Inleiding
1. TAALBESCHRIJVING
LEXICON = beschrijving vd elementen v.e. taal
Woorden + uitdrukkingen =vaste combinaties van woorden
Morfemen = kleinste betekenis dragende elementen
o Bouwstenen van woorden
Tafelpoot = 2 morfemen
Tafelpoten = 3 morfemen
Fonemen = kleinste betekenis onderscheidende elementen (klanken)
Kleinste eenheden in klanksysteem
! 1 R foneem : geen onderscheid tss rollende / normale
Fiets <-> Niets : enige verschil; duidt aan dat het versch woorden zijn: f-n fonemen
Hand <-> Tand
GRAMMATICA = beschrijving vd regels om taalelementen te verbinden tot grotere gehelen
Syntax:
o Focus: verbinding v woorden woordgroepen + v woordgroepen zinnen
Morfologie
o Focus: verbinding v morfemen woorden
o Concreet: regels voor vervoeging / verbuiging / woordvorming
verandering vh woord: Tafel tafels / tafeltje
Loopt : geeft 3e pers. Aan
Mooie kast : draagt geen betk op zich; geeft aan dat ‘kast’ een de-woord is
Mooi paard : = het-woord
Fonologie
o Focus: verbinding v fonemen morfemen
(grammaticale) semantiek (=betk leer)
o Focus: semantische beperkingen op grammaticale verbindingen
vb. de lange zanger verzamelt paperclips
= grammaticaal correct MAAR inhoudelijk slaat de zin nergens op
o Formele kenmerken: syntactische, morfologische, fonologische kenmerken
o Semantische kenmerken: betekenis
,2. TRADITIONELE GRAMMATICA
ALGEMEEN
Ontworpen voor LAT/GR
Later toegepast op volkstalen (bv NL)
Via schoolboeken overgeleverd
Bestaat uit: woordleer – zinsleer
WOORDLEER = woordontleding = taalkundige ontleding
Categorisering o.b.v. syntactische / morfologische / semantische kenmerken
Traditioneel: 10 Woordsoorten
o Zelfstandig naamwoord (substantief)
o Lidwoord (artikel)
o Voornaamwoord (pronomen)
o Telwoord (numerale)
o Bijvoeglijk naamwoord (adjectief)
o Bijwoord (adverbium)
o Werkwoord (verbum)
o Voorzetsel (prepositie)
o Voegwoord (conjunctie)
o Tussenwerpsel (interjectie)
ZINSLEER = zinsontleding = redekundige ontleding
categorisering o.b.v. hun functie in de zin
zinsdelen
o gezegde: werkwoordelijke gezegde / naamwoordelijke gezegde..
o onderwerp
o voorwerpen: LV / MV / BV / VzV..
o bijwoordelijke bepaling: tijd / plaats / reden..
o andere bepalingen: (bv. niet)
vb. woordleer
De student eet een groene appel.
Lidw ZN WW lidw BN ZN
vb. zinsleer
De student eet een groene appel.
O PV LV
, HISTORISCHE SITUERING
klassieke oudheid
o focus op woordleer (flexie/naamvallen)
o 1e E v.C. Varro : grammaticus LAT
4e E v.C. Donatus : grammaticus; schreef boeken die werden gebruikt om LAT te leren
Middeleeuwen
o Voortzetting klassieke benadering
o Verdere verspreiding grammatica Donatus
‘een donaat’ = soortnaam voor boeken die Donatus schreef
Vanaf einde 15e E
o Aandacht voor volkstaal
o Beschrijvingen v volkstaal m.b.v. klassieke grammatica
1584: eerste Nederlandstalige grammatica (twe-spraack vande Nederduitsche letterkunst)
Roemer x Gideon voerden dialoog over grammatica
Leyden-christoffel plantyn: 1585 val van Antwerpen groeiend aantal protestanten die worden
bestreden door spanjaarden protestanten vluchten naar NL, plantyn ook (leiden)
1805: verplicht onderwijs voor ambtenaren (spraakkunst)
1804: officiële spelling in opdracht van de overheid
Vanaf 19e E: stilaan ook aandacht voor zinsleer
o 1814: Nicolaas Anslijn : Algemene Nederlandse Spraakkunst! (≠spelling)
o 1892-1896: Cornelis den Hertog
3. ANS: ALGEMENE NEDERLANDSE SPRAAKKUNST (EXAMEN!)
1984: 1e editie / 1997: 2e editie
2002: E-ANS (digitaal)
Belgisch-Nederlandse samenwerking – initiatief van Nederlandse Taalunie
Descriptief karakter (=beschrijvend) (<-> normatief=voorschrijvend)
Welk NL wel/niet?
wel: standaardtaal
= algemeen bruikbare woorden/structuren
= ongemarkeerde taal
gemarkeerde taal: krijgt labels
stilistisch: <formeel>, <informeel>
geografisch: <regionaal>
waardering labels: <twijfelachtig>, <uitgesloten>
niet opgenomen: dialect, jongerentaal, jargon..
1. TAALBESCHRIJVING
LEXICON = beschrijving vd elementen v.e. taal
Woorden + uitdrukkingen =vaste combinaties van woorden
Morfemen = kleinste betekenis dragende elementen
o Bouwstenen van woorden
Tafelpoot = 2 morfemen
Tafelpoten = 3 morfemen
Fonemen = kleinste betekenis onderscheidende elementen (klanken)
Kleinste eenheden in klanksysteem
! 1 R foneem : geen onderscheid tss rollende / normale
Fiets <-> Niets : enige verschil; duidt aan dat het versch woorden zijn: f-n fonemen
Hand <-> Tand
GRAMMATICA = beschrijving vd regels om taalelementen te verbinden tot grotere gehelen
Syntax:
o Focus: verbinding v woorden woordgroepen + v woordgroepen zinnen
Morfologie
o Focus: verbinding v morfemen woorden
o Concreet: regels voor vervoeging / verbuiging / woordvorming
verandering vh woord: Tafel tafels / tafeltje
Loopt : geeft 3e pers. Aan
Mooie kast : draagt geen betk op zich; geeft aan dat ‘kast’ een de-woord is
Mooi paard : = het-woord
Fonologie
o Focus: verbinding v fonemen morfemen
(grammaticale) semantiek (=betk leer)
o Focus: semantische beperkingen op grammaticale verbindingen
vb. de lange zanger verzamelt paperclips
= grammaticaal correct MAAR inhoudelijk slaat de zin nergens op
o Formele kenmerken: syntactische, morfologische, fonologische kenmerken
o Semantische kenmerken: betekenis
,2. TRADITIONELE GRAMMATICA
ALGEMEEN
Ontworpen voor LAT/GR
Later toegepast op volkstalen (bv NL)
Via schoolboeken overgeleverd
Bestaat uit: woordleer – zinsleer
WOORDLEER = woordontleding = taalkundige ontleding
Categorisering o.b.v. syntactische / morfologische / semantische kenmerken
Traditioneel: 10 Woordsoorten
o Zelfstandig naamwoord (substantief)
o Lidwoord (artikel)
o Voornaamwoord (pronomen)
o Telwoord (numerale)
o Bijvoeglijk naamwoord (adjectief)
o Bijwoord (adverbium)
o Werkwoord (verbum)
o Voorzetsel (prepositie)
o Voegwoord (conjunctie)
o Tussenwerpsel (interjectie)
ZINSLEER = zinsontleding = redekundige ontleding
categorisering o.b.v. hun functie in de zin
zinsdelen
o gezegde: werkwoordelijke gezegde / naamwoordelijke gezegde..
o onderwerp
o voorwerpen: LV / MV / BV / VzV..
o bijwoordelijke bepaling: tijd / plaats / reden..
o andere bepalingen: (bv. niet)
vb. woordleer
De student eet een groene appel.
Lidw ZN WW lidw BN ZN
vb. zinsleer
De student eet een groene appel.
O PV LV
, HISTORISCHE SITUERING
klassieke oudheid
o focus op woordleer (flexie/naamvallen)
o 1e E v.C. Varro : grammaticus LAT
4e E v.C. Donatus : grammaticus; schreef boeken die werden gebruikt om LAT te leren
Middeleeuwen
o Voortzetting klassieke benadering
o Verdere verspreiding grammatica Donatus
‘een donaat’ = soortnaam voor boeken die Donatus schreef
Vanaf einde 15e E
o Aandacht voor volkstaal
o Beschrijvingen v volkstaal m.b.v. klassieke grammatica
1584: eerste Nederlandstalige grammatica (twe-spraack vande Nederduitsche letterkunst)
Roemer x Gideon voerden dialoog over grammatica
Leyden-christoffel plantyn: 1585 val van Antwerpen groeiend aantal protestanten die worden
bestreden door spanjaarden protestanten vluchten naar NL, plantyn ook (leiden)
1805: verplicht onderwijs voor ambtenaren (spraakkunst)
1804: officiële spelling in opdracht van de overheid
Vanaf 19e E: stilaan ook aandacht voor zinsleer
o 1814: Nicolaas Anslijn : Algemene Nederlandse Spraakkunst! (≠spelling)
o 1892-1896: Cornelis den Hertog
3. ANS: ALGEMENE NEDERLANDSE SPRAAKKUNST (EXAMEN!)
1984: 1e editie / 1997: 2e editie
2002: E-ANS (digitaal)
Belgisch-Nederlandse samenwerking – initiatief van Nederlandse Taalunie
Descriptief karakter (=beschrijvend) (<-> normatief=voorschrijvend)
Welk NL wel/niet?
wel: standaardtaal
= algemeen bruikbare woorden/structuren
= ongemarkeerde taal
gemarkeerde taal: krijgt labels
stilistisch: <formeel>, <informeel>
geografisch: <regionaal>
waardering labels: <twijfelachtig>, <uitgesloten>
niet opgenomen: dialect, jongerentaal, jargon..