H4) Gehoorzaamheid
Leerplandoelstellingen:
• Het gehoorzaamheidsexperiment van Milgram kunnen uitleggen
• De variaties op het experiment van Milgram opnoemen en in eigen woorden uitleggen
• De verschillende oorzaken van het gehoorzamen opnoemen en illustreren
• Uitleggen wat noodzakelijke voorwaarden zijn voor een agentic shift en eigen voorbeelden aan verbinden
• In een aangeleverd voorbeeld de verschillende kenmerken van de agentic shift herkennen
• Concepten zoals bindende factoren, agentic shift, morele tegendruk, ... te illustreren met een eigen voorbeeld
4.1) Het gehoorzaamheidsexperiment van Stanley Milgram (1960-1963)
Soms wordt agressief gedrag gesteld omdat iemand een bevel opvolgt.
4.1.1) Proefopstelling van het Milgram-experiment
Proefpersonen werden gerekruteerd via een krantenadvertentie waarin het OZ werd voorgesteld als
een experiment over leren. De ware bedoeling vh OZ werd niet meegedeeld.
In elk experiment waren 3 personen aanwezig:
• Proefleider → streng en autoritair
• Echte proefpersoon,
• 2de proefpersoon → pseudoproefpersoon
Door een zogezegd willekeurige loting werd bepaald wie welke rol kreeg. In werkelijkheid werd dit
gestuurd ➔ echte proefpersoon werd altijd leraar en pseudoproefpersoon kreeg rol v leerling.
De leerling werd vastgemaakt in een stoel en aangesloten op een elektrische generator via een elektrode
aan de pols. De leraar (proefpersoon) nam plaats in een andere ruimte met een toestel dat spanningen
aangaf van 15 tot 450 volt. Bij de spanningen stonden omschrijvingen:
• lichte en middelmatige schok • gevaar: dodelijke schok
• hevige en zeer hevige schok • hoogste standen → aangeduid met XXX
De proefpersoon kreeg de opdracht om een leertaak af te nemen. Telkens wanneer de leerling fout / niet
antwoordde moest er een elektrische schok worden toegediend + moest de spanning telkens met 15 volt
verhoogd worden.
Voor de start van het experiment kreeg de proefpersoon zelf een schok v 45
volt. Dit moest aantonen dat het toestel echt werkte.
In werkelijkheid kwamen de reacties vd leerling v een geluidsopname. De
pijnreacties en geluiden namen toe naarmate de spanning steeg:
• bij 75–105 volt → gekerm
• bij 120 volt → geschreeuw
• bij 150 volt → leerling vroeg om te stoppen
• bij 300 volt → leerling weigerde om nog antwoorden te geven
• vanaf 330 volt bleef het volledig stil
26
,Veel proefpersonen voelden zich ongemakkelijk en wilden stoppen. Wanneer zij dit aangaven, reageerde de
proefleider met steeds dwingendere uitspraken ➔ expliciete druk opleggen om toch door te gaan.
4.1.2) Resultaten van het Milgram-experiment
Veel proefpersonen hadden het emotioneel zeer moeilijk
tijdens het experiment. Bijna iedereen vertoonde
duidelijke tekenen v innerlijke strijd en stress.
65% vd proefpersonen diende schokken toe tot het
max v 450 volt ➔ wijst op sterke bereidheid tot
gehoorzaamheid aan autoriteit.
Vooraf had Milgram 40 psychiaters gevraagd om een
voorspelling te maken. Zij dachten dat:
→ meeste deelnemers zouden stoppen rond 150 V
→ slechts ong 4% zou doorgaan tot 300 V
→ bijna niemand (ong 0,1%) het max v 450 V zou bereiken.
➔ De werkelijke resultaten bleken dus veel extremer dan verwacht. Ze vertonen volgens Milgram een
verontrustende gelijkenis met geweldsituaties uit de geschiedenis.
Het experiment is niet alleen zorgwekkend door het hoge % dat tot 450 V ging. Ook proefpersonen die
eerder stopten en zelfs zij die enkel lage schokken v 15 V toedienden, brachten bewust pijn toe aan
een onschuldig persoon uit gehoorzaamheid.
4.1.3) Gelijkenissen en verschillen met de Holocaust
Er zijn duidelijke gelijkenissen tussen beide situaties:
• In beide gevallen gaat het om agressie tegen onschuldige slachtoffers.
• Er is een duidelijk onderscheid tussen opdrachtgevers en uitvoerders.
• Uitvoerders schuiven de verantwoordelijkheid af op de autoriteit. Banality of evil / banaliteit vh
• Er worden expliciete bevelen gegeven en opgevolgd. kwaad
• Daders weten wat ze doen.
• Slachtoffers smeken om genade.
• De daders zijn gewone mensen.
Toch mogen beide situaties niet zomaar gelijkgesteld worden. Er zijn belangrijke verschillen:
De proefpersonen in het experiment:
• Werden niet gedreven door haat, racisme of ideologie.
• Kregen geen jarenlange propaganda opgelegd.
• Werden niet rechtstreeks geconfronteerd met de dood v hun slachtoffer → kampbewakers wisten dat
gevangen systematisch werden gedood en zagen de gevolgen met hun eigen ogen.
• Konden zich inbeelden dat de schokken misschien niet echt levensgevaarlijk waren,
• Ervoeren sterke stress, morele twijfel en vroegen vaak om te mogen stoppen.
Kampbewakers handelden binnen een extreem gewelddadige dictatuur → het weigeren v bevelen kon
zware straffen of de dood betekenen.
De dwang om te gehoorzamen was dus veel groter voor soldaten dan voor de proefpersonen. De
proefleider kon deelnemers uiteindelijk niet écht verplichten, terwijl militairen dat risico wel liepen.
27
, Een extra perspectief komt v Marshall:
→ Na interviews met soldaten uit WOII concludeerde hij dat de meeste soldaten niet bewust op de
vijand schoten, dit niet kwam door angst of gebrek aan training, maar door een diepe, vaak onbewuste
weerstand tegen het doden v een medemens.
4.1.4) Varianten op het basisexperiment
1) Fysieke nabijheid tussen leraar en leerling
In deze varianten werd de afstand tussen proefpersoon en pseudoproefpersoon stap voor stap verkleind.
Hoe dichter men bij het slachtoffer kwam, hoe moeilijker gehoorzaamheid werd. (confrontatie)
De opstellingen waren:
1. leerling in aangrenzende kamer, hoorbaar via bonken op de muur (auditief, non-verbaal)
2. dof hoorbare verbale feeback door de muur (verbaal)
3. visueel én verbaal contact op enkele meters afstand → horen en zien
4. proefpersoon moest hand v leerling op metalen plaat duwen om schok te geleiden (visueel + tactiel)
Auditief, non-verbaal Verbaal Visueel + verbaal Visueel + tactiel
Percentage maximumschok 65 % 62,5 % 40 % 30 %
Gemiddeld schokniveau 405 V 368 V 312 V 288 V
2) Morele tegendruk: medische waarschuwing
In een andere variant gaf de leerling aan hartproblemen te hebben tegen de proefleider. Hij verwees
expliciet naar een doktersverbod op zware emotionele of fysieke belasting.
De proefpersoon kon dit horen. Toch bleef de gehoorzaamheid hoog en nauwelijks verschillend vh
basisexperiment. Morele waarschuwingen bleken dus weinig effect te hebben.
3) Afwezigheid van de proefleider
Wanneer de proefleider niet fysiek aanwezig was daalde de gehoorzaamheid sterk.
→ Proefpersonen sloegen soms schokken over, verhoogden het voltage niet consequent en/of stopten
sneller met het experiment.
➔ Toont aan dat experiment vooral draait om gehoorzaamheid aan autoriteit, niet om agressie op zich.
4) Vertrouwen in autoriteit en wetenschap → interview na basisexperiment
Volgens Haslam en Reicher gehoorzaamden deelnemers niet blind, maar uit behulpzaamheid en
omdat ze de proefleider vertrouwden obv de wetensch doelen.
➔ Verklaart waarom verwijzingen naar het nut vh OZ het meest effectief waren.
Om dit te testen liet Milgram het experiment doorgaan buiten de context v Yale University, in een
onopvallend gebouw en met een proefleider die sprak over een privéonderzoeksinstituut.
➔ Zelfs dan ging 48% door tot 450 volt.
Instemming vh slachtoffer ➔ veel proefpersonen verklaarden dat ze doorgingen omdat de leerling had
ingestemd met deelname.
In een variant stelde de leerling vooraf duidelijk dat het experiment moest stoppen zodra hij dat vroeg.
Toch ging 40% door tot 450 volt en 80% verder dan 150 volt, ondanks expliciet protest.
➔ Voorafgaande afspraken bleken gehoorzaamheid dus niet te stoppen.
28