HOOFDSTUK 1. INLEIDING TOT HET RECHT VAN DE INTERNE MARKT
1. WAT IS DE INTERNE MARKT?
1. Definitie
Interne markt = “ruimte zonder binnengrenzen waarin het vrije verkeer, goederen, personen,
diensten en kapitaal is gewaarborgd en die een regime omvat dat verzekert dat de mededinging niet
wordt verstoord” (Valks juridisch woordenboek).
2. Geschiedenis
• De idee van de interne markt is ontstaan bij de totstandkoming van de EU zelf. Na de tweede
Wereldoorlog probeert Europa zich terug op te bouwen. In 1939-1946 werd Europa in twee
delen verdeeld: West Europa en Oost Europa. Probleem met het West-Europa was dat het
steeds allemaal kleine landen zijn die niet echt relaties met elkaar hebben. Bovendien zijn
er twee groeplanden: de winnaars (FR, VK, BE en LUX) en de verliezers (DE en IT). Dat is
exact dezelfde context die we hadden na het Verdrag van Versailles in 1918 (terug een DE
en IT waar nationalistische ideëen terug voor mogelijke frustraties konden zorgen).
• De founding fathers van de EU: Jean Monnet en Robert Schuman. Idee was om ervoor te
zorgen dat er nooit een oorlog kan uitbarsten tussen twee Europese landen.
o Schumanverklaring op 9 mei 1950: legt de fundamenten van de hedendaagse EU
vast. Robert zegt dat als wij kolen en staal met elkaar verbinden en maken dat
Duitsland afhangt van FR voor productie van kolen en staal en dat FR afhankelijk is
van DE, dus de economieen verbinden, wordt het onmogelijk om een oorlog te
starten. Solidariteit qua productie van kolen en staal zal ervoor zorgen dat oorlog
tussen FR en DE vermeden en materieel onmogelijk wordt.
o De basisidee: de economieën verbinden zodat er geen oorlog meer mogelijk wordt.
o Resultaat: BE, FR, LUX,NL, IT en DE vormen een Gemeenschappelijke Unie van Kolen
En Staal. Tussen de landen gaat er een vrij vervoer van goederen, diensten, personen
en kapitaal zijn en dat is de interne markt.
3. Vrijhandel-concepten
De intensiteit van economische samenwerking
De interne markt niet de enige optie: bevindt zich op een spectrum aan economische samenwerking.
De meest lichte vorm is een vrijhandelszone. Daarna krijg e een douane-unie gevolgd door interne
markt. Tot slot heb je Europese monetaire unie (EMU).
▪ Wanneer er GEEN handelsrelatie is ➔ een land kan allerlei maatregelen en
beperkingen opleggen (bv. quota’s, douane,…)
o Vb. Tussen land A en B wil computers invoeren. A mag maximaal 100
computer/jaar invoeren (quota)
1
, o Dit kan men ook doen door douanewetgeving: als je computers wil importeren,
dan moet je 80% douane opheffen, waardoor je alle economische winst
eruithaalt.
▪ Komt zelden voor.
Maar gelukkig …
▪ WTO (World Trade Organisation): hier zijn 164 landen lid van. WTO is een
organisatie die zorgt voor de uitvoering en de aanpassing van een set van verdragen
die internationaal gelden (bv. GATT, GATS,..)
▪ Bovendien beschikt TO in een eigen geschillenbeslechtingsorgaan: als er een
probleem is met de regels, hebben zij eigen rechters die erop toezien dat de
verdragen niet geschonden kunnen worden.
▪ Basisbeginselen = non-discriminatiebeginsel die wordt uitgewerkt in twee
subbeginselen
o Most favoured nation (MFN): wanneer je een verlaging geeft van tarieven aan
een van de leden van het WTO, moet je dat ook geven aan andere leden van
WTO. Kortom, het tarief voor alle leden is het laagste tarief die men wil
gebruiken.
o National treatment requirements: eenmaal een goed uit een WTO lid uw land
is binnengekomen, dan mag A geen andere regels opleggen aan die producten.
De buitenlandse producten (eenmaal geimporteerd) worden op dezelfde
manier behandeld alsof het eigen product was.
▪ politieke impasse: WTO is een politieke organisatie/instrument. De leden van de
WTO kunnen niet op zichzelf beslissen.
A. VRIJHANDELSZONE
Vrijhandelszone staat in GATT gedefinieerd
“verstaat men onder vrijhandelsgebied een groep van twee of meer douanegebieden waarin de
douanerechten en andere beperkende regelingen op het gebied van de handel […] worden afgeschaft
ten aanzien van vrijwel de gehele handel tussen de samenstellende gebieden in producten van
oorsprong uit deze gebieden.”
• Wanneer men tussen twee landen -die een vrijhandelszone hebben afgesproken- producten
wil invoeren, dan mogen er geen douanekosten opgelegd worden.
• Nood aan rules of origin
o basistarieven import: in land A kost het 5 cent om uw product in te voeren en
in land B kost het 15 cent.
o A en B sluiten Vrijhandelsakkoord → tarief tss A en B = 0 cent (u hoeft niets
meer te betalen)
o Onderneming uit land C wil goederen invoeren naar B
o goedkoopste handelsroute C→B?
o van C naar A (C zou naar land A gaan waar het 5 cent kost en via
vrijhandelsakkoord tussen en A en B 0 cent betalen).
o een groot probleem: landen willen dat niet als zij een
vrijhandelsakkoord sluiten met een land dat andere landen hiervan
profiteren. Vandaar dat de rules of origin wel ontzettend van
belang is
2
, o rules of origin: bij het importeren van producten moet men dus aangeven
waarvan het geimporteerde product vandaan komt. Dit doet men aan de hand
van een certficate of origin.
Ook de EU kan vrijhandelsakkoorden sluiten: art. 3, e) VEU
o Exclusieve bevoegdheid van de EU: België kan dus bv. niet een
vrijhandelsakkord sluiten met Japan. Dit gebeurt via de EU aangezien deze op
federaal niveau bevoegd is.
o Bv. Wij hebben echter een vrij open handelsrelatie met Canada. Er
wordt onderhandeld over labor rights en proetction of environment
enzovoort. dit heeft voor heel wat oproer gezorgd. Een
handelsakkoord moest op het federaal niveau, Vlaams niveau als
Waals niveau goedgekeud worden. Wallonië weigerde het Verdrag
te ratificeren. Uiteindelijk heeft me hiervoor een belangrijke
oplossing gevonden.
o Bv. Brexit: VK stapt uit EU en op dat moment vallen alle regels van
de interne markt. Men moest dit oplossen adhv een handelsakkoord
tussen VK en EU.
B. DOUANE-UNIE
• Staat in GATT gedefinieerd: "verstaat men onder een douane-unie de vervanging van twee of
meer douanegebieden door een enkel douanegebied, zodanig dat
o (i) douanerechten en andere beperkende regelingen van de handel […] worden
afgeschaft ten aanzien van vrijwel de gehele handel tussen de gebieden waaruit de
unie is samengesteld of ten minste ten aanzien van vrijwel de gehele handel in
producten van oorsprong uit deze gebieden, en,
o (ii) […] dezelfde douanerechten en andere regelingen van de handel door ieder lid
van de unie worden toegepast op de handel met gebieden die niet tot de unie
behoren"
▪ Een douanegebied is een vrijhandelszone.
▪ Men gaat niet alleen tussen elkaar afspraken maken maar ook naar de
buitenwereld toe.
• EU is ook een douane-unie: art. 28 VEU
o Aan de grenzen van de EU gelden dezelfde tarieven
o Vb. Argentijnse wijn: X wil importeur worden van de Argentijnse
wijn. Men raadpleegt eerst de website van de EC. Hier kan men het
douane-tarief voor een specifiek product berekenen (32 euro/100L)
o De EU (die zelf een douane-unie is) kan een douane-unie sluiten met andere
landen: vb. in 1995 sloot de EU een douane-unie met Turkije.
o Art. 4 van het akkoord: Turkije moet voor import van producten
naar EU geen douanetarieven te betalen.
o Art. 13 van het akkoord: Turkije volgt de EU prijzen.
o Het gaat echter om een beperkte douane-unie
▪ Het heeft betrekking op industriele goederen (zoals
eieren, kippen,..;)
▪ Maar groot relatief belang
• EU → Turkije: 4% van onze uitvoer
• Turkije → EU = 40,6% van de uitvoer
3
, ▪ Extraterritoriale harmonisatie: regels gelijk maken,
proberen zoveel mogelijk verschillen in regelingen te
vermijden, regels op elkaar laten afstemmen.
▪ Verdere intiatieven: men wil het akkoord uitbreiden
naar
• Landbouwproducten
• Diensten
▪ Onderhandelingsmarge Turkije vis à vis derde
landen? Wanneer de EU bv. met Canada een akkoord
sluit, gaan de douanetarieven zakken. Turkije moet
dat tarief volgen. Op dat moment is Canada niet
geïnteresseerd in een akkoord met Turkije. Zij
kunnen automatisch genieten van hetzelfde tarief
dat zij hebben gesloten met de EU. Dit brengt
natuurlijk met zich mee dat Turkije niet andersom
kan gaan onderhandelen. Andere landen kunenn van
een goedkoop tarief in Turkije genieten zonder dat
zij iets moeten geven aan Turkije specifiek.
C. INTERNE MARKT
• Goederen
• Personen: natuurlijke en rechtspersonen
o Vrij werknemersverkeer
o Vrije vestiging: Belgische moedervennootschap die een dochtervennootschap wil
oprichten in een ander EU-land
• Diensten
• Kapitaal en betalingen
o Kapitaal: vb. aandelen. Als ik aandleen verkoop aan een Frans bedrijf, dan mag er
geen obstakel voor zijn. Mijn geld en investerigen moeten vrij kunnen bewegen;
• Vrij verkeer van goederen en vrij verkeer van productie
o Complementaire of substitueerbaar? in theorie maakt het niet zozeer uit als men voor
vrij verkeer van goederen/ vrij verkeer van productie kiest (substitueerbaar). In de
praktijk is er toch een verschil op vlak van import en export van de producten
(complementair).
De relevante grondslagen
• goederen (art. 28, 30, 34, 35, 36, 37, 110 VWEU
• personen = natuurlijke en rechtspersonen
o vrij werknemersverkeer (art. 45, 46, 48 VWEU)
o vrije vestiging (art. 49, 51, 52, 54 VWEU)
• diensten (art. 56, 57, 58, 62 VWEU)
• kapitaal en betalingen (art. 63, 64, 65, 66 VWEU)
Burgerschap van de unie? Burgerschap heeft te maken met niet-economisch aspect: gaat over mensen
die niet hoeven te werken (bv. gepensioeneerde, student,..). ➔ komt later aan bod.
4
1. WAT IS DE INTERNE MARKT?
1. Definitie
Interne markt = “ruimte zonder binnengrenzen waarin het vrije verkeer, goederen, personen,
diensten en kapitaal is gewaarborgd en die een regime omvat dat verzekert dat de mededinging niet
wordt verstoord” (Valks juridisch woordenboek).
2. Geschiedenis
• De idee van de interne markt is ontstaan bij de totstandkoming van de EU zelf. Na de tweede
Wereldoorlog probeert Europa zich terug op te bouwen. In 1939-1946 werd Europa in twee
delen verdeeld: West Europa en Oost Europa. Probleem met het West-Europa was dat het
steeds allemaal kleine landen zijn die niet echt relaties met elkaar hebben. Bovendien zijn
er twee groeplanden: de winnaars (FR, VK, BE en LUX) en de verliezers (DE en IT). Dat is
exact dezelfde context die we hadden na het Verdrag van Versailles in 1918 (terug een DE
en IT waar nationalistische ideëen terug voor mogelijke frustraties konden zorgen).
• De founding fathers van de EU: Jean Monnet en Robert Schuman. Idee was om ervoor te
zorgen dat er nooit een oorlog kan uitbarsten tussen twee Europese landen.
o Schumanverklaring op 9 mei 1950: legt de fundamenten van de hedendaagse EU
vast. Robert zegt dat als wij kolen en staal met elkaar verbinden en maken dat
Duitsland afhangt van FR voor productie van kolen en staal en dat FR afhankelijk is
van DE, dus de economieen verbinden, wordt het onmogelijk om een oorlog te
starten. Solidariteit qua productie van kolen en staal zal ervoor zorgen dat oorlog
tussen FR en DE vermeden en materieel onmogelijk wordt.
o De basisidee: de economieën verbinden zodat er geen oorlog meer mogelijk wordt.
o Resultaat: BE, FR, LUX,NL, IT en DE vormen een Gemeenschappelijke Unie van Kolen
En Staal. Tussen de landen gaat er een vrij vervoer van goederen, diensten, personen
en kapitaal zijn en dat is de interne markt.
3. Vrijhandel-concepten
De intensiteit van economische samenwerking
De interne markt niet de enige optie: bevindt zich op een spectrum aan economische samenwerking.
De meest lichte vorm is een vrijhandelszone. Daarna krijg e een douane-unie gevolgd door interne
markt. Tot slot heb je Europese monetaire unie (EMU).
▪ Wanneer er GEEN handelsrelatie is ➔ een land kan allerlei maatregelen en
beperkingen opleggen (bv. quota’s, douane,…)
o Vb. Tussen land A en B wil computers invoeren. A mag maximaal 100
computer/jaar invoeren (quota)
1
, o Dit kan men ook doen door douanewetgeving: als je computers wil importeren,
dan moet je 80% douane opheffen, waardoor je alle economische winst
eruithaalt.
▪ Komt zelden voor.
Maar gelukkig …
▪ WTO (World Trade Organisation): hier zijn 164 landen lid van. WTO is een
organisatie die zorgt voor de uitvoering en de aanpassing van een set van verdragen
die internationaal gelden (bv. GATT, GATS,..)
▪ Bovendien beschikt TO in een eigen geschillenbeslechtingsorgaan: als er een
probleem is met de regels, hebben zij eigen rechters die erop toezien dat de
verdragen niet geschonden kunnen worden.
▪ Basisbeginselen = non-discriminatiebeginsel die wordt uitgewerkt in twee
subbeginselen
o Most favoured nation (MFN): wanneer je een verlaging geeft van tarieven aan
een van de leden van het WTO, moet je dat ook geven aan andere leden van
WTO. Kortom, het tarief voor alle leden is het laagste tarief die men wil
gebruiken.
o National treatment requirements: eenmaal een goed uit een WTO lid uw land
is binnengekomen, dan mag A geen andere regels opleggen aan die producten.
De buitenlandse producten (eenmaal geimporteerd) worden op dezelfde
manier behandeld alsof het eigen product was.
▪ politieke impasse: WTO is een politieke organisatie/instrument. De leden van de
WTO kunnen niet op zichzelf beslissen.
A. VRIJHANDELSZONE
Vrijhandelszone staat in GATT gedefinieerd
“verstaat men onder vrijhandelsgebied een groep van twee of meer douanegebieden waarin de
douanerechten en andere beperkende regelingen op het gebied van de handel […] worden afgeschaft
ten aanzien van vrijwel de gehele handel tussen de samenstellende gebieden in producten van
oorsprong uit deze gebieden.”
• Wanneer men tussen twee landen -die een vrijhandelszone hebben afgesproken- producten
wil invoeren, dan mogen er geen douanekosten opgelegd worden.
• Nood aan rules of origin
o basistarieven import: in land A kost het 5 cent om uw product in te voeren en
in land B kost het 15 cent.
o A en B sluiten Vrijhandelsakkoord → tarief tss A en B = 0 cent (u hoeft niets
meer te betalen)
o Onderneming uit land C wil goederen invoeren naar B
o goedkoopste handelsroute C→B?
o van C naar A (C zou naar land A gaan waar het 5 cent kost en via
vrijhandelsakkoord tussen en A en B 0 cent betalen).
o een groot probleem: landen willen dat niet als zij een
vrijhandelsakkoord sluiten met een land dat andere landen hiervan
profiteren. Vandaar dat de rules of origin wel ontzettend van
belang is
2
, o rules of origin: bij het importeren van producten moet men dus aangeven
waarvan het geimporteerde product vandaan komt. Dit doet men aan de hand
van een certficate of origin.
Ook de EU kan vrijhandelsakkoorden sluiten: art. 3, e) VEU
o Exclusieve bevoegdheid van de EU: België kan dus bv. niet een
vrijhandelsakkord sluiten met Japan. Dit gebeurt via de EU aangezien deze op
federaal niveau bevoegd is.
o Bv. Wij hebben echter een vrij open handelsrelatie met Canada. Er
wordt onderhandeld over labor rights en proetction of environment
enzovoort. dit heeft voor heel wat oproer gezorgd. Een
handelsakkoord moest op het federaal niveau, Vlaams niveau als
Waals niveau goedgekeud worden. Wallonië weigerde het Verdrag
te ratificeren. Uiteindelijk heeft me hiervoor een belangrijke
oplossing gevonden.
o Bv. Brexit: VK stapt uit EU en op dat moment vallen alle regels van
de interne markt. Men moest dit oplossen adhv een handelsakkoord
tussen VK en EU.
B. DOUANE-UNIE
• Staat in GATT gedefinieerd: "verstaat men onder een douane-unie de vervanging van twee of
meer douanegebieden door een enkel douanegebied, zodanig dat
o (i) douanerechten en andere beperkende regelingen van de handel […] worden
afgeschaft ten aanzien van vrijwel de gehele handel tussen de gebieden waaruit de
unie is samengesteld of ten minste ten aanzien van vrijwel de gehele handel in
producten van oorsprong uit deze gebieden, en,
o (ii) […] dezelfde douanerechten en andere regelingen van de handel door ieder lid
van de unie worden toegepast op de handel met gebieden die niet tot de unie
behoren"
▪ Een douanegebied is een vrijhandelszone.
▪ Men gaat niet alleen tussen elkaar afspraken maken maar ook naar de
buitenwereld toe.
• EU is ook een douane-unie: art. 28 VEU
o Aan de grenzen van de EU gelden dezelfde tarieven
o Vb. Argentijnse wijn: X wil importeur worden van de Argentijnse
wijn. Men raadpleegt eerst de website van de EC. Hier kan men het
douane-tarief voor een specifiek product berekenen (32 euro/100L)
o De EU (die zelf een douane-unie is) kan een douane-unie sluiten met andere
landen: vb. in 1995 sloot de EU een douane-unie met Turkije.
o Art. 4 van het akkoord: Turkije moet voor import van producten
naar EU geen douanetarieven te betalen.
o Art. 13 van het akkoord: Turkije volgt de EU prijzen.
o Het gaat echter om een beperkte douane-unie
▪ Het heeft betrekking op industriele goederen (zoals
eieren, kippen,..;)
▪ Maar groot relatief belang
• EU → Turkije: 4% van onze uitvoer
• Turkije → EU = 40,6% van de uitvoer
3
, ▪ Extraterritoriale harmonisatie: regels gelijk maken,
proberen zoveel mogelijk verschillen in regelingen te
vermijden, regels op elkaar laten afstemmen.
▪ Verdere intiatieven: men wil het akkoord uitbreiden
naar
• Landbouwproducten
• Diensten
▪ Onderhandelingsmarge Turkije vis à vis derde
landen? Wanneer de EU bv. met Canada een akkoord
sluit, gaan de douanetarieven zakken. Turkije moet
dat tarief volgen. Op dat moment is Canada niet
geïnteresseerd in een akkoord met Turkije. Zij
kunnen automatisch genieten van hetzelfde tarief
dat zij hebben gesloten met de EU. Dit brengt
natuurlijk met zich mee dat Turkije niet andersom
kan gaan onderhandelen. Andere landen kunenn van
een goedkoop tarief in Turkije genieten zonder dat
zij iets moeten geven aan Turkije specifiek.
C. INTERNE MARKT
• Goederen
• Personen: natuurlijke en rechtspersonen
o Vrij werknemersverkeer
o Vrije vestiging: Belgische moedervennootschap die een dochtervennootschap wil
oprichten in een ander EU-land
• Diensten
• Kapitaal en betalingen
o Kapitaal: vb. aandelen. Als ik aandleen verkoop aan een Frans bedrijf, dan mag er
geen obstakel voor zijn. Mijn geld en investerigen moeten vrij kunnen bewegen;
• Vrij verkeer van goederen en vrij verkeer van productie
o Complementaire of substitueerbaar? in theorie maakt het niet zozeer uit als men voor
vrij verkeer van goederen/ vrij verkeer van productie kiest (substitueerbaar). In de
praktijk is er toch een verschil op vlak van import en export van de producten
(complementair).
De relevante grondslagen
• goederen (art. 28, 30, 34, 35, 36, 37, 110 VWEU
• personen = natuurlijke en rechtspersonen
o vrij werknemersverkeer (art. 45, 46, 48 VWEU)
o vrije vestiging (art. 49, 51, 52, 54 VWEU)
• diensten (art. 56, 57, 58, 62 VWEU)
• kapitaal en betalingen (art. 63, 64, 65, 66 VWEU)
Burgerschap van de unie? Burgerschap heeft te maken met niet-economisch aspect: gaat over mensen
die niet hoeven te werken (bv. gepensioeneerde, student,..). ➔ komt later aan bod.
4