H2. inkomen hoe verdien je dat?
- resultatenrekening: resultaat van onderneming te bepalen (winst/verlies)
kosten: inkoop goederen+diensten, afschrijfkosten & beloning
productiefactoren arbeid/kapitaal → wat overblijft is winst (beloning
productiefactor ondernemerschap)
- toegevoegde waarde/productie(waarde): inkomens die door verschillende
factoren worden verdient → inkomen vd eigenaren (winst), arbeidskrachten
(loon), bank die lening verstrekt (rente), verhuurder van pand (huur)
↳ bruto toegevoegde waarde: omzet - inkoop van goederen en diensten
↳ netto toegevoegde waarde: bruto toegevoegde waarde - afschrijvingen
→ netto toegevoegde waarde = productie(waarde) = primair inkomen
- afschrijvingen: geld dat elk jaar apart wordt gelegd om kapitaalgoederen (machines) te
kunnen vervangen nadat ze zijn versleten.
- bedrijfskolom: bedrijven die opeenvolgende productiestadia van product
verzorgen → bedrijven die dezelfde soort productie verrichten: bedrijfstak,
tussen bedrijfstakken gehandeld via markten
↳ totale productie bedrijven in bedrijfskolom berekenen: toegevoegde waarde
van afzonderlijke bedrijfstakken bij elkaar optellen
- niet-commerciële instellingen (ziekenhuis, overheid, etc) leveren ook diensten
en producten alleen niet via de markt.
→ toegevoegde waarde = loon dat ze uitkeren en dus de productiewaarde
- bruto binnenlands product (BBP): totale productiewaarde/ toegevoegde waarde
van een land → objectieve methode
→ bruto toegevoegde waarde = bbp = bruto binnenlands inkomen
→ netto toegevoegde waarde = netto binnenlands product = netto
binnenlands inkomen
→ netto binnenlands inkomen = bruto binnenlands inkomen - afschrijvingen
→ saldo primair inkomen buitenland = ontvangen primair inkomen buitenland -
betaald primair inkomen buitenland
→ bruto nationaal inkomen/product = bbp + saldo primair inkomen buitenland
→ netto nationaal inkomen/product = bruto nationaal product/inkomen -
afschrijvingen
- welvaart = in welke mate mensen hun behoefte kunnen voorzien
↳ meten door te kijken naar nominaal bbp per inwoner, zegt alleen niks over
hoeveel mensen kunnen kopen binnen hun land
→ reëel bbp per inwoner, hoe meer deze stijgt hoe meer goederen/ diensten er worden
gemaakt
- dit ook beperkingen: zegt niks over verdeling inkomen in een land (90%
inkomen verdient door 5% van bevolking), inkomensverdeling kan scheef zijn
+ sommige zaken worden niet meegeteld die welvaart verhogen →
vrijwilligerswerk/ huishoudelijk werk/ zwartwerk
- vrijwilligerswerk/ zwartwerk = informele circuit (niet geregistreerd werk)
- resultatenrekening: resultaat van onderneming te bepalen (winst/verlies)
kosten: inkoop goederen+diensten, afschrijfkosten & beloning
productiefactoren arbeid/kapitaal → wat overblijft is winst (beloning
productiefactor ondernemerschap)
- toegevoegde waarde/productie(waarde): inkomens die door verschillende
factoren worden verdient → inkomen vd eigenaren (winst), arbeidskrachten
(loon), bank die lening verstrekt (rente), verhuurder van pand (huur)
↳ bruto toegevoegde waarde: omzet - inkoop van goederen en diensten
↳ netto toegevoegde waarde: bruto toegevoegde waarde - afschrijvingen
→ netto toegevoegde waarde = productie(waarde) = primair inkomen
- afschrijvingen: geld dat elk jaar apart wordt gelegd om kapitaalgoederen (machines) te
kunnen vervangen nadat ze zijn versleten.
- bedrijfskolom: bedrijven die opeenvolgende productiestadia van product
verzorgen → bedrijven die dezelfde soort productie verrichten: bedrijfstak,
tussen bedrijfstakken gehandeld via markten
↳ totale productie bedrijven in bedrijfskolom berekenen: toegevoegde waarde
van afzonderlijke bedrijfstakken bij elkaar optellen
- niet-commerciële instellingen (ziekenhuis, overheid, etc) leveren ook diensten
en producten alleen niet via de markt.
→ toegevoegde waarde = loon dat ze uitkeren en dus de productiewaarde
- bruto binnenlands product (BBP): totale productiewaarde/ toegevoegde waarde
van een land → objectieve methode
→ bruto toegevoegde waarde = bbp = bruto binnenlands inkomen
→ netto toegevoegde waarde = netto binnenlands product = netto
binnenlands inkomen
→ netto binnenlands inkomen = bruto binnenlands inkomen - afschrijvingen
→ saldo primair inkomen buitenland = ontvangen primair inkomen buitenland -
betaald primair inkomen buitenland
→ bruto nationaal inkomen/product = bbp + saldo primair inkomen buitenland
→ netto nationaal inkomen/product = bruto nationaal product/inkomen -
afschrijvingen
- welvaart = in welke mate mensen hun behoefte kunnen voorzien
↳ meten door te kijken naar nominaal bbp per inwoner, zegt alleen niks over
hoeveel mensen kunnen kopen binnen hun land
→ reëel bbp per inwoner, hoe meer deze stijgt hoe meer goederen/ diensten er worden
gemaakt
- dit ook beperkingen: zegt niks over verdeling inkomen in een land (90%
inkomen verdient door 5% van bevolking), inkomensverdeling kan scheef zijn
+ sommige zaken worden niet meegeteld die welvaart verhogen →
vrijwilligerswerk/ huishoudelijk werk/ zwartwerk
- vrijwilligerswerk/ zwartwerk = informele circuit (niet geregistreerd werk)