarvan verondersteld wordt dat het
onaangenaam is
2. Het toebrengen van de straf is intentioneel en gebeurt om een bepaalde reden
3. Degenen die de straf opleggen, hebben daartoe het recht
4. De straf wordt opgelegd ter gelegenheid van een daad of een omissie, die een overtreding van
een wet, een regel of een gewoonte inhoudt
5. Degene die gestraft wordt heeft de inbreuk vrijwillig gepleegd
6. De redenen om te straffen moeten te rechtvaardigen zijn
7. Of de bestraffing werkelijk als straf wordt beschouwd, is afhankelijk van wat de bestraffer
verstaat onder bestraffing en niet van de opvatting van de gestrafte
Hoe bestraffing gaan bestuderen?
- Wat doet ‘de penologie’?
- Traditioneel een beladen term (Lewis). Wie heeft recht van spreken? Wie bepaalt wat een
‘goede’ straf is?
“He is not entitled to an opinion even if, in addition to being a man, he should happen also to be a
jurist, a Christian, and a moral theologian. For they are not question about principle but about matter of
fact; and for such cuiquam in sua arte credendum. Only the expert ‘penologist’ (let barbarous things
have barbarous names), in the light of previous experiment, can tell us what is likely to deter: only the
psychotherapist can tell us what is likely to cure. (…) The Humanitarian theory, then, removes
sentences from the hands of jurists whom the public conscience is entitled to criticize and places them
in the hands of technical experts whose special sciences do not even employ such categories as rights
or justice.”
, - Penologie is de wetenschappelijke studie van de bestraffing van normovertredend gedrag
- Echter, ‘de’ penologie bestaat niet
- Hoe wordt dan naar penologie en straffen gekeken? Twee stromingen
1. “Wat is penologie? Het woord roept bij mensen de vreemdste associaties op. Penologie is
de sociaal-wetenschappelijke bestudering van de oplegging en tenuitvoerlegging van
strafrechtelijke sancties. […] In de penologie komen vragen aan de orde als: wat houden
de diverse sancties in; welke rechtstheoretische en filosofische ideeën liggen er aan ten
grondslag; welke doelen wil men ermee bereiken en lukt het om die doelen te realiseren:
zijn ze effectief?” (Moerings, 2003, p. 5)
2. “… that body of thought which explores the relations between punishment and society,
its purpose being to understand punishment as a social phenomenon and thus trace its
role in social life” (Garland, 1990, p. 10)
- Effectiviteit is niet hetzelfde als legitimiteit
o Legitiem: rechtvaardiging van de straf
Waarom mag overheid/ samenleving straffen?
Gegrond in morele beginselen – normatief kader
o Effectief: werkt de straf ook echt?
Penologisch empirisch onderzoek
Toepassing en werking straf
Wat is het gestelde (staf)doel?
Mag een overheid straffen opleggen waarvan we weten dat ze eigenlijk niet
effectief zijn? Vb. gevangenis niet effectief voor daling recidive, kunnen we ze
rechtvaardigen omwille van andere redenen (symbolische functie)?
Eerst kijken naar het doel om te kijken of iets werkt
Vb. doodstraf; heel effectief als je wil voorkomen dat de dader nogmaals
feiten pleegt, weinig tot niet legitiem binnen België -> toont dat legitiem
en effectief tegenstrijdig kan werken tegenover elkaar
STRAFTHEORIEËN
Types doelstellingen straffen:
Denkers (1976) onderscheidt drie types doelstellingen
1. Instrumenteel
- Realiseren van normconform gedrag bij de burger
- Bestraffing is een instrument
- Policing society
- Doelstellingen straf:
• Retributivistische of absolute theorieën
• Utilitaristische of relatieve theorieën
• Abolitionisme
• Herstel
• Hybride theorieën
2. Intrinsiek
- Burgers beschermen tegen macht(smisbruik) overheid
- Rechtsbeschermende functie van SR
- Policing the police
3. Organisatorisch
- Bestraffing vindt plaats binnen het strafrechtelijk apparaat
- Organisatorische context bepaalt wat mogelijk is (eg, budget, personeel)
,INSTRUMENENTELE DOELSTELLINGEN
RETRIBUTIVISME
- Immanuel Kant
- 18e eeuw
- Straf(doel) is gericht op het verleden
- Absolute plicht om de (morele) wet te gehoorzamen
- Misdrijf = schending van universele morele principes
- Morele balans verstoord door het misdrijf
- Waarom straffen?
• Straffen is een morele plicht
• Herstellen van verstoorde balans
- Klassieke leer, reactie tegen rechtsonzekerheid Ancien Régime
- Achterliggend rationeel mensbeeld: het individu is vrij en dus verantwoordelijk
- Vergelding van schuld vormt grondslag en rechtvaardiging van de straf
• Effectiviteit is hier niet van belang/ het doel! Straffen is het doel
- Weinig discretionaire ruimte
- Doel = betalen schuld – metafysische vergelding
- Gevolg: altijd straffen, ongeacht de consequentie (plicht)
- Elk misdrijf vereist vergelding en de straf moet leed inhouden
- Geen enkel nut naar de toekomst verwacht (enkel straffen om te straffen)
effectiviteit van straf niet belangrijk (zie les 3)
- Geen individualisering: gelijke straffen voor gelijke misdrijven. En ook altijd straffen.
- Wel proportionaliteit: zwaarte straf ~ ernst misdrijf
- Daad en schuld staat centraal
- Just Deserts (Von Hirsch)
• Moderne variant (retributivisme 2.0)
• Vanaf jaren ‘70 – reactie tegen excessen ‘behandelingsideologie’
(optimistisch geloof in behandelbaarheid van de mens)
• Terug naar ‘de daad’
• Rechtvaardigheid – de ‘verdiende straf’
• Proportionaliteit centraal: straf/leed in verhouding met
Ernst van misdrijf
Mate van verwijtbaarheid (schuld)
• Afkeuring uitdrukken – communicatief element
• Genoegdoening – aan slachtoffers en samenleving
• Weinig nut naar de toekomst, belangrijkste is dat we proportioneel gaan bestraffen.
UTILITARISME
̶ Jeremy Bentham
̶ 18–19e eeuw
̶ Gericht op de toekomst
̶ Hedonistisch mensbeeld
• Menselijke natuur gericht op nastreven plezier en vermijden leed
• Leed moet groter zijn dan voordeel
• Mens zal daarom straf vermijden (kosten-batenanalyse)
, ̶ Waarom straffen?
• In functie van betere samenleving en algemeen belang
• Niet iets abstract metafysisch
• Het leed (de straf) wordt gerechtvaardigd door het nut (utiliteit) voor de toekomst
̶ Dader en gevaar staat centraal
̶ Doel (nut) = preventie van criminaliteit
• Algemene (of generale) preventie bevolking (‘potentiële criminelen’)
= algemene afschrikking (via strafbaarstelling) en normbevestiging
• Individuele (of speciale) preventie dader zelf (~ recidive)
= individuele afschrikking, incapacitatie (onschadelijkmaking), resocialisatie
̶ Individualisering
̶ Strafmaat wordt bepaald door preventieve overwegingen (niet door ernst van misdrijf)
̶ Focus op toekomstig crimineel gedrag + gevaarlijkheid dader
̶ Proportionaliteit ~ mate van onheil (dader)
̶ Klein feit + gevaarlijke dader = zware straf
̶ Niet straffen indien: ongegrond (geen onheil), niet effectief (geen preventieve werking),
grotere nadelen (te duur), nodeloos (andere middelen voorhanden), …
ABOLITIONISME
- Jaren ‘70
- Louk Hulsman
- Radicaal: er is geen rechtvaardiging voor straf
- In alle gevallen zijn straffen onnodig
(vgl. utilitarisme: niet straffen als straf niet gegrond, niet effectief, te duur, nodeloos is)
- Strafrecht als een ‘sociaal probleem’
- Het strafrecht ‘steelt’ het conflict van haar rechtmatige ‘eigenaars’
- Conflicten worden bij direct betrokkenen (slachtoffer, dader) weggehaald conflict verandert en
vervreemdt van de ervaring
- Afschaffen:
• Begrippen misdaad en criminaliteit
• Leedtoevoeging als graadmeter voor hiërarchie waarden in samenleving
• ‘Projectie’ waarbij leed en schade aan concrete mensen wordt voorgesteld als leed en schade
aan ‘de samenleving’
• Tijdsdimensie straffen (dagen)
- Behouden:
• Politie en rechterlijk apparaat, maar met alternatieve invulling
HERSTEL
- Vanaf jaren ’80–90
- Vooral academisch discours (niet courant in penale praktijk)
- Gaat in tegen eenzijdige dadergerichte strafrechtelijke oriëntatie