BEWUSTZIJNSFILOSOFIE
Semester 2 – blok 3
Midterm 25% - multiple choice – alleen over het lichaam geest probleem (college
1-6)
Endterm 75% - multiple choice en open vragen – over beide delen
HET LICHAAM-GEEST PROBLEEM
COLLEGE 1: INTRO + SUBSTANTIEDUALISME
Sellars: manifest (=alledaags) wereldbeeld vs. wetenschappelijk wereldbeeld
Sofisten: oud grieken met een liefde voor wijsheid, getraind in de overtuigingskracht
Socrates: het gaat om de waarheid
HET LICHAAM-GEEST PROBLEEM: HOE PAST DE GEEST IN DE FYSIEKE WERELD?
Lichaam: we zijn een fysiek wezen, opgebouwd uit cellen, met brein
Geest: we hebben bewustzijn, gedachten, ervaringen, percepties en herinneringen
Initiële indeling v.d. geest
Bewuste ervaringen
Thomas Nagel: what is it like to be a bat?
Er is iets ‘hoe het is’ om jou te zijn/de dingen te ervaren die je ervaart
Qualia: de ‘hoe het is’, de kwalitatieve, subjectieve aspecten van ervaring
Cognitie
Mentale toestanden met intentionaliteit (‘aboutness’, gaan over iets)
Propositionele attitudes: een bepaalde houding ten opzichte van een
propositie
‘Jan denkt dat het regent’ houding: denken, propositie: regen.
Emoties
Mentale toestanden met een kwalitatief karakter/qualia + intentionaliteit
‘Het voelt op een bepaalde manier om kwaad te zijn op een slechte
automobilist’
qualia: het gevoel, intentionaliteit: slechte automobilist
2 subproblemen in lichaam-geest probleem
Hoe passen bewuste ervaringen (qualia) in de fysieke wereld?
Hoe passen cognitieve toestanden (intentionaliteit) in de fysieke wereld?
OVERZICHT PERSPECTIEVEN
Substantiedualisme: de geest bestaat onafhankelijk van het lichaam en vice
versa
Idealisme: de fysieke wereld is afhankelijk van de geestelijke wereld
Behaviorisme: de geest is eigenlijk gedrag
Reductionisme/identiteitstheorie: mentale toestanden zijn hersentoestanden
Eliminativisme: de geest/mentale toestanden bestaan niet
Functionalisme: mentale toestanden worden gerealiseerd door
hersentoestanden
Connectionisme: mentale toestanden bestaan in neurale netwerken
Belichaamde, gesitueerde en uitgebreide geest: de geest is meer dan het
brein
,SUBSTANTIEDUALISME
De geest bestaat onafhankelijk van het lichaam en vice versa
Substantie: dat wat op zichzelf kan bestaan (de eigenschappen van een substantie
kunnen niet op zichzelf bestaan)
2 soorten substanties:
1. Res cogitans: denkende substantie; immaterieel/de geest
2. Res extensa: uitgebreide substantie; materieel/neemt plaats in in de ruimte
René Descartes: lichaam en geest zijn beide een eigen substantie, en bestaan dus
onafhankelijk van elkaar. Twee methodes voor zekerheid.
1. Radicale twijfel: twijfelen aan alles voor fundamentele zekerheid
Illusies: iets is niet wat het lijkt
Dromen: je kan niet zeker zijn dat je wakker bent
Kwaadaardig genie: een kwaadaardige genie zou je kunnen bedriegen en alles
kunnen laten geloven
Cogito ergo sum: ik denk, dus ik ben
twijfel is een vorm van denken, wat je een denker maakt, wat verzekert dat je
bestaat
2. Helder en duidelijk inzicht: er zijn enkele duidelijke en heldere inzichten waar
geen twijfel over mogelijk is waar je op kan rekenen
Ik ben
Ik ben een res cogitans (denkende substantie)
God bestaat
Er is een idee van een perfect wezen in onze geest, dit is God
Imperfecte wezens, wij, kunnen niet een perfect wezen bedenken
Dus idee moet van God komen, dus God bestaat
God is perfect en goed, dus hij bedriegt niet
Dus ik ben een res cogitans en een res extensa
HET INTERACTIEPROBLEEM
Elisabeth van Bohemia: vroeg zich af hoe een immateriële geest een materieel lichaam
kan beïnvloeden
Descartes weet geen duidelijk antwoord op haar vraag:
A. We zijn duidelijk twee substanties
B. Maar we zijn niet een zeeman op zijn schip, lichaam en geest interacteren
Maar, deze dingen kan je niet tegelijk denken
Pijnappelklier: deel van de hersenen via waar lichaam en geest interacteren
God regelt interactie tussen lichaam en geest
Occasionalisme: God is de ware oorzaak van gebeurtenissen, het lijkt alsof intenties
leiden tot acties, maar eigenlijk vormen intenties een gelegenheid voor God om tot
actie te komen en vice versa
Parallellisme: er is een vooraf vastgestelde harmonie die God heeft gecreëerd tussen
het mentale en fysieke, het mentale en fysieke interacteren niet, maar ze lopen
synchroon omdat ze zo door God gemaakt zijn
Problemen met occasionalisme en parallellisme: God is de oorzaak van interacties tussen
geest en lichaam, maar hoe doet hij dit?
Parallellisme: we hebben geen vrije wil
Occasionalisme: het is God die immorele intenties verbindt met acties
Elisabeth van Bohemia: we moeten de geest zien als iets fysieks, waardoor geest en
lichaam wel kunnen interacteren.
,Causale geslotenheid van de fysieke wereld: er gaat geen energie in of uit het
systeem, komt voort uit behoudswetten; elke fysieke gebeurtenis heeft een
fysieke oorzaak
Patrick Swayze probleem: hoe kan een niet-fysieke substantie (zonder uitgebreidheid)
botsen met de fysieke substantie
COLLEGE 2: IDEALISME EN BEHAVIORISME
IDEALISME
George Berkeley: er is maar één substantie; de geestelijke substantie
vorm van monisme (= er is maar 1 substantie)
geen interactieprobleem
Zijn = waargenomen worden door een geest, de fysieke wereld kan niet op zichzelf
bestaan, maar enkel als hij waargenomen wordt
Empirisme: we kunnen enkel kennis opdoen via ervaringen, percepties.
substanties zijn niet waarneembaar, eigenschappen wel.
John Locke: grondlegger van empirisme, verdeelde eigenschappen in 2 soorten
Primaire eigenschappen: kwaliteiten van het ding zelf, onafhankelijk van de
waarnemer
bijv. temperatuur, positie, grootte
Berkeley zegt dat er geen primaire eigenschappen zijn, maar deze zijn er wél.
Secundaire eigenschappen: kwaliteiten die we aan een ding toeschrijven op
basis van ervaring, afhankelijk van de waarnemer
bijv. warm/koud, smaak, kleur
Conclusie Berkeley; er bestaat geen fysieke wereld onafhankelijk van waarneming
Maar we weten dat dingen blijven bestaan zelfs als wij ze niet waarnemen
Dus er moet iets zijn dat alles altijd waarneemt zodat ze kunnen bestaan; God
Idealisme neemt de geest erg serieus, maar de wetenschap niet serieus
BEHAVIORISME
1920-1950
Behavioristen vinden dat als psychologie wetenschappelijk wil worden, er geen
onobserveerbare mentale entiteiten kunnen geaccepteerd worden en geen
woorden kunnen gebruiken die naar niet waarneembare zaken verwijzen
Black box: alles wat in het hoofd gebeurt, is van buitenaf niet waar te nemen, dus
mogen we niet over spreken
Psychologisch behaviorisme
Ook wel; methodologisch behaviorisme: wetenschap moet objectief zijn, enkel praten
over wat observeerbaar is
Methode van psychologie moet gericht zijn op het documenteren van stimulus-respons
correlaties
Watson: behaviorisme ’s doel is het voorspellen en controleren van gedrag, er dient geen
gebruik gemaakt te worden van introspectie
Little Albert experiment; emoties kunnen worden begrepen als stimulus-respons
correlaties
Skinner: onderzocht stimulus-respons correlaties
Behavioristen zijn niet geïnteresseerd in metafysische vragen (onderzoek naar oorzaak
van dingen), en dus ook niet in de geest, maar zij kunnen geen psychologie
onderzoeken zonder de geest.
, Zij zeggen dat er geen geest is naast het gedrag, maar dat het geest het gedrag
is.
Filosofisch behaviorisme
Ook wel; analytisch/linguïstisch behaviorisme:
Verzetten tegen problematische ideeën in dualisme
Dualisme beïnvloedt ons denken over de geest maar is onwetenschappelijk;
o Neemt de geest erg serieus
o Conceptueel onbetrouwbaar
o Gaat in tegen wetenschap
Gilbert Ryle: bekritiseert dualisme als een mythe van ‘the ghost in the machine’
Descartes: dieren zijn machines zonder geest, de mens heeft wel een geest
Categoriefout: iets behandelen alsof het in een categorie behoort terwijl
dat er niet hoort
Dualistische categoriefout: de geest zien als een los ding terwijl de
geest eigenlijk het gedrag van het lichaam is.
Het lichaam-geest probleem is een pseudoprobleem
Hoe kan je weten of andere mensen/dieren een geest hebben?
Niet vage immateriële geest bestuderen maar gewoon het gedrag bestuderen
De geest is een verzameling van gedragsdisposities
Dispositie: gedragspatroon dat iets/iemand vertoont of zal vertonen onder
bepaalde omstandigheden
Bijvoorbeeld; hypocriet: iemand die het ene zegt, maar het andere doet
Volgen van ideeën over betekenis uit het logische positivisme
Logisch positivisten waren gefocust op het maken van onderscheid tussen
betekenisvolle en -loze uitspraken
Zij vonden dat slechts wetenschappelijke uitspraken betekenisvolle
uitspraken waren
Uitspraken moeten publiekelijk verifieerbaar zijn via observatie
Churchland: elke uitspraak is te parafraseren zodat er niet gesproken wordt over
de Black Box, maar enkel over input en output
I.p.v. te zeggen, ‘Elske wil op vakantie’, zeg je, ‘als je Elske zou vragen of ze
op vakantie wil, zou ze ja zeggen’
Problemen met filosofisch behaviorisme
1) Je kan mentale toestanden niet behavioristisch parafraseren zonder
betekenisverlies
Je kan niet alle mogelijke disposities oplijsten
Qualia worden uit de beschrijving weggelaten
Hoe kan je mentale toestanden als ‘denken’ parafraseren?
2) Behaviorisme neemt de wetenschap serieus, maar de geest niet
COLLEGE 3: DE IDENTITEITSTHEORIE
Identiteitstheorie: mentale toestanden zijn hersentoestanden
EEN ANDERE VORM VAN MONISME
Materialisme/fysicalisme: enkel de materiële substantie bestaat
voordelen; geen interactieprobleem, God niet nodig om problemen op te lossen
Semester 2 – blok 3
Midterm 25% - multiple choice – alleen over het lichaam geest probleem (college
1-6)
Endterm 75% - multiple choice en open vragen – over beide delen
HET LICHAAM-GEEST PROBLEEM
COLLEGE 1: INTRO + SUBSTANTIEDUALISME
Sellars: manifest (=alledaags) wereldbeeld vs. wetenschappelijk wereldbeeld
Sofisten: oud grieken met een liefde voor wijsheid, getraind in de overtuigingskracht
Socrates: het gaat om de waarheid
HET LICHAAM-GEEST PROBLEEM: HOE PAST DE GEEST IN DE FYSIEKE WERELD?
Lichaam: we zijn een fysiek wezen, opgebouwd uit cellen, met brein
Geest: we hebben bewustzijn, gedachten, ervaringen, percepties en herinneringen
Initiële indeling v.d. geest
Bewuste ervaringen
Thomas Nagel: what is it like to be a bat?
Er is iets ‘hoe het is’ om jou te zijn/de dingen te ervaren die je ervaart
Qualia: de ‘hoe het is’, de kwalitatieve, subjectieve aspecten van ervaring
Cognitie
Mentale toestanden met intentionaliteit (‘aboutness’, gaan over iets)
Propositionele attitudes: een bepaalde houding ten opzichte van een
propositie
‘Jan denkt dat het regent’ houding: denken, propositie: regen.
Emoties
Mentale toestanden met een kwalitatief karakter/qualia + intentionaliteit
‘Het voelt op een bepaalde manier om kwaad te zijn op een slechte
automobilist’
qualia: het gevoel, intentionaliteit: slechte automobilist
2 subproblemen in lichaam-geest probleem
Hoe passen bewuste ervaringen (qualia) in de fysieke wereld?
Hoe passen cognitieve toestanden (intentionaliteit) in de fysieke wereld?
OVERZICHT PERSPECTIEVEN
Substantiedualisme: de geest bestaat onafhankelijk van het lichaam en vice
versa
Idealisme: de fysieke wereld is afhankelijk van de geestelijke wereld
Behaviorisme: de geest is eigenlijk gedrag
Reductionisme/identiteitstheorie: mentale toestanden zijn hersentoestanden
Eliminativisme: de geest/mentale toestanden bestaan niet
Functionalisme: mentale toestanden worden gerealiseerd door
hersentoestanden
Connectionisme: mentale toestanden bestaan in neurale netwerken
Belichaamde, gesitueerde en uitgebreide geest: de geest is meer dan het
brein
,SUBSTANTIEDUALISME
De geest bestaat onafhankelijk van het lichaam en vice versa
Substantie: dat wat op zichzelf kan bestaan (de eigenschappen van een substantie
kunnen niet op zichzelf bestaan)
2 soorten substanties:
1. Res cogitans: denkende substantie; immaterieel/de geest
2. Res extensa: uitgebreide substantie; materieel/neemt plaats in in de ruimte
René Descartes: lichaam en geest zijn beide een eigen substantie, en bestaan dus
onafhankelijk van elkaar. Twee methodes voor zekerheid.
1. Radicale twijfel: twijfelen aan alles voor fundamentele zekerheid
Illusies: iets is niet wat het lijkt
Dromen: je kan niet zeker zijn dat je wakker bent
Kwaadaardig genie: een kwaadaardige genie zou je kunnen bedriegen en alles
kunnen laten geloven
Cogito ergo sum: ik denk, dus ik ben
twijfel is een vorm van denken, wat je een denker maakt, wat verzekert dat je
bestaat
2. Helder en duidelijk inzicht: er zijn enkele duidelijke en heldere inzichten waar
geen twijfel over mogelijk is waar je op kan rekenen
Ik ben
Ik ben een res cogitans (denkende substantie)
God bestaat
Er is een idee van een perfect wezen in onze geest, dit is God
Imperfecte wezens, wij, kunnen niet een perfect wezen bedenken
Dus idee moet van God komen, dus God bestaat
God is perfect en goed, dus hij bedriegt niet
Dus ik ben een res cogitans en een res extensa
HET INTERACTIEPROBLEEM
Elisabeth van Bohemia: vroeg zich af hoe een immateriële geest een materieel lichaam
kan beïnvloeden
Descartes weet geen duidelijk antwoord op haar vraag:
A. We zijn duidelijk twee substanties
B. Maar we zijn niet een zeeman op zijn schip, lichaam en geest interacteren
Maar, deze dingen kan je niet tegelijk denken
Pijnappelklier: deel van de hersenen via waar lichaam en geest interacteren
God regelt interactie tussen lichaam en geest
Occasionalisme: God is de ware oorzaak van gebeurtenissen, het lijkt alsof intenties
leiden tot acties, maar eigenlijk vormen intenties een gelegenheid voor God om tot
actie te komen en vice versa
Parallellisme: er is een vooraf vastgestelde harmonie die God heeft gecreëerd tussen
het mentale en fysieke, het mentale en fysieke interacteren niet, maar ze lopen
synchroon omdat ze zo door God gemaakt zijn
Problemen met occasionalisme en parallellisme: God is de oorzaak van interacties tussen
geest en lichaam, maar hoe doet hij dit?
Parallellisme: we hebben geen vrije wil
Occasionalisme: het is God die immorele intenties verbindt met acties
Elisabeth van Bohemia: we moeten de geest zien als iets fysieks, waardoor geest en
lichaam wel kunnen interacteren.
,Causale geslotenheid van de fysieke wereld: er gaat geen energie in of uit het
systeem, komt voort uit behoudswetten; elke fysieke gebeurtenis heeft een
fysieke oorzaak
Patrick Swayze probleem: hoe kan een niet-fysieke substantie (zonder uitgebreidheid)
botsen met de fysieke substantie
COLLEGE 2: IDEALISME EN BEHAVIORISME
IDEALISME
George Berkeley: er is maar één substantie; de geestelijke substantie
vorm van monisme (= er is maar 1 substantie)
geen interactieprobleem
Zijn = waargenomen worden door een geest, de fysieke wereld kan niet op zichzelf
bestaan, maar enkel als hij waargenomen wordt
Empirisme: we kunnen enkel kennis opdoen via ervaringen, percepties.
substanties zijn niet waarneembaar, eigenschappen wel.
John Locke: grondlegger van empirisme, verdeelde eigenschappen in 2 soorten
Primaire eigenschappen: kwaliteiten van het ding zelf, onafhankelijk van de
waarnemer
bijv. temperatuur, positie, grootte
Berkeley zegt dat er geen primaire eigenschappen zijn, maar deze zijn er wél.
Secundaire eigenschappen: kwaliteiten die we aan een ding toeschrijven op
basis van ervaring, afhankelijk van de waarnemer
bijv. warm/koud, smaak, kleur
Conclusie Berkeley; er bestaat geen fysieke wereld onafhankelijk van waarneming
Maar we weten dat dingen blijven bestaan zelfs als wij ze niet waarnemen
Dus er moet iets zijn dat alles altijd waarneemt zodat ze kunnen bestaan; God
Idealisme neemt de geest erg serieus, maar de wetenschap niet serieus
BEHAVIORISME
1920-1950
Behavioristen vinden dat als psychologie wetenschappelijk wil worden, er geen
onobserveerbare mentale entiteiten kunnen geaccepteerd worden en geen
woorden kunnen gebruiken die naar niet waarneembare zaken verwijzen
Black box: alles wat in het hoofd gebeurt, is van buitenaf niet waar te nemen, dus
mogen we niet over spreken
Psychologisch behaviorisme
Ook wel; methodologisch behaviorisme: wetenschap moet objectief zijn, enkel praten
over wat observeerbaar is
Methode van psychologie moet gericht zijn op het documenteren van stimulus-respons
correlaties
Watson: behaviorisme ’s doel is het voorspellen en controleren van gedrag, er dient geen
gebruik gemaakt te worden van introspectie
Little Albert experiment; emoties kunnen worden begrepen als stimulus-respons
correlaties
Skinner: onderzocht stimulus-respons correlaties
Behavioristen zijn niet geïnteresseerd in metafysische vragen (onderzoek naar oorzaak
van dingen), en dus ook niet in de geest, maar zij kunnen geen psychologie
onderzoeken zonder de geest.
, Zij zeggen dat er geen geest is naast het gedrag, maar dat het geest het gedrag
is.
Filosofisch behaviorisme
Ook wel; analytisch/linguïstisch behaviorisme:
Verzetten tegen problematische ideeën in dualisme
Dualisme beïnvloedt ons denken over de geest maar is onwetenschappelijk;
o Neemt de geest erg serieus
o Conceptueel onbetrouwbaar
o Gaat in tegen wetenschap
Gilbert Ryle: bekritiseert dualisme als een mythe van ‘the ghost in the machine’
Descartes: dieren zijn machines zonder geest, de mens heeft wel een geest
Categoriefout: iets behandelen alsof het in een categorie behoort terwijl
dat er niet hoort
Dualistische categoriefout: de geest zien als een los ding terwijl de
geest eigenlijk het gedrag van het lichaam is.
Het lichaam-geest probleem is een pseudoprobleem
Hoe kan je weten of andere mensen/dieren een geest hebben?
Niet vage immateriële geest bestuderen maar gewoon het gedrag bestuderen
De geest is een verzameling van gedragsdisposities
Dispositie: gedragspatroon dat iets/iemand vertoont of zal vertonen onder
bepaalde omstandigheden
Bijvoorbeeld; hypocriet: iemand die het ene zegt, maar het andere doet
Volgen van ideeën over betekenis uit het logische positivisme
Logisch positivisten waren gefocust op het maken van onderscheid tussen
betekenisvolle en -loze uitspraken
Zij vonden dat slechts wetenschappelijke uitspraken betekenisvolle
uitspraken waren
Uitspraken moeten publiekelijk verifieerbaar zijn via observatie
Churchland: elke uitspraak is te parafraseren zodat er niet gesproken wordt over
de Black Box, maar enkel over input en output
I.p.v. te zeggen, ‘Elske wil op vakantie’, zeg je, ‘als je Elske zou vragen of ze
op vakantie wil, zou ze ja zeggen’
Problemen met filosofisch behaviorisme
1) Je kan mentale toestanden niet behavioristisch parafraseren zonder
betekenisverlies
Je kan niet alle mogelijke disposities oplijsten
Qualia worden uit de beschrijving weggelaten
Hoe kan je mentale toestanden als ‘denken’ parafraseren?
2) Behaviorisme neemt de wetenschap serieus, maar de geest niet
COLLEGE 3: DE IDENTITEITSTHEORIE
Identiteitstheorie: mentale toestanden zijn hersentoestanden
EEN ANDERE VORM VAN MONISME
Materialisme/fysicalisme: enkel de materiële substantie bestaat
voordelen; geen interactieprobleem, God niet nodig om problemen op te lossen