Leerdoelen Beleid
C1
aangeven wat beleid is.
=het streven naar het bereiken van bepaalde doeleinden met bepaalde
middelen en bepaalde tijdskeuzes
een definitie geven van het begrip overheid.
=de overheid bestaat niet, de overheid bestaat in feite uit een heleboel
verschillende overheden. Er bestaat dus niet 1 overheid. De overheid is een
verzameling van verschillende overheidsorganisaties en belangen
de definitie van beleid volgens Hoogerwerf geven en kan deze herkennen en
uitleggen.
de definitie geven van wat een probleem is en deze toepassen.
het begrip trias politica uitleggen.
= de scheiding der machten. De wetgevende macht, de uitvoerende macht
en de rechtsprekende macht
uitleggen wat de vierde en de vijfde macht is.
= de vierde macht is de ambtenarij
De vijfde macht is de media, hun hebben veel invloed op besluiten omdat
ze onafhankelijke stukken schrijven en de overheidsinstanties goed in de
gate houden.
de drie bestuurslagen van het openbaar bestuur in Nederland noemen.
= het rijk, de provincies en de gemeentes
per bestuurslaag de wetgevende, controlerende en uitvoerende macht
noemen.
=
gemeentes provincies Het rijk
Wetgevende wethouders Gedeputeerde Regering( koning en minister) +
staten kabinet (minister en staatsecretaris)
Controlerende Gemeente Provinciale Parlement (1ste en 2de kamer
raad staten
Uitvoerende De gemeente Het volk Nederland
per bestuurslaag aangeven wie de functie van voorzitter heeft.
= het rijk: minister-president (kamer voorzitter)
De provincies: commissaris van de koning
De gemeentes: burgemeesters
, C2
De klassieke en sociale grondrechten benoemen, uitleggen en herkennen.
= klassieke grondrechten zijn de eerste 18 artikelen van de grondwet. Ze
beschermen burgers tegen de overheid en ze zijn afdwingbaar bij de
rechter.
Sociale grondrechten eisen dat de overheid actie onderneemt (zorgplicht)
de belangrijkste organen van de Europese Unie noemen en kan aangeven
welk orgaan de wetgevende, controlerende en uitvoerende macht heeft.
=
Europese commissie (controlerende macht?)
Europese Raad
Raad van ministers
Europees parlement
het verschil tussen algemeen bestuur en dagelijks bestuur uitleggen.
=
Algemeen gaat vooral echt over de algemene wetten en beleid. Dit zijn de
wat grotere taken. Het dagelijks bestuur gaat vooral over kleinere taken die
bijvoorbeeld in gemeentes zijn. Binnen gemeentes gaat het over een
kleinere groep.
C3
het systeemmodel voor totstandkoming van beleid herkennen en
beschrijven.
=
C1
aangeven wat beleid is.
=het streven naar het bereiken van bepaalde doeleinden met bepaalde
middelen en bepaalde tijdskeuzes
een definitie geven van het begrip overheid.
=de overheid bestaat niet, de overheid bestaat in feite uit een heleboel
verschillende overheden. Er bestaat dus niet 1 overheid. De overheid is een
verzameling van verschillende overheidsorganisaties en belangen
de definitie van beleid volgens Hoogerwerf geven en kan deze herkennen en
uitleggen.
de definitie geven van wat een probleem is en deze toepassen.
het begrip trias politica uitleggen.
= de scheiding der machten. De wetgevende macht, de uitvoerende macht
en de rechtsprekende macht
uitleggen wat de vierde en de vijfde macht is.
= de vierde macht is de ambtenarij
De vijfde macht is de media, hun hebben veel invloed op besluiten omdat
ze onafhankelijke stukken schrijven en de overheidsinstanties goed in de
gate houden.
de drie bestuurslagen van het openbaar bestuur in Nederland noemen.
= het rijk, de provincies en de gemeentes
per bestuurslaag de wetgevende, controlerende en uitvoerende macht
noemen.
=
gemeentes provincies Het rijk
Wetgevende wethouders Gedeputeerde Regering( koning en minister) +
staten kabinet (minister en staatsecretaris)
Controlerende Gemeente Provinciale Parlement (1ste en 2de kamer
raad staten
Uitvoerende De gemeente Het volk Nederland
per bestuurslaag aangeven wie de functie van voorzitter heeft.
= het rijk: minister-president (kamer voorzitter)
De provincies: commissaris van de koning
De gemeentes: burgemeesters
, C2
De klassieke en sociale grondrechten benoemen, uitleggen en herkennen.
= klassieke grondrechten zijn de eerste 18 artikelen van de grondwet. Ze
beschermen burgers tegen de overheid en ze zijn afdwingbaar bij de
rechter.
Sociale grondrechten eisen dat de overheid actie onderneemt (zorgplicht)
de belangrijkste organen van de Europese Unie noemen en kan aangeven
welk orgaan de wetgevende, controlerende en uitvoerende macht heeft.
=
Europese commissie (controlerende macht?)
Europese Raad
Raad van ministers
Europees parlement
het verschil tussen algemeen bestuur en dagelijks bestuur uitleggen.
=
Algemeen gaat vooral echt over de algemene wetten en beleid. Dit zijn de
wat grotere taken. Het dagelijks bestuur gaat vooral over kleinere taken die
bijvoorbeeld in gemeentes zijn. Binnen gemeentes gaat het over een
kleinere groep.
C3
het systeemmodel voor totstandkoming van beleid herkennen en
beschrijven.
=