1 Algemene inleiding
1.1 Wat is recht?
Rechtsregels elementen:
1. Geheel van gedragsregels en normen: wat mag/ moet/ verboden is/ nodig is om iets te organiseren
2. Doel is het maatschappelijk leven ordenen
3. Opgelegd door de overheid: politici, ministers, parlement, gemeentebestuur, EU (nationaal,
regionaal en lokaal)
4. Afdwingbaar: als je regel niet respecteert, zijn er sancties, straffen aan verbonden (boete, celstraf)
→ Let op: rechtsregels zijn maatschappij-, plaats- en tijdsgebonden, en dus evolutief
Voorbeelden (zie ppt)
− Uitstalverbod voor tabak, pensioenleeftijd, ...
− Art. 161 BW: Het huwelijk is verboden tussen alle bloedverwanten in de rechte opgaande en
nederdalende lijn en de aanverwanten in dezelfde lijn
1.2 Indelingen van het recht (niet kennen)
1.3 De bronnen van het recht
Waar vinden we de rechtsregels terug? → op verschillende plaatsen en in verschillende vormen!
4 bronnen: wetgeving (in de brede zin), rechtspraak, rechtsleer, gewoonte en billijkheid
1.3.1 Wetgeving
Meer dan ‘de wet’ → KB’s, MB’s, verordeningen, richtlijnen...
Piramide van de wetgeving:
1. Altijd voorrang geven aan bovenaan (hoe hoger, hoe belangrijker)
2. Een wet moet al de bovenstaande wetten respecteren
Let op: wetgeving in België kan je bekijken vanuit 2 oogpunten → federaal voor het volledige
grondgebied & regionaal voor gemeenschap, gewest, provincie/ gemeente
1
,Recht 2024-2025
1. Internationale verdagen
− ‘Contracten’ tussen 2 (= bilaterale verdagen) of meerdere staten
− Overeenkomst/ akkoord tussen 2 of meerdere landen
− Bekendste verdrag: Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EHRM)
− Voorbeelden: vrijheid van religie, vrijheid van meningsuiting, recht op onderwijs, …
Belastingverdrag Nederland – België
→ Verdrag voor akkoord over wie belastingen gaat heffen en in welk geval
→ Als je bv. in België woont, maar in Nederland werkt
2. EU-wetgeving (= supranationale instellingen)
− Supranationaal: boven de staat → afspraken/ regels waaraan lid landen zich moeten houden
− Instellingen Europese Unie, meesten in Brussel
Verordening (Art. 288 VWEU)
− Regel van de EU die overal in de EU op exact dezelfde manier geldt
− Overheidsbesluit van algemene strekking: verordening niet gericht op individu/ concreet geval,
heeft gevolgen voor groep gevallen → geldt voor alle burgers, bedrijven, overheden in EU
− Rechtsreeks toepasselijk in elke lidstaat: regel geldt meteen op zelfde manier in elk land
− Voorbeeld: GDPR (General Data Protection): bescherming van je gegevens
Richtlijn (Art. 288 VWEU)
− EU-regel die een doel oplegt aan de lidstaten, maar laat aan hen over hoe ze dat doel bereiken
− Doelstelling/ finaaldoel is bindend: elk land moet einddoel halen maar hoe/ wanneer kiezen ze zelf
− Richtlijn moet eerst omgezet worden in nationale wetgeving
− Voorbeeld: maatregelen gelijke beloning mannen/vrouwen, klimaat, ...
Besluit (Art. 288 VWEU)
− Bindende maatregel van EU die geldt voor één bepaald geval/ specifieke persoon, bedrijf/ lidstaat
− Bindend voor bestemmeling: alleen wie in besluit genoemd wordt, moet het volgen
− Onmiddellijk uitvoerbaar: geldt meteen zonder dat een nationale wet nodig is
− Vaak gebruikt voor individuele sancties (1 land/ bedrijf) bv. “Europese Commissie beboet Duitse
automakers wegens …”
Nationale wetgeving
3. De Belgische grondwet
− Meest fundamentele/ belangrijkste wet van België
− Wijziging van de Grondwet is heel ingewikkeld en vraagt bijzondere procedure in de Kamer
Wat staat er in de Grondwet?
− Inrichting van de machten: aan wie komt de wetgevende, uitvoerende, rechterlijke macht toe?
− Fundamentele rechten en vrijheden: regelt een aantal grondrechten (bv. vrijheid van
meningsuiting, gelijkheidsbeginsel, niet-discriminatiebeginsel
− Structuur van het land: beschrijft hoe België is opgebouwd → wat de grenzen en verdeling van
bevoegdheden zijn, hoe het gerecht georganiseerd is, welke opstellingen er zijn...
4. Wetten, decreten en ordonnanties
− Wetten die tot stand komen in de ‘parlementen’ van ons land
− Parlementen: zie tabel
2
,Recht 2024-2025
Wet
− Regel gemaakt door federale parlement (Kamer van Volksvertegenwoordigers & koning)
− Geldt in heel België voor federale bevoegdheden, zoals justitie, defensie, sociale zekerheid…
Decreet
− Wet van een gemeenschaps- of gewestparlement over onderwijs, cultuur, welzijn, ...
− Decreten worden gemaakt door: Vlaams Parlement, Parlement van Franse Gemeenschap,
Parlement van Duitstalige Gemeenschap en Waals Gewest
Ordonnantie
− Wet van het Brussels Hoofdstedelijk Parlement
− Maakt ordonnanties voor bv. openbaar vervoer in Brussel, stadsontwikkeling, ...
Wet Decreet Ordonnantie
België (federaal) Betrokken gewest/ gemeenschap Brussels Hoofdstedelijk Gewest
de Kamer van − Waals Gewest Brussels Hoofdstedelijk Gewest
Volksvertegenwoordigers − Vlaams Gewest
− Duitstalige Gemeenschap
− Franstalige Gemeenschap
− Vlaamse Gemeenschap
5. KB’s en besluiten van Gemeenschaps- of Gewestregeringen
− Zorgen ervoor dat wetten of decreten ook in de praktijk uitgevoerd kunnen worden
− Ze vullen de wet aan met concrete regels → goedgekeurd door de regering of een minister
Koninklijke besluiten (federaal):
− Officieel besluit van federale regering, ondertekend door koning, maar opgesteld door minister
− Bedoeld om een wet uit te voeren
− KB heeft daarom altijd wettelijke basis: mag alleen bestaan als er een wet is waarop het steunt
− Voorbeeld: Coronaregels, “Vandenbroucke (minister van Volksgezondheid) werkt aan tijdelijk
verbod op Ozempic als vermageringsmiddel”
Besluiten van gemeenschaps- of gewestregeringen (regionaal):
− Komen van gemeenschaps- of gewestregering bv. Vlaamse regering of Waalse regering
− Ondertekend door Gemeenschaps- of Gewestregering, maar opgesteld door bevoegde minister
− Ook hier gaat het over uitvoering van de (regionale) wetten & is een wettelijke basis nodig
− Voorbeeld: besluit van Vlaamse Regering dat uitlegt hoe scholen nieuw eindterm moeten invoeren
6. MB’s en besluiten van een lid van gemeenschaps- en gewestregering
− Zonder de koning, komt van alleen één minister, op federaal of regionaal niveau
− Zorgen voor de verdere uitvoering van de wetgeving, vaak in detailmaatregelen
7. Provinciaal besluit en Gemeentelijk besluit:
− Provincie beslist over zaken die op regionaal niveau spelen
− Maatregel door een provincie bv. verbod van sommige jongeren bij provinciale domeinen
− Gemeentes kunnen regels opstellen die alleen binnen hun grondgebied gelden
− Maatregel door een gemeente bv. sluiting van parken Leuven voor veiligheidsredenen door storm
3
, Recht 2024-2025
1.3.2 Rechtspraak
Proces waarbij rechters beslissingen nemen in rechtszaken:
− Bevoegdheid om conflicten tussen burgers, bedrijven, overheden te beslechten (beëindigen van
een kwestie door een beslissing te nemen/ uitspraak te doen)
− Uitspraak is bindend voor partijen in het proces: gelden enkel voor betrokken partijen in dossier
− Rechter moet beslissing motiveren: uitleggen waarom net die beslissing zodat je het kan begrijpen
− Rechter moet ook procedureregels volgen
Arresten
Vonnissen
1.3.3 Rechtsleer
Geheel van wetenschappelijke publicaties over juridische aangelegenheden:
Vo
− Artikels/ analyses waarin juristen uitleggen hoe zij wetten/ rechtspraak begrijpen en interpreteren
− Niet bindend, enkel gezaghebbend: niet omdat 1 iemand het zo interpreteert dat het zo is en
iedereen het zo interpreteert bv. ons handboek
nn 1.3.4 Gewoonte en billijkheid
iss Gewoonte: gevestigd gebruik dat in een samenleving algemeen als bindend wordt beschouwd, zonder
dat het schriftelijk neergeschreven is in een wet
en − Het gebeurt altijd zo op diezelfde manier, staat nergens geschreven
− Wordt minder en minder belangrijk (in België staat bijna alles op papier)
− Voorbeeld: winnaar verkiezingen neemt leiding & gaat regering vormen (staat nergens op papier,
we gaan er van uit dat het zo gebeurt)
Billijkheid: wat als rechtvaardig en eerlijk wordt beschouwd in een bepaalde situatie
− Menselijk aanvoelen van rechtvaardigheid
− Rechter bij oordeel altijd billijke oplossing geven (niet per se 100% wettelijk, wel eerlijk)
− Beide partijen moeten blij zijn met de oplossing
2 Structuren en instellingen (niet kennen)
3 Goederenrecht: Definitie en indeling van de goederen
3.1 Inleiding definities
Personen
− Natuurlijk persoon: persoon van vlees en bloed
− Rechtspersoon: rechtssubject, dat geen natuurlijk persoon is, maar wel drager is van rechten en
plichten, waardoor het kan deelnemen aan het rechtsverkeer (bv. een vennootschap)
4
, Recht 2024-2025
Goederen (Art. 3.31 BW):
− Alles wat je kan bezitten/ overdragen, dus wat vatbaar is voor toe-eigening
− Geldt voor tastbare dingen en ook voor rechten
Voorwerpen (Art. 2.38 BW):
− Alle dingen buiten personen
− Kunnen natuurlijk, kunstmatig, lichamelijk, onlichamelijk zijn
Dieren (Art. 3.39): hebben gevoelens en zijn levende wezens met noden, zijn geen dingen
3.2 Indeling van de goederen
Lichamelijke/ onlichamelijke (Art. 3.40 BW):
− Lichamelijke voorwerpen: zintuiglijk waarneembaar
− Onlichamelijke voorwerpen: bestaan niet in materiële vorm vaak rechten of digitale elementen
Roerend/ onroerend
− Roerend (Art. 3.46 BW): alles wat geen onroerend goed is, is roerend dus restcategorie bv. fiets
− Onroerend (Art. 3.47 BW): kan je niet verplaatsen zonder schade/ het is vast verbonden aan grond
Onroerend uit hun aard (Art. 3.47 BW): boven- en ondergrond zoals de grond zelf, ondergrond en
het volume erboven bv. stuk landbouw
Onroerend door incorporatie (Art. 3.47 BW): vaak voorkomend, bouwconstructies/ beplantingen
die vastzitten aan de grond & ook alles wat deel uitmaakt van die constructies bv. tuinhuis, lantaarn
Onroerend door bestemming (Art. 3.47 BW):
− Vaak voorkomend want goederen zijn duurzaam
− Soms roerend (verplaatsbaar), toch als onroerend beschouwd → verbonden met onroerend goed
− Roerend goed (verplaatsbaar) is verbonden/ bevestigd aan (onroerend) hoofdgoed → vastgemaakt
of stevig geïntegreerd bv. luiken aan huis, zonnepanelen op dak
− OF roerend goed dient voor uitbating/ bewaring van onroerend goed: niet fysiek in geïntegreerd,
maar wordt permanent gebruikt om het goed te laten werken/ beschermen bv. machines in fabriek
Onroerend door hun voorwerp (Art. 3.49 BW): rechten die betrekking hebben op een onroerend
goed bv. vruchtgebruik huis (recht om in huis te wonen, ervan genieten en huuropbrengsten innen)
Bijzondere regeling (Art. 3.48 BW):
− Vervroegd roerende goederen: partijen spreken soms af dat iets als roerend wordt beschouwd, al is
het nog niet losgemaakt van het onroerend goed
− Machine in fabriek verplaatsten: nu al afspreken dat die vervroegd roerend is bv. voor verkoop
Vervangbare, verbruikbare goederen, gebruiksgoederen en soortgoederen (Art. 3.44 BW):
− Vervangbaar: goederen die je makkelijk kan uitwisselen door een ander van zelfde soort goed
− Verbruikbaar: gaan teniet bij eerste gebruik bv. etenswaren en brandstoffen
− Gebruik: kan je gebruiken, maar gaan niet teniet door eerste gebruik, wel door slijtage
− Soort: zijn niet individueel bepaald, maar bepaald in getal, maat of gewicht bv. 5 liter melk
Publieke en private goederen (Art. 3.45 BW):
− Publiek: behoren toe aan publiekrechtelijke rechtspersonen (eigendom van overheid)
− Staan ten dienste van het algemeen belang, dienen iedereen bv. openbare weg
− Private: behoren toe aan particulieren (mensen of bedrijven)
− Staan ten dienste van de eigenaar voor persoonlijk/ commercieel gebruik bv. auto van iemand
5