Beleidsnota: Rechtvaardigheid tussen Generaties – Investeren in
Toekomstkansen
Minister van Jongeren, Toekomst en Technologie
Onze samenleving staat op een kantelpunt. De combinatie van vergrijzing,
klimaatverandering en razendsnelle technologische vooruitgang stelt ons voor
een morele en praktische uitdaging. Hoe zorgen we ervoor dat jongeren niet de
rekening betalen van keuzes die in het verleden zijn gemaakt? Steeds meer jonge
mensen starten hun volwassen leven met studieschulden en hoge woonkosten,
terwijl de druk van het klimaatbeleid en de zorg voor een vergrijzende bevolking
toeneemt. De ongelijkheid tussen generaties groeit, niet enkel in geld, maar ook
in kansen en zekerheid.
Met deze beleidsnota willen wij die ongelijkheid aanpakken. De focus ligt op
gelijke toegang tot kwaliteitsvol onderwijs, een eerlijke verdeling van startkansen
en de versterking van moreel ondernemerschap. Deze drie pijlers vormen samen
een ethisch en duurzaam antwoord op de vraag hoe we rechtvaardigheid tussen
generaties kunnen waarmaken. Elke generatie heeft het recht op een leefbare
toekomst, maar ook de verantwoordelijkheid om die voor de volgende te
verzekeren.
Onderwijs als hefboom
Het eerste voorstel is de oprichting van een Nationaal Onderwijsfonds. Dit fonds
investeert in gelijke onderwijskansen voor alle jongeren. Studenten uit kwetsbare
gezinnen krijgen extra steun via studiebeurzen en toegang tot digitale
leermiddelen. Daarnaast wordt in elke onderwijsfase gewerkt aan digitale en
technologische geletterdheid. Artificiële intelligentie krijgt een vaste plaats in het
curriculum van het secundair en hoger onderwijs zodat jongeren niet enkel
gebruikers zijn maar ook bewuste vormgevers van technologie. Onderwijs moet
opnieuw een hefboom worden voor gelijke kansen én een motor van
technologische weerbaarheid.
Startkapitaal voor jongeren
Een tweede maatregel is de invoering van een Generatiefonds, dat elke jongere
bij de start van zijn of haar volwassen leven een financieel duwtje in de rug geeft.
Op de achttiende verjaardag ontvangt elke jongere een startkapitaal van
tienduizend euro. Dat bedrag kan enkel worden gebruikt voor drie doelen:
investeren in onderwijs, het starten van een onderneming met maatschappelijke
waarde of het financieren van duurzame projecten zoals woningisolatie of groene
mobiliteit. Het fonds wordt gefinancierd door een beperkte heffing op grote
erfenissen zodat welvaart opnieuw wordt gezien als iets wat we samen dragen.
Dit startkapitaal vergroot de zelfstandigheid van jongeren en verkleint de kloof
tussen wie veel en weinig middelen heeft.
Moreel ondernemerschap
De derde maatregel richt zich op ondernemingen en hun rol in de samenleving.
Bedrijven kunnen vandaag enorme maatschappelijke impact hebben, zeker op