DEEL I – BEGINSELEN VAN ONDERNEMINGSRECHT
HOOFDSTUK 1 – Van ‘handelsrecht’ naar ‘ondernemingsrecht’:
1. Ontstaan en toepassingsgebied van het ‘handelsrecht’
2. Stapsgewijze decodificatie van het Wetboek van Koophandel, gevolgd door
de invoering van het Wetboek van vennootschappen en economisch recht
3. Naar een volwaardig ‘ondernemingsrecht’ met een Wetboek van
economisch recht en een Wetboek van vennootschappen en verenigingen
Rechtssubject:
Rechtssubject = drager van rechten en plichten (activa passiva)
Activa: hele reeks buitenpatromoniale rechten (bijvoorbeeld recht op vrije
meningsuiting, recht om te huwen of om niet te huwen), zakelijke – persoonlijke,
en intellectuele rechten.
o Intellectuele rechten: monopolierecht auteurs-, octrooirechten en
merkenrecht
o Persoonlijke rechten: recht ten aanzien van bepaalde personen
o Zakelijke rechten: recht op een goed (tegenwerpelijk aan derden)
Passiva: verbintenissen
o Rechtsfeit (bv buitencontractuele aansprakelijkheid)
1
, o Rechtshandeling (bv buitencontractuele aansprakelijkheid)
Wat als de schuldenaar niet vrijwillig nakomt? UITVOERBARE TITEL!
= de eiser verkrijgt een uitvoerbare titel, hiermee wordt hij in gelijk gesteld door
de rechter.
Dwanguitvoering = overheidsmonopolie verbod op eigenrichting
Een vonnis heeft twee eigenschappen:
1. Gezag van gewijsde = wat de rechter zegt, wordt voor waar gehouden –
ook als je later kan aantonen dat het waar is (juridische waarheid).
2. Uitvoerbare kracht = blijkt uit het formulier van tenuitvoerlegging (hangt
aan elk vonnis)
Vermogen als (vlottend) onderpand:
o Alle patrimoniële rechten van een SA zijn onderpand voor al zijn
verbintenissen
o Alle SE’s delen in beginsel gelijk in opbrengst in verhouding tot omvang
schuldvordering
o Tenzij grond voor voorrang
Activa en passiva worden verkregen op verschillende manieren:
o Activa en passiva door rechtssubject zelf verkregen
o Bepaalde activa en passiva verkregen van rechtsvoorganger =
rechtsopvolging
o Activa en passiva verkregen door toerekening van handelingen van een
vertegenwoordiger met vertegenwoordigingsmacht = vertegenwoordiging
ART. 3.35 BW: argwaan tegenover vermogensafscheiding ‘slechts één enkel
vermogen’.
Ondernemingsrecht bestaat echter grotendeels uit het creëeren van
afgescheiden vermogens.
ART. 3.36 BW: het vermogen als algemeen verhaalsonderpand
o Bijzondere voorrechten op bepaalde goederen: bijvoorbeeld voorrecht van
verhuurder op de stoffering van het onroerende verhuurde goed.
o Redenen van voorrang: voorrecht of zakelijk zekerheidsrecht (‘security
interest’)
- Zakelijk zekerheidsrecht: op onroerend goed (hypotheek) roerend
goed (pand)
o Afwijking: stapje terugnemen als chirografaire schuldeiser
- Waarom zou je dat doen?
Meestal omdat een andere schuldeiser dit vraagt (nooit echt
vrijwillig)
Rechtspersonen en vennootschappen:
2
,Een rechtspersoon = een rechtssubject dat geen mens is.
Rechtspersonen: VZW, stichting, Gewest, Staat, NV, BV, CV, …
Vennootschappen: NV, BV, CV, maatschap (maatschap kan echter vormvrij
opgericht worden)
Gradaties van rechtspersoonlijkheid in de rechtspersoon:
1) Vennootschappen met volkomen rechtspersoonlijkheid (NV, CV, BV)
2) Vennootschappen met onvolkomen rechtspersoonlijkheid (VOF, Comm V)
3) Vennootschappen zonder rechtspersoonlijkheid (maatschap)
HOOFDSTUK 2 – Onderneming in formele en in functionele zin:
1. Onderneming in ‘formele’ en in ‘functionele’ zin
2. Onderneming in formele zin
3. Onderneming in functionele zin
Onderneming in ‘formele’ en in ‘functionele’ zin:
De recente geschiedenis van de invulling van het begrip ‘onderneming’ in het
WER en het Gerechtelijk Wetboek is complex!
WER: “elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die op duurzame wijze
een economisch doel nastreeft, alsmede zijn verenigingen” (functionele
definitie van ondernemingsbegrip, kijkt naar activiteit).
Boek XX: formeel ondernemingsbegrip (kijkend naar vorm betrokken
organisatie) als basis voor toepassing insolventieprocedures.
‘Handelaar’ afgeschaft en vervangen door formeel ondernemingsbegrip!
Onderneming enerzijds als rechtssubject en anderzijds als rechtsobject, het
geheel van goederen gebruikt voor een economische activiteit.
Rechtssubject rechtsobject:
o Rechtssubject als label dat de wet op een bepaalde organisatie plakt
- Verder onderscheid tussen onderneming in formele zin functionele
zin
o Rechtsobject als doctrinale term: ‘handelszaak, fonds de commerce’
Kwalificatie – criteria kwalificatie rechtsgevolgen
Er zijn echter nog andere labels buiten het WER (bv de Wet Betalingsachterstand
die niet opgenomen is in het WER (ART. 2, °2) of ART. 1649bis, §1, °2 oud BW;
ART. 1701/1, °5 oud BW), met concurrerende kwalificaties voor ‘subject’ van
rechten.
Wet Betalingsachterstand: “onderneming: elke organisatie met uitsluiting van
overheidsinstanties, die handelt in kader van zelfstandige economische of
beroepsmatige activiteit, ook wanneer deze door slechts één persoon
uitgeoefend.”
3
, ART. 1649bis, §1, °2 oud BW: “verkoper: iedere natuurlijke of rechtspersoon,
ongeacht of deze publiek of privaat is, die handelt, mede via een andere persoon
die namens hem of voor zijn rekening optreedt, in het kader van zijn handels-,
bedrijfs-, ambachts-, of beroepsactiviteit.”
ART. 1701/1, °5 oud BW: “handelaar: iedere natuurlijke persoon of rechtspersoon,
ongeacht of deze publiek of privaat is, die handelt, mede via een andere persoon
die namens hem of voor hem of voor zijn rekening optreedt, in het kader van zijn
handels-, bedrijfs-, ambachts-, of beroepsactiviteit.”
‘Zoek & vervang’ voor verwijzingen naar handelaar of koopman toegepast.
ART. 254, eerste lid Wet Hervorming Ondernemingsrecht bevat ‘zoek – en –
vervang’ – bepaling.
In alle wetten moeten de begrippen ‘handelaar’ of ‘koopman’ worden gelezen als
‘onderneming’.
o ART. 254, tweede lid bevat echter een uitzondering: wettelijke,
reglementaire of deontologische bepalingen die beperkingen opleggen aan
toegelaten activiteiten van gereglementeerde beroeper noch strenger
noch lakser.
o ART. 255: machtiging aan Koning om terminologie aan te passen.
Dit schept onduidelijkheid …
1. ‘Handelaar’ en ‘handelsdaden’ blijven nog bestaan voor wettelijke,
reglementaire of deontologische bepalingen.
2. Wat met verwijzingen in regionale wetgeving naar ‘handelaar’ of
‘handelsdaden’?
De ene kwalificatie, sluit de ander niet uit!
De onderneming in functionele zin is in
meerendeel van de gevallen een
deelverzameling van de onderneming
in formele zin (‘quod plerumque fit’
voor de huis-, tuin – en
keukengevallen).
De ondernemingen in formele zin, die
geen onderneming zijn in de
functionele zin, zijn vooral VZW’s en
stichtingen zonder economische
activiteiten!
Maar … als we ook de ‘freak cases’ bekijken: er zijn ook ondernemingen in
functionele zin, die geen onderneming in formele zin zijn – zoals Staat en
bepaalde andere publiekrechtelijke rechtspersonen (genieten al bescherming uit
publiekrecht). Wat ze ook doen, ze zijn geen ondernemingen in formele zin van
het woord.
4