Biomedische wetenschappen II – het urinair stelsel
Inleiding: 3 functies van het urinair stelsel
Verwijderen (excretie) van organische afvalstoffen uit de lichaamsvloeistoffen
- Ureum = afbraakproduct van eiwitten
- Urinezuur = afbraakproduct van DNA
- Urobiline = gele kleur, afbraakproduct van hemoglobine
- Creatinine = afbraakproduct van spierweefsel
Lozen van deze afvalstoffen (eliminatie)
Homeostatische regeling van volume en concentratie opgeloste stoffen in het bloedplasma
- Reguleren van bloedvolume en bloeddruk
- Reguleren van ionenconcentratie
- Reguleren van pH van bloed
- Het RBC-gehalte door productie van EPO
A) Anatomie van het urinair stelsel
DE NIEREN
Ligging: lumbaal, achter het peritoneum, de rechternier ligt lager dan
de linker nier vanwege de lever.
Situering van het urinair stelsel ten opzichte van de buik- en
bekkenholte:
De (intra) peritoneale ruimte is omgeven door het peritoneum en bevat
de spijsverteringsorganen (maag, dunne darm, dikke darm, lever, milt)
De retroperitoneale ruimte licht achter het peritoneum en bevat de
nieren, bijnieren, stukken dikke darm, alvleesklier
De subperitoneale ruimte ligt onder de peritoneale ruimte en bevat de
blaas, urethra, dikke darm, voortplantingsorganen
De nier is boonvormig en ventraal bedekt met peritoneum omgeven
door een vetkapsel.
Bestaat uit:
- Nierkapsel (capsula)
- Merglaag (medulla)
o Piramiden met papillen
o Zuilen van Bertin
- Nierbekken of pyelon/ pyelum
o Kleine nierkelken (calices minores)
o Grote nierkelken (calices maiores)
o Nierbekken (pyelon)
- Nierhilus met niervaten en ureter
1
, De nierafvoergangen – anatomie
DE BOVENSTE URINEWEGEN: DE URETERS
De ureters zijn afgeplatte buizen en verlopen retroperitoneaal. Ze beginnen aan het pyelon
en eindigen in de blaas ter hoogte van de vesico-ureterale junctie (VUJ)
De wand is opgebouwd uit:
- Urotheel (= epitheel) als osmotische barrière
- Laagje glad spierweefsel voor peristaltiek
- Laagje bindweefsel dat doorloopt in het nierkapsel (= adventitia)
DE ONDERSTE URINEWEGEN: BLAAS
De blaas is een elastische zak die tot 0,5 – 1L urine kan stockeren. Het is gelegen in het kleine
bekken, achter het schaambeen en rustend op de bekkenbodemspieren.
Vorm: vol eivorming, leeg driehoekig
De wand bestaat uit:
- Een binnenste laag van geplooide mucosa, bekleed met urotheel
- Een middenste laag van glad spierweefsel (m. detrusor)
- Een buitenste laag bindweefsel (adventitia)
Onderaan bevindt zich een stevige (interne) blaassfincter.
Trigonum = driehoek tussen de uitmondingen van de ureters en het begin van de urethra
Fundus = blaasdak
DE URETRHA OF PLASBUIS
Bij de man: een buis van ongeveer 20 cm
- Eerste deel (5cm) loopt doorheen de prostaat en bekkenbodemspier
- Tweede deel (15cm) loopt doorheen het onderste zwellichaam van de penis en eindigt
aan top van de eikel
- Bij de vrouw: korte buis van 3cm die doorheen de bekkenbodemspieren loopt die
eindigt ter hoogte van de vulva, voor de schedeopening.
2
Inleiding: 3 functies van het urinair stelsel
Verwijderen (excretie) van organische afvalstoffen uit de lichaamsvloeistoffen
- Ureum = afbraakproduct van eiwitten
- Urinezuur = afbraakproduct van DNA
- Urobiline = gele kleur, afbraakproduct van hemoglobine
- Creatinine = afbraakproduct van spierweefsel
Lozen van deze afvalstoffen (eliminatie)
Homeostatische regeling van volume en concentratie opgeloste stoffen in het bloedplasma
- Reguleren van bloedvolume en bloeddruk
- Reguleren van ionenconcentratie
- Reguleren van pH van bloed
- Het RBC-gehalte door productie van EPO
A) Anatomie van het urinair stelsel
DE NIEREN
Ligging: lumbaal, achter het peritoneum, de rechternier ligt lager dan
de linker nier vanwege de lever.
Situering van het urinair stelsel ten opzichte van de buik- en
bekkenholte:
De (intra) peritoneale ruimte is omgeven door het peritoneum en bevat
de spijsverteringsorganen (maag, dunne darm, dikke darm, lever, milt)
De retroperitoneale ruimte licht achter het peritoneum en bevat de
nieren, bijnieren, stukken dikke darm, alvleesklier
De subperitoneale ruimte ligt onder de peritoneale ruimte en bevat de
blaas, urethra, dikke darm, voortplantingsorganen
De nier is boonvormig en ventraal bedekt met peritoneum omgeven
door een vetkapsel.
Bestaat uit:
- Nierkapsel (capsula)
- Merglaag (medulla)
o Piramiden met papillen
o Zuilen van Bertin
- Nierbekken of pyelon/ pyelum
o Kleine nierkelken (calices minores)
o Grote nierkelken (calices maiores)
o Nierbekken (pyelon)
- Nierhilus met niervaten en ureter
1
, De nierafvoergangen – anatomie
DE BOVENSTE URINEWEGEN: DE URETERS
De ureters zijn afgeplatte buizen en verlopen retroperitoneaal. Ze beginnen aan het pyelon
en eindigen in de blaas ter hoogte van de vesico-ureterale junctie (VUJ)
De wand is opgebouwd uit:
- Urotheel (= epitheel) als osmotische barrière
- Laagje glad spierweefsel voor peristaltiek
- Laagje bindweefsel dat doorloopt in het nierkapsel (= adventitia)
DE ONDERSTE URINEWEGEN: BLAAS
De blaas is een elastische zak die tot 0,5 – 1L urine kan stockeren. Het is gelegen in het kleine
bekken, achter het schaambeen en rustend op de bekkenbodemspieren.
Vorm: vol eivorming, leeg driehoekig
De wand bestaat uit:
- Een binnenste laag van geplooide mucosa, bekleed met urotheel
- Een middenste laag van glad spierweefsel (m. detrusor)
- Een buitenste laag bindweefsel (adventitia)
Onderaan bevindt zich een stevige (interne) blaassfincter.
Trigonum = driehoek tussen de uitmondingen van de ureters en het begin van de urethra
Fundus = blaasdak
DE URETRHA OF PLASBUIS
Bij de man: een buis van ongeveer 20 cm
- Eerste deel (5cm) loopt doorheen de prostaat en bekkenbodemspier
- Tweede deel (15cm) loopt doorheen het onderste zwellichaam van de penis en eindigt
aan top van de eikel
- Bij de vrouw: korte buis van 3cm die doorheen de bekkenbodemspieren loopt die
eindigt ter hoogte van de vulva, voor de schedeopening.
2