8.1 expressie
Omstandigheden 1900-1945
WOI (loopgraven, trauma’s)
Economische crisis
Opkomst Fascisme
WOII
Internationalisering
Kenmerken expressionisme:
• Directe en rechtstreekse uitdrukking geven aan emoties en
gevoelens
• Afstand nemen van bestaande (gecultiveerde) regels en
voorschriften die gelden in (westerse) kunst
• Belangstelling voor het ‘ongecultiveerde’ of primitieve
• Toepassen van heftige contrasten
• Kunstenaars willen niet alleen uit drukken wat er aan de buitenkant is te zien, maar juist ook
wat er zich innerlijk afspeelt
• individu
kenmerken expressionistische muziek
Melodie: geen vloeiende melodie met veel contrasten tussen hoog en laag (Soms meer
gesproken dan gezongen)
Samenklank: gebruik van atonale muziek
Ritme: veel wisseling in maat (en tempo) afhankelijk van de stemming die muzikaal wordt
vertaald
Klankkleur: veelvuldige wisseling in gebruik van instrumenten en combinaties van
instrumenten afhankelijk van de stemming die muzikaal wordt vertaal
Dynamiek: Grote en veelvuldige contrasten tussen hard en zacht
Expressieve kunstwerken:
Erwartung (Arnold Schönberg):
nachtmerrie-achtig zangstuk
dramatische zoektocht naar geliefde
uitvergroting emoties
muziek versterkt verschillende stemmingen
hexentanz (Mary Wigman)
ausdrucktanz
Kenmerken Ausdrucktanz:
• Rechtstreekse uitdrukking van emotie en gevoel in de dans
• Geen sierlijke maar heftige of hoekige dansbewegingen
, • Zwaartekracht (vallen, zitten, stampen op de grond) speelt een rol en wordt niet meer
‘ontkent’ zoals in het klassieke ballet
• Muziek speelt een ondergeschikte rol
Belangstelling voor niet-westerse kunst:
- intuïtie en rechtstreekse uitdrukking van gevoel neemt rol van verstand over
- niet-westerse kunst wordt gezien als primitief, eerlijk en expressief (ongecultiveerd)
Reveu Nègre (niet-westerse kunst)
• Rolf de Mare haalt revue Negre uit NY naar Parijs
• Groot succes dankzij optredens Josephine Baker
• Speelt in op beeldvorming donkere mensen
• Oerdriften en seksuele instincten
• Affiche en clip bevestigen alle vooroordelen
• Gezichtskenmerken: dikke rode lippen, rollende ogen
• Bewegingen: snel en ongecontroleerd (niet ontleend aan westerse
danstraditie/primitief)
• Kleding: is haveloos (shabby) en uitdagend
• Gezichtsuitdrukking: dommig en kinderlijk
kenmerken jazz:
• Energieke (dans)muziek
• Vrije rol voor de muzikanten bijvoorbeeld door toestaan van improvisatie
• Wisselende solo’s
• Blaasinstrumenten (trompet, klarinet) spelen in de jazz een prominentere rol dan in andere
muziekstijlen
Jazz soorten:
New Orleans-jazz/dixieland
(Overwegend) gespeeld door blanken
Ritmesectie bestaat onder meer uit banjo en tuba
Collectieve improvisaties
Chicago-stijl
(Overwegend) Afro-Amerikaanse bezetting
In de ritmesectie spelen de gitaar en contrabas een rol
Solo-improvisaties (waarvan de scat onderdeel is als invulling van een improvisaties
van de zanger)
Swing
Gespeeld door grote orkesten
Dansbare muziek (stuwend ritme door achtste noten die afwisselend lang en kort
gespeeld worden)
Instrumenten verdeeld in groepen (bijvoorbeeld blazerssectie, ritmesectie)
Orkestleider speelt en dirigeert