Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Preview 4 out of 108 pages
Summary

Samenvatting - Celbiologie partim medische genetica (1019GENGE1)

Document preview thumbnail
Preview 4 out of 108 pages

Dit document bevat een volledige samenvatting van het gedeelte 'Medische Genetica' . Dat gegeven wordt in de eerste bachelor door prof. Blaumeiser en prof. Loeys.

Content preview

Medische genetica:



1.​ Inleiding:
1.1. Belang en geschiedenis:
Waarom?
-​ deel vd geneeskunde dat zich bezig houdt met erfelijkheid
-​ zeldzame genetische aandoeningen verdienen ook aandacht
-​ veel ziekten hebben een genetische basis (oorzaak)
-​ kennis van genetica wordt belangrijk voor elke zorgverlener
-​ evolutie naar gepersonaliseerde geneeskunde

1.1.1. Geschiedenis:
1879: chromosomen in mitose (Flemming)​ ​ ​ ​ ​ nt belangrijk
1953: ontrafeling vd DNA dubbele helix (Rosalind Franklin)
1956: de mens heeft 46 chromosomen (Albert Levan en Joe Hin Tijo)
1959: eerste chromosomale afwijking bij de mens (door kinderarts Jerome Lejeune)
→ oorzaak van Down Syndroom ontdekt

het humaan genoom project:
-​ opgestart in oktober 1990
-​ initiatief vd NH en Dept of Energy in de VSA
-​ verschillende laboratoria wereldwijd:
-​ academische wereld
-​ industrie
-​ niet-commerciële organisaties
-​ doelstelling: ontrafeling vh menselijk genoom in 15 jaar
-​ identificatie van alle genen
-​ sequentiebepaling vd 3 miljard nucleotiden

→ sequentie bepaling: niet weten wat het doet, maar bv. TCGATGCA kunnen bepalen

Nature en Science: 2 tijdschriften met de meeste impact
→ wordt gelezen door veel mensen, in deze tijdschriften ‘DNA sequencing” geïntroduceerd

1.1.2. Huidige uitdagingen:
-​ Human genome project
-​ next generation sequencing

uitdaging 1: interpretatie van de niet-coderende delen van het genoom
uitdaging 2: nood aan “single molecule genome sequencing”
uitdaging 3: nood aan meer netwerking

,1.2. Basiskennis:
Het menselijk genoom:
-​ mitochondriaal genoom
-​ nucleair genoom (haploid)
-​ 23 verschillende chromosomen
-​ ongeveer 22.000 genen
-​ 3 miljard nucleotiden (basen)




nucleosoom: DNA draad die rond histonen gebonden is

genen liggen op de chromosomen: doen niets, zitten daar gewoon
wat bepaalt de ziekte dan? → de (foute) eiwitten


= het centrale dogma vd moleculaire biologie

, 2.​ Mutatiedetectie:
2.1. Oorzaken van (erfelijke) aandoeningen:
-​ verstoring van het normale biologische proces ten gevolge van:
-​ abnormale hoeveelheid ve eiwit (te veel/te weinig)
-​ verandering van functie ve eiwit
-​ verstoring van het expressiepatroon ve eiwit

-​ afwijking op DNA niveau:
-​ chromosomale afwijkingen (numeriek/structureel)
-​ deletie/insertie/herrangschikking
-​ puntmutatie
-​ dynamische mutatie (repeat-expansie)

2.1. Cytogenetische technieken:
cytogenetica = studie van chromosomen en de afwijkingen hieraan
⇒ gebruikt voor Downsyndroom (trisomie 21) en het Philadelphia chromosoom

2.1.1. Conventioneel chromosomenonderzoek:
doel: opstellen chromosomenkaart → numerieke en grote structurele (>5Mb) afwijkingen
praktische resolutie = kleinst waarneembare afwijking: verschilt hard

proces:
1.​ celcultuur: bloedafname: in cultuur gezet met mitogene (stimuleert celdeling)
2.​ oogsten: stof toevoegen om celdeling te stoppen bij metafase → colcemide,
hypotone stoffen toevoegen zodat witte bloedcellen opzwellen
fixatiemiddel: dood cellen, verhardt membraan en chromatine: kleuring mogelijk
3.​ spreiden: drogen op objectglaasjes
4.​ kleuring: verkrijgen bandenpatroon dat specifiek is voor elk chromosoom,
chromosoombanden worden genummerd van centromeer tot telomeer (per
chromosoomarm: korte = p, lange = q)
​ → beschrijven van exacte locatie

voor constitutionele aandoeningen: perifeer bloed (T-lymfocyten)
voor verworven afwijkingen: tumorcellen of beenmerg

verschillende kleuringsmethoden:
A.​ quinacrine-bandering (Q-bandering): quinacrine, minder gebruikt want
fluorescentiemicroscoop nodig
B.​ Giemsa-bandering (G): meest gebruikt, chromosomen eerst getrypsiniseerd en
daarna Giemsa kleurstof toevoegen
C.​ Reverse-bandering (R): chromosomen eerst verhitten, daarna vertonen ze een
bandering die omgekeerd is aan die van Q of G benadering
⇒ bestaan ook kleuringsmethoden om specifieke delen vd chromosomen te kleuren

5. metafasen selecteren onder lichtmicroscoop: bij constitutionele indicaties minstens 2
metafasen onderzoeken, bij verworven minstens 20
6. karyogram: sorteren op grootte en daarna volgens centromeerpositie

, humane in 3 subtypes volgens positie centromeer:
-​ metacentrische: p en q-armen ongeveer even groot, centromeer centraal
-​ submetacentrische: p-arm is korter dan q-arm
-​ acrocentrische: bijna geen p-arm aanwezig

numerieke afwijkingen: aantal dat afwijkt met + of -
structurele:
-​ ongebalanceerd: verlies of winst van chromosomaal materiaal
-​ gebalanceerd: geen netto verlies of winst

belangrijkste gebalanceerde afwijkingen te zien met karyotypering:
-​ reciproke translocaties: chromosoomsegmenten uitgewisseld tussen 2
chromosomen, zonder wijziging totaal chromosomen
-​ Robertsoniaanse translocaties: fusie tussen 2 lange armen van 2 acrocentrische
chromosomen, met verlies korte armen, niet pathogeen (korte arm bevat enkel
genen voor rRNA), wel vermindering tot 45 chromosomen
= afkorting rob, breukpunten aangeduid met q10: rob(chr1;chr2)(q10;q10)
-​ inversies: 2 breuken komen voor in 1 chromosoom en materiaal inverteert voor die
breuken hersteld worden
= inv(chr)(breukpunt1 breukpunt2)

belangrijkste ongebalanceerde afwijkingen:
-​ deleties: verlies min. 5 Mb = gedeeltelijke monosomie vh betrokken chromosoom
= del(chr)(breukpunt)
-​ duplicaties: minimum 5Mb, partiële trisomie, kan in tandem aanwezig zijn naast
originele segment of extra op een andere chromosomale locatie
= dup(chr)(breukpunt1 breukpunt2)
-​ marker chromosomen: bijkomende, niet-geïdentificeerde chromosomen: meestal in
mozaïek
= 47, XX, +mar
-​ ringchromosomen: zeldzaam, reeds beschreven voor elk chromosoom
= r(chr)(breukpunt1 breukpunt2)
-​ isochromosoom: 2 maal dezelfde arm, dus verlies van andere, netto: trisomie vd
betrokken arm en monosomie vd verloren arm
= i(chr)(p10) of i(chr)(q10)
⇒ gedupliceerde of gedeleteerde segment kleiner dan 5 Mb → FISH

2.1.2. Fluorescente in situ hybridisatie:
⇒ aantonen dat specifiek chromosoomsegment aanwezig, afwezig of herschikt is
⇒ fluorescent gelabelde DNA probe (specifiek voor bepaald segment) hybridiseren met
metafase of interfase chromosomen → visualisatie onder fluorescentiemicroscoop

gezond persoon: probe bindt aan beide homologe chromosomen
→ deletie: bindt maar aan 1 segment, duplicatie: bindt aan 3 segmenten
⇒ combinaties om translocaties en andere chromosoomherschikkingen aan te tonen

Document information

Study
Uploaded on
March 9, 2026
Number of pages
108
Written in
2024/2025
Type
Summary
$22.37

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Seller avatar
romyopdebeeck
4.0
(1)
Sold
2
Followers
0
Items
14
Last sold
4 months ago


Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions