H8) Attitudeleer
Mening = persoonlijke uitspraken, ideeën, of hypothesen die meestal een evaluatief karakter hebben.
Attitude = manier waarop je tov iets staat (persoon, idee, groep,…). In tegenstelling tot een mening zit er
in een attitude altijd een oordeel.
8.1) Inleiding
8.1.1) Wat zijn attitudes?
Definitie → een door ervaring gevormde, duurzame en georganiseerde manier waarop iemand gericht
is op een bepaald object.
Het begrip object moet ruim geïnterpreteerd worden. Het kan gaan om levenloze en levende dingen,
concrete zaken of abstracte onderwerpen en het object kan zelfs het subject zijn (jezelf).
Daarnaast zijn 3 belangrijke kenmerken v attitudes belangrijk.
1) Attitudes worden gevormd door ervaring
Attitudes ontstaan doordat mensen ervaringen hebben met een bepaald object. Je vormt een mening nadat
je ergens mee geconfronteerd bent.
Attitudes kunnen ook overgenomen worden v anderen (ouders, vrienden, opvoeding, sociale omgeving)
➔ Soms nemen mensen attitudes over zonder ze zelf kritisch te bekijken.
→ Discussie over de mate waarin attitudes 100% aangeleerd zijn. Sommige reacties lijken aangeboren.
Ook persoonlijke voorkeuren kunnen deels aangeboren zijn, al moet je er eerst mee in contact komen om
er een mening over te vormen.
2. Attitudes zijn duurzaam
Wanneer iemand eenmaal een attitude heeft gevormd, verandert die meestal niet gemakkelijk.
→ Eerste indrukken blijven vaak lang bestaan. Nieuwe info die niet past bij onze mening wordt soms
genegeerd / aangepast zodat ze toch in ons bestaande beeld past.
➔ Sluit aan bij impliciete persoonlijkheidstheorieën.
Toch kunnen attitudes wel veranderen ➔ Wanneer iemand voldoende tegenargumenten / nieuwe info
krijgt, kan die zijn mening aanpassen.
3. Attitudes zijn georganiseerd
Attitudes vormen meestal een samenhangend geheel (gestalt). Mensen willen dat hun overtuigingen
logisch met elkaar overeenstemmen.
➔ Tegenstrijdige attitudes kunnen een ongemakkelijk gevoel veroorzaken.
Wanneer 1 attitude verandert, kan dat gevolgen hebben voor andere attitudes omdat ze verbonden zijn.
Om het geheel logisch te houden moeten soms dus meerdere opvattingen aangepast worden.
Vb v tegenstrijdige attitudes = NIMBY-principe (Not In My Back Yard). Mensen kunnen voorstander
zijn v bepaalde maatregelen. Maar wanneer die in hun eigen omgeving worden gepland, verzetten ze zich
ertegen.
56
,Hierdoor ontstaat een ambivalent gevoel: men moet een manier vinden om beide attitudes met elkaar te
verzoenen. Vaak gebeurt dit door nieuwe argumenten te bedenken die het eigen standpunt rechtvaardigen.
Tot slot bestaat er nog een andere betekenis vh acroniem NIVEA in communicatie: Niet Invullen Voor
Een Ander.
➔ Mensen weten niet altijd wat anderen denken/voelen. Toch gaan ze vaak uit v eigen veronderstellingen
en projecteren die op anderen. Daardoor kunnen misverstanden ontstaan.
8.1.2) De tripartite van attitudes
Attitudes komen niet alleen tot uiting in hun kenmerken (aangeleerd, duurzaam en georganiseerd), maar ook
in 3 domeinen waarin ze zichtbaar worden. = de tripartite v attitudes.
1) Cognitieve component (denken)
Attitudes hangen samen met gedachten, kennis en overtuigingen over een object. Vaak bestaan attitudes
gedeeltelijk uit deze gedachten zelf.
Wisselwerking: kennis beïnvloedt je attitude en je attitude beïnvloedt welke info je aanvaardt / negeert.
➔ Mensen kunnen dus argumenten die niet bij hun voorkeur passen makkelijker naast zich neerleggen.
2) Affectieve component (gevoelens)
Attitudes gaan vaak samen met emoties. Ze kunnen zowel ontstaan uit emoties als zelf emoties oproepen.
→ Reclame maakt hier vaak gebruik van.
3) Conatieve of gedragscomponent (handelen)
Attitudes sturen gedrag en zetten mensen aan tot handelen. Attitudes zelf zijn niet rechtstreeks obser-
veerbaar → ze zijn hypothetische constructen (zoals intelligentie en persoonlijkheid).
➔ Ze worden zichtbaar via je gedrag.
Deze 3 componenten zijn niet altijd even sterk aanwezig. Het ene kan bv wel de gedachten beïnvloeden,
maar niet het gedrag. Dit kan zijn door rationele tegenargumenten, voorkeuren,…
8.2) Ontstaan en vorming van attitudes
Attitudes ontstaan meestal door ervaring, maar het is niet altijd duidelijk in welke mate ze aangeboren of
aangeleerd zijn. Dit vraagstuk sluit aan bij het nature-nurture-debat.
Persoonlijkheid ontstaat daarom niet door één enkele factor. Ze wordt gevormd door een combi v
genetische aanleg, ervaringen en invloeden uit de omgeving en gebeurtenissen / keuzes in het leven.
8.2.1) Cognitieve invloeden
Rationele afwegingen bij attitudevorming
Attitudes kunnen ontstaan door cognitieve processen, waarbij mensen (on)bewust een afweging maken v
voor- en nadelen.
1) Middel-doeltheorie
Volgens de middel-doeltheorie ontwikkelen mensen:
• een positieve attitude tegenover zaken die helpen om doelen te bereiken
• een negatieve attitude tegenover zaken die doelen belemmeren
57
, ➔ Deze afweging gebeurt vaak onbewust.
Vb: iemand kan een kledingstuk leuk vinden omdat ze positieve reacties kregen wanneer ze het droegen.
Dat gevoel v waardering kan ontstaan zonder dat men zich bewust is vd reacties v anderen.
Promoties in marketing spelen hier ook op in. Kortingen of gratis extra’s maken een product tijdelijk
aantrekkelijker. Ze beïnvloeden vooral kortetermijngedrag (aankoop), maar zorgen niet per se voor een
blijvende positieve attitude.
➔ Als de ervaring nadien tegenvalt, kan zelfs een negatieve attitude ontstaan.
2) Cognitieve attitudebepaling
Volgens Ajzen en Fishbein vormen mensen hun attitude door mogelijke gevolgen v gedrag te evalueren.
Men denkt na over:
• Mogelijke uitkomsten van een gedrag
• De waarschijnlijkheid dat die uitkomsten optreden
• De waardering van die uitkomsten (positief of negatief)
➔ De uiteindelijke attitude ontstaat uit een combi v waarschijnlijkheid en evaluatie van deze gevolgen.
Beperkingen van deze theorie:
─ Het is moeilijk te bepalen welke gevolgen mensen allemaal meenemen in hun afweging.
─ Mensen schatten waarschijnlijkheden verschillend in.
─ Het is lastig om waarderingen numeriek te bepalen.
➔ Daardoor is de theorie logisch maar praktisch moeilijk te gebruiken om gedrag te voorspellen.
3) Reactantie
Reactantie ontstaat wanneer mensen het gevoel hebben dat hun vrijheid wordt beperkt / dat ze
gemanipuleerd worden.
→ Dit leidt vaak tot weerstand of een negatieve attitude. Mensen kunnen juist het tegenovergestelde
doen v wat verwacht wordt.
Vb: Romeo-en-Julia-effect: wanneer ouders een relatie afkeuren, kunnen de gevoelens tussen partners
juist sterker worden.
Reclame / propaganda gebruiken reactantie soms bewust. Door te suggereren dat anderen proberen te
manipuleren. → kan mensen gevoel geven dat ze zelfstandig kiezen, terwijl ze toch beïnvloed worden.
4) Attitudes gericht op de toekomst
Cognitieve processen kunnen toekomstgericht zijn. Mensen ontwikkelen pos. attitudes tov producten die
succes / gewenste resultaten beloven. Ze staan neg. tov producten waarvan ze lage verwachtingen
hebben.
Irrationele invloeden op attitudes
Niet alle attitudes ontstaan door rationele afwegingen. Vaak spelen emoties, intuïtie en sociale processen
een grote rol.
1) Morele verstomming (experiment Haidt & Bjorklund)
Proefpersonen kregen een aanbod om na hun dood hun ziel te verkopen voor een klein bedrag, via een
niet-bindend contract. → meesten weigerden, ondanks dat ze geen rationele reden konden geven.
58