100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.2 TrustPilot
logo-home
Other

Oefententamen 2.6C

Rating
-
Sold
1
Pages
17
Uploaded on
14-04-2021
Written in
2020/2021

Oefententamen met veel concepten die je moet weten en ook verbanden! Goed om door te lezen en uiteraard om jezelf nog even mee te testen. Bedenk alsjeblieft ook dat dit door een student gemaakt is, als iets fout is waarvan jij denkt dat het goed is, is die heel goed mogelijk! :) Succes!

Show more Read less
Institution
Course










Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
April 14, 2021
Number of pages
17
Written in
2020/2021
Type
Other
Person
Unknown

Subjects

Content preview

OEFENTENTAMEN BLOK 2.6C

1. Twee stellingen:

1. De secundaire beoordeling van stress heeft invloed op de hoeveelheid stress die
ervaren wordt.
2. Situaties die bij de primaire beoordelingen gezien worden als stressvol, krijgen nog
een andere primaire beoordeling.

Wat is waar?
A. Stelling 1 is waar, stelling 2 is niet waar
B. Stelling 2 is waar, stelling 1 is niet waar
C. Beide stellingen zijn waar
D. Beide stellingen zijn niet waar


2. Stress is subjectief. Welke factoren hebben invloed op een stressvolle beoordeling?

A. Alleen persoonlijke factoren.
B. Alleen de ernst van de situatie.
C. De mate van reactiviteit.
D. Persoonlijke factoren en situationele factoren.


3. Het algemeen aanpassingssyndroom (GAS) van Hans Selye bestaat uit drie fases. In
welke fase is de HPA-as overheersend om het lichaam zich aan te laten passen aan de
stressor?

A. De fase van alarm reactie.
B. De fase van resistentie.
C. De fase van uitputting.
D. Zowel in de fase van alarm reactie als in de fase van resistentie.


4. Welk van de volgende factoren heeft geen invloed op de hoeveelheid lichaamsactivatie
bij een stressvolle situatie?

A. Hoeveelheid blootstelling.
B. Mate van reactiviteit.
C. Mate van herstel.
D. Mate van ziektes van aanpassing.


5. Waarom is er een tweeweg (wisselwerking) tussen cognitie en stress?

A. Hoge stresslevels hebben invloed op iemands geheugen én aandacht.
B. Betere cognitie zorgt vaak voor minder stress, maar stress kan cognitie ook
onderbreken.
C. Men kan met cognitie bepalen of de stress wel of niet ervaren wordt.


Mirke van der Voorden

,6. Stress kan binnen een persoon voorkomen wanneer hij/zij een keuze moet maken en er
daarbij een conflict ontstaat. Stel je voor: je bent ernstig ziek en je hebt de keuze tussen
twee soorten behandelingen. Beide behandelingen hebben ernstige bijwerkingen,
hierdoor stel je de keuze uit en verander je constant van gedachte. Wat voor soort
conflict is dit en voor hoeveel stress zal dit waarschijnlijk zorgen?

A. Benadering/benadering, dit zal voor veel stress zorgen.
B. Benadering/vermijding, dit zal voor gemiddelde stress zorgen.
C. Benadering/vermijding, dit zal voor veel stress zorgen.
D. Vermijding/vermijding, dit zal voor veel stress zorgen.
(Let op: het is niet duidelijk hoe relevant dit onderwerp is. Bron: Sarafino, hoofdstuk 3)


7. De informatie over een angst-opwekkende stimulus bereikt de amygdala via twee
onafhankelijke wegen. Welk van deze wegen gaat via de visuele cortex?

A. De high road.
B. De low road.
C. Beiden.
D. Geen van beiden.


8. De meest moderne theorieën stellen dat er vanuit het brein twee systemen geactiveerd
worden: de HPA en de SAM. Link het systeem aan de juiste kenmerken.

1. HPA A. Via de bloedsomloop
2. SAM B. Via het zenuwstelstel
C. Snel
D. Langzaam
E. Fight-or-flight
F. Cortisol
G. Adrenaline

9. Hamm en Vaitl voerden een experiment uit om onderzoek te doen naar de schrikreactie
bij mensen. Er werd gekeken naar het knipperen van het oog (schrikreflex) en naar de
huidgeleiding. Wat was geen resultaat van dit onderzoek?

A. Huidgeleiding kwam alleen voor bij participanten die een cognitieve representatie
hadden van de CS-UCS associatie.
B. De schrikreactie was afhankelijk van de cognitie van de CS-UCS associatie.
C. Er was een duidelijke versterking van de schrikreactie bij de CS+ (geconditioneerde
stimulus gevolgd door aversieve ongeconditioneerde stimulus).
D. De versterking van de schrikreactie vond alleen plaats bij een aversieve
ongeconditioneerde stimulus.




Mirke van der Voorden

, 10. Twee stellingen:


1. Cortisol kan zorgen voor angstvermindering.
2. Cortisol zorgt voor verhoogde stresslevels.

Wat is waar?

A. Stelling 1 is waar, stelling 2 is niet waar
B. Stelling 2 is waar, stelling 1 is niet waar
C. Beide stellingen zijn waar
D. Beide stellingen zijn niet waar
----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------


11. Er zijn verschillende paradigma’s ontwikkeld om de aandachtbias te meten bij angst. Bij
één van deze paradigma’s moet men de kleuren van woorden benoemen. Uit de
resultaten blijkt steeds dat mensen met veel angst langer doen over het benoemen van
de kleuren van bedreigende woorden dan van neutrale woorden. Welk paradigma wordt
hier beschreven?

A. De dichotische luistertaak
B. De emotionele Stroop taak
C. De dot probe taak
D. De visual search taak
E. De spatial cueing taak


12. Het associatief netwerk model van geheugen stelt dat informatie vaak afhankelijk van
emotie verwerkt wordt. Dit heet ook wel stemmingscongruentie. Bij welk van de
paradigma’s voor selectieve aandachtbias kwam dit ook naar voren in de resultaten?

A. De dichotische luistertaak
B. De emotionele Stroop taak
C. De visual search taak
D. De dot probe taak


13. Hoe legt het waakzaamheid-vermijdingspatroon uit dat initiële aandachtbias kan zorgen
voor de instandhouding van angst?

A. De aandachtbias zorgt direct voor vermijding van bedreigende stimuli, waardoor de
angst alleen maar toe kan nemen.
B. De aandachtbias zorgt eerst dat de aandacht voornamelijk van de bedreigende
stimuli af gaat (vermijding), daarna zal er juist meer aandacht gefocust worden op
bedreigende stimuli, waardoor de bedreiging een soort obsessie wordt.
C. De aandachtbias is zo automatisch, dat het de grootste verklaring geeft voor het in
stand houden van angst en het ontwikkelen van angststoornissen.
D. De aandacht bias zorgt eerst dat de aandacht naar de bedreigende stimuli toe gaat,
daarna ontstaat vermijding, wat interfereert met de gewenning van de bedreigende
stimuli. Hierdoor blijft de angst bestaan.


Mirke van der Voorden

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
mirkemaartje Erasmus Universiteit Rotterdam
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
20
Member since
6 year
Number of followers
19
Documents
15
Last sold
1 year ago

4.7

3 reviews

5
2
4
1
3
0
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions