= cohesief gebonden cellen, die vaak in lagen, het lichaamsoppervlak en de lichaamsholten
bekleden en die de functionele elementen vormen van klieren (bv talgklieren)
pathologisch proces:
als de epithelia over gaan van de ene vorm naar de andere
= metaplasie (invloed van externe stimuli) → reversibel!
9.1. Classificatie:
functie:
- bedekkend (huid, luchtwegen)
- klierepitheel: myoepitheel (mucus secreterend)
myoepitheel: epitheliale en contractiele kenmerken
A. eenlagig epitheel:
- kubisch
- cylindrisch
- plaveisel:
- endotheel
- mesotheel
B. meerlagig
diffusie: bv. long
filtratie: bv. nier
,9.1.1. Eenlagig epitheel:
plaveiselepitheel: = squamous
- polygonale cellen, hoogte is steeds geringer dan doormeter
- op plaatsen van verhoogde uitwisseling
- longalveolen
- dunwandige buisjes in de nier (lis van Henle)
- endotheel: bloedvaten en gespecialiseerd: microvilli
- mesotheel: begrenzing van lichaamsholten (peritoneum, pleura)
gespecialiseerd: oppervlak met talrijke microvilli
kubisch epitheel:
- hoogte = doormeter
- secretie en absorptie: nier en klierepitheel
cylindrisch epitheel:
- hoog, kern vaak basaal, bv. spijsvertering
- absorptie: vandaar microvilli
- slijmsecretie:
- slijmbekercellen (goblet cell)
→ secretie in 1 keer (ontploffing)
- slijmnapcel: zit tegen oppervlak
→ continue excretie
→ productie in ER
9.1.2. Meerlagig epitheel:
plaveiselepitheel:
- niet-verhoornd (cervix)
→ kan overgaan naar verhoornd in bv. mond bij chronische irritatie: leukoplasie
- verhoornd (huid)
- naam volgens celpopulatie in bovenste laag
kubisch en cylindrisch epitheel:
- meerlagig vs. meerrijig
carcinoom:
- altijd maligne
- epitheliale oorsprong
- differentiatie graad: hoe goed lijkt dit weefsel op het normale weefsel
→ goed gedifferentieerd: lijkt hard op normaal weefsel
types:
adenocarcinoma: epitheel is klierepitheel (bv. colon: slijmsecreterend epitheel)
⇒ gebruik van PAS-kleuring (positief bij slijm en polysachariden)
, PAS-D kleuring: PAS-kleuring na diastase
(speeksel op coupe)
basale epitheelcellen: kunnen delen: mitotisch
→ mitotische stamcellen
post-mitotisch compartiment: kunnen niet meer delen
dus DNA-schade blijft beperkt: schilfert af
korrels: keratohyaline korrels (eiwitten)
→ bevatten ‘lijm’: zorgt dat cytoskelet samenplakt
bij afschilfering: hoornlamel: zeer dun, zonder kern
orthokeratotische verhooring! ?
pseudomeerlagig:
⇒ synoniem van meerrijig
⇒ lijkt meerlagig, maar is eenlagig
⇒ alle cellen staan in contact met basaal membraan, niet alle cellen bereiken lumen
bv. bronchusepitheel, prostaat, epididymis
basale epitheelcellen:
zijn vaak stamcellen
opstijgend: gespecialiseerd
met specifieke functie (bv. slijm)
overgangsepitheel:
- overgangsepitheel en urotheel zijn synoniemen
- cylindrische en basale cellen
- meerlagig
- in blaas en urinewegen: dikte afhankelijk van distentietoestand
- cellen zijn los gekoppeld aan elkaar dus kunnen op elkaar rollen (lege blaas)
- komen in contact met urine dus bovenkant is gespecialiseerd: paraplucel
→ heeft gespecialiseerd plasmamembraan oppervlak