1. Op weg naar de reformatie
In 1500 waren de meeste mensen in West-Europa Rooms-katholiek.
Ze namen deel aan het kerkelijke leven, maar hadden een beperkte kennis van het geloof.
- naar kerk gaan
- bidden
- biechten
Naam Luther (1483-1546) Calvijn (1509-1564) Hendrik VIII (1491-1547)
(Lutheranen) (calvinisten) (anglicanen)
Info - Duitse monnik - Frans theoloog - koning van Engeland
- SOLA FIDE: het - beïnvloed door - paus weigert scheiding
Geloof alleen is Luther extremer met Catharina van
belangrijk Aragon
tegen Ontstaan Anglicaanse
Aflatenhandel kerk
1517: 95 stelling (Act of supremacy)
Veroordeeld door
Paus
kerkelijke + keizerlijke
ban
Leer - SOLA SCRIPTURA: - Predestinatieleer - motto: tijdverdrijf in
bijbel is - sober en streng goed gezel-
richtinggevend leven schap
belangrijker dan
gezag pausen,
concilies en
tradities
vertaald
- 2 sacramenten
- geen celibaat
Er ontstonden wantoestanden in de katholieke kerk:
- Het celibaat werd niet nageleefd.
- Lage geestelijkheid (priesters, monniken) had gebrekkige opleiding en financiële problemen door
laag loon.
- Hoge geestelijkheid (bisschop, kardinaal) had veel corruptie, bv. nepotisme. Macht en rijkdom
werden steeds belangrijker.
- De paus deed aan aflatenhandel.
Gevolg: Reformatie
2. De veranderingen van Luther, Calvijn en Hendrik VIII
(protestanten)