Samenvatting - Les 1.1 Microbiologie Theorie: Inleiding microbiologie
1. Wat is microbiologie?
Microbiologie is de wetenschap die micro-organismen bestudeert — organismen die niet
met het blote oog zichtbaar zijn.
2. Geschiedenis en pioniers
Belangrijke wetenschappers (‘vaders van de microbiologie’):
Antoni van Leeuwenhoek:
● beschreef als eerste micro-organismen met zijn microscoop.
Louis Pasteur:
● bewees dat micro-organismen ziekten veroorzaken
● bewees dat de spontane generatie niet klopt
● ontwikkelde pasteurisatie en vaccins.
Robert Koch:
● bewees met zijn postulaten dat specifieke bacteriën specifieke ziekten
veroorzaken.
De vier postulaten van Koch:
1. De bacterie is aanwezig in zieke, niet in gezonde organismen.
2. De bacterie kan geïsoleerd en gekweekt worden.
3. De gekweekte bacteriën veroorzaken ziekte in een gezond organisme.
4. Dezelfde bacterie moet opnieuw geïsoleerd worden uit dat zieke organisme.
4. Indeling van micro-organismen
Micro-organismen kunnen als volgt worden ingedeeld:
● Celvormig:
○ eukaryoten (algen, protozoa, fungi)
○ prokaryoten (bacteriën, archaea)
● Niet-celvormig:
○ virussen
○ prionen
Grootte: bacteriën 0,2–5 µm, virussen 20–800 nm.
,5. Prokaryoten vs eukaryoten
Kenmerk Prokaryoot Eukaryoot
Grootte ±3 µm >5 µm
DNA Circulair DNA, plasmiden In celkern, lineair DNA
Organellen Geen Wel aanwezig
Ribosomen Klein Groot
Celwand Complex Eenvoudig (planten/fungi)
of geen
Groepen Bacteriën, archaea Algen, parasieten, fungi,
dieren en planten
6. Bacteriën
Bacteriën zijn prokaryote micro-organismen. Ze kunnen zichtbaar worden gemaakt via
groei op voedingsbodems (kolonies) of met een microscoop.
Kenmerken van kolonies kunnen verschillen in kleur, vorm, rand en textuur.
Vormen van bacteriën:
● Rond (kok) – bv. Staphylococcus aureus
● Staafvormig (bacil) – bv. Escherichia coli, Salmonella
● Spiraalvormig – bv. Treponema pallidum (syfilis)
● Kommavormig – bv. Vibrio cholerae
,7. Bouw van de bacteriecel
Belangrijke onderdelen: celwand, celmembraan, cytoplasma, DNA, ribosomen, flagellen
(beweging) en fimbriae (aanhechting).
8. Gramkleuring
De Gramkleuring onderscheidt bacteriën op basis van hun celwandstructuur.
Stappen in gramkleuring:
1. Kristalviolet → kleurt alle bacteriën paars
2. Lugol (jodium) → fixeert de kleur
3. Ethanol → wast de kleur weg bij Gram-negatieve
4. Safranine → kleurt Gram-negatieven roze
Gram-positief kleurt dan paars en gram-negatief roze
Resultaten van de Gramkleuring:
Type Kleur Celwand Toxine
Gram-Positief Paars Dikke Exotoxine
peptidoglycaanlaag
Gram-Negatief Roos Dunne Endotoxine
peptidoglycaanlaag
+ buitenmembraan
met LPS
, Endotoxinen (bij Gram-negatief): giftige lipopolysaccharide die vrijkomen bij afbraak of
doodgaan van bacteriën en koorts of shock kunnen veroorzaken. Thermostabiel → niet
hittegevoelig. Weinig antigenisch → het lichaam herkent het niet goed.
(Endo= toxine zit in de bacterie zelf)
Exotoxinen (bij Gram-positief): uitgescheiden stoffen die zeer giftig kunnen zijn en
specifieke effecten hebben (de bacterie scheidt het gif naar buiten de omgeving in).
Thermolabiel → Wel hittegevoelig. Sterk antigenisch → lichaam maakt makkelijk
antistoffen.
● Neurotoxine → tast zenuwen aan
● Enterotoxine → tast darmen aan
● Cytotoxine → tast cellen aan
(Exo= toxine wordt uitgescheiden naar buiten)
1. Wat is microbiologie?
Microbiologie is de wetenschap die micro-organismen bestudeert — organismen die niet
met het blote oog zichtbaar zijn.
2. Geschiedenis en pioniers
Belangrijke wetenschappers (‘vaders van de microbiologie’):
Antoni van Leeuwenhoek:
● beschreef als eerste micro-organismen met zijn microscoop.
Louis Pasteur:
● bewees dat micro-organismen ziekten veroorzaken
● bewees dat de spontane generatie niet klopt
● ontwikkelde pasteurisatie en vaccins.
Robert Koch:
● bewees met zijn postulaten dat specifieke bacteriën specifieke ziekten
veroorzaken.
De vier postulaten van Koch:
1. De bacterie is aanwezig in zieke, niet in gezonde organismen.
2. De bacterie kan geïsoleerd en gekweekt worden.
3. De gekweekte bacteriën veroorzaken ziekte in een gezond organisme.
4. Dezelfde bacterie moet opnieuw geïsoleerd worden uit dat zieke organisme.
4. Indeling van micro-organismen
Micro-organismen kunnen als volgt worden ingedeeld:
● Celvormig:
○ eukaryoten (algen, protozoa, fungi)
○ prokaryoten (bacteriën, archaea)
● Niet-celvormig:
○ virussen
○ prionen
Grootte: bacteriën 0,2–5 µm, virussen 20–800 nm.
,5. Prokaryoten vs eukaryoten
Kenmerk Prokaryoot Eukaryoot
Grootte ±3 µm >5 µm
DNA Circulair DNA, plasmiden In celkern, lineair DNA
Organellen Geen Wel aanwezig
Ribosomen Klein Groot
Celwand Complex Eenvoudig (planten/fungi)
of geen
Groepen Bacteriën, archaea Algen, parasieten, fungi,
dieren en planten
6. Bacteriën
Bacteriën zijn prokaryote micro-organismen. Ze kunnen zichtbaar worden gemaakt via
groei op voedingsbodems (kolonies) of met een microscoop.
Kenmerken van kolonies kunnen verschillen in kleur, vorm, rand en textuur.
Vormen van bacteriën:
● Rond (kok) – bv. Staphylococcus aureus
● Staafvormig (bacil) – bv. Escherichia coli, Salmonella
● Spiraalvormig – bv. Treponema pallidum (syfilis)
● Kommavormig – bv. Vibrio cholerae
,7. Bouw van de bacteriecel
Belangrijke onderdelen: celwand, celmembraan, cytoplasma, DNA, ribosomen, flagellen
(beweging) en fimbriae (aanhechting).
8. Gramkleuring
De Gramkleuring onderscheidt bacteriën op basis van hun celwandstructuur.
Stappen in gramkleuring:
1. Kristalviolet → kleurt alle bacteriën paars
2. Lugol (jodium) → fixeert de kleur
3. Ethanol → wast de kleur weg bij Gram-negatieve
4. Safranine → kleurt Gram-negatieven roze
Gram-positief kleurt dan paars en gram-negatief roze
Resultaten van de Gramkleuring:
Type Kleur Celwand Toxine
Gram-Positief Paars Dikke Exotoxine
peptidoglycaanlaag
Gram-Negatief Roos Dunne Endotoxine
peptidoglycaanlaag
+ buitenmembraan
met LPS
, Endotoxinen (bij Gram-negatief): giftige lipopolysaccharide die vrijkomen bij afbraak of
doodgaan van bacteriën en koorts of shock kunnen veroorzaken. Thermostabiel → niet
hittegevoelig. Weinig antigenisch → het lichaam herkent het niet goed.
(Endo= toxine zit in de bacterie zelf)
Exotoxinen (bij Gram-positief): uitgescheiden stoffen die zeer giftig kunnen zijn en
specifieke effecten hebben (de bacterie scheidt het gif naar buiten de omgeving in).
Thermolabiel → Wel hittegevoelig. Sterk antigenisch → lichaam maakt makkelijk
antistoffen.
● Neurotoxine → tast zenuwen aan
● Enterotoxine → tast darmen aan
● Cytotoxine → tast cellen aan
(Exo= toxine wordt uitgescheiden naar buiten)