Geschiedenis H7 & H8
Adam Smith inquiry into the nature and causes of the wealth of nations.
Mensen streven hun eigen voordeel na, het eigenbelang zorgt voor meer welvaart. Het
systeem werkt volgens vraag en aanbod. Overheid moet zich er niet mee bemoeien (laissez
faire).
De verlichting: rationeel denken en vrijheid stonden centraal. Alles werd onderzocht en over
nagedacht, ook sociale verhoudingen. Het rationalisme droeg bij aan de vooruitgang, maar
daar hadden ze vrijheid bij nodig. Parijs was het centrum, waar de Encyclopedie is gemaakt.
- Voltaire: geen atheïst. Maar deist. God had de wereld wel gemaakt, maar greep niet
meer in.
- Locke: mensenrechten van burgers
- Montesquieu: trias politica moet ingevoerd worden anders is er machtsmisbruik.
- Rousseau; volkssoevereiniteit. Sociaal contract moest worden afgesloten waarin de
overheid de belichaming was van de algemene wil.
Het ancien regime is de toestand voor de Franse revolutie. Frankrijk was nog wel een
standenmaatschappij, maar de economie bloeide. Iedereen betaalde accijnzen en belasting,
behalve de adel en de geestelijkheid.
Revoluties
Er ontstond een nieuwe vorm van regeren: het verlichte absolutisme. Eerste absolute
vorsten: Jozef 2e, Catherina de grote en Frederik 2e de grote. Ze moderniseren het
landsbestuur.
De 13 Amerikaanse kolonien waren niet vertegenwoordigd in het Britse parlement. Ze
moesten echter wel belasting betalen, hieruit volgde de leus: No taxation without
representation. Er kwam een oorlog tussen Amerika en GB in 1756-1763, wat de Amerikanen
aanzetten tot revolutie. In 1774 werd er een continental congress opgericht, waarop een
onafhankelijkheidsoorlog volgde (1775-1783). Op 4 juli 1776 werd Amerika onafhankelijk. De
VS werd in 1989 een rechtsstaat met een grondwet ( the bill of rights) en de trias politica:
Wetgevende macht: het congres
Uitvoerende macht: president
Rechtsprekende macht: hooggerechtshof
Frankrijk steunde Amerika in de oorlog, waardoor de staatsschuld opliep. Lodewijk XVI riep
de Staten-Generaal bijeen in 1789. Lodewijk wilde daarom dat de burgerij
meer belasting ging betalen. Er kwamen hongersnoden en de kritiek nam
toe. De burgerij riep zichzelf uit tot de nationale vergadering. Lodewijk XVI
plaatste militairen rond Parijs. Dat wakkerde de Franse revolutie aan op 14
juli 1789: de inname van de Bastille.
In 1791 werd Frankrijk een constitutionele monarchie. Lodewijk en marie
Antoinette vluchtten naar Oostenrijk, waarop Frankrijk een oorlog
aankondigt tegen Oostenrijk en de Pruisen.
In 1792 werd Frankrijk een republiek met de radicale terreur van
Robbespierre. Het land bleef daarna in oorlog en chaos. Napoleon greep in.
Adam Smith inquiry into the nature and causes of the wealth of nations.
Mensen streven hun eigen voordeel na, het eigenbelang zorgt voor meer welvaart. Het
systeem werkt volgens vraag en aanbod. Overheid moet zich er niet mee bemoeien (laissez
faire).
De verlichting: rationeel denken en vrijheid stonden centraal. Alles werd onderzocht en over
nagedacht, ook sociale verhoudingen. Het rationalisme droeg bij aan de vooruitgang, maar
daar hadden ze vrijheid bij nodig. Parijs was het centrum, waar de Encyclopedie is gemaakt.
- Voltaire: geen atheïst. Maar deist. God had de wereld wel gemaakt, maar greep niet
meer in.
- Locke: mensenrechten van burgers
- Montesquieu: trias politica moet ingevoerd worden anders is er machtsmisbruik.
- Rousseau; volkssoevereiniteit. Sociaal contract moest worden afgesloten waarin de
overheid de belichaming was van de algemene wil.
Het ancien regime is de toestand voor de Franse revolutie. Frankrijk was nog wel een
standenmaatschappij, maar de economie bloeide. Iedereen betaalde accijnzen en belasting,
behalve de adel en de geestelijkheid.
Revoluties
Er ontstond een nieuwe vorm van regeren: het verlichte absolutisme. Eerste absolute
vorsten: Jozef 2e, Catherina de grote en Frederik 2e de grote. Ze moderniseren het
landsbestuur.
De 13 Amerikaanse kolonien waren niet vertegenwoordigd in het Britse parlement. Ze
moesten echter wel belasting betalen, hieruit volgde de leus: No taxation without
representation. Er kwam een oorlog tussen Amerika en GB in 1756-1763, wat de Amerikanen
aanzetten tot revolutie. In 1774 werd er een continental congress opgericht, waarop een
onafhankelijkheidsoorlog volgde (1775-1783). Op 4 juli 1776 werd Amerika onafhankelijk. De
VS werd in 1989 een rechtsstaat met een grondwet ( the bill of rights) en de trias politica:
Wetgevende macht: het congres
Uitvoerende macht: president
Rechtsprekende macht: hooggerechtshof
Frankrijk steunde Amerika in de oorlog, waardoor de staatsschuld opliep. Lodewijk XVI riep
de Staten-Generaal bijeen in 1789. Lodewijk wilde daarom dat de burgerij
meer belasting ging betalen. Er kwamen hongersnoden en de kritiek nam
toe. De burgerij riep zichzelf uit tot de nationale vergadering. Lodewijk XVI
plaatste militairen rond Parijs. Dat wakkerde de Franse revolutie aan op 14
juli 1789: de inname van de Bastille.
In 1791 werd Frankrijk een constitutionele monarchie. Lodewijk en marie
Antoinette vluchtten naar Oostenrijk, waarop Frankrijk een oorlog
aankondigt tegen Oostenrijk en de Pruisen.
In 1792 werd Frankrijk een republiek met de radicale terreur van
Robbespierre. Het land bleef daarna in oorlog en chaos. Napoleon greep in.