10.1 Conservatisme en politiek liberalisme
KA:
- De opkomst van emancipatiebewegingen
- Voortschrijdende democratisering, met deelname van steeds meer mannen en
vrouwen aan het politieke proces
- De opkomst van politiek-maatschappelijke stromingen
Restauratie en liberale revoluties
De Franse Revolutie had Europa diep geschokt. Zo schreef de Ierse politicus Edmund Burke
over de Franse revolutionisten. Hij voorspelde dat de Revolutie zou leiden tot een op korte
termijn populaire generaal die de macht zou grijpen. De chaos zou uitlopen op een dictatuur.
Hij vond dat de geschiedenis had laten zien dat oude rechten en wetten als de Magna Carta
een goede basis was voor een geleidelijk groeiende inspraak van burgers en parlement.
Frankrijk had laten zien dat abstracte begrippen als vrijheid en mensenrechten die stabiliteit
niet konden bieden. Dit gebeurde ook met de de komst van Napoleon Bonaparte.
Napoleon had in zijn tijd veel privileges van de adel ontnomen. Nu Napoleon was verslagen
vonden de oude koningen dat er zoveel mogelijk hersteld moest worden (Restauratie). Ook
probeerden zij nieuwe revoluties te voorkomen.
In eerste instantie had de Restauratie succes. Er ontstond een nieuw machtsevenwicht en
de vorsten kregen hun macht terug die door Napoleon ontnomen was. Het ancien regime
kon niet terugkomen doordat niet iedereen de gebeurtenissen op dezelfde manier bekeek.
Enerzijds waren er de aanhangers van het conservatisme. Zij waren het met Burke eens en
vonden dat een traditioneel bestuur door een keizer, koning en adel de beste garantie was
voor stabiliteit en veiligheid. Anderzijds waren er mensen die bleven geloven in de revolutie.
Bij deze stroming spelen waarden als vrijheid e.d een belangrijke rol en wordt deze stroming
dus het politiek liberalisme genoemd.
De periode van restauratie hield niet lang stand. De liberale stroming was in heel Europa erg
sterk. In 1830 brak in Frankrijk zelfs een nieuwe revolutie uit waardoor de burgers nieuwe
rechten hadden verworven. Opnieuw brak er onrust uit in Frankrijk. In 1848 rolde er een
tweede golf liberale revoluties door Europa. Als eerste land in Europa kreeg Frankrijk,
inmiddels republiek, kiesrecht voor mannen. Door een grotere inspraak van het volk kwam
de inspraak van de minderheid in het gevaar. Zo zou de koning worden vervangen door een
tirannie van de politieke meerderheid. Mensen met een afwijkende mening waren immers
heel belangrijk voor de maatschappij. Hierom was er een uitzondering, wanneer gedrag
gevaar opleverde voor anderen, mocht de wet gehoorzaamheid afdwingen.
Het Koninkrijk der Nederlanden
Al deze gebeurtenissen hadden uiteraard ook gevolgen voor Nederland. In 1795 was de
oude Republiek hersteld met Franse steun, de Bataafse Republiek. Napoleon maakte hier
een einde aan in 1806 toen werd zijn broer koning van het Koninkrijk Holland. Vier jaar later
kwam dit koninkrijk al ten einde. Nederlanders hadden genoeg van de idealen van de
revolutie. Zij wilden ook niet de versnipperde Republiek zo als het eerder was, maar in ieder
geval een Oranje aan het hoofd. Hieruit kwam Koning Willem I. Zo had Frankrijk ook een
sterke bufferstaat aan haar kant.
KA:
- De opkomst van emancipatiebewegingen
- Voortschrijdende democratisering, met deelname van steeds meer mannen en
vrouwen aan het politieke proces
- De opkomst van politiek-maatschappelijke stromingen
Restauratie en liberale revoluties
De Franse Revolutie had Europa diep geschokt. Zo schreef de Ierse politicus Edmund Burke
over de Franse revolutionisten. Hij voorspelde dat de Revolutie zou leiden tot een op korte
termijn populaire generaal die de macht zou grijpen. De chaos zou uitlopen op een dictatuur.
Hij vond dat de geschiedenis had laten zien dat oude rechten en wetten als de Magna Carta
een goede basis was voor een geleidelijk groeiende inspraak van burgers en parlement.
Frankrijk had laten zien dat abstracte begrippen als vrijheid en mensenrechten die stabiliteit
niet konden bieden. Dit gebeurde ook met de de komst van Napoleon Bonaparte.
Napoleon had in zijn tijd veel privileges van de adel ontnomen. Nu Napoleon was verslagen
vonden de oude koningen dat er zoveel mogelijk hersteld moest worden (Restauratie). Ook
probeerden zij nieuwe revoluties te voorkomen.
In eerste instantie had de Restauratie succes. Er ontstond een nieuw machtsevenwicht en
de vorsten kregen hun macht terug die door Napoleon ontnomen was. Het ancien regime
kon niet terugkomen doordat niet iedereen de gebeurtenissen op dezelfde manier bekeek.
Enerzijds waren er de aanhangers van het conservatisme. Zij waren het met Burke eens en
vonden dat een traditioneel bestuur door een keizer, koning en adel de beste garantie was
voor stabiliteit en veiligheid. Anderzijds waren er mensen die bleven geloven in de revolutie.
Bij deze stroming spelen waarden als vrijheid e.d een belangrijke rol en wordt deze stroming
dus het politiek liberalisme genoemd.
De periode van restauratie hield niet lang stand. De liberale stroming was in heel Europa erg
sterk. In 1830 brak in Frankrijk zelfs een nieuwe revolutie uit waardoor de burgers nieuwe
rechten hadden verworven. Opnieuw brak er onrust uit in Frankrijk. In 1848 rolde er een
tweede golf liberale revoluties door Europa. Als eerste land in Europa kreeg Frankrijk,
inmiddels republiek, kiesrecht voor mannen. Door een grotere inspraak van het volk kwam
de inspraak van de minderheid in het gevaar. Zo zou de koning worden vervangen door een
tirannie van de politieke meerderheid. Mensen met een afwijkende mening waren immers
heel belangrijk voor de maatschappij. Hierom was er een uitzondering, wanneer gedrag
gevaar opleverde voor anderen, mocht de wet gehoorzaamheid afdwingen.
Het Koninkrijk der Nederlanden
Al deze gebeurtenissen hadden uiteraard ook gevolgen voor Nederland. In 1795 was de
oude Republiek hersteld met Franse steun, de Bataafse Republiek. Napoleon maakte hier
een einde aan in 1806 toen werd zijn broer koning van het Koninkrijk Holland. Vier jaar later
kwam dit koninkrijk al ten einde. Nederlanders hadden genoeg van de idealen van de
revolutie. Zij wilden ook niet de versnipperde Republiek zo als het eerder was, maar in ieder
geval een Oranje aan het hoofd. Hieruit kwam Koning Willem I. Zo had Frankrijk ook een
sterke bufferstaat aan haar kant.