Thematoets 3
Geschiedenis
Proloog (0,2-0,3-0,4)
Proloog 0.2 Tijd voor tijd
- Tijd is abstract begrip
- Wijze waarop tijd is ingedeeld verschilt per cultuur
- Lang is tijd cyclisch van aard geweest —> zonsopgang/ondergang, seizoenen, groei en
bloei
- In moderne westerse cultuur is tijdsindeling lineair en causaal —> tijd schrijdt voort en
vormt een lange keten van schakels
- historische tijd: het verloop van gebeurtenissen in het verleden
- In huidige GSmethoden betogen ze het verleden voor kinderen overzichtelijk in te delen door
aan de 10 tijdvakken kenmerkende aspecten te verbinden, waardoor leerlingen inzicht in het
verleden verwerven
- Als kind juiste indeling en ordening geeft op tijdbalk, tonen de leerlingen nog GEEN inzicht in
het historisch proces
- Je kunnen verplaatsen (empatisch vermogen) in het verleden
- Ordenen en inleven leren kinderen vanaf het begin in het onderwijs —> daarom is geschiedenis
ook geschikt voor jonge kinderen
- Dagen van de week/maand enz. Maken deel uit van de oriëntatie in de ruimte en tijd van
de eigen klas —> kinderen leren met een visuele tijdbalk om te gaan
Moderne tijd
Vroegmoderne tijd
- Burgers en
Middeleeuwen - Ontdekkers en
Oudheid stoommachines
Prehistorie - Monniken en ridders ( 500-1000 hervormers (1500-1600)
Grieken en (1800-1900)
Jagers en boeren vroege MD) - Regenten en vorsten
Romeinen (500 na - Wereldoorlogen
Tot 3000 v.Chr. - Steden en staten (1000-1500 (1600-1700)
Chr. oudheid (1900-1950)
hoge en late MD) - Pruiken en revoluties
- Televisie en computer
(1700-1800)
(1950-heden)
Proloog 0.3 De praktijk: biologisch, dagelijks en historisch tijdsbesef
- Geleidelijk aan worden jonge kinderen zich door ervaring bewust van verschillen in biologische,
dagelijkse en historische tijd
- Biologische tijd: ritme van de dag en nacht, wisseling seizoenen, groeicycli in natuur,
veranderingen in natuur en het levensritme (groei) van de mens.
- Dagelijkse tijd afgeleid van biologische tijd: dagelijkse begrippen die tijd aanduiden: dag
uit dagdelen, week uit dagen enz. Later gedetailleerder: klok, uren.
- Bij beide nadruk op cyclus: elementen keren met vaste regelmaat terug
- Historische tijd loopt lineair: het gaat niet om terugkerende gebeurtenissen, maar om wat
geweest is (verleden), wat nu gaande is (heden) en wat nog gaat komen (toekomst)
- ‘The expanding horizons theorie’: idee dat wij leren van dichtbij naar veraf
- Wereld wordt geordend, stap voor stap
- Bij GS ook, voordat we beginnen met de 10 tijdvakken hebben kinderen weet van
biologische en dagelijkse tijd
- leerstof moet aansluiten bij de belevingswereld, ervaringswereld, belangstellingswereld en
leefwereld kind
- Wereld is niet enkel de materiele en geogra sche wereld waar kind opgroeit. Maar voor
dreumes is er meer dan dit, er is fantasie en voorstellingsvermogen
- 2 constanten voor het verkrijgen van vaardigheden voor echte GSonderwijs
- Er zit aan GS een rekenkundige kant:
- Gebeurtenissen op volgorde zetten, tijdstip verbinden, voorzien van jaartal. Hierin ook
taalkant (eeuw enz.)
BG 1
fi
, BG
Thematoets 3
- Er zit aan GS een taalkundige kant: wij laten kinderen in vele vormen gebeurtenissen
beleven en herbeleven in verhaalvorm
- Rekenkundige vaardigheden zijn NIET belangrijker dan taalkundige vaardigheden!
Proloog 0.4 Hoe ontwikkelen kinderen historisch tijdsbesef?
Binnen geschiedenis verschillende leertheorieën
- Jean Piaget (1896-1980)
- Denken ontwikkeld zich via een aantal fases
- Lev Vygotski (1896-1934)
- Zone van naaste ontwikkeling
- Leren gaat via associatieve (=verbinden van zaken) processen, niet al het leren en denken
gaat logisch en rationeel
- Jerome Bruner (1915-1916)
- Basisideeën moeten in samenhang snel aangeleerd worden, daarna kan kennis en inzicht
verder uitgebreid worden
- Spiraalcurriculum: dezelfde stof wordt steeds herhaald, steeds op hoger niveau
- Howard Gardner (geb. 1943)
- Theorie over meervoudige intelligentie (8)
- Verbaal-linguistisch —> goed gevoelig zijn voor taal
- Logisch-mathematisch —> sterk zijn in logisch nadenken
- Visueel-ruimtelijk —> een goed geheugen voor beelden
- Lichamelijk-kinesthetisch —> een doener die leert door te ervaren
- Muzikaal-ritmisch —> gevoel voor geluid
- Natuurlijk —> belangstelling voor natuur
- Interpersoonlijk —> goed in het begrijpen van anderen
- Intrapersoonlijk —> zelfkennis opdoen
- Kieran Egan (geb. 1942)
- Tot 7 jaar mythisch denken —> leren door verhalen
- Tot 14 jaar romantisch denken —> leerling heeft onderscheid tussen mythe en
werkelijkheid geleerd en is opzoek naar feiten
- Dan loso sch denken
- Vanaf begin volwassenheid ironisch denken
Tijd van Jagers en boeren (tot 3000 v.Chr.)
- De levenswijze van jagersverzamelaars
- Het ontstaan van landbouw en landbouwsamenlevingen
- Het ontstaan van de eerste stedelijke samenlevingen
Canonitems:
- Hunebedbouwers
1.1 Het didactische aspect: de lesvoorbereiding
- eerst zelf kennis opdoen, dan lesdoel voor ogen hebben en dan beschrijven hoe je de kennis zo
aantrekkelijk mogelijk over gaat brengen
- Bij geschiedenisles focus op inhoud en:
- Hoe plaats je onderwerp in de tijd?
- Welke beeldvormers zet je in?
- Welke bronnen zet je in?
- Vanuit welke invalshoek benader je onderwerp?
- Welke verwerking kies je?
- Hoe ontwikkel je historisch tijdsbesef van kinderen?
- Hoe laat je kinderen historisch denken en redeneren?
- Hoe sluit ik in deze les aan op kerndoelen?
- bij beginsituatie geef je aan waarop je aansluit!
BG 2
fi fi