– MODULE WERK, SPORT HOBBY
Hogeschool Utrecht
Fysiotherapie klas 1G
Fleur Terschegget
,
,BOKS anatomie module ‘bewegen in de context van gezondheid’
Gewrichten
Skills:
Testen op AROM/PROM in relatie tot eindgevoel, normaalwaarde en links/rechts vergelijking. Palpatie of exacte projectie van het gewricht.
Kennis:
Naam, plaats, soort gewricht en alle bewegingen die mogelijk zijn.
Algemeen
Type verbinding en de relatie met de stabiliteit:
• Junctura ossea = botverbinding. ‘Verbeend’, geen beweeglijkheid, uitsluitend voor stevigheid.
• Junctura fibrosa = bindweefselverbinding, verbindt 2 botstukken dmv bindweefsel.
- Syndesmosis. Band-verbinding tussen botten, geringe beweeglijkheid, elastische aanpassing aan belasting (vb. schot tussen tibia + fibula)
- Sutura. Zeer smalle spleten met bindweefsel gevuld. (vb. schedelnaden van een volwassenen)
• Junctura cartilaginea = kraakbeenverbinding, verbindt 2 botstukken dmw kraakbeenweefsel. Dit is meestal vergroeid met de botstukken.
- Synchondrosis. Hyalien kraakbeen. (vb: verbindingen tussen bovenste ribben en borstbeen)
- Symphysis. Vezelig kraakbeen
• Junctura synoviale = vloeistof. Kenmerken: kraakbeen op gewrichtsuiteinden, gewrichtskapsel, gewrichtsspleet, kop/kom, gewrichtsvocht. (vb.
kniegewricht)
___________________________________________________________________________________________________________________________
• Art. cylindrica = cylinder gewricht
- Art ginglymus = scharniergewricht. Heeft 1 as van bewegen, het strekken/buigen. As
loodrecht op lengte-as beide botstukken. (knie en elleboog)
- Art. trochoidea = draai- of rolgewricht. As in de lengterichting van bewegende botstuk
• Art. sphaeroidea = kogelgewricht/bolvormig gewricht. Kan alle kanten op roteren, 3-assig, assen
loodrecht op elkaar
• Art. ellipsoidea = ellipsvormig gewricht. 2-assig; zowel rotatie als translatie.
• Art. sellaris = zadelgewricht. 2-assig; botuiteinden zijn zowel kop als kom (convex + concaaf)
• Art. plana = vlak gewricht. Translaties in alle richtingen; rotatie om eigen as
, Onderste extremiteit
• Syndesmosis tibiofibularis. De distale verbinding door middel van bindweefsel tussen tibia en fibula. De syndesmosis bestaat uit een distale
verdikking van het membrana interossea cruris, het ligamentum tibiofibulare anteroir en posterior. Speelt een belangrijke rol bij transmissie van
belasting tussen tibia en fibula. De enkelsyndesmose zorgt voor stabilisatie van de enkelvork. Het is een elastische structuur die bij volledige buiging
van de enkel maximaal
• Art. talocruralis = bovenste spronggewricht (enkelgewricht). Scharniergewricht.
Het gewricht dat de voet met het onderbeen verbindt.
Bevindt zich tussen de proximale zijde van de talus (sprongbeen) en de distale uiteinden van de tibia en
fibula.
Mogelijke bewegingen: dorsaalflexie, plantairflexie.
• Art. talocalcaneonavicularis = deel van het onderste spronggewricht.
Gewricht tussen de talus (sprongbeen), calcaneus (hielbeen) en navicularis (voetwortelbeentjes).
Mogelijke bewegingen: inversie en eversie.
• Art. subtalaris = deel van onderste spronggewricht.
Gewricht tussen de talus (sprongbeen) en calcaneus (hielbeen).
Mogelijke bewegingen: inversie en eversie.
• Art. calcaneocuboidea
Gewricht tussen het calcaneus (hielbeen) en het cuboideum, behoort tot de minst bewegelijke gewrichten van de voet
• Artt. Tarsometatarsales I-V
(gewricht van Lisfranc) Gewricht tussen de basis van de 5 metatarsale beenderen (middenvoetsbeentjes) en de drie cuneiforme
beenderen + het cuboideum van de tarsus (voetwortel). Scheidt de voorvoet en loopt tussen de voetwortel- en middenvoetsbeentjes.
• Artt. metatarsophalangeales
MTP-gewricht, de gewrichten tussen de kop van de metatasalia (middenvoetsbeentjes) en de basis van de digiti
(tenen).
• Artt. Interphalangeales I-V
IP-gewricht, de gewrichten tussen de kootjes van de digiti (tenen), deze gewrichten worden (m.u.v. de grote teen)
onderverdeeld in distale (DIP gewricht) en proximale (PIP gewricht) interphalangeales.