Hoofdstuk 3 structuur en conjunctuur
- economische groei wordt gemeten aan de hand van de
ontwikkeling van het reële bbp
⤷ = de groei van het aantal goederen en diensten dat gedurende
een jaar in een land wordt geproduceerd.
- economische groei wordt bepaald door de groei van de bestedingen
en de groei van de productiecapaciteit. De vraag leidt tot productie,
de productiecapaciteit maakt productie mogelijk en bepaalt de
maximale productie.
- consumenten, inrichting/grootte van het winkelpand, aantal kundige
verkopers bepalen uiteindelijk hoeveel een bedrijf produceert en
verkoopt.
- productiecapaciteit = wat een onderneming maximaal met haar
beschikbare productiefactoren kan produceren (kwaliteit & kwantiteit
hebben hier invloed op ( → betere kwaliteit beroepsbevolking = hogere
arbeidsproductiviteit)
- bezettingsgraad = geeft aan in welke mate de productiecapaciteit
wordt benut: productie
bezettingsgraad = -------------------- x 100%
productiecapaciteit
______________________________________________________________
- trend / structurele ontwikkeling = de gemiddelde groei van de productie
over langere periode
→ bepaald door ontwikkeling van de productiefactoren:
→ arbeid, kapitaal, natuur, ondernemerschap
(groeifactoren)
- productiecapaciteit → kwaliteit en kwantiteit hebben daar invloed op
- arbeidsproductiviteit → productie per werknemer in een bepaalde tijd
- arbeidsproductiviteit wordt bepaald door:
- scholing van beroepsbevolking
- specialisatie
- ervaring
- gezondheid
- Wig: Verschil tussen loonkosten voor de werkgever en wat een werknemer netto
overhoudt.
- open economie (NL) → de uitvoer is de motor van de economie
- conjunctuur = schommelingen in de bestedingen → schommelingen bbp
- arbeidsinkomensquote = aiq = arbeidsinkomen als % van de toegevoegde waarde
- loonquote = loon/totale winst x 100%
- economische groei wordt gemeten aan de hand van de
ontwikkeling van het reële bbp
⤷ = de groei van het aantal goederen en diensten dat gedurende
een jaar in een land wordt geproduceerd.
- economische groei wordt bepaald door de groei van de bestedingen
en de groei van de productiecapaciteit. De vraag leidt tot productie,
de productiecapaciteit maakt productie mogelijk en bepaalt de
maximale productie.
- consumenten, inrichting/grootte van het winkelpand, aantal kundige
verkopers bepalen uiteindelijk hoeveel een bedrijf produceert en
verkoopt.
- productiecapaciteit = wat een onderneming maximaal met haar
beschikbare productiefactoren kan produceren (kwaliteit & kwantiteit
hebben hier invloed op ( → betere kwaliteit beroepsbevolking = hogere
arbeidsproductiviteit)
- bezettingsgraad = geeft aan in welke mate de productiecapaciteit
wordt benut: productie
bezettingsgraad = -------------------- x 100%
productiecapaciteit
______________________________________________________________
- trend / structurele ontwikkeling = de gemiddelde groei van de productie
over langere periode
→ bepaald door ontwikkeling van de productiefactoren:
→ arbeid, kapitaal, natuur, ondernemerschap
(groeifactoren)
- productiecapaciteit → kwaliteit en kwantiteit hebben daar invloed op
- arbeidsproductiviteit → productie per werknemer in een bepaalde tijd
- arbeidsproductiviteit wordt bepaald door:
- scholing van beroepsbevolking
- specialisatie
- ervaring
- gezondheid
- Wig: Verschil tussen loonkosten voor de werkgever en wat een werknemer netto
overhoudt.
- open economie (NL) → de uitvoer is de motor van de economie
- conjunctuur = schommelingen in de bestedingen → schommelingen bbp
- arbeidsinkomensquote = aiq = arbeidsinkomen als % van de toegevoegde waarde
- loonquote = loon/totale winst x 100%