Hfst 4 Gezinnen als vragers van goederen
Aggregatieve vraag Optellen van de individuele vraag van alle deelnemers aan een
bepaalde goederenmarkt = marktkraam = totale vraag
Ceteris-paribus Andere factoren (prijs van andere goederen – inkomen – voorkeur)
worden als constant verondersteld
Complementaire goederen Goederen die elkaar aanvullen bij het bevredigen van behoeften
Consumentensoevereiniteit De consument is vrij te kopen of niet te kopen op basis van zijn
voorkeuren, en op basis van zijn inkomen en op basis van de prijs
Eerste wet van Gossen Het dalende verloop van het grensnut = de wet van het afnemende
(belangrijkste) grensnut
Grensnut Het nut van elke bijkomende eenheid van een goed = marginale nut
Hamsteren Wanneer in de nabije toekomst een prijsstijging verwacht wordt voor
goederen die gemakkelijk opgeslagen kunnen worden, zal de huidige
vraag toenemen = speculeren
Individuele vraag De hoeveelheden die iemand zòù kopen bij alternatieve prijzen
Inkomens effect Verhoging (i.g.v. Prijsdaling) van de koopkracht waardoor van beide
goederen meer kan gekocht worden
Inkomenselasticiteit van de Mate waarin de vraag reageert op een inkomensverandering
vraag
Kardinaal meetbaar Iets heeft “zoveel” nut
Kruiselingse elasticiteit van Mate waarin de vraag van een goed reageert op een prijsverandering
de vraag van een ànder goed
Marginale nut Zie grensnut
Martkvraag Zie aggregatieve vraag = totale vraag
Nut De persoonlijke voldoening die men door consumptie zal verkrijgen
Participatie-effect Bij een lagere prijs zullen er nieuwe vragers bijkomen, met name
kopers met lagere inkomens en kopers die het goed minder
waarderen, maar aan de lagere prijs wel belangstelling hebben
Prijselasticiteit van de Mate waarin de vraag reageert op een prijsverandering
vraag
Speculeren Zie hamsteren
Substitueerbare goederen Goederen die elkaar kunnen vervangen bij het bevredigen van
dezelfde behoefte
Substitutie-effect Relatief duurder product wordt vervangen door relatief goedkoper
Totale vraag Zie aggregatieve vraag = marktvraag
Tweede wet van Gossen Consument besteedt middelen zodanig dat laatste euro’s naar
goederen gaan met gelijk marginaal nut
Vebleneffect Het aan anderen demonstreren dat men zich bepaalde goederen kan
veroorloven (snobgoederen)
Wet van Engel Verband tussen een stijging van het inkomen en de verandering in
het relatieve belang van verschillende soorten uitgaven
Aggregatieve vraag Optellen van de individuele vraag van alle deelnemers aan een
bepaalde goederenmarkt = marktkraam = totale vraag
Ceteris-paribus Andere factoren (prijs van andere goederen – inkomen – voorkeur)
worden als constant verondersteld
Complementaire goederen Goederen die elkaar aanvullen bij het bevredigen van behoeften
Consumentensoevereiniteit De consument is vrij te kopen of niet te kopen op basis van zijn
voorkeuren, en op basis van zijn inkomen en op basis van de prijs
Eerste wet van Gossen Het dalende verloop van het grensnut = de wet van het afnemende
(belangrijkste) grensnut
Grensnut Het nut van elke bijkomende eenheid van een goed = marginale nut
Hamsteren Wanneer in de nabije toekomst een prijsstijging verwacht wordt voor
goederen die gemakkelijk opgeslagen kunnen worden, zal de huidige
vraag toenemen = speculeren
Individuele vraag De hoeveelheden die iemand zòù kopen bij alternatieve prijzen
Inkomens effect Verhoging (i.g.v. Prijsdaling) van de koopkracht waardoor van beide
goederen meer kan gekocht worden
Inkomenselasticiteit van de Mate waarin de vraag reageert op een inkomensverandering
vraag
Kardinaal meetbaar Iets heeft “zoveel” nut
Kruiselingse elasticiteit van Mate waarin de vraag van een goed reageert op een prijsverandering
de vraag van een ànder goed
Marginale nut Zie grensnut
Martkvraag Zie aggregatieve vraag = totale vraag
Nut De persoonlijke voldoening die men door consumptie zal verkrijgen
Participatie-effect Bij een lagere prijs zullen er nieuwe vragers bijkomen, met name
kopers met lagere inkomens en kopers die het goed minder
waarderen, maar aan de lagere prijs wel belangstelling hebben
Prijselasticiteit van de Mate waarin de vraag reageert op een prijsverandering
vraag
Speculeren Zie hamsteren
Substitueerbare goederen Goederen die elkaar kunnen vervangen bij het bevredigen van
dezelfde behoefte
Substitutie-effect Relatief duurder product wordt vervangen door relatief goedkoper
Totale vraag Zie aggregatieve vraag = marktvraag
Tweede wet van Gossen Consument besteedt middelen zodanig dat laatste euro’s naar
goederen gaan met gelijk marginaal nut
Vebleneffect Het aan anderen demonstreren dat men zich bepaalde goederen kan
veroorloven (snobgoederen)
Wet van Engel Verband tussen een stijging van het inkomen en de verandering in
het relatieve belang van verschillende soorten uitgaven