1
Nederlands blok 3
Eerste taalverwerving
- Behaviorisme: klanken volwassenen imiteren, positieve feedback bekrachtigd, conditioneren
= aanleren van nieuw gedrag door herhaling
- Nativisme: aangeboren kennis en vermogen regels op te stellen en toe te passen
- Internationele benadering: kinderen leren taal door imitatie en aangeboren
taalleervermogen wanneer er veel interactie is met hun omgeving, taalgroeimiddelen =
taalaanbod, taalruimte en feedback
- Nieuw onderzoek
Tweedetaalverwering
- Interfentietheorie: het verschijnsel dat een kind elementen uit de ene taal (bv lidwoorden)
onterecht toepast in een andere taal
- Universitaire theorie: kinderen die het Nederlands als tweede taal leren maken dezelfde
soort fouten als Nederlandstalige kinderen
- Interactionele benadering: nadruk ligt op aanbod, interactie en feedback
- Tweetalige opvoeding
Chomsky (1965)
- Geboren worden met vermogen elke taal te leren waarmee je in contact komt, ook beschik
je over een aangeboren grammatica (nativisme)
- Iedere taalgebruiker is creatief, je maakt nieuwe zinnen vanuit je eigen creatieve vermogen
(creatieve constructietheorie)
Concrete taalwaarnemingen generaliseren: Borenstztijn, Zuidema en Bod 2008
- Kinderen leren algemene patronen herkennen in taal mits ze genoeg taal aangeboden
krijgen, deze patronen kunnen ze pas dan op andere situaties toepassen = generaliseren
Kritische periode = Periode tussen 0 en 7 jaar waarin het brein sterk gericht is op het verwerven van
taal
Factoren die de eerste taalverwerving bevorderen
- Modelleren door volwassenen: rijk en goed taalaanbod
- Feedback
- Ruimte voor taalproductie
- Taal en denken stimuleren elkaar
Stille periode = periode waarin kinderen wel taal begrijpen maar nog niet produceren
Metalinguistisch bewustzijn = Het kind heeft impliciete kennis van taal en kan zich bewust worden
van de mogelijkheid te reflecteren op taal en taalgebruik en daarmee dit taalgebruik te verbeteren
Tweede taalverwerving = verwerving van een andere taal dan de moedertaal
Simultane tweetaligheid = twee- of drietalige opvoeding (dus twee of drie thuistalen), taalaanbod en
taalverwerving van de talen lopen dan parallel
Simultaan
- Twee moedertalen
- 0 tot 7 jaar
- Twee talen tegelijk
, 2
- Overlappende hersenactiviteit
- Spontaan ontwikkelingsproces
Successief
- Een tweede taal
- Vanaf 10 jaar
- Geen overlappende hersenactiviteiten
- Leerproces vanuit vertalen
Behaviorisme
- Imitatie, bekrachtiging, conditionering
- Belonen/straffen
Nativisme – Naom Chomsky
- Ontwikkelingsfeiten
- Taalleervermogen (LAD = Language Aquisition Device = aangeboren
taalvermogen/grammatica)
- Bv Het raam is bezweet = beslagen raam
- Krijgen bepaalde taalvormen uit onze omgeving en passen die toe op verschillende
onderwerpen/begrippen. Bv twee paards in de wei of ik loopte naar school, heeft regel
herkend of overhoord en past het toe op anderen
- Gericht op wat er gebeurt in het hoofd van de taalgebruiker
Interactionele benadering
- taalleervermogen + belang van goed taalaanbod
Inputhypothese – Krashen
Outputhypothese – Swain
Nieuw onderzoek
- Kinderen leren een taal doordat ze concrete taalwaarnemingen generaliseren
Tweedetaalverwerving
- Simultane tweetaligheid: vanaf geboorte 2 talen aangeboden
- Successieve tweetaligheid: thuis andere taal dan op school. Later in leven vanaf 4 ong een 2 e
taal erbij
- Interferentietheorie: leren 2e taal door 1e taal te vertalen.
- Universalistisch theorie: allemaal een taalleervermogen in hoofd
- Interactionele benadering: goede taalaanbod van kinderen
De viertakt
- Voorbewerken: woorden worden genoemd
- Semantiseren: betekenis van woorden
3 uitjes: Uitleggen
Uitbeelden
Uitbreiden
- Reproduceren
- Controleren
Tussendoelen TULE
- Tussendoelen en leerlijnen: wat aangeboden moet woorden in het basisonderwijs.
Nederlands blok 3
Eerste taalverwerving
- Behaviorisme: klanken volwassenen imiteren, positieve feedback bekrachtigd, conditioneren
= aanleren van nieuw gedrag door herhaling
- Nativisme: aangeboren kennis en vermogen regels op te stellen en toe te passen
- Internationele benadering: kinderen leren taal door imitatie en aangeboren
taalleervermogen wanneer er veel interactie is met hun omgeving, taalgroeimiddelen =
taalaanbod, taalruimte en feedback
- Nieuw onderzoek
Tweedetaalverwering
- Interfentietheorie: het verschijnsel dat een kind elementen uit de ene taal (bv lidwoorden)
onterecht toepast in een andere taal
- Universitaire theorie: kinderen die het Nederlands als tweede taal leren maken dezelfde
soort fouten als Nederlandstalige kinderen
- Interactionele benadering: nadruk ligt op aanbod, interactie en feedback
- Tweetalige opvoeding
Chomsky (1965)
- Geboren worden met vermogen elke taal te leren waarmee je in contact komt, ook beschik
je over een aangeboren grammatica (nativisme)
- Iedere taalgebruiker is creatief, je maakt nieuwe zinnen vanuit je eigen creatieve vermogen
(creatieve constructietheorie)
Concrete taalwaarnemingen generaliseren: Borenstztijn, Zuidema en Bod 2008
- Kinderen leren algemene patronen herkennen in taal mits ze genoeg taal aangeboden
krijgen, deze patronen kunnen ze pas dan op andere situaties toepassen = generaliseren
Kritische periode = Periode tussen 0 en 7 jaar waarin het brein sterk gericht is op het verwerven van
taal
Factoren die de eerste taalverwerving bevorderen
- Modelleren door volwassenen: rijk en goed taalaanbod
- Feedback
- Ruimte voor taalproductie
- Taal en denken stimuleren elkaar
Stille periode = periode waarin kinderen wel taal begrijpen maar nog niet produceren
Metalinguistisch bewustzijn = Het kind heeft impliciete kennis van taal en kan zich bewust worden
van de mogelijkheid te reflecteren op taal en taalgebruik en daarmee dit taalgebruik te verbeteren
Tweede taalverwerving = verwerving van een andere taal dan de moedertaal
Simultane tweetaligheid = twee- of drietalige opvoeding (dus twee of drie thuistalen), taalaanbod en
taalverwerving van de talen lopen dan parallel
Simultaan
- Twee moedertalen
- 0 tot 7 jaar
- Twee talen tegelijk
, 2
- Overlappende hersenactiviteit
- Spontaan ontwikkelingsproces
Successief
- Een tweede taal
- Vanaf 10 jaar
- Geen overlappende hersenactiviteiten
- Leerproces vanuit vertalen
Behaviorisme
- Imitatie, bekrachtiging, conditionering
- Belonen/straffen
Nativisme – Naom Chomsky
- Ontwikkelingsfeiten
- Taalleervermogen (LAD = Language Aquisition Device = aangeboren
taalvermogen/grammatica)
- Bv Het raam is bezweet = beslagen raam
- Krijgen bepaalde taalvormen uit onze omgeving en passen die toe op verschillende
onderwerpen/begrippen. Bv twee paards in de wei of ik loopte naar school, heeft regel
herkend of overhoord en past het toe op anderen
- Gericht op wat er gebeurt in het hoofd van de taalgebruiker
Interactionele benadering
- taalleervermogen + belang van goed taalaanbod
Inputhypothese – Krashen
Outputhypothese – Swain
Nieuw onderzoek
- Kinderen leren een taal doordat ze concrete taalwaarnemingen generaliseren
Tweedetaalverwerving
- Simultane tweetaligheid: vanaf geboorte 2 talen aangeboden
- Successieve tweetaligheid: thuis andere taal dan op school. Later in leven vanaf 4 ong een 2 e
taal erbij
- Interferentietheorie: leren 2e taal door 1e taal te vertalen.
- Universalistisch theorie: allemaal een taalleervermogen in hoofd
- Interactionele benadering: goede taalaanbod van kinderen
De viertakt
- Voorbewerken: woorden worden genoemd
- Semantiseren: betekenis van woorden
3 uitjes: Uitleggen
Uitbeelden
Uitbreiden
- Reproduceren
- Controleren
Tussendoelen TULE
- Tussendoelen en leerlijnen: wat aangeboden moet woorden in het basisonderwijs.